Melanoom, okselklierdissectie
Inleiding
In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:
- De ingreep
- De periode voor de ingreep
- De periode na de ingreep
- Het ontslag
- Meer informatie
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag.
Wij verzoeken u deze schriftelijke informatie goed door te lezen voorafgaand aan uw telefonische afspraak met de verpleegkundige en uw eventuele vragen te noteren.
Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk. In dit document vindt u informatie over het verwijderen van de lymfeklieren in de oksel in verband met metastasen van een melanoom. Deze operatie wordt ook wel okselklierdissectie genoemd.
1. De ingreep
Tijdens de ingreep worden de lymfeklieren in de het okselgebied verwijderd. De ingreep duurt ongeveer 1-2 uur.
Mogelijke complicaties
Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), een nabloeding, longontsteking en wondinfectie. Bij deze ingreep bestaat er daarnaast een kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende complicaties genoemd:
- Seroomvorming (vochtophoping in het wondgebied);
- Doof gevoel in bovenarm en schouderblad;
- Zenuwpijn;
- Bewegingsbeperking;
- Lymfoedeem;
- Opengaan van de wond;
- Nabloeding;
De risico’s op een complicatie zijn ook verhoogd als u bekend bent met andere aandoeningen zoals diabetes of hart- en vaatziekten. Ook roken, alcoholgebruik, ondervoeding en bestraling in het verleden vergroten het risico op complicaties. Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.
Het weefselonderzoek
Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog-anatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. U krijgt de uitslag van het onderzoek telefonisch of op de polikliniek. Bij ontslag krijgt u hiervoor een (telefonische) afspraak mee.
2. De periode voor de ingreep
Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de ingreep zijn er een aantal onderzoeken noodzakelijk. De chirurg heeft u hierover geïnformeerd.
Poliklinische voorbereiding: medewerkers
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:
- • De chirurg is eindverantwoordelijk voor uw medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
- • De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die u nadere uitleg geeft over de ingreep, opname in het ziekenhuis en de tijd na ontslag. U kunt aan de verpleegkundig specialist vragen stellen die u nog heeft na het bezoek aan de chirurg. Hij of zij vraagt naar uw medische geschiedenis en uw huidige gezondheid en verricht een algemeen lichamelijk onderzoek. Na dit gesprek is de verpleegkundig specialist uw contactpersoon voor u en uw naasten tot aan de opname in het ziekenhuis. Vervolgens ziet u de verpleegkundig specialist bij een eventuele controle op de polikliniek.
- • De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog instrueert u over uw medicijngebruik en geeft u instructies welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden.
- • De verpleegkundige informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis en na het ontslag. De verpleegkundige neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. De verpleegkundige kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen. De verpleegkundige zal u tevens vertellen waar u meer informatie kunt vinden over uw ziekte.
Voeding
Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de behandeling doorgaans goed aan en herstelt u sneller. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Uw behoefte aan energie en eiwitten is verhoogd terwijl de inname van voeding door klachten bemoeilijkt kan zijn, bijvoorbeeld door locatie van de tumor en/of ontregeling van de stofwisseling veroorzaakt door de tumor. Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw ziekte dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek. Zie voor meer informatie de folder ‘Voeding bij kanker’ van KWF Kankerbestrijding en de website www.voedingenkankerinfo.nl
Opname en Operatieplanning
Zodra de opnamedatum en/of operatiedatum bekend is, neemt de afdeling Opname twee weken voor de geplande opname/ operatie datum telefonisch of schriftelijk (via de mail) contact met u op.
Dag van opname
U wordt op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. Eén van de gastdames of -heren brengt u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.
Als u op de dag van de operatie komt, wordt u ontvangen op de opnamekamer. Vanaf de opnamekamer wordt u naar de operatie- of behandelkamer gebracht. Na de operatie komt u terug op een patiëntenkamer elders op de verpleegafdeling. Hier verblijft u in principe gedurende uw opname op de verpleegafdeling. Bagage/ kleding wordt tijdelijk opgeslagen door de verpleegkundige in een locker en krijgt u terug na de operatie. Wij adviseren u waardevolle spullen te laten bewaren door een naaste.
Als u wordt opgenomen spreekt u de volgende medewerkers:
- De verpleegkundige informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. Gedurende uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding.
- De verpleegkundige vertelt u welke slaap- en premedicatie de anesthesioloog heeft voorgeschreven. U hoort van de verpleegkundige op welk tijdstip de ingreep is gepland; let op dit is een geschat tijdstip. De verpleegkundige zet een pijl (met stift) op de te opereren zijde indien dit van toepassing is.
- De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw behandelend chirurg.
- De fysiotherapeut begeleidt u met oefeningen voor uw arm en schouder.
Voorbereiding op de dag van opname door u
Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent, smeer uw huid niet in met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.
De anesthesioloog heeft u laten weten tot wanneer u mag eten en drinken. Het is belangrijk dat u zich aan deze afspraken houdt omdat de operatie anders niet door kan gaan. Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen.
Naar de operatiekamer of behandelruimte
De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.
Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicijnen voor de narcose worden toegediend.
3. De periode na de ingreep
Na de ingreep blijft u enige tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegafdeling gaat.
Katheters, lijnen en drains
Na de ingreep heeft u een aantal ‘slangen’:
- Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus bevindt zich doorgaans in een ader in de arm. Zodra u in staat bent voldoende te drinken en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
- Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste 24 uur na de ingreep.
- Een of meerdere wonddrains uit het operatiegebied voor de afvloed van wondvocht. De ochtend na de ingreep wordt deze verwijderd
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen in bed en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige zal u driemaal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.
U krijgt tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.
Misselijkheid
Misselijkheid na de operatie komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Wond
De verpleegkundige inspecteert de wond. De wond is onderhuids gehecht, er hoeven geen hechtingen te worden verwijderd. De wond is niet afgedekt met verband. Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd. Dit gevoel kan nog lang aanhouden, maar herstelt zich over het algemeen wel. Soms kan het gevoel ook verminderd blijven.
Mobiliteit
Het is belangrijk uw arm normaal te gebruiken om de beweeglijkheid van het gewricht in stand te houden. Belast uw arm niet te zwaar. Beweeg tot de pijngrens en forceer niet. U kunt reeds starten met oefeningen die staan in de brochure ' fysiotherapie na verwijdering van de okselklieren”. Deze brochure krijgt u van de verpleegkundige.
4. Het ontslag
Over het algemeen kunt u de ochtend na de operatie het ziekenhuis verlaten.
Mogelijk heeft u na het ontslag uit het ziekenhuis nog zorg nodig. Bespreek dit tijdig met uw verpleegkundige en behandelend arts.
De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.
Bij ontslag krijgt u een telefonische afspraak mee voor de uitslag van het weefselonderzoek bij de chirurg en twee afspraken bij de fysiotherapeut voor oefeninstructie en lymfoedeempreventie.
Via een brief zal de chirurg uw huisarts op de hoogte stellen van de operatie, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.
De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.
Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven.
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten. U kunt het volgende schema volgen:
- Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
- Blijf Paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.
Wond
De wond is onderhuids gehecht. Deze hechtingen lossen vanzelf op en hoeven dus niet verwijderd te worden.
U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. U kunt gewoon douchen. Dep de wond na afloop droog.
Als er geen korstjes meer op het litteken zitten, meestal na ongeveer twee weken, is de wond geheel gesloten. U kunt dan eventueel het litteken insmeren en masseren met crème of olie om het litteken wat soepeler te maken. Het gevoel van de huid in het gebied rondom het litteken is na de operatie vaak veranderd door beschadiging van huidzenuwen. Dit kan blijvend zijn. U moet de wond dagelijks bekijken. Soms gaat een wond ontsteken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:
- De huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen;
- U heeft toenemende pijn aan de wond;
- Er komt pus uit de wond;
- U heeft temperatuurverhoging (boven 38,5 graden Celsius).
Via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek 020 512 9111, kunt u contact opnemen met de polikliniek of de wondverpleegkundige.
Lymfeoedeem en infectie
U heeft een vergrote kans op het krijgen van lymfeoedeem (ophoping van vocht in het weefsel) door verminderde afvloed van vocht. Ook heeft u een grotere kans op het krijgen van infecties doordat de afweer verminderd is en lymfeoedeem een voedingsbodem voor bacteriën is.
