Plaatsen tissue expander

Inleiding

In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:

  • De ingreep
  • De periode voor de ingreep
  • De periode na de ingreep
  • Het ontslag
  • Meer informatie

Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag.

Wij verzoeken u deze schriftelijke informatie goed door te lezen voorafgaand aan uw telefonische afspraak met de verpleegkundige en uw eventuele vragen te noteren.

Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener.

In dit document vindt u informatie over het plaatsen van een tissue expander.

1. De ingreep

U wordt opgenomen voor het plaatsen van (een) tissue expander(s). Het primair aanbrengen van expander(s) onder de borstspier is een/de eerste fase van reconstructie. Deze ingreep wordt uitgevoerd ter reconstructie na verwijdering van uw borst(en). Er wordt onder de huid en onder de borstspier een siliconen ballon geplaatst die aansluitend aan de operatie in zes weken een aantal maal wordt bijgevuld met (zout)water. Hierdoor wordt de huid en de spier opgerekt zodat hieronder uiteindelijk een siliconen borstprothese geplaatst kan worden. De operatie duurt ongeveer een tot anderhalf uur.

Mogelijke complicaties

Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Bij deze ingreep bestaat er daarnaast een kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:

  • Infectie;
  • Nabloeding;
  • Huidnecrose;
  • Seroom.

Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.

2. De periode voor de ingreep

U wordt twee weken voordat de operatie plaats vindt gebeld door de afdeling Opname. Zij geven u de operatiedatum door. U krijgt tevens meer informatie over hoe laat en waar u zich in het ziekenhuis moet melden en over de verdere procedure.

Poliklinische voorbereiding:

Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:

  • De plastisch chirurg is eindverantwoordelijk voor uw chirurgisch medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
  • De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig geprotocolleerde medische handelingen in het chirurgische behandeltraject uitvoert, waaronder het verrichten van lichamelijk onderzoek, aanvragen van onderzoeken, opzetten van een behandelplan, het geven van voorlichting en de nacontrole.
  • De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden.
  • De verpleegkundige (VPK) informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. De VPK neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. De VPK kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen. De VPK vertelt u tevens waar u meer informatie kunt vinden over deze ingreep.

Dag van ingreep

Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

U wordt op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) verwijst u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.

Als u op de dag van de operatie komt, wordt u ontvangen op de opnamekamer. Vanaf de opnamekamer wordt u naar de operatie- of behandelkamer gebracht. Na de operatie komt u terug op een patiëntenkamer elders op de verpleegafdeling. Hier verblijft u in principe gedurende uw opname op de verpleegafdeling. Bagage/kleding wordt tijdelijk opgeslagen door de verpleegkundige in een locker en krijgt u terug na de operatie. Wij adviseren u waardevolle spullen te laten bewaren door een naaste.

Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. Indien door de plastisch chirurg een aftekening is gemaakt ten behoeve van de operatie, mag u niet met zeep gewassen/ geboend worden ter plaatse van het operatiegebied. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.

Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen.

De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.

Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de narcose wordt toegediend. Bij een ingreep aan beide zijden krijgt u eventueel een zeer dun ‘slangetje’ (epiduraalkatheter) in de rug aangebracht. Via dit ‘slangetje’ krijgt u tijdens en na de ingreep pijnbestrijding.

Afhankelijk van de grootte van de ingreep wordt er een blaaskatheter ingebracht voor de afvloed van urine.

3. De periode na de ingreep

Na de ingreep blijft u enige tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegafdeling gaat.

Op de verpleegafdeling komt de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met de behandelend specialist over het verloop van uw herstel. De plastisch chirurg komt dagelijks bij u langs.

Fraxiparine

Na de ingreep krijgt u dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine (in uw buik, bovenbeen of bovenarm), totdat u met ontslag gaat. Fraxiparine voorkomt een stolsel in een bloedvat (trombose).

Katheters, lijnen en drains

Na de ingreep heeft u een aantal ‘slangen’:

  • Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus bevindt zich in een ader in de arm. Zodra u in staat bent voldoende te drinken en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
  • Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste 24 uur na de ingreep.
  • Een epiduraalkatheter. Dit is een dun slangetje in de rug waardoor u pijnmedicatie krijgt toegediend. De medicatie die u via de epiduraalkatheter krijgt wordt afgebouwd en gestopt op geleide van uw pijnklachten en herstel. Zodra deze medicatie is gestopt, wordt de katheter verwijderd.
  • Een blaaskatheter voor de afvloed van urine. De blaaskatheter wordt verwijderd zodra de medicatie via de epiduraalkatheter is gestopt
  • Een of meerdere wonddrains uit het operatiegebied voor de afvloed van wondvocht.

Pijn

Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen in bed en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige zal u twee tot driemaal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.

Naast eventuele pijnbestrijding via de epiduraalkatheter krijgt u tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.

Misselijkheid

Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.

Wond

De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wond en insteekopening van de drain. De wond is niet afgedekt met verband.

Mobiliteit en fysieke activiteit

Vanaf de eerste dag na de ingreep gaat u uit bed. Dit is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.

Stoelgang

Na de ingreep functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.

Voeding

Als u zich goed voelt kunt u weer rustig starten met eten en drinken.

Wisselend verloop

Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.

Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij het CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. Uw verpleegkundige kan u in contact brengen met het CKvL.

4. Het ontslag

Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel en zelfstandigheid. Over het algemeen kunt u bij een enkelzijdige operatie na 1 dag het ziekenhuis verlaten. Na een dubbelzijdige operatie zal dat na ongeveer 3 à 4 dagen zijn. Houdt u er rekening mee dat u met drain(s) naar huis gaat. U krijgt draininstructie van de verpleegkundige.

De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.

Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de plastisch chirurg. Via een brief zal de chirurg uw huisarts op de hoogte stellen van de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.

Tijdelijke uitwendige prothese

Indien er na de operatie een groot verschil in volume tussen uw borsten is ontstaan kunnen we u ter overbrugging en tijdelijke prothese meegeven. De tijdelijke uitwendige prothese is gemaakt van fiberfill. Hierdoor heeft de prothese weinig gewicht. U kunt hem in de BH dragen tot het volumeverschil is aangepast door het vullen van de tissueexpander.

De periode na het ontslag

Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.

Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven.

Pijn

De pijn wordt veroorzaakt door oprekking van de borstspier (de tissue expander is achter de borstspier geplaatst). Dit geeft een strak gevoel. De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen afhankelijk van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.

U kunt het volgende schema volgen:

  • Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantoprazol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
  • Blijf Paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.

Tevens kan buikademhaling de pijnklachten verminderen.

Wond

De wond is meestal onderhuids gehecht. Deze hechtingen lossen vanzelf op en hoeven dus niet verwijderd te worden. De wond is niet afgedekt met verband.

U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. U mag de dag na de operatie weer douchen. Gebruik van bad of zwemmen mag na 2 weken. Dan is de wond helemaal dicht. Dep na het douchen de wond droog. Na twee weken, als de wond gesloten is en de korstjes weg zijn, kunt u het litteken insmeren met crème of olie om het litteken wat soepeler te maken.

Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd. Dit gevoel kan nog lang aanhouden, maar herstelt zich over het algemeen wel. Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wond dagelijks bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:

  • De huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen;
  • U heeft toenemende pijn aan de wond;
  • Er komt pus uit de wond;
  • U heeft temperatuurverhoging (boven 38,5 graden Celsius).

U kunt contact opnemen met de polikliniek via het algemene nummer van het ziekenhuis. Telefoonnummer en bereikbaarheid staan in hoofdstuk vijf beschreven.

