Borstamputatie met directe reconstructie
Inleiding
In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:
- De ingreep
- De periode voor de ingreep
- De periode na de ingreep
- Het ontslag
- Meer informatie
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag.
Wij verzoeken u deze schriftelijke informatie goed door te lezen voorafgaand aan uw afspraak met de verpleegkundige en uw eventuele vragen te noteren.
Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundig specialisten, fysiotherapeuten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener.
In dit document vindt u informatie over het verwijderen van de borst (ablatio), waarbij tijdens dezelfde operatie ook een prothese of tissue expander wordt geplaatst.
1. De ingreep
De chirurg en de plastisch chirurg hebben u geïnformeerd over de ingreep die u zult ondergaan. Zij voeren samen deze operatie uit. Een skin sparing (huidsparende) ablatio is het wegnemen van het borstklierweefsel waarbij de huid van de borst gespaard blijft. Tijdens deze operatie wordt direct een prothese of tissue expander (TE) onder de borstspier geplaatst. De contour van de borst blijft hierbij zoveel als mogelijk bestaan. Door middel van steunhechtingen wordt de contour gemaakt en blijft de prothese/TE op de juiste plek zitten. Soms kan de tepel gespaard worden, de chirurg bepaalt of dit mag en de plastisch chirurg bekijkt of dit mogelijk is.
Contra-indicaties
Roken geeft een sterk verhoogd risico op complicaties bij deze operatie. De kans op infectie van de prothese na de operatie is groot als u rookt. Ook verhoogt roken het risico op necrose. Necrose betekent dat het weefsel van het operatiegebied afsterft door een slechtere doorbloeding. Wij adviseren zolang mogelijk voor de operatie te stoppen met roken. Indien dit een probleem voor u is, kunt u contact opnemen met onze ‘Stoppen met Roken poli’. Ook bij overgewicht en/of grote(re) borsten is de kans op infectie groter.
De arts bespreekt dit verder met u.
Mogelijke complicaties
Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Bij deze ingreep bestaat er daarnaast een kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:
Complicaties na het verwijderen van de borst:
- Nabloeding;
- Infectie van de prothese;
- Afsterving van de huid (necrose, dit is de eerste dagen al merkbaar);
- Seroomvorming (vochtophoping in het wondgebied).
Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.
Gevolgen van de ingreep
Door het verwijderen van het borstklierweefsel zal ook het gevoel in de huid en tepel sterk verminderd zijn. Dit betekent dat u aanrakingen hiervan niet of veel minder zal voelen. Ook zal de nieuwe borst minder warm aanvoelen dan voorheen.
Het weefselonderzoek
Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog-anatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. U krijgt de uitslag van het onderzoek op de polikliniek of telefonisch van de chirurg of verpleegkundig specialist. Bij ontslag krijgt u hiervoor een afspraak mee.
2. De periode voor de ingreep
U wordt zo snel mogelijk gebeld door de afdeling Opname. Zij geven u de operatiedatum door. U krijgt tevens meer informatie over hoe laat en waar u zich in het ziekenhuis moet melden en over de verdere procedure.
Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de ingreep is er een aantal onderzoeken noodzakelijk. De chirurg of verpleegkundig specialist informeert hierover.
Poliklinische voorbereiding:
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:
- De chirurg is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en bespreekt het behandelplan met u. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
- De plastisch chirurg informeren u over de reconstructiemogelijkheden.
- De verpleegkundig specialist mamma chirurgie is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig geprotocolleerde medische handelingen in het chirurgische behandeltraject uitvoert. Waaronder het verrichten van lichamelijk onderzoek, aanvragen van onderzoeken, opzetten van een behandelplan, het geven van voorlichting en de nacontrole. Zij wordt uw vast contactpersoon tijdens uw behandeling en nacontrole.
- De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden.
- De verpleegkundige (VPK) informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis en na het ontslag. De VPK neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. De VPK kan in overleg met u andere disciplines inschakelen (zoals diëtiste, maatschappelijk werker). De VPK vertelt u daarnaast waar u meer informatie kunt vinden over uw ziekte.
Opname en operatieplanning
Zodra de opnamedatum en/of operatiedatum bekend is, neemt de afdeling Opname twee weken voor de geplande opname en/of operatiedatum telefonisch of schriftelijk (via de mail) contact met u op.
De avond voor de opname start u met het wasprotocol dat u heeft gekregen van de plastisch chirurg.
Dag van opname
Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.
U wordt op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) wijst u de weg naar de verpleegetage waar u zich meldt bij het secretariaat. U wordt dan opgehaald door de opnameverpleegkundige, die u klaar maakt voor de operatie.
Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. Gebruik ook dan weer de lotion van het wasprotocol.
U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion.
U krijgt een operatiehemd en ondergoed van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.
Voor de operatie wordt het operatieplan op uw lichaam getekend door de plastisch chirurg.
Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.
Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicatie voor de narcose wordt toegediend. Bij een dubbelzijdige borstamputatie met reconstructie wordt er een zeer dun “slangetje” (epiduraalkatheter) in de rug aangebracht. Via dit “slangetje” krijgt u tijdens en na de ingreep pijnbestrijding. Er wordt een blaaskatheter ingebracht voor de afvloed van urine.
3. De periode na de ingreep
Na de ingreep blijft u enige tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegafdeling gaat. Indien u dubbelzijdig bent geopereerd krijgt u na de operatie een aantal dagen een injectie met het middel Fraxiparine in uw buik, bovenbeen of bovenarm. Fraxiparine voorkomt een stolsel in een bloedvat (trombose).
Op de verpleegafdeling komt de afdelingsarts en de plastisch chirurg elke dag bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt.
Katheters, lijnen en drains
Na de ingreep heeft u een aantal ‘slangen’:
- Een infuus (dun slangetje in het bloedvat) voor vocht- en medicatietoediening. Zodra u in staat bent voldoende te drinken en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
- Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste uren na de ingreep.
- Een of meerdere wonddrains uit het operatiegebied voor de afvloed van wondvocht.
- Een epiduraalkatheter (alleen indien er een dubbelzijdige amputatie met reconstructie is verricht). Dit is een dun slangetje in de rug waardoor u pijnmedicatie krijgt toegediend. De medicatie die u via de epiduraalkatheter krijgt wordt afgebouwd en gestopt op geleide van uw pijnklachten en herstel.
- Een blaaskatheter voor de afvloed van urine (alleen indien u ook een epiduraalkatheter heeft). De blaaskatheter wordt verwijderd zodra u voldoende mobiliseert.
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen en in bed en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige vraagt u twee- tot driemaal per dag om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10. U krijgt naast de pijnstilling via het epiduraalkatheter ook tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.
Misselijkheid
Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Wond
De verpleegkundige inspecteert regelmatig de wond en draininsteekplaats. De wond is niet afgedekt met verband.
Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd. Dit komt door het doorsnijden van de huidzenuwen tijdens de operatie. De gevoelloosheid die daardoor ontstaat is meestal blijvend.
Fysieke activiteiten
Vanaf de dag van de ingreep mag u uit bed. Dit is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang. Door de wond en de aanwezigheid van een aantal ‘slangen’ wordt u weliswaar beperkt in uw bewegingsvrijheid, maar al vanaf de eerste dag na de operatie mag u uit bed en lopen/bewegen. Uw familie mag u daarbij tijdens bezoekuren ook helpen.
U mag uw arm(en) niet hoger optillen dan 90 graden ten opzichte van de romp en geen krachtsinspanning leveren. We adviseren u de buikspieren te gebruiken bij houdingswisseling in bed.
Voeding
Als u zich goed voelt kunt u weer starten met eten en drinken.
Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.
Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij het CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. De verpleegkundige kan u in contact brengen met het CKvL.
4. Het ontslag
Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel en zelfstandigheid. Over het algemeen kunt u na een enkelzijdige operatie de dag na de operatie het ziekenhuis verlaten. Na een dubbelzijdige operatie kunt u doorgaans na 2-3 dagen met ontslag. Houdt u er rekening mee dat u met drain(s) naar huis gaat. U krijgt hiervoor draininstructie van de verpleegkundige.
De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, met uw naaste. Tijdens dit gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die volgt na het ontslag.
Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de plastisch chirurg. Via een brief stelt de chirurg uw huisarts op de hoogte van de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling. U krijgt een prothesekaartje mee met daarop de gegevens van de prothese.
Fysiotherapie
Indien u een okselkliertoilet heeft gehad krijgt u een folder mee en worden er afspraken gemaakt bij onze mammacare fysiotherapie.
De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.
Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven:
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.
U kunt het volgende schema volgen:
- Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
- Blijf Paracetamol drie- tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 1000 mg innemen en vervolgens stoppen.
- Bij een dubbelzijdige operatie heeft u -naast de bovenstaande medicijnen- Morfine gekregen.
- U begint dan eerst met het afbouwen van de langwerkende Morfine. U mag dan nog zo nodig bij pijn de kortwerkende Morfine blijven gebruiken.
- Daarna bouwt u zoals bovenstaand eerst de Ibuprofen en dan de Paracetamol af.
Wond
De wond is onderhuids gehecht. Deze hechtingen lossen vanzelf op en hoeven niet verwijderd te worden. De wond is niet afgedekt met verband. De eerste dag na de operatie kunt u douchen, maar u mag nog niet in bad. Wanneer er geen korstjes meer op het litteken zitten, meestal na ongeveer twee weken, is de wond geheel gesloten. Dan kunt u in bad en eventueel het litteken insmeren en masseren met crème of olie om het litteken soepeler te maken. Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wond dagelijks bekijken.
Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:
- De huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen;
- U heeft toenemende pijn aan de wond;
- Er komt troebel uitziend vocht uit de wond;
- U heeft temperatuursverhoging (boven 38,5 graden Celsius).