In de brochure “fysiotherapie na verwijderen van de okselklieren” vindt u informatie over lymfoedeem en over het voorkomen hiervan. U krijgt hierover op de polikliniek aanvullende informatie tijdens de voorlichtingsbijeenkomst van de fysiotherapeut.
Activiteit
Tijdens de afspraak op de polikliniek zal u onder begeleiding van de fysiotherapeut oefeningen doen en krijgt u adviezen hoe de dagelijkse bezigheden uit te voeren. Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. Zwemmen mag bij een gesloten wond (de hechtingen moeten dan wel verwijderd zijn). Er bestaan verschillende mogelijkheden met betrekking tot revalidatie. Voor meer informatie over nazorg en revalidatie kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie.
Vochtophopingen
Na het verwijderen van de okselklieren bestaat de mogelijkheid van seroomvorming, dit is vochtophoping onder de oksel. Zolang de vochtophoping soepel aanvoelt en u er geen last van heeft, is er geen indicatie om het te laten verwijderen. Als er veel spanning op het litteken komt te staan of als u last krijgt van pijn of bewegingsbeperking, kan het nodig zijn dit vocht te laten verwijderen door middel van een punctie. Dit doet de wondverpleegkundige op de polikliniek.
Afspraak maken voor puncteren (maandag t/m vrijdag)
U kunt tijdens het telefonisch spreekuur van de wondverpleegkundige een afspraak maken voor de wondpoli. Zonder afspraak kunt u hier niet terecht. Telefonisch spreekuur (maandag tot en met vrijdag). Zie hoofdstuk 5.
De wondverpleegkundige vindt u op de polikliniek op de begane grond. U kunt zich melden bij balie 3 en plaatsnemen in de wachtkamer. U wordt dan zo spoedig mogelijk opgehaald.
Afspraak maken voor puncteren
Indien u in het weekend een acuut wondprobleem krijgt of als er een punctie nodig is, neemt u dan voor 9.00 uur contact op via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis 020 512 9111. We verwachten u dan om 11.00 uur op de 5e etage waar de dienstdoende chirurg de wond inspecteert en zo nodig puncteert. Houdt u rekening met een wachttijd.
Stoelgang
Door de operatie kunnen uw darmen tijdelijk trager werken. Het gebruik van vezelrijke voeding en een ruime hoeveelheid vocht bevordert de darmwerking. De eerste week na de operatie kan uw stoelgang anders zijn dan dat u gewend bent.
Voeding
Voor uw herstel en een optimale wondgenezing is het belangrijk dat uw voeding voldoende calorieën, eiwitten en vitaminen bevat. Als u vragen heeft over voeding of u heeft last van ongewenst gewichtsverlies, dan kunt u contact opnemen met de afdeling Diëtetiek.
Vermoeidheid
U kunt lange tijd last houden van vermoeidheid. Een verklaring van de vermoeidheid is er niet altijd. Het is een duidelijk signaal van het lichaam dat er een grote rust/slaapbehoefte is. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen.
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.
Intimiteit en seksualiteit
Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken. De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de medewerkers van de polikliniek Seksualiteit en kanker. Zij hebben ervaring in het bespreken van problemen op dit gebied. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven.
Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de operatie kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.
Verwerking
Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werkt een scala aan hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.
Continuïteitsbezoek
De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen bij de thuiszorgorganisatie in uw regio of via Care for Cancer. Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding. Een continuïteitsbezoek kunt u aanvragen via de thuiszorgorganisatie in uw woonplaats of via www.careforcancer.nlU kunt bij uw zorgverzekeraar informeren of de kosten voor Care for Cancer worden vergoed.
Contact met het ziekenhuis
Neem contact op met de huisarts of het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:
- Temperatuursverhoging boven de 38.5 graden Celsius;
- Aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
- Andere aan de behandeling gerelateerde problemen.
Neemt u bij voorkeur contact op tijdens kantooruren met uw verpleegkundig specialist/ behandelend arts via het algemene nummer 020 512 9111.
Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.
5. Meer informatie
Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de verschillende spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.