Milt – Splenectomie (verwijderen van de milt)
In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:
- De ingreep
- De periode voor de ingreep
- De periode na de ingreep
- Het ontslag
- Meer informatie
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij moedigen u en uw naasten aan om deze informatie goed door te lezen, zodat uw herstel zo min mogelijk belemmerd wordt door onzekerheid en zorgen.
Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten, logopedisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.
In dit document vindt u informatie over het verwijderen van de milt.
1. De ingreep
U krijgt een operatie waarbij uw milt wordt verwijderd. De operatie duurt ongeveer
twee uur. Zonder milt bent u meer vatbaar voor infecties. Om ernstige infecties te voorkomen is het belangrijk om preventieve maatregelen te nemen, waaronder vaccinaties en antibiotica in huis voor als u koorts krijgt. Als u nog geen vaccinaties heeft gehad van de huisarts, krijgt u deze ongeveer 14 dagen na de operatie alsnog. Zie ook pagina 7 van dit document.
Mogelijke complicaties
Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Bij deze ingreep bestaat er daarnaast een kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:
- nabloeding;
- abcesvorming;
- trombose van de poortader.
Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.
Het weefselonderzoek
Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog- anatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. De uitslag wordt zo mogelijk tijdens uw opname in het ziekenhuis, met u en uw naasten besproken. Als u ontslagen wordt vóórdat de uitslag van het onderzoek bekend is, krijgt u de uitslag op de polikliniek of telefonisch. Er wordt dan bij uw ontslag een afspraak gemaakt.
2. De periode voor de ingreep
Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de ingreep zijn er een aantal onderzoeken noodzakelijk.
De chirurg heeft u hierover geïnformeerd.
Poliklinische voorbereiding: medewerkers
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:
- De chirurg is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
- De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden. Indien u na de ingreep ter observatie op de Intensive Care wordt opgenomen is de anesthesioloog gedurende uw verblijf op de Intensive Care de behandelend arts.
Voeding
Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de behandeling doorgaans goed aan en herstelt u sneller. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Uw behoefte aan energie en eiwitten is verhoogd terwijl de inname van voeding door klachten bemoeilijkt kan zijn, bijvoorbeeld door locatie van de tumor en/of ontregeling van de stofwisseling veroorzaakt door de tumor.
Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw ziekte dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek. Zie voor meer informatie de folder ‘Tijdens kanker- Goed eten en omgaan met klachten’ van Wereld Kanker Onderzoek Fonds (WKOF) en de website www.wkof.nl.
Opname en Operatieplanning
Zodra de opnamedatum en/of operatiedatum bekend is, neemt de afdeling Opname twee weken voor de geplande opname/ operatie datum telefonisch of schriftelijk (via de mail) contact met u op.
Dag van opname
Over het algemeen wordt u op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis, tenzij met u is afgesproken dat u de dag voor de ingreep wordt verwacht. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) verwijst u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.
Als u op de dag van de operatie komt, wordt u ontvangen op de opnamekamer. Vanaf de opnamekamer wordt u naar de operatie- of behandelkamer gebracht. Na de operatie komt u terug op een patiëntenkamer elders op de verpleegafdeling. Hier verblijft u in principe gedurende uw opname op de verpleegafdeling. Bagage/ kleding wordt tijdelijk opgeslagen door de verpleegkundige in een locker en krijgt u terug na de operatie. Wij adviseren u waardevolle spullen te laten bewaren door een naaste.
Op de dag van opname spreekt u verschillende medewerkers:
- De verpleegkundige informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. Hij of zij neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de klachten- en symptomenlijst. Hij of zij kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen. Gedurende uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding.
- De verpleegkundige vertelt u welke slaap- en premedicatie de anesthesioloog heeft voorgeschreven. U hoort van de verpleegkundige op welk tijdstip de ingreep is gepland; let op dit is een geschat tijdstip. De verpleegkundige zet een pijl (met stift) op de te opereren zijde indien dit van toepassing is.
- De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw chirurg.
- De fysiotherapeut zal u informeren over het functioneren van alle spieren en houding van uw hoofd, arm en schouder na de ingreep. Het is belangrijk dat u voor de ingreep al start met oefeningen met uw ademhaling en spieren. De fysiotherapeut zal u de instructies geven. Problemen als longontsteking en bewegen kunnen hierdoor voorkomen worden. Na de ingreep begeleidt de fysiotherapeut u bij de ademhalingsoefeningen en het mobiliseren.
- De chirurg spreekt kort met u om na te gaan of u nog vragen heeft over de ingreep. Bij opname op de dag van operatie is dat gesprek vaak op het OK complex in de voorbereidingsruimte of op de operatiekamer.Na de ingreep krijgt u van de verpleegkundige dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine in uw buik of bovenbeen. Fraxiparine voorkomt een stolsel in een bloedvat (trombose). .