U kunt contact opnemen met de polikliniek plastische chirurgie balie 3 of met de verpleegkundig specialist van de plastisch chirurg via het algemene nummer van het ziekenhuis. Telefoonnummer en bereikbaarheid staan in hoofdstuk 5 beschreven. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.
Indien u een okselkliertoilet heeft gehad kan er seroom (wondvocht) optreden in het okselgebied. De verpleegkundige legt u uit wat u in dit geval kunt doen.
Stoelgang
In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren totdat dit weer normaal is. Het is raadzaam vezelrijke voeding te gebruiken en veel te drinken.
Leefregels
- De eerste twee weken na de operatie mag u niet autorijden en fietsen. Dit i.v.m. wrijving van de borstspier over de prothese, waardoor de wondvochtproductie toeneemt (en verschuiven mogelijk is).
- Gedurende de eerste zes weken mag de arm niet hoger dan 90 graden ten opzichte van de romp geheven worden, niet sporten, tillen (max 3kg), fysiotherapie en niet op de buik slapen.
- BH: Inien u een prothese heeft die voor de spier is geplaatst, dient u gedurende 3 weken dag en nacht een sportbh of postoperatieve bh te dragen zonder beugels.
- Gedurende 3 maanden mag u geen BH met beugel dragen. Daarnaast mag een BH niet te strak zitten of knellen op het wondgebied.
- Het eerste jaar mag u niet onbeschermd in de zon of onder de zonnebank.
- Niet onbeschermd houdt in: huid beschermen met zonnebrandfactor 50 en elk 1,5 uur controleren of de huid van de borst niet rood wordt. De zon gaat dwars door de kleding heen en zwarte kleding houdt de warmte vast. Door de ongevoeligheid van de huid voelt u niet wat er gebeurt. Na zes weken mag in principe alles weer en na drie maanden moet u alles weer kunnen. Sporten waarbij vooral de borstspier gebruikt wordt zoals tennis, roeien, paardrijden, hockey etc. pas weer na drie maanden.
Drains
Indien er een prothese/expander geplaatst is blijft de drain minimaal vijf dagen in, ongeacht de productie. Dit om een betere hechting van het implantaat te bewerkstelligen. De drain wordt verwijderd wanneer, op dag 6 de productie twee dagen minder dan 50 ml per 24 uur is. De drain blijft maximaal veertien dagen zitten. Wanneer de drain na twaalf dagen meer dan 50 ml produceert, volgt u de instructie op, door de witte naald in de groene dop te steken (pas op voor lekkage). De drain kunt u door uw huisarts laten verwijderen of op de verpleegkundige chirurgiepoli. Dit kan van maandag tot en met vrijdag. Belt u in dat geval vooraf voor een afspraak. Ook in het weekend is het mogelijk om de drains te laten verwijderen. Hiervoor kunt u via het algemeen telefoonnummer contact opnemen met het WAN-hoofd.
Vermoeidheid en activiteit
U kunt tijdens en na de behandeling last houden van vermoeidheid. Vermoeidheid wordt veroorzaakt door de behandeling, de ziekte zelf en doordat de conditie afneemt. Het is belangrijk dat u ondanks deze vermoeidheid voldoende blijft bewegen, zodat u in ieder geval uw conditie op peil houdt. Hoeveel beweging goed en gezond is, is afhankelijk van uw startniveau.
Na de behandeling kunt u desgewenst meedoen aan een revalidatieprogramma. Wilt u graag individueel advies of wilt u meer informatie over het volgen van een revalidatieprogramma? Neem gerust contact op met de fysiotherapeuten.
Voeding
Behandeling van borstkanker kan veel van uw lichaam vergen. Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de behandeling doorgaans beter aan en heeft u minder risico op complicaties. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Door de ziekte en behandeling is uw behoefte aan energie en eiwitten verhoogd. Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen, dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek.
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.
Intimiteit en seksualiteit
Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken. De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de polikliniek Intimiteit, seksualiteit en kanker. Deze medewerkers hebben ervaring in het bespreken van problemen rondom intimiteit, seksualiteit en kanker. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL).
Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.
Verwerking
Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werkt een scala aan hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.
Continuïteitsbezoek
De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen bij de thuiszorgorganisatie in uw regio of via Care for Cancer. Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding. Een continuïteitsbezoek kunt u aanvragen via de thuiszorgorganisatie in uw woonplaats of via www.careforcancer.nl. U kunt bij uw zorgverzekeraar informeren of de kosten voor Care for Cancer worden vergoed.
5. Meer informatie
Het AVL is een opleidingsziekenhuis. Dit betekent dat artsen in opleiding tot (plastisch) chirurg betrokken kunnen zijn bij uw operatie om samen met de behandelend chirurg (een deel van) de operatie te verrichten of de chirurg te assisteren bij uw operatie. Als er een chirurg-in-opleiding bij uw operatie aanwezig is, maakt u hiermee kennis op de operatiekamer voordat de operatie begint.
Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de verschillende spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.