Borstverkleining
Inleiding
In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:
- De ingreep
- De periode voor de ingreep
- De periode na de ingreep
- Het ontslag
- Meer informatie
Dit document geeft u en uw naasten duidelijke informatie. U leest wat er gebeurt tijdens uw opname, de ingreep en het ontslag. Wij adviseren u en uw naasten om de informatie rustig te lezen. Zo weet u wat u kunt verwachten. Dit kan zorgen en onzekerheid verminderen.
Lees deze informatie goed vóór uw telefonische afspraak met de verpleegkundige. Schrijf uw vragen van tevoren op.
Uw situatie kan anders zijn dan hier staat. Dat is niet erg. U hoeft zich geen zorgen te maken. Uw behandelteam geeft u altijd uitleg die past bij uw situatie. Uw behandelteam bestaat uit artsen, verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen, fysiotherapeuten en diëtisten logopedisten en andere zorgverleners.
Deze informatie is een aanvulling op de gesprekken met uw zorgverleners. U kunt de tekst later nog eens rustig nalezen.
Wij adviseren u om iemand mee te nemen naar uw gesprekken met zorgverleners.
In dit document vindt u informatie over een borstverkleining (reductie).
1. De ingreep
U wordt opgenomen voor een borstverkleining. Deze ingreep gebeurt in principe in dagopname. De ingreep duurt één tot anderhalf uur.
Mogelijke complicaties
Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Bij deze ingreep bestaat er daarnaast een kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:
- Nabloeding
- Wondgenezingsstoornis
- Tepelnecrose (afsterven van tepel(hof))
- Vetnecrose (afsterven van vetweefsel)
- Seroom (ophoping van wondvocht)
Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.
2. De periode voor de ingreep
Twee weken voordat de operatie plaats vindt wordt u gebeld door de afdeling Opname. Zij geven u de operatiedatum door. U krijgt ook meer informatie over hoe laat en waar u zich in het ziekenhuis moet melden en over hoe de verdere procedure loopt.
Opname en Operatieplanning
Zodra de opnamedatum en/of operatiedatum bekend is, neemt de afdeling Opname twee weken voor de geplande opname/operatie datum telefonisch of schriftelijk (via de mail) contact met u op.
Poliklinische voorbereiding:
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:
- De plastisch chirurg is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en bespreekt het behandelplan met u. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
- De verpleegkundig specialist mamma chirurgie is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig geprotocolleerde medische handelingen in het chirurgische behandeltraject uitvoert. Waaronder het verrichten van lichamelijk onderzoek, aanvragen van onderzoeken, opzetten van een behandelplan, het geven van voorlichting en de nacontrole.
- De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden.
- De verpleegkundige (VPK) informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. De VPK neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. De VPK kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen.
Dag van ingreep
Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken. Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. Smeer uw huid niet in met crème of lotion. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. Eén van de gastdames of -heren brengt u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.
U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.
Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.
De plastisch chirurg komt bij u langs om het operatiegebied af te tekenen en te informeren of u nog vragen heeft.
Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicatie voor de narcose wordt toegediend.
3. De periode na de ingreep
Na de ingreep blijft u enige tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegafdeling gaat.
Katheters, lijnen en drains
Na de ingreep heeft u mogelijk een aantal ‘slangen’:
- Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus bevindt zich in een ader in de arm. Zodra u zelf voldoende kan drinken en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
- Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste 24 uur na de ingreep.
- Soms wordt een wonddrain in het operatiegebied geplaatst voor de afvloed van wondvocht.
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen in bed en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige vraagt u twee tot driemaal per dag om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.
U krijgt tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.
Misselijkheid
Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Wond
De verpleegkundige inspecteert de wond. De wond is niet afgedekt met verband. Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd. Dit komt door beschadiging van de huidzenuwen. Dit gevoel kan nog lang aanhouden, maar ook verminderd blijven.
Mobiliteit en fysieke activiteit
Bij terugkomst op de verpleegafdeling mag u uit bed voor toiletbezoek en op de stoel naast uw bed zitten.
4. Het ontslag
Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel en zelfstandigheid. Over het algemeen kunt u dezelfde dag of de volgende dag het ziekenhuis verlaten.
De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die volgt na ontslag. Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de plastisch chirurg. Via een brief stelt de chirurg uw huisarts op de hoogte van de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.
De volgende vijf alinea’s over protheses is informatie voor vrouwen.
Prothesevoorlichting
Na de operatie kan er verschil in grootte tussen uw borsten zijn.
De verpleegkundige overlegt met u of u een uitwendige prothese wilt gaan dragen. Er wordt dan voor ontslag een tijdelijke prothese worden aangemeten. Deze prothese is bedoeld als overgang naar de definitieve uitwendige siliconenprothese of ter overbrugging op een reconstructie door de plastisch chirurg.
Tijdelijke uitwendige prothese
De tijdelijke uitwendige prothese is gemaakt van fiberfill. Hierdoor heeft de prothese weinig gewicht. De prothese is verkrijgbaar in verschillende maten. Om de prothese goed te kunnen aanmeten wordt u verzocht een bh zonder beugels mee te nemen bij opname in het ziekenhuis. De verpleegkundige geeft u adviezen over het dragen van deze prothese. Na ongeveer drie maanden is de wond voldoende genezen om een definitieve uitwendige prothese te gaan dragen.
Definitieve uitwendige prothese
De definitieve uitwendige prothese is gemaakt van folie gevuld met siliconen en is zwaarder in gewicht. Er zijn protheses in verschillende modellen, maten en prijsklassen.
Adressen voor het aanschaffen van een definitieve prothese in uw woonomgeving kunt u vinden via: http://www.SEMH.
Adressen voor voorlichting over uitwendige borstprotheses kunt u vinden via: www.borstkanker.nl
In het Antoni van Leeuwenhoek is het mogelijk om informatie en voorlichting te krijgen over uitwendige borstprotheses. U kunt hiervoor een afspraak maken via het Centrum Patienteninformatie van het ziekenhuis.
Machtiging
Tijdens de prothesevoorlichting ontvangt u een machtigingsformulier. Hiermee kunt u na de aanschaf van de definitieve prothese (een deel van) de kosten declareren bij uw zorgverzekeraar. Het te vergoeden bedrag hangt af van uw zorgverzekeraar en van de (aanvullende) verzekering die u heeft. Informeer vooraf bij uw zorgverzekeraar, dan komt u niet voor financiële verrassingen te staan.
De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.
Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven:
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen naar mate van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.
U kunt het volgende schema volgen:
- Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantoprazol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
- Blijf Paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 1000 mg innemen en vervolgens stoppen.
Tevens kan buikademhaling de pijnklachten verminderen.
Wond
De wond is onderhuids gehecht. Deze hechtingen lossen vanzelf op en hoeven niet verwijderd te worden. De wond is niet afgedekt met verband. De eerste dag na de operatie kunt u douchen, maar u mag nog niet in bad. Wanneer er geen korstjes meer op het litteken zitten, meestal na ongeveer twee weken, is de wond geheel gesloten. Dan kunt u in bad en eventueel het litteken insmeren en masseren met crème of olie om het litteken soepeler te maken.
Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wond dagelijks bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:
- De huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen.
- U heeft toenemende pijn aan de wond.
- Er komt troebel uitziend vocht uit de wond.
- U heeft temperatuursverhoging (boven 38,5 graden Celsius).
U kunt contact opnemen met de polikliniek plastische chirurgie balie 3 of met de verpleegkundig specialist van de plastisch chirurg, via het algemene nummer van het ziekenhuis. Telefoonnummer en bereikbaarheid staan in hoofdstuk 5 beschreven. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.
Leefregels
- De eerste drie weken na de ingreep mag u niet zwaar tillen.
- De eerste drie weken geen zwaar huishoudelijk werk verrichten, zoals stofzuigen en ramen lappen.
- De eerste drie weken niet intensief sporten.
- Zwemmen mag na twee weken.
Een sport bh dragen mag, een beugel bh pas weer dragen na drie maanden.
Vermoeidheid en activiteit
U kunt tijdens en na de behandeling last houden van vermoeidheid. Vermoeidheid wordt veroorzaakt door de behandeling, de ziekte zelf en doordat de conditie afneemt. Het is belangrijk dat u ondanks deze vermoeidheid voldoende blijft bewegen, zodat u in ieder geval uw conditie op peil houdt. Hoeveel beweging goed en gezond is, is afhankelijk van uw startniveau.
Na de behandeling kunt u desgewenst meedoen aan een revalidatieprogramma. Wilt u graag individueel advies of wilt u meer informatie over het volgen van een revalidatieprogramma, neem gerust contact op met de fysiotherapeuten.
Voeding
Behandeling van borstkanker kan veel van uw lichaam vragen. Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de behandeling doorgaans beter aan en heeft u minder risico op complicaties. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Door de ziekte en behandeling is uw behoefte aan energie en eiwitten verhoogd. Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen, dan kan u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek.
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.
Intimiteit en seksualiteit
De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de medewerkers van de polikliniek Intimiteit, Seksualiteit en kanker. Deze medewerkers hebben ervaring in het bespreken van problemen rondom deze onderwerpen. Bij hen kunt u met al uw vragen en twijfels op dit gebied terecht. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL).
Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.
Verwerking
Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werkt een scala aan hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, creatief therapeuten.
Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.
5. Meer informatie
Het AVL is een opleidingsziekenhuis. Dit betekent dat artsen in opleiding tot chirurg betrokken kunnen zijn bij uw operatie om samen met de behandelend chirurg (een deel van) de operatie te verrichten of de chirurg te assisteren bij uw operatie. Als er een chirurg- in- opleiding bij uw operatie aanwezig is, maakt u hiermee kennis op de operatiekamer voordat de operatie begint.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.