Borstreconstructie met een LD lap met of zonder onderhuids implantaat
Inleiding
In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:
- De ingreep
- De periode voor de ingreep
- De periode na de ingreep
- Het ontslag
- Meer informatie
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag.
Wij verzoeken u deze schriftelijke informatie goed door te lezen voorafgaand aan uw afspraak met de verpleegkundige en uw eventuele vragen te noteren.
Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener.
In dit document vindt u informatie over een borstreconstructie met een LD lap met of zonder onderhuids implantaat.
1. De ingreep
U wordt opgenomen voor een borstreconstructie met behulp van een LD lap en eventueel een onderhuids implantaat.
Dit betekent dat een spier van de rug met huid en vetweefsel wordt verplaatst naar de voorkant van de borstkas om ruimte te maken voor een prothese. Soms wordt eerst een tissue expander (ballon) geplaatst dat het weefsel nog meer kan oprekken als dat nodig is. De LD lap wordt ook wel zonder prothese gebruikt om bijvoorbeeld een wond op de borstkas te sluiten of toegevoegd na bestraling om de genezing te bevorderen. Doordat zoveel mogelijk huid verplaatst wordt, voelt de wond op de rug de eerste drie weken erg strak aan. De operatie duurt ongeveer drie uur.
Mogelijke complicaties
Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Bij deze ingreep bestaat er daarnaast een kans op een aantal andere complicaties.
Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:
- Nabloeding;
- Wondgenezingsstoornis;
- Huidnecrose (afsterven van de huid);
- Seroom (ophoping van wondvocht);
- Infectie van de prothese.
Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.
2. De periode voor de ingreep
Poliklinische voorbereiding:
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:
- De chirurg is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en bespreekt het behandelplan met u. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
- De plastisch chirurg is eindverantwoordelijk voor uw plastisch chirurgische behandeling en bespreekt het behandelplan met u. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
- De verpleegkundig specialist mamma chirurgie is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig geprotocolleerde medische handelingen in het chirurgische behandeltraject uitvoert, waaronder het verrichten van lichamelijk onderzoek, aanvragen van onderzoeken, opzetten van een behandelplan, het geven van voorlichting en de nacontrole.
- De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden.
- De verpleegkundige informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. De verpleegkundige neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. De verpleegkundige kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen.
Opname en Operatieplanning
Zodra de opnamedatum en/of operatiedatum bekend is, neemt de afdeling Opname twee weken voor de geplande opname/ operatie datum telefonisch of schriftelijk (via de mail) contact met u op.
Dag van opname
Over het algemeen wordt u op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis, tenzij met u is afgesproken dat u de dag voor de ingreep wordt verwacht. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist legt u uit waar u naar toe moet. Op de verpleegetage meldt u zich bij het secretariaat. Daarna wordt u door een verpleegkundige opgehaald.
Als u op de dag van de operatie komt, wordt u ontvangen op de opnamekamer. Vanaf de opnamekamer wordt u naar de operatie- of behandelkamer gebracht. Na de operatie komt u terug op een patiëntenkamer elders op de verpleegafdeling. Hier verblijft u in principe gedurende uw opname op de verpleegafdeling. Bagage/ kleding wordt tijdelijk opgeslagen door de verpleegkundige in een locker en krijgt u terug na de operatie. Wij adviseren u waardevolle spullen te laten bewaren door een naaste.
Als u wordt opgenomen spreekt u de volgende medewerkers:
- De verpleegkundige informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. Hij of zij neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. Hij of zij kan in overleg met u andere disciplines (zoals bijvoorbeeld een diëtiste of een maatschappelijk werker) inschakelen. Tijdens uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding.
- De verpleegkundige vertelt u welke slaap- en premedicatie de anesthesioloog heeft voorgeschreven. U hoort van de verpleegkundige op welk tijdstip de ingreep is gepland; let op dit is een geschat tijdstip. De verpleegkundige zet een pijl (met stift) op de te opereren zijde indien dit van toepassing is.
- De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw chirurg en plastisch chirurg.
Voorbereiding op de dag van opname door u
Als de plastisch chirurg dit met u heeft afgesproken, volgt u het wasprotocol. Hiervoor heeft u een recept ontvangen. Start, de avond voor de operatie.
Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. Gebruik indien van toepassing de waslotion van het wasprotocol. Smeer uw huid niet in met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.
De anesthesioloog heeft u laten weten tot wanneer u mag eten en drinken. Het is belangrijk dat u zich aan deze afspraken houdt omdat de operatie anders niet door kan gaan. Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen.
Naar de operatiekamer of behandelruimte
De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.
Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicijnen voor de narcose worden toegediend. De chirurg komt bij u langs om te informeren of u nog vragen heeft. De operateur controleert nogmaals de te opereren zijde. Soms vindt het markeren nog plaats op het operatiecomplex vlak voordat u naar de operatiekamer gaat.
3. De periode na de ingreep
Na de ingreep blijft u enige tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegafdeling gaat.
Op de verpleegafdeling komt de plastisch chirurg en de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt.
Katheters, lijnen en drains
Na de ingreep heeft u mogelijk een aantal ‘slangen’:
- Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus bevindt zich in een ader in de arm. Zodra u in staat bent voldoende te drinken en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
- Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste 24 uur na de ingreep.
- 3 wond drains uit het operatiegebied voor de afvloed van wondvocht.
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen en in- en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever.
De verpleegkundige vraagt u driemaal per dag om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.
Misselijkheid
Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Wond
De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wond en draininsteekplaats.
De wond is onderhuids gehecht en er hoeven geen hechtingen te worden verwijderd. De wond is niet afgedekt met verband. Na twee weken, als de wond geheel gesloten is, en de korstjes weg zijn, kunt u het litteken insmeren en masseren met crème of olie. Hiermee maakt u het litteken wat soepeler. Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd. Dit gevoel kan nog lang aanhouden en ook verminderd blijven.
Fysieke activiteiten
U zult merken dat de activiteiten die voor de ingreep vanzelfsprekend waren, nu extra inspanning kosten. U zult uw energie moeten verdelen over de dag.Bij terugkomst op de verpleegafdeling mag u uit bed voor toiletbezoek en op de stoel naast uw bed zitten.
Vanaf de dag na de ingreep gaat u zoveel mogelijk uit bed. Dit is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.
Door de wond en de aanwezigheid van een aantal ‘slangen’ wordt u weliswaar beperkt in uw bewegingsvrijheid, maar al vanaf de eerste dag na de operatie mag u opbouwen naar 3 x per dag 2 uur uit bed en 3 x per dag een rondje over de afdeling lopen. Uw familie mag u daarbij ook helpen. Onder begeleiding van de verpleegkundige wordt u in de dagen die volgen toenemend zelfstandig.
Houding in bed
Om de bloedvoorziening in het operatiegebied goed te laten functioneren is het belangrijk dat u uw arm aan de operatiezijde iets van het lichaam af houdt om zo afknellen van de bloedtoevoer te voorkomen. Gedurende 3 weken mag u niet op de geopereerde zijde liggen. Op de niet geopereerde zijde is liggen wel toegestaan.
Stoelgang
Na de ingreep functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.
Voeding
Als u zich goed voelt kunt u weer starten met eten en drinken. Uw eetlust kan de eerste periode na de ingreep verminderd zijn.
Ademhaling
Om de functie van de longen zo optimaal mogelijk te houden is de zorg voor de ademhaling van groot belang. Een optimale longfunctie wordt onder andere bereikt door:
- Regelmatig uit bed te gaan en te bewegen;
- Goede pijnbestrijding;
- Ademhalingsoefeningen;
- Het ophoesten van slijm;
- Niet te roken.
Uiterlijk
Als u zich voor de eerste keer weer in de spiegel ziet, kunt u schrikken van uw veranderde uiterlijk. Het is voor het verwerken en accepteren van deze veranderingen belangrijk hierover te praten met uw familie en/of verpleegkundige. Een maatschappelijk werker kan u hierbij ook ondersteunen.
Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.
Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij het CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. Uw verpleegkundige kan u in contact brengen met het CKvL.
4. Het ontslag
Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel en zelfstandigheid. De verwachting is dat u na 3-4 dagen het ziekenhuis kunt verlaten. U verlaat op de dag van ontslag tussen 10.00 en 10.30 uur het ziekenhuis (tenzij u behandeld wordt in dagbehandeling of als er nog zorgactiviteiten moeten plaatsvinden). Het is aan u om vervoer te regelen vanaf het ziekenhuis naar huis of elders.
De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.
Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de chirurg en/of plastisch chirurg. Via een brief stelt de chirurg uw huisarts op de hoogte van de ingreep en het verloop van de ziekenhuisopname. Hier kan enige tijd overheen gaan.
Prothesevoorlichting
De verpleegkundige overlegt met u of u, bij een groot volumeverschil tussen uw borsten, een uitwendige prothese wilt dragen. Er zal dan voor ontslag een tijdelijke prothese worden aangemeten. Deze prothese is bedoeld als overgang naar de definitieve uitwendige siliconenprothese of ter overbrugging op een reconstructie door de plastisch chirurg.
Tijdelijke uitwendige prothese
De tijdelijke uitwendige prothese is gemaakt van fiberfill. Hierdoor heeft de prothese weinig gewicht. De prothese is verkrijgbaar in verschillende maten. Om de prothese goed te kunnen aanmeten wordt u verzocht een bh zonder beugels mee te nemen bij opname in het ziekenhuis. De verpleegkundige geeft u adviezen over het dragen van deze prothese. Na ongeveer drie maanden is de wond voldoende genezen om een definitieve uitwendige prothese te gaan dragen.
Definitieve uitwendige prothese
De definitieve uitwendige prothese is gemaakt van folie gevuld met siliconen en is zwaarder in gewicht. Er zijn protheses in verschillende modellen, maten en prijsklassen.
Op de website www.SEMH.info kunt u adressen van speciaalzaken vinden waar uitwendige protheses en prothese lingerie te koop is in uw woonregio.
Machtiging
Tijdens de prothesevoorlichting ontvangt u een machtigingsformulier. Hiermee kunt u na de aanschaf van de definitieve prothese (een deel van) de kosten declareren bij uw zorgverzekeraar. Het te vergoeden bedrag hangt af van uw zorgverzekeraar en van de (aanvullende) verzekering die u heeft. Informeer vooraf bij uw zorgverzekeraar, dan komt u niet voor financiële verrassingen te staan.
De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.
Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven:
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis kreeg, gaat u thuis ook nog enige tijd gebruiken. De pijnstillers zijn verkrijgbaar bij de drogist en apotheek. U dient deze zelf te kopen. De verpleegkundige legt u uit hoe u de pijnstillers thuis moet innemen en hoe u deze op basis van uw pijnklachten thuis kan afbouwen. Het is verstandig om de pijnstillers zo lang in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten. U kunt het volgende schema volgen:
- 4x daags 1000mg Paracetamol
- 3x daags 400mg Ibuprofen
- 1x daags 40 mg Pantoprazol
- Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantoprazol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
- Blijf Paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 1000 mg innemen en vervolgens stoppen.
Wond
De wond is meestal onderhuids gehecht. Deze hechtingen lossen vanzelf op en hoeven dus niet verwijderd te worden. De wond is niet afgedekt met verband.
U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. Als de wond gesloten is, kunt u vanaf de dag na de operatie onder de douche. Het gebruik van een bad of zwembad mag pas als de wond helemaal gesloten is. Dit is na ongeveer 2 weken het geval.
Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wond dagelijks bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:
- De huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen;
- U heeft toenemende pijn aan de wond;
- Er komt pus uit de wond;
- U heeft temperatuursverhoging (boven 38,5 graden Celsius).
U kunt contact opnemen met de polikliniek plastische chirurgie of met de verpleegkundig specialist van de plastisch chirurg, via het algemene nummer van het ziekenhuis. Telefoonnummer en bereikbaarheid staan in hoofdstuk 5 beschreven. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.
Drains
U gaat met drains naar huis. De verpleegkundige geeft u informatie over de verzorging van de drains. Indien er een prothese/expander geplaatst is blijft de drain minimaal vijf dagen in, ongeacht de productie. Dit om een betere hechting van het implantaat te bewerkstelligen. Zorgt u ervoor dat u, voor het verwisselen van de drainpot, alcoholdoekjes in huis heeft. Deze doekjes moeten per stuk verpakt zijn en 70% alcohol bevatten. U kunt deze doekjes kopen bij de drogist.
De drain kunt u bij uw huisarts laten verwijderen of van maandag t/m vrijdag op de verpleegkundige polikliniek. Belt u in dat geval voor een afspraak. Bij het ontslag krijgt u een draininstructiefolder mee waarin alle informatie die van belang is, terug te lezen is.
Leefregels:
Gedurende 6 weken moet u zware krachtsinspanning in het operatiegebied vermijden.
- U mag de eerste twee weken na de operatie niet autorijden en fietsen.
- Gedurende 6 weken: de arm niet hoger dan 90 graden heffen ten opzichte van de romp.
- Gedurende 3 weken niet op de geopereerde zijde liggen.
- Niet sporten, niet tillen, geen zwaar huishoudelijk werk, niet op de buik slapen.
- Pas na 6 weken eventueel starten met fysiotherapie.
- Een BH dragen hoeft niet, maar mag wel.
Let wel: Gedurende 3 maanden mag u geen BH met beugel dragen. Daarnaast mag een BH niet te strak zitten of knellen op het wondgebied.
- Een half jaar niet onbeschermd in de zon of onder de zonnebank.
- Niet onbeschermd zonnen. De huid beschermen met zonnefactor 20 a 30 en het dragen van een blouse of T-shirt.
Na 6 weken zijn er geen bewegingsbeperkingen meer en kunt u uw activiteiten weer hervatten.
Als er tijdens de operatie geen implantaat is geplaatst gelden de bovenstaande leefregels gedurende 3 weken.
Vulpoli
Het vullen van de tissue expander begint twee weken na de operatie en daarna elke twee weken tot de gewenste cupmaat is bereikt.
Stoelgang
In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren totdat dit weer normaal is. Het is raadzaam vezelrijke voeding te gebruiken en veel te drinken.
Vermoeidheid en activiteit
U kunt tijdens en na de behandeling last houden van vermoeidheid. Vermoeidheid wordt veroorzaakt door de behandeling, de ziekte zelf en doordat de conditie afneemt. Het is belangrijk dat u ondanks deze vermoeidheid voldoende blijft bewegen, zodat u in ieder geval uw conditie op peil houdt. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen. Hoeveel beweging goed en gezond is, is afhankelijk van uw startniveau. Na de behandeling kunt u desgewenst meedoen aan een revalidatieprogramma. Wilt u graag individueel advies of wilt u meer informatie over het volgen van een revalidatieprogramma neem dan gerust contact op met de fysiotherapeuten.
Voeding
Behandeling van borstkanker kan veel van uw lichaam vergen. Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de behandeling doorgaans beter aan en heeft u minder risico op complicaties. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Door de ziekte en behandeling is uw behoefte aan energie en eiwitten verhoogd. Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen, dan kan u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek.
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.
Intimiteit en seksualiteit
De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de medewerkers van de polikliniek Intimiteit, Seksualiteit en kanker. Deze medewerkers hebben ervaring in het bespreken van problemen rondom deze onderwerpen. Bij hen kunt u met al uw vragen en twijfels op dit gebied terecht. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL).
Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.
Verwerking
Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werkt een scala aan hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.
Contact met het ziekenhuis
Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:
- Temperatuursverhoging boven de 38,5 graden Celsius;
- Aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
- Benauwdheid en hoesten;
- Andere aan de behandeling gerelateerde problemen.
Neemt u bij voorkeur via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek 020 512 9111 contact op met de polikliniek. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.
5. Meer informatie
Het AVL is een opleidingsziekenhuis. Dit betekent dat artsen in opleiding tot chirurg betrokken kunnen zijn bij uw operatie om samen met de behandelend chirurg (een deel van) de operatie te verrichten of de chirurg te assisteren bij uw operatie. Als er een chirurg- in- opleiding bij uw operatie aanwezig is, maakt u hiermee kennis op de operatiekamer voordat de operatie begint.
Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de verschillende spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.