Voorbereiding op de dag van opname door u
Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.
Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.
De anesthesioloog heeft u laten weten tot wanneer u mag eten en drinken. Het is belangrijk dat u zich aan deze afspraken houdt omdat de operatie anders niet door kan gaan. Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen.
Naar de operatiekamer of behandelruimte
De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.
Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de narcose wordt toegediend. Ook krijgt u een zeer dun ‘slangetje’ (epiduraalkatheter) in de rug aangebracht. Via dit ‘slangetje’ krijgt u tijdens en na de ingreep pijnbestrijding. Afhankelijk van de plaats van de epiduraal katheter wordt er een blaaskatheter ingebracht voor de afvloed van urine.
3. De periode na de ingreep
Na de ingreep blijft u naar verwachting één dag op de intensive care, waar de anesthesioloog verantwoordelijk is voor de medische behandeling en controles. Hij of zij beoordeelt samen met de chirurg wanneer u terug gaat naar de verpleegafdeling.
Op de verpleegafdeling komt de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met de chirurg behandelend specialist over het verloop van uw herstel. De chirurg komt regelmatig bij u langs.
Fraxiparine
Na de ingreep krijgt u dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine (in uw buik, bovenbeen of bovenarm), totdat u weer voldoende actief bent. Fraxiparine voorkomt een stolsel in een bloedvat (trombose).
Katheters, lijnen en drains
Na de ingreep heeft u een aantal ‘slangen’:
- Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus kan zich in een ader in de arm en/of onder het sleutelbeen bevinden. Zodra u in staat bent voldoende te drinken en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd. Een slangetje in de neus zorgt voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste 24 uur na de ingreep.
- Een epiduraalkatheter. Dit is een dun slangetje in de rug waardoor u pijnmedicatie krijgt toegediend. De medicatie die u via de epiduraalkatheter krijgt wordt afgebouwd en gestopt op geleide van uw pijnklachten en herstel. Zodra deze medicatie is gestopt, wordt de katheter verwijderd. Dit is gemiddeld na drie tot zes dagen.
- Een blaaskatheter voor de afvloed van urine. De blaaskatheter wordt verwijderd zodra de medicatie via de epiduraalkatheter is gestopt. Dit is gemiddeld na drie tot vier dagen.
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen in bed en uit bed te komen. Dit is voor belang voor uw herstel. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft.
De verpleegkundige zal u drie maal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.
Naast pijnbestrijding via de epiduraalkatheter krijgt u tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.
Misselijkheid
Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Wond
De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wond en verbindt deze zo nodig.
Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd. Dit gevoel kan nog lang aanhouden, maar herstelt zich over het algemeen wel.
Mobiliteit en fysieke activiteit
U zult merken dat de activiteiten die voor de ingreep vanzelfsprekend waren, nu extra inspanning kosten. U zult uw energie moeten verdelen over de dag.
Bij terugkomst op de verpleegafdeling mag u uit bed voor toiletbezoek en op de stoel naast uw bed zitten.
Vanaf de dag na de ingreep gaat u zoveel mogelijk uit bed. Dit is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.
Door de wond en de aanwezigheid van een aantal ‘slangen’ wordt u weliswaar beperkt in uw bewegingsvrijheid, maar al vanaf de eerste dag na de operatie mag u opbouwen naar 3 x per dag 2 uur uit bed en 3 x per dag een rondje over de afdeling lopen. Uw familie mag u daarbij ook helpen. Onder begeleiding van de verpleegkundige en/of fysiotherapeut zult u in de dagen die volgen toenemend zelfstandig worden.
Stoelgang
Na de ingreep functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Dit gaat vaak gepaard met misselijkheid en krampen. Gebruik van vezelrijke voeding en een ruime vochtinname bevordert de darmwerking. Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.
Voeding
Uw eetlust kan de eerste periode na de ingreep verminderd zijn. Voor uw herstel en een optimale wondgenezing is het van belang dat uw voeding voldoende calorieën, vitaminen en eiwitten bevat. De verpleegkundige kan u indien nodig in contact brengen met de diëtiste.
Ademhaling
Om de functie van de longen zo optimaal mogelijk te houden is de zorg voor de ademhaling van groot belang. Een optimale longfunctie wordt onder andere bereikt door:
- regelmatig uit bed te gaan en te bewegen;
- goede pijnbestrijding;
- ademhalingsoefeningen;
- het ophoesten van slijm;
- halfzittende houding in bed;
- niet te roken.
Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.
Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij de CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. Uw verpleegkundige kan u in contact brengen met de CKvL.
4. Het ontslag
Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel en zelfstandigheid. Over het algemeen kunt u na ongeveer vijf het ziekenhuis verlaten.
Als u ten gevolge van de ingreep thuis zorg nodig heeft, dan zal dit vanuit het ziekenhuis geregeld worden. Mocht u huishoudelijke hulp willen dan moet u dit aanvragen bij uw eigen gemeente.
De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.
Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de chirurg.
Via een brief zal de chirurg uw huisarts op de hoogte stellen van de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.
De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.
Wij willen u een aantal adviezen meegeven.
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.
U kunt het volgende schema volgen:
- Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
- Blijf Paracetamol drie tot vier maal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u twee maal daags 500 tot 1000 mg innemen en vervolgens stoppen.
Wond
Als de wond onderhuids is gehecht hoeven er geen hechtingen verwijderd te worden. Als er wel uitwendige hechtingen gebruikt zijn kunnen deze 10-12 dagen na de ingreep verwijderd. U kunt hiervoor een afspraak maken bij uw huisarts.
U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. Als de wond gesloten is, kunt u douchen en/of in bad gaan. Dep de wond na afloop droog.
Als de wond nog open is op het moment dat u naar huis gaat, krijgt u voor uw ontslag uitleg en instructie van de verpleegkundige of wondverpleegkundige over de verzorging van de wond. Indien nodig wordt ondersteuning van de wijkverpleegkundige bij de wondzorg geregeld.
Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wond dagelijks bekijken. Neem contact op met uw huisarts of het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:
- de huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen;
- u heeft toenemende pijn aan de wond;
- er komt pus uit de wond;
- u heeft temperatuurverhoging (boven 38,5 graden Celsius).
U kunt tijdens kantooruren contact opnemen met de verpleegkundige, verpleegkundig specialist via het algemene telefoonnummer. Buiten kantooruren neemt u contact op met het Wanhoofd (Weekend avond nachthoofd) via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis. Bereikbaarheid staat op de laatste bladzijde beschreven.
Stoelgang
In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren totdat dit weer normaal is.
Behandeling van kanker kan veel van uw lichaam vergen. Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de behandeling doorgaans beter aan en heeft u minder risico op complicaties. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Door de ziekte en behandeling is uw behoefte aan energie en eiwitten verhoogd. Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw behandeling, dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek.
Vermoeidheid en activiteit
U kunt tijdens en na de behandeling last houden van vermoeidheid. Vermoeidheid wordt veroorzaakt door de behandeling, de ziekte zelf en doordat de conditie afneemt. Het is belangrijk dat u ondanks deze vermoeidheid voldoende blijft bewegen, zodat u in ieder geval uw conditie op peil houdt. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen. Hoeveel beweging goed en gezond is, is afhankelijk van uw startniveau.
De eerste zes weken mag u niet zwaar tillen. Indien u iets optilt, zorgt u er dan voor dat u dit symmetrisch doet. Deze beperking houdt ook in dat u de eerste zes weken geen zwaar huishoudelijk werk kunt verrichten zoals bijvoorbeeld stofzuigen en ramen lappen.
Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. U kunt de eerste zes weken echter niet intensief sporten (u mag bijvoorbeeld geen buikspieroefeningen doen). Zwemmen of in bad gaan mag bij een gesloten wond mits de hechtingen zijn verwijderd.
Revalidatie
Kanker is een ingrijpende ziekte. De gevolgen van deze ziekte en/of behandeling kunnen u in het dagelijks functioneren aanzienlijk beperken. Veel gehoorde klachten zijn vermoeidheid, conditievermindering, angst en onzekerheid. De revalidatiegeneeskunde van het Antoni van Leeuwenhoek heeft oncologische revalidatieprogramma’s ontwikkeld om u te helpen met deze klachten om te gaan.
U kunt aan een revalidatie programma deelnemen tijdens de behandeling maar ook als uw behandeling is afgerond. Uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige kan u hiervoor verwijzen. U kunt dit ook zelf bespreekbaar maken met uw zorgverlener.
Meer informatie vind u in de folder ‘ Oncologische revalidatie’ welke u kunt vinden in het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.
In de meeste gevallen vergoedt de zorgverzekeraar het revalidatietraject. Soms moet u echter een eigen bijdrage betalen. Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met uw zorgverzekeraar.
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.
Intimiteit, seksualiteit en kanker
Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken. De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. In het Antoni van Leeuwenhoek kunt u terecht bij medewerkers die ervaren zijn in het bespreken van problemen op het gebied van intimiteit, seksualiteit en kanker. Bij hen kunt u terecht met al uw vragen en twijfels op dit gebied. Hiervoor kunt u een afspraak maken via het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven.
Meer informatie kunt u lezen in de folder ‘Intimiteit, seksualiteit en kanker’. De folder is te verkrijgen op de verpleegafdeling, de polikliniek en het Centrum Patiënteninformatie.
Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.
Verwerking
Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werksters, geestelijk verzorgers, psychiatrisch verpleegkundige, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.
Continuïteitsbezoek
De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen bij de thuiszorg organisatie in uw regio of via Care for Cancer. Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding.
Een continuïteitsbezoek kunt u aanvragen via de thuiszorgorganisatie in uw woonplaats of via www.careforcancer.nl. U kunt bij uw zorgverzekeraar informeren of de kosten voor Care for Cancer worden vergoed.
Maatregelen ter voorkomen en behandeling van infecties
De werking van de milt
De milt is opgebouwd uit een netwerk van bloedvaten, witte bloedcellen (macrofagen, letterlijk veelvraten) en lymfekliercellen. De milt werkt als een filter. Afwijkende rode bloedcellen (bijvoorbeeld door infectie met malariaparasieten) of vreemde bestanddelen in het bloed, zoals bacteriën, raken verstrikt in dit bloedvatennet en worden opgeruimd door macrofagen.
Wanneer de milt verwijderd is ontbreekt dit belangrijke filter. Hierdoor bent u vatbaarder voor een bacteriële infectie en is de kans op ernstige complicaties verhoogd. De belangrijkste veroorzakers van deze infecties zijn:
- Bacteriën die luchtweginfecties en hersenvliesontsteking kunnen veroorzaken. Dit zijn pneumokokken, meningokokken en Haemophilus influenza;
- Ziekteverwekkers die worden opgelopen via dierenbeten;
- Malaria;.
- Babesiose (een infectie die lijkt op malaria, maar wordt overgebracht door teken, met name voorkomen in het oosten van de Verenigde Staten en sporadisch in Europa).
De eerste twee jaar na een miltverwijdering is de kans op ernstige bacteriële infecties het hoogst. Om de kans op een ernstige infectie te verminderen krijgt u vaccinaties en zo nodig antibiotica toegediend. Uw huisarts wordt door de afdelingsarts geïnformeerd middels een brief en wordt verzocht de vaccinaties toe te dienen. U krijgt de vaccinaties mee van het ziekenhuis. Brengt u voor de zekerheid ook zelf uw huisarts op de hoogte zodra u ontslagen bent uit het ziekenhuis.
Neemt u de volgende maatregelen:
- U heeft altijd een noodvoorraad antibiotica bij u. Wanneer u koorts boven 38.5 graden Celcius krijgt, neemt u direct (binnen 1 uur) 1 tablet van de noodvoorraad antibiotica in en daarna neemt u altijd contact op met uw (huis)arts. Het betreft ‘on demand’ Augmentin 3 x daags 500/125 mg voor minimaal 5 dagen. Hiervan heeft u een recept meegekregen.
- Ga bij honden- of kattenbeten altijd langs de huisarts voor beoordeling en reiniging van de wond en een kuur antibiotica.
- Indien u op reis gaat naar een malaria – of meningococcen besmet gebied informeert u dan ruim van tevoren bij de GGD welke vaccinaties u dient te krijgen en welke voorzorgsmaatregelen u moet treffen.
- Informeer de arts tijdens een ziekenhuisopname altijd dat uw milt verwijderd is.
- Draag uw medische informatie altijd bij u (Medic-alert).
Hieronder treft u een overzicht van de benodigde vaccinaties. Deze moet u toegediend krijgen bij voorkeur meer dan 2 weken vóór de operatie of minimaal 2 weken na de operatie
Merknaam | Stofnaam | Frequentie |
Prevenar-13® | 13-valent pneumokokken conjugaatvaccin | Dag 1 |
Act-Hib® | Haemophilus influenzae type B | Dag 1 |
Menveo® / Nimenrix® | Meningokokken ACWY (conjugaat) | Dag 1
|
BEXSERO® | Meningokokken B | Dag 1 en Dag 30 (totaal 2 injecties) 2e injectie ten minste 1 maand NA de 1e injectie |
Pneumo-23® | 23-valent pneumokokken polysaccharide vaccin | Dag 60
|
Influvac® / Vaxigrip® | Influenza vaccin (griepprik) | Jaarlijks via huisarts |
De vaccinaties die u eventueel mee naar huis krijgt en die later door de huisarts toegediend moeten worden, moet u in de groentela van uw koelkast bewaren.
Overleg met u (huis)arts indien u reeds eerder gevaccineerd bent tegen infecties met Haemophilus influenza (type B), meningokokken- en/of pneumokokkeninfecties.
Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:
- temperatuursverhoging boven de 38.5 graden Celsius;
- aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
- andere aan de behandeling gerelateerde problemen.
Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.
5. Meer informatie
De zorgverleners en afdelingen van het Antoni van Leeuwenhoek zijn telefonisch bereikbaar via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis 020 512 9111. Buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond-, of Nachthoofd. Indien u contact opneemt met het ziekenhuis houdt u dan uw patiëntengegevens bij de hand.









Informatie op internet:
www.gast-huis.nl
januari 2021
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.