Melanoom, excisie en schildwachtklier

Inleiding

In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:

  • De ingreep
  • De periode voor de ingreep
  • De periode na de ingreep
  • Het ontslag
  • Meer informatie

Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij moedigen u en uw naasten aan om deze informatie goed door te lezen, zodat uw herstel zo min mogelijk belemmerd wordt door onzekerheid en zorgen.

Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundig specialist, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.

In dit document vindt u informatie over het verwijderen van een melanoom of het ruimer uitnemen van het melanoomlitteken en de schildwachtklierprocedure.

1. De ingreep

De dag voor de operatie en een enkele keer op de operatie dag zelf wordt op de afdeling Nucleaire Geneeskunde de schildwachtklier gelokaliseerd met een lymfescan. Na de lymfescan wordt de schildwachtklier tijdens de operatie opgespoord en verwijderd. Het melanoom of het litteken van het melanoom wordt met een marge gezond weefsel verwijderd.

De ingreep duurt, afhankelijk van de locatie van het melanoom anderhalf tot drie uur.

Schildwachtklierprocedure

Het melanoom kan zich uitzaaien naar lymfeklieren. De schildwachtklier, ook wel poortwachtklier of sentinel node genoemd, is de lymfeklier die via een lymfebaan een directe verbinding heeft met de tumor. Als de tumor zich uitzaait via de lymfebanen wordt deze lymfeklier als eerste aangedaan. Het kan gaan om één of meerdere lymfeklieren. Als de schildwachtklier geen tumorcellen bevat, is de kans klein dat de overige lymfeklieren tumorcellen bevatten. Bij de schildwachtklierprocedure wordt de schildwachtklier opgespoord en onderzocht op de aanwezigheid van tumorcellen. De schildwachtklier kan op twee manieren worden opgezocht. Meestal wordt ervoor gekozen alleen de eerste methode uit te voeren. In zeldzame gevallen wordt daarna ook nog de tweede methode gebruikt. Hieronder worden beide methoden toegelicht.

Eerste methode

De schildwachtklier wordt opgespoord met behulp van een lymfescan. Op de afdeling Nucleaire Geneeskunde wordt het melanoom of het litteken verdoofd met een spray. Na enkele minuten worden rondom de afwijking 4 injecties gegeven met een kleine hoeveelheid radioactieve vloeistof. Deze radioactieve vloeistof heeft geen nadelige gevolgen. De vloeistof verspreidt zich via de lymfebanen naar de schildwachtklier(en). Vervolgens worden meerdere opnames (scans) gemaakt. Hierbij worden één of meerdere schildwachtklieren afgebeeld. De schildwachtklier blijft tot de volgende dag radioactief, zodat de chirurg ook tijdens de ingreep de schildwachtklier kan vinden.

Tweede methode

Een tweede methode gebeurt heel soms tijdens de ingreep onder narcose. De chirurg spuit dan blauwe inkt in de tumor. Deze inkt volgt de lymfebanen naar de schildwachtklier. Zowel de blauwe kleur van de inkt als de radioactieve stof markeren nu de klier die de chirurg moet verwijderen. Door de blauwe inkt kan tot twee dagen na de ingreep de urine en soms de huid blauw/groen kleuren.

De schildwachtklier wordt na de operatie bekeken door de patholoog anatoom. De uitslag hiervan hoort u tijdens uw afspraak ongeveer tien dagen na de operatie, dit is meestal een telefonische afspraak. Als er tumorcellen zijn gevonden in de schildwachtklier zal de arts met u bespreken welke nabehandeling nodig is. In enkele gevallen zal het verwijderen van de overige lymfklieren worden voorgesteld.

Mogelijke complicaties

Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie en nabloeding. Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.

Het weefselonderzoek

Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog anatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. U krijgt de uitslag van het onderzoek meestal telefonisch. Bij ontslag krijgt u hiervoor een afspraak mee.

2. De periode voor de ingreep

U wordt twee weken voordat de operatie plaats vindt gebeld of gemaild door de afdeling Opname. Zij geven u de operatiedatum door. U krijgt tevens meer informatie over hoe laat en waar u zich in het ziekenhuis moet melden en over de verdere procedure.

Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek

Ter voorbereiding op de ingreep zijn er een aantal onderzoeken noodzakelijk. De chirurg heeft u hierover geïnformeerd.

Poliklinische voorbereiding:

Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:

  • De chirurg is eindverantwoordelijk voor uw medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
  • De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die u nadere uitleg geeft over de ingreep, opname in het ziekenhuis en de tijd na ontslag. U kunt aan de verpleegkundig specialist vragen stellen die u nog heeft na het bezoek aan de chirurg. Hij of zij vraagt naar uw medische geschiedenis en uw huidige gezondheid en verricht een algemeen lichamelijk onderzoek. Na dit gesprek is de verpleegkundig specialist uw contactpersoon voor u en uw naasten tot aan de opname in het ziekenhuis. Vervolgens ziet u de verpleegkundig specialist bij een eventuele controle op de polikliniek.
  • De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog instrueert u over uw medicijngebruik.

Dag van opname

Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

U wordt op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis. U meldt zich bij de receptie in de centrale hal. Eén van de gastdames of -heren brengt u naar de verpleegetage. Op de verpleegafdeling kunt u zich melden bij de secretaresse. Later wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.

De verpleegkundige neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. Gedurende u verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg. De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand.

Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.

Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de operatie een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.

Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicatie voor de narcose wordt toegediend.

3. De periode na de ingreep

Na de ingreep blijft u enige tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegafdeling gaat.

Katheters, lijnen en drains

Na de ingreep heeft u een aantal ‘slangen’:

  • Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Zodra u in staat bent voldoende te drinken en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
  • Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Zodra u goed wakker bent is dit niet meer nodig.

Pijn

Goede pijnbestrijding is belangrijk voor uw herstel. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft.

De verpleegkundige zal u vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.

U krijgt tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.

Misselijkheid

Misselijkheid na de operatie komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.

Wond

De verpleegkundige inspecteert de wond. De wond is niet afgedekt met verband.

4. Het ontslag

Ontslag volgt aan het eind van de middag indien:

  • De chirurg erin toestemt;
  • U zich goed voelt;
  • U heeft gegeten en gedronken en niet misselijk bent;
  • De pijn draaglijk is;
  • U heeft geürineerd;
  • De wond er rustig uit ziet;
  • U de eerste 24 uur niet alleen thuis bent.

Het is van belang dat u door iemand opgehaald wordt uit het ziekenhuis.

De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. U wordt voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.

Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor de uitslag van het weefselonderzoek bij de chirurg. Via een brief zal de chirurg uw huisarts op de hoogte stellen van de operatie, het verloop tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.

De specialist komt tijdens de dag opname niet altijd langs, de zaalarts is deze dag verantwoordelijk voor uw zorg.

De periode na het ontslag

Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.

Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven.

Pijn

De pijnstillers kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.

U kunt het volgende schema volgen:

  • Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
  • Blijf Paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.

Wond

U krijgt uitleg over de verzorging van de wond. De wond is niet afgedekt met verband. Als de wond gesloten is, kunt u douchen en/of in bad gaan. Dep de wond na afloop droog.

De chirurg geeft een voorschrift wanneer de hechtingen door de huisarts kunnen worden verwijderd.

Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd. Dit gevoel kan nog lang aanhouden, maar herstelt zich over het algemeen wel.

Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wond dagelijks bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:

  • De huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen;
  • U heeft toenemende pijn aan de wond;
  • Er komt pus uit de wond;
  • U heeft temperatuurverhoging (boven 38,5 graden Celsius).

Via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek 020 512 9111, kunt u contact opnemen met de polikliniek of de wondverpleegkundige.

Seroomvorming

Na het verwijderen van de schildwachtklier bestaat de mogelijkheid van vochtophoping onder het litteken (seroomvorming). Dit is niet erg en meestal lost het lichaam dit zelf weer op. Zolang de vochtophoping soepel aanvoelt en u er geen last van heeft, is er geen indicatie om het te laten verwijderen. Als er veel spanning op het litteken komt te staan of als u last krijgt van pijn of bewegingsbeperking, kan het nodig zijn dit vocht te laten verwijderen door middel van een punctie. Dit kan worden gedaan door de wondverpleegkundige op de polikliniek of door uw huisarts. Doordat het wondgebied vrijwel ongevoelig is, wordt dit over het algemeen niet als pijnlijk ervaren.

Verkleuring urine en ontlasting

Uw urine en ontlasting kunnen enkele dagen blauw/groen gekleurd zijn door de gebruikte kleurstof tijdens de schildwachtklierprocedure.

Stoelgang

Door de operatie kunnen uw darmen tijdelijk trager werken. Het gebruik van vezelrijke voeding en een ruime hoeveelheid vocht bevordert de darmwerking. De eerste week na de operatie kan uw stoelgang anders zijn dan dat u gewend bent.

Voeding

Voor uw herstel en een optimale wondgenezing is het belangrijk dat uw voeding voldoende calorieën, eiwitten en vitaminen bevat.

Uw eetlust kan de eerste periode na de operatie verminderd zijn. Als u vragen heeft over voeding of u heeft last van ongewenst gewichtsverlies, dan kunt u contact opnemen met de afdeling Diëtetiek.

Wisselend verloop

U zult merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn.

U kunt gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij het CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. Uw verpleegkundige kan u in contact brengen met het CKvL.

Vermoeidheid

U kunt lange tijd last houden van vermoeidheid. Een verklaring van de vermoeidheid is er niet altijd. Het is een duidelijk signaal van het lichaam dat er een grote rust/slaapbehoefte is. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen.

Preventieve maatregelen

Bescherm uw huid tegen de invloed van ultraviolette straling.

  • Draag beschermende kleding in de zon;
  • Vermijd de zon zoveel mogelijk tussen 12 en 15 uur;
  • Gebruik tijdens zonnige perioden een anti-zonnebrandmiddel met een hoge beschermingsfactor;
  • Gebruik van zonneapparatuur wordt afgeraden.

Controleert u eenmaal per maand uw huid op:

  • Veranderingen in en om het litteken;
  • Nieuwe plekjes;
  • Veranderingen van reeds bestaande plekjes;
  • Zwellingen in hals, lies en oksel.

Indien u een van deze veranderingen opmerkt kunt u contact opnemen met uw huisarts of de controleafspraak bij uw behandelend arts.

Werkhervatting

Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.

Intimiteit en Seksualiteit

De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de medewerkers van de Polikliniek Intimiteit, Seksualiteit en Kanker. Deze medewerkers hebben ervaring in het bespreken van problemen rondom intimiteit en seksualiteit. Bij hen kunt u met al uw vragen en twijfels op dit gebied terecht. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven.

Concentratie

Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de operatie kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.

Verwerking

Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werkt een scala aan hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.

Contact met het ziekenhuis

Neem contact op met het ziekenhuis als u binnen de eerste 24 uur na de ingreep de onderstaande lichamelijke problemen ervaart:

  • Temperatuursverhoging boven de 38.5 graden Celsius;
  • Aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
  • Als er sprake is van een (snel) toenemende zwelling in het wondgebied met eventueel bloedlekkage via de wond;
  • Andere aan de behandeling gerelateerde problemen.

Neemt u bij voorkeur via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek 020 512 9111, contact op met de polikliniek of de wondverpleegkundige.

Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.

5. Meer informatie

Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de verschillende spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload