Larynx - Stemprothese plaatsen secundaire punctie
Inleiding
In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In deze folder vindt u informatie over:
- De ingreep
- De periode voor de ingreep
- De periode na de ingreep
- Het ontslag
- Meer informatie
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij verzoeken u deze schriftelijke informatie goed door te lezen voorafgaand aan uw afspraak met de verpleegkundige en uw eventuele vragen te noteren.
Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten, logopedisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.
In deze folder vindt u informatie over het plaatsen van een stemprothese door middel van een secundaire punctie.
1. De ingreep
U heeft in het verleden een totale larynxextirpatie (= strottenhoofd verwijdering) ondergaan, mogelijk met een reconstructie. U wordt nu opgenomen voor het plaatsen van een stemprothese in het tracheostoma (= opening in de hals, naar de luchtpijp toe). Dit wordt gedaan door een kleine punctie in de wand van het tracheostoma en de slokdarm, in deze punctieopening wordt de stemprothese geplaatst. Zie afbeelding hieronder.
Stemprothese tussen luchtpijp en slokdarm
Nadat de stemprothese is geplaatst bestaat de mogelijkheid dat u weer kan praten. Hiervoor is wel enige oefening nodig. De logopediste zal u hierin begeleiden.
De ingreep wordt op de operatiekamer uitgevoerd, terwijl u onder narcose bent. Dit duurt ongeveer een half uur.
Mogelijke complicaties
Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Daarnaast bestaat bij deze ingreep de kans op een nabloeding. Zeer zeldzaam kan een uitgebreide infectie ontstaan. U krijgt daarom ook antibiotica rondom de ingreep.
Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.
2. De periode voor de ingreep
Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de ingreep is er een aantal onderzoeken noodzakelijk. Daarover heeft uw hoofd-halschirurg u geïnformeerd.
De volgende diagnostische onderzoeken kunnen worden uitgevoerd:
- Algemeen bloedonderzoek;
- Eventueel een ECG.
Poliklinische voorbereiding: medewerkers
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:
- De hoofd-halschirurg is eindverantwoordelijk voor uw medische behandeling en zal de ingreep met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
- De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden. Als u na de ingreep ter observatie op de Intensive Care wordt opgenomen is de anesthesioloog gedurende uw verblijf op de Intensive Care de behandelend arts.
- De hoofd-halsverpleegkundige (HHV) informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. Tijdens het laatste bezoek aan de polikliniek heeft u een aantal formulieren meegekregen: de verpleegkundige anamnese en de lastmeter. Deze formulieren geven behalve gegevens als telefoonnummers van uw contactpersoon en uw sociale situatie ook inzicht in uw behoefte aan verpleegkundige zorg tijdens en na de ingreep. Daarom vragen wij u om de twee formulieren in te vullen en mee te nemen naar dit poliklinische gesprek. U kunt deze formulieren ook invullen in uw “mijn AVL”.
- De HHV neemt met u de verpleegkundige anamnese en de lastmeter door. De HHV kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werkster, psychiatrisch verpleegkundige) inschakelen.
- De logopediste voer een kennismakingsgesprek met u. Na de ingreep volgen er verdere afspraken met de logopediste over de spraakrevalidatie.
Dag van ingreep
Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken, en welke eigen medicatie u wel en niet mag innemen.
U wordt op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. Eén van de gastvrouwen of -heren brengt u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.
Op de dag van opname spreekt u verschillende medewerkers:
- De verpleegkundige op de polikliniek heeft met u het opnamegesprek gevoerd. Als u nog vragen heeft naar aanleiding van dit gesprek kunt u deze met de verpleegkundige op de afdeling bespreken. Gedurende uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding.
- De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw situatie en staat in nauw contact met de hoofd-halschirurg.
Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak moet u verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.
Als u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer. De hoofd-halschirurg komt bij u langs om te informeren of u nog vragen heeft.
Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicatie voor de narcose wordt toegediend.
3. De periode na de ingreep
Na de ingreep blijft u een korte tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegetage gaat. De verpleegkundigen komen u ophalen.
Op de verpleegetage komt de afdelingsarts bij u langs om samen met u en de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met uw hoofd-halschirurg over het verloop van uw herstel.
Canule Het kan zijn dat u na de ingreep een “cuff-canule” in het tracheostoma heeft. Deze canule heeft rondom een ballon die de trachea afsluit, maar door de canule heen kunt u ademhalen. Zie afbeelding hieronder.
Cuff-canule met opgeblazen ballon
De canule is ingebracht om te voorkomen dat er door nabloeding bloed in de luchtpijp en longen loopt. Deze canule kan meestal snel na de ingreep verwijderd worden. Dan kunt u weer gebruik maken van een HME.pleister of een larytube met filter zoals u gewend was.
Infuus
U heeft een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus bevindt zich in een ader in de arm. Zodra u in staat bent voldoende te drinken, geen medicatie via het infuus meer nodig heeft en zodra u geürineerd heeft, wordt het infuus verwijderd.
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten en te bewegen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft.
De verpleegkundige vraagt u twee tot drie maal per dag om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10. Waarbij u een 0 geeft bij geen pijn tot een 10 bij de meest erge pijn die u zich kunt voorstellen. U krijgt tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.
Misselijkheid
Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om de misselijkheid tegen te gaan.
Voeding
U mag direct weer drinken en eten.
Mobiliseren
Als u goed wakker bent mag u weer opstaan.
Verzorging tracheostoma en stemprothese
Na de ingreep kunt u het tracheostoma weer verzorgen zoals u gewend bent. Mogelijk is er rondom het stoma wat bloed gaan zitten, dit kunt u voorzichtig verwijderen. De verpleegkundige laat u zien hoe u de stemprothese kunt verzorgen.
De stemprothese laat in principe geen vocht of voeding door. De stemprothese is van siliconenrubber gemaakt. Dit materiaal kan onder invloed van voedingsstoffen en speeksel/slijm in kwaliteit achteruit gaan. Het kan zijn dat er na enkele maanden dan enige lekkage optreedt van vloeistoffen. U merkt dan dat u gaat hoesten tijdens of na het drinken.
De stemprothese wordt dan gewisseld voor een nieuwe. Het wisselen van de stemprothese kan door de hoofd-halschirurg poliklinisch gedaan worden. Hiervoor moet u eerst telefonisch een afspraak maken (telefoonnummer zie hoofdstuk 5).
Communicatie
De logopediste komt na de ingreep bij u om uitleg te geven over het spreken met de stemprothese. Zij laat u ook al snel na de ingreep oefenen met het spreken.

4. Het ontslag
Enkele uren na de ingreep komt de hoofd-halschirurg u informeren over het verloop van de ingreep. Afhankelijk van hoe het met u gaat kunt u dezelfde avond of de volgende dag naar huis. We adviseren u niet alleen naar huis te gaan of zelf auto te rijden.
De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die volgt na ontslag.
Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de hoofd-halschirurg en u krijgt een afspraak voor het vervolg van de spraakrevalidatie bij de logopediste.
Uw huisarts wordt op de hoogte gesteld over de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.
De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer uitbreiden tot uw normale niveau.
Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven.
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen aan de hand van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u nagenoeg pijnvrij kunt slikken, hoesten en ademen.
U kunt het volgende schema volgen:
- Blijf paracetamol drie- tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken.
- Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.
Alcohol
Het is niet verstandig om de eerste avond wanneer u weer thuis bent alcohol te gebruiken.
Contact met het ziekenhuis
Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:
- Zichtbaar bloedverlies rondom de stemprothese;
- Wanneer u moet hoesten nadat u heeft gedronken.
Neemt u bij voorkeur via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek 020 512 9111, contact op met de polikliniek. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.