Zorgt u ervoor dat u voor het verwisselen van de drainpot alcoholdoekjes in huis heeft. Deze doekjes moeten per stuk verpakt zijn en 70% alcohol bevatten. U kunt deze doekjes kopen bij de drogist.

De drain wordt verwijderd wanneer de productie twee dagen minder dan 50 ml per 24 uur is. De drain blijft maximaal 14 dagen zitten. Wanneer de drain na 12 dagen meer dan 50 ml produceert, volgt u de gegeven instructie op, door de witte naald in de groene dop te steken (pas op voor lekkage).

De drain kunt u bij uw huisarts laten verwijderen of van maandag tot en met vrijdag op de verbandpoli van de verpleegkundige. Belt u in dat geval vooraf voor een afspraak.

Stoelgang

In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren totdat dit weer normaal is. Het is raadzaam vezelrijke voeding te gebruiken en veel te drinken.

Vermoeidheid

U kunt lange tijd last houden van vermoeidheid. Een verklaring van de vermoeidheid is er niet altijd. Het is een duidelijk signaal van het lichaam dat er een grote rust/slaapbehoefte is. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen.

Activiteit

  • De eerste twee weken na de operatie mag u niet autorijden en fietsen. Dit i.v.m. wrijving van de borstspier over de prothese waardoor wondvocht productie toeneemt (en verschuiven mogelijk is).
  • Gedurende zes weken: de arm niet hoger dan 90 graden ten opzichte van de romp, niet sporten, niet tillen, geen zwaar huishoudelijk werk, niet op de buik slapen.
  • Pas na zes weken eventueel fysiotherapie.
  • Een sport BH dragen mag, maar een beugel BH pas weer dragen na drie maanden.
  • Een half jaar niet onbeschermd in de zon of onder de zonnebank.
  • Niet onbeschermd zonnen. De huid beschermen met zonnefactor 20 à 30 en het dragen van een blouse of T-shirt.

Na zes weken mag in principe alles weer, al moet men het wel rustig uitproberen. Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. Er bestaan verschillende mogelijkheden met betrekking tot revalidatie. Voor meer informatie over nazorg en revalidatie kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie.

Vulpoli

Het vullen van de tissue expander begint twee weken na de operatie en daarna elke twee weken tot de huid voldoende is opgerekt. Plaatsing van de definitieve prothese kan na vier tot zes maanden.

Door middel van een magneetje wordt het aanprikpunt van de tissue expander opgezocht. Via dit aanprikpunt in de tissue expander wordt deze op de poli gevuld.

Werkhervatting

Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.

Intimiteit en Seksualiteit

De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de medewerkers van de polikliniek Intimiteit, Seksualiteit en kanker. Deze medewerkers hebben ervaring in het bespreken van problemen rondom deze onderwerpen. Bij hen kunt u met al uw vragen en twijfels op dit gebied terecht. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL).

Concentratie

Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.

Verwerking

Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL) werkt een scala aan hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.

Contact met het ziekenhuis

Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:

  • Temperatuursverhoging boven de 38,5 graden Celsius;
  • Aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
  • Benauwdheid en hoesten;
  • Andere aan de behandeling gerelateerde problemen.

Neemt u bij voorkeur via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek 020 512 9111, kunt u contact opnemen met de polikliniek. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.

Drain

De drain kunt u bij uw huisarts laten verwijderen of van maandag t/m vrijdag op de verpleegkundige polikliniek. Belt u in dat geval voor een afspraak. U krijgt bij uw ontslag een draininstructie mee van de verpleegkundige.

5. Meer informatie

Het AVL is een opleidingsziekenhuis. Dit betekent dat artsen in opleiding tot chirurg betrokken kunnen zijn bij uw operatie om samen met de behandelend chirurg (een deel van) de operatie te verrichten of de chirurg te assisteren bij uw operatie. Als er een chirurg- in- opleiding bij uw operatie aanwezig is, maakt u hiermee kennis op de operatiekamer voordat de operatie begint.

Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de verschillende spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload