PRothesewissel

In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:

  1. De ingreep
  2. De periode voor de ingreep
  3. De periode na de ingreep
  4. Het ontslag
  5. Meer informatie

Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij verzoeken u deze informatie goed door te lezen. Als u na het lezen van deze informatie vragen heeft, kunt u contact opnemen met de verpleegkundige op de polikliniek tijdens het telefonisch spreekuur (zie hoofdstuk 5).

Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.

1. De ingreep

Bij u wordt een bestaande prothese verwisseld voor een nieuwe prothese. De operatie duurt ongeveer een uur en gebeurt in principe in een dagbehandeling.

Mogelijke complicaties
Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Bij deze ingreep bestaat er daarnaast een kans op een aantal andere complicaties.

Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:

  • nabloeding;
  • seroom (ophoping van wondvocht);
  • infectie van de prothese.


Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.

Het weefselonderzoek

Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog-anatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. U krijgt de uitslag op de polikliniek of telefonisch.

Opname en operatieplanning

Zodra de opnamedatum en/of operatiedatum bekend is, neemt de afdeling Opname twee weken voor de geplande opname- en/of operatiedatum telefonisch of schriftelijk (via de mail) contact met u op.


2. De periode voor de ingreep

Poliklinische voorbereiding
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:

  • De plastisch chirurg is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en bespreekt het behandelplan met u. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
  • De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden.
  • De verpleegkundige (VPK) informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis en na het ontslag. De VPK neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. De VPK kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen.


Dag van ingreep
Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

U wordt op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist vertelt u waar u zich moet melden voor opname. Op de verpleegetage wordt u door de verpleegkundige opgenomen en voorbereid voor de operatie.

Op de dag van de ingreep kunt u zich was­sen of dou­chen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid/gezicht niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.
Indien u dit met de anesthe­sioloog heeft afge­sproken, krijgt u voor de ingreep een tablet zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleeg­kundi­ge brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatie­kamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.

Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicatie voor de narcose wordt toegediend.
3. De periode na de ingreep

Na de ingreep blijft u enige tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegafdeling gaat.

Op de verpleegafdeling komt de plastisch chirurg bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt.

Katheters, lijnen en drains
Na de ingreep heeft u mogelijk een aantal ‘slangen’:

  • een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus bevindt zich in een ader in uw arm. Zodra u in staat bent voldoende te drinken en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
  • een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof.
  • één of meerdere wonddrains uit het operatiegebied voor de afvloed van wondvocht.

Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen en in bed en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft.
De verpleegkundige vraagt u twee- tot driemaal per dag om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.

U krijgt tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.

Misselijkheid
Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.

Wond
De verpleegkundige inspecteert regelmatig de wond en draininsteekplaats. De wond is niet afgedekt met verband. Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd. Dit komt door beschadiging van de huidzenuwen. Dit gevoel kan nog lang aanhouden, maar ook verminderd blijven.

Mobiliteit en fysieke activiteit
Na de ingreep mag u weer uit bed. Dit is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.

Voeding
U kunt weer rustig starten met eten en drinken.

Ademhaling
Om de functie van de longen zo optimaal mogelijk te houden is de zorg voor de ademhaling van groot belang. Een optimale longfunctie wordt onder andere bereikt door:

  • regelmatig te bewegen;
  • goede pijnbestrijding;
  • ademhalingsoefeningen;
  • het ophoesten van slijm;
  • halfzittende houding in bed;
  • niet te roken.
  • Wisselend verloop
    Na de ingreep merkt u dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn.
  • U kunt eventueel gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij het CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. De verpleegkundige kan u in contact brengen met het CKvL.

    4. Het ontslag
  • Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel en zelfstandigheid. Over het algemeen kunt u dezelfde dag het ziekenhuis weer verlaten. Het is van belang dat u door iemand opgehaald wordt uit het ziekenhuis en dat er de eerste nacht iemand bij u aanwezig is in verband met de uitwerking van de narcose.
    Houdt u er rekening mee dat u met drain(s) naar huis gaat. U krijgt een draininstructie van de verpleegkundige.

De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die volgt na ontslag.

Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de plastisch chirurg.

Via een brief stelt de chirurg uw huisarts op de hoogte van de ingreep en het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname.

De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.

Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven:

Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.
U kunt het volgende schema volgen:

  • Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantoprazol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
  • Blijf paracetamol drie tot vier maal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 1000 mg innemen en vervolgens stoppen.

Wond
De wond is onderhuids gehecht. Deze hechtingen lossen vanzelf op en hoeven niet verwijderd te worden. De eerste dag na de operatie kunt u douchen, maar u mag nog niet in bad. Wanneer er geen korstjes meer op het litteken zitten, meestal na ongeveer twee weken, is de wond geheel gesloten. Dan kunt u in bad en eventueel het litteken insmeren en masseren met crème of olie om het litteken soepeler te maken.

Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wond dagelijks bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:

  • de huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen;
  • u heeft toenemende pijn aan de wond;
  • er komt troebel uitziend vocht uit de wond;
  • u heeft temperatuursverhoging (boven 38,5 graden Celsius).

U kunt contact opnemen met de polikliniek plastische chirurgie balie 3 of met de verpleegkundig specialist van de plastisch chirurg via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis.
Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.

Drains
Indien er een prothese geplaatst is blijft de drain minimaal vijf dagen in, ongeacht de productie. Dit om een betere hechting van het implantaat te bewerkstelligen. De drain wordt verwijderd wanneer de productie, op dag 6, twee dagen minder dan 50 ml per 24 uur is. De drain blijft maximaal veertien dagen zitten. Wanneer de drain na twaalf dagen meer dan 50 ml produceert, volgt u de instructie op, door de witte naald in de groene dop te steken (pas op voor lekkage). De drain kunt u door uw huisarts laten verwijderen of op de verpleegkundige chirurgiepoli. Dit laatste kan van maandag tot en met vrijdag. Belt u in dat geval vooraf voor een afspraak.

Stoelgang
In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren totdat dit weer normaal is. Het is raadzaam vezelrijke voeding te gebruiken en veel te drinken.

Vermoeidheid en activiteit
U kunt tijdens en na de behandeling last houden van vermoeidheid. Vermoeidheid wordt veroorzaakt door de behandeling, de ziekte zelf en doordat de conditie afneemt. Het is belangrijk dat u ondanks deze vermoeidheid voldoende blijft bewegen, zodat u in ieder geval uw conditie op peil houdt. Hoeveel beweging goed en gezond is, is afhankelijk van uw startniveau.

Na de behandeling kunt u desgewenst meedoen aan een revalidatieprogramma. Wilt u graag individueel advies of wilt u meer informatie over het volgen van een revalidatieprogramma? Neem gerust contact op met de fysiotherapeuten.

Voeding
Behandeling van borstkanker kan veel van uw lichaam vergen. Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de behandeling doorgaans beter aan en heeft u minder risico op complicaties. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Door de ziekte en behandeling is uw behoefte aan energie en eiwitten verhoogd. Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen, dan kan u bij één van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek.

Leefregels

  • De eerste twee weken na de operatie mag u niet autorijden en fietsen. Dit i.v.m. wrijving van de borstspier over de prothese, waardoor de wondvochtproductie toeneemt (en verschuiven van de prothese mogelijk is).
  • Gedurende de eerste drie weken mag de arm niet hoger dan 90 graden ten opzichte van de romp geheven worden. Daarnaast mag u niet sporten, niet tillen en niet op de buik slapen.
  • Een BH dragen hoeft niet, maar mag wel.

Let wel: Gedurende 3 maanden mag u géén BH met beugel

dragen. Daarnaast mag een BH niet te strak zitten of knellen op het wondgebied.

  • Een half jaar niet onbeschermd in de zon of onder de zonnebank. Niet onbeschermd houdt in: huid beschermen met een zonnebrandfactor 20-30 en het dragen van een blouse of T- shirt.

Na drie weken mag in principe alles weer, al moet u het wel rustig uitproberen. Sporten waarbij vooral de borstspier gebruikt wordt zoals tennis, roeien, paardrijden etc. mag pas weer na drie maanden.

Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.

Intimiteit en seksualiteit
Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken. De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de medewerkers van de polikliniek Intimiteit, Seksualiteit en kanker. Zij hebben ervaring in het bespreken van problemen op dit gebied. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven.

Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.


Verwerking
Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werkt een scala aan hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, creatief therapeuten.
Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dit met zich mee kunnen brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.

5. Meer informatie

Het AVL is een opleidingsziekenhuis. Dit betekent dat artsen in opleiding tot chirurg betrokken kunnen zijn bij uw operatie om samen met de behandelend chirurg (een deel van) de operatie te verrichten of de chirurg te assisteren bij uw operatie.

Als er een chirurg-in-opleiding bij uw operatie aanwezig is, maakt u hiermee kennis op de operatiekamer voordat de operatie begint.

De zorgverleners en afdelingen van het Antoni van Leeuwenhoek zijn telefonisch bereikbaar via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis: 020 512 9111.
Buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd.
Indien u contact opneemt met het ziekenhuis houdt u dan uw patiëntengegevens bij de hand.

Informatie op internet

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload