Schildwachtklier-

procedure

Inleiding

In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:

  • De ingreep
  • De periode voor de ingreep
  • De periode na de ingreep
  • Het ontslag
  • Meer informatie

Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag.

Wij verzoeken u deze schriftelijke informatie goed door te lezen voorafgaand aan uw telefonische afspraak met de verpleegkundige en uw eventuele vragen te noteren.

Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener.

In dit document vindt u informatie over de schildwachtklier procedure (ook wel Sentinel Node procedure) voor de start van chemotherapie of radiotherapie.

1. De ingreep

Voor de start van uw behandeling wordt er een schildwachtklierprocedure uitgevoerd. Hieronder vindt u een beschrijving van deze procedure.

Schildwachtklierprocedure

De tumor kan zich uitzaaien naar lymfeklieren. De schildwachtklier, ook wel poortwachtklier of sentinel node genoemd, is de lymfeklier die via een lymfebaan een directe verbinding heeft met de tumor. Als de tumor zich uitzaait via de lymfebanen wordt deze lymfeklier als eerste aangedaan. Het kan gaan om één of meerdere lymfeklieren. De schildwachtklier zit in 90 procent van de gevallen in de oksel en in 10 procent ook op andere plaatsen, bijvoorbeeld naast het borstbeen. Als de schildwachtklier geen tumorcellen bevat, is de kans klein dat de overige lymfeklieren tumorcellen bevatten.

De schildwachtklierprocedure bestaat uit 2 onderdelen.

  • Het opsporen van de klier(en) dmv een nucleair onderzoek.
  • Het operatief verwijderen van de klier(en) tijdens de ingreep en onderzoeken op de aanwezigheid van tumorcellen.

De schildwachtklier wordt opgespoord met behulp van een lymfescan. Dit vindt een dag voor de chirurgische ingreep, of op de dag van de chirurgische ingreep plaats. U wordt op de afgesproken tijd verwacht op de afdeling Nucleaire Geneeskunde.

Een kleine hoeveelheid radioactieve vloeistof wordt geïnjecteerd in de borst. Na de injectie moet de vloeistof gedurende ca. 2 uur inwerken. Deze radioactieve vloeistof heeft geen nadelige gevolgen. De vloeistof verspreidt zich via de lymfebanen naar de schildwachtklier(en). Twee uur na toediening van de vloeistof vinden opnames plaats Hierbij worden een of meerdere schildwachtklieren afgebeeld. De locatie van de zichtbare schildwachtklier(en) zal worden aangetekend op de huid. De klier is nu gelokaliseerd en blijft tot de volgende dag radioactief. Hierdoor kan de chirurg de schildwachtklier(en) tijdens de operatie vinden en verwijderen.

Soms wordt er tijdens de ingreep gebruik gemaakt van blauwe inkt. Deze wordt door de chirurg in de tumor gespoten. Deze inkt volgt de lymfebanen naar de schildwachtklier. Zowel de blauwe kleur van de inkt als de radioactieve stof markeren nu de klier die de chirurg moet verwijderen. Door de blauwe inkt kan tot twee dagen na de ingreep de urine en soms de huid blauw/groen kleuren. U leest meer over deze procedure in de folder ’Schildwachtklierprocedure bij borstkanker’.

Het verwijderen van de schildwachtklier duurt ongeveer een half uur.

Mogelijke complicaties

Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Bij deze ingreep bestaat er daarnaast een kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:

Complicaties na het verwijderen van de schildwachtklier:

  • Nabloeding;
  • Infectie;
  • seroom, lymfevocht ophoping in het wondgebied

Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.

Het weefselonderzoek

Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog-anatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. Bij ontslag krijgt u hiervoor een (bel) afspraak mee.

2. De periode voor de ingreep

U wordt twee weken voordat de operatie plaats vindt gebeld door de afdeling Opname. Zij geven u de operatiedatum door. U krijgt tevens meer informatie over hoe laat en waar u zich in het ziekenhuis moet melden en over de verdere procedure.

Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek

Ter voorbereiding op de ingreep zijn er een aantal onderzoeken noodzakelijk. De chirurg of verpleegkundig specialist heeft u hierover geïnformeerd.

Poliklinische voorbereiding: medewerkers

Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:

  • De chirurg is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
  • De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig geprotocolleerde medische handelingen in het chirurgische behandeltraject uitvoert, waaronder het verrichten van lichamelijk onderzoek, aanvragen van onderzoeken, opzetten van een behandelplan, geven van voorlichting en na controle.
  • De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden.
  • De verpleegkundige(VPK) informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. De VPK neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. De VPK kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen.

Dag van ingreep

Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

U wordt op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. U wordt vervolgens verwezen naar de Dagopname waar u opgenomen wordt. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.

Op de dag van de ingreep kunt u zich was¬sen of dou¬chen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd en ondergoed van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.

Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.

Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de narcose wordt toegediend.

3. De periode na de ingreep

Na de ingreep blijft u enige tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegafdeling gaat.

Katheters, lijnen en drains

Na de ingreep heeft u een aantal ‘slangen’:

  • Een infuus (dun slangetje in het bloedvat) voor vocht- en medicatietoediening. Zodra u in staat bent voldoende te drinken en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
  • Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste uren na de ingreep.

Pijn

Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen in bed en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige zal u twee tot driemaal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.U krijgt tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.

Misselijkheid

Misselijkheid na de ingreep komt weinig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.

Wond

De verpleegkundige inspecteert de wond regelmatig. De wond wordt onderhuids gehecht, er hoeven geen hechtingen te worden verwijderd. De wond is niet afgedekt met verband.

Wisselend verloop

De verpleegkundige kan u ondersteuning bieden op zowel lichamelijk als op emotioneel gebied. Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij het CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. De verpleegkundige kan u in contact brengen met het CKvL.

4. Het ontslag

Deze ingreep vindt plaats op de afdeling Dagbehandeling.

Het is van belang dat u door iemand opgehaald wordt uit het ziekenhuis en dat er de eerste nacht iemand bij u aanwezig is.

De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.

Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor de uitslag.

Via een brief zal de chirurg uw huisarts op de hoogte stellen van de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.

De periode na het ontslag

Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.

Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven.

Pijn

De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.

U kunt het volgende schema volgen:

  • Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
  • Blijf Paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.

Wondverzorging

De wond is onderhuids gehecht. Deze hechtingen lossen vanzelf op en hoeven dus niet verwijderd te worden. De wond is niet afgedekt met verband.

U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. De dag na de ingreep kunt u weer douchen Het gebruik van een bad of zwembad mag pas weer na 2 weken, dan is de wond volledig gesloten.

Als er geen korstjes meer op het litteken zitten, meestal na ongeveer twee weken, is de wond geheel gesloten. U kunt dan het litteken insmeren en masseren met crème of olie. Hiermee maakt u het litteken wat soepeler. Het gevoel van de huid in het gebied rondom het litteken is na de operatie vaak veranderd door beschadiging van huidzenuwen. Dit kan blijvend zijn. Soms treedt er seroomvorming (ophoping van wondvocht) op in het gebied van het litteken. Dit is voelbaar en zichtbaar als een zwelling. Het vocht verdwijnt na verloop van tijd vanzelf. Indien u er last/pijn van ervaart kunt u het vocht laten puncteren. Daarvoor kunt u een afspraak maken bij de verpleegkundige op de mammapoli of uw huisarts.

Vermoeidheid

U kunt last hebben van vermoeidheid. Een verklaring van de vermoeidheid is er niet altijd. Het is een duidelijk signaal van het lichaam dat er een grote rust/slaapbehoefte is. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen.

Activiteit

Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor het behouden en de opbouw van uw conditie. Zwemmen mag bij een gesloten wond, na ongeveer twee weken. Er bestaan verschillende mogelijkheden met betrekking tot revalidatie. Voor meer informatie over nazorg en revalidatie kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie.

Werkhervatting

Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.

Intimiteit en seksualiteit

Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken.

Concentratie

Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.

Verwerking

Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werkt een scala aan hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijke verzorgers, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.

Contact met het ziekenhuis

Neem contact op met het ziekenhuis als u binnen de eerste 24 uur na de ingreep de onderstaande lichamelijke problemen ervaart:

  • Temperatuursverhoging boven de 38,5 graden Celsius;
  • Aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
  • Als er sprake is van een (snel) toenemende zwelling in het wondgebied met eventueel bloedlekkage via de wond;
  • Andere aan de behandeling gerelateerde problemen.

Neemt u bij voorkeur via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek 020 512 9111, contact op met de verpleegkundige. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.

5. Meer informatie

Het AVL is een opleidingsziekenhuis. Dit betekent dat artsen in opleiding tot chirurg betrokken kunnen zijn bij uw operatie om samen met de behandelend chirurg (een deel van) de operatie te verrichten of de chirurg te assisteren bij uw operatie. Als er een chirurg- in- opleiding bij uw operatie aanwezig is, maakt u hiermee kennis op de operatiekamer voordat de operatie begint.

Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de verschillende spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload