Mond-Keel-Tand-Kiesextractie



Inleiding

In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:

  1. De ingreep
  2. De periode voor de ingreep
  3. De periode na de ingreep
  4. Het ontslag
  5. Meer informatie


Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij verzoeken u deze informatie goed door te lezen. Als u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft dan kunt u contact opnemen met de hoofd-halsverpleegkundige (HHV) tijdens het telefonisch spreekuur (telefoonnummer: zie tabel hoofdstuk vijf).
Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten, logopedisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener.
In dit document vindt u informatie over tand- en/of kiesextractie en een noodprothese.


1. De ingreep

U wordt opgenomen voor het verwijderen van enkele gebitselementen of uw volledige gebit.
Bij het bezoek aan de tandarts is, door de controle van uw gebit en de beoordeling van de kaakfoto, besloten dat uw gebit in zeer slechte toestand is. Aangezien u binnenkort bestraald zal worden is het niet verstandig deze tanden en kiezen in uw mond te houden. Het advies is daarom de slechte tanden en kiezen te trekken voordat u bestraald zal worden.
Uw tanden of kiezen zullen op de operatiekamer getrokken worden, terwijl u onder narcose bent. U zult hoogstwaarschijnlijk wakker worden met een “noodprothese” in. Deze zal dienen als noodverband en zal de wondjes afdekken.
Vaak wordt deze ingreep gecombineerd met een Onderzoek onder narcose (O.O.N.) of een andere chirurgische behandeling. U krijgt hierover dan apart de patiënteninformatie.

De noodprothese
De “noodprothese” is het eerste tijdelijke gebit en het zal vaak niet goed passen. Naast de andere behandelingen in het ziekenhuis komt er ook nog een moeilijke periode met deze “noodprothese” aan. Enkele weken nadat de wonden genezen zijn zal er al een deel van uw kaak verdwenen zijn. Er ontstaat ruimte tussen de kaak en de “noodprothese”. Deze kan opgevuld worden om de “noodprothese” weer beter te laten passen. Dit tussentijds aanpassen kan een behoorlijk lange periode duren, soms wel 12 maanden.

Als de kaken helemaal vlak zijn en niet meer zullen slinken, kan er begonnen worden met het maken van het echte gebit. De pasvorm van deze prothese zal veel beter zijn. Deze goed passende prothese kan door uw eigen tandarts of de tandarts in het ziekenhuis gemaakt worden.

Mogelijke complicaties
Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Bij deze ingreep is de kans op een complicatie klein. Mogelijke complicaties zijn:

  • nabloeding;
  • wondinfectie.


Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.


2. De periode voor de ingreep

Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de ingreep zijn er een aantal onderzoeken noodzakelijk.
De hoofd-halschirurg heeft u hierover geïnformeerd.
De volgende diagnostische onderzoeken kunnen worden uitgevoerd:

  • algemeen bloedonderzoek;
  • eventueel ECG;
  • eventueel longfunctie.

Poliklinische voorbereiding: medewerkers
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:

  • De hoofd-halschirurg is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
  • De tandarts is verantwoordelijk voor het optimaal herstellen van uw gebit of gebitsprothese.
  • De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden.

Dag van ingreep
Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

U wordt op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. Eén van de gastvrouwen of -heren brengt u naar de afdeling. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht. Op de afdeling coördineert de verpleegkundige alle zorg. Als het nodig is kan zij de afdelingsarts en/of hoofd-halschirurg consulteren.
Op de dag van de ingreep kunt u zich was­sen of dou­chen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.
Indien u dit met de anesthe­sioloog heeft afge­sproken krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleeg­kundi­ge brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatie­kamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer. Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicatie voor de narcose wordt toegediend. De hoofd-halschirurg ziet u op de operatiekamer.


3. De periode na de ingreep

Na de ingreep blijft u korte tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de afdeling gaat. De verpleegkundigen van de afdeling komen u ophalen.

Infuus
U heeft een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus bevindt zich in een ader in de arm. Zodra u in staat bent voldoende te drinken en geen medicatie via het infuus nodig heeft en geürineerd heeft, wordt het infuus verwijderd.

Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed te kunnen eten en drinken. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever. De verpleegkundige zal u vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10. U krijgt tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.

Misselijkheid
Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose, door de ingreep zelf of als u veel bloed in uw keel of maag heeft gekregen. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om de misselijkheid tegen te gaan. Als u veel bloed in uw mond of keel heeft zal zij u helpen uw mond voorzichtig te spoelen.

De noodprothese
Het advies is om de prothese niet zelf uit te doen maar door de tandarts. Als het goed is heeft u 1 of 2 dagen na uw behandeling een afspraak met de tandarts. Hier zal de “noodprothese” uitgenomen worden en de wonden bekeken worden. Misschien dat de pasvorm van de prothese aangepast zal worden.
U kunt wel uw mond schoon houden door te spoelen, zie onder ‘mondverzorging’.

Mondverzorging (als u geen noodprothese heeft)
Na de ingreep is het belangrijk om uw mond goed te verzorgen en schoon te houden. De wondjes in uw mond kunnen dan beter genezen en de kans op een infectie verminderd.
De eerste dag mag u de mond niet spoelen en uw gebit niet poetsen in verband met de kans op een nabloeding. Na 24 uur kunt u op de normale manier uw gebit weer verzorgen. Ook kunt u na elke maaltijd uw mond spoelen met zout water of kraanwater. De zoutwater-oplossing kunt u thuis zelf maken (los één theelepeltje zout op in één glas lauw water en laten afkoelen).

Voeding
De eerste 24 uur na de ingreep mag u alleen koude of lauwe dranken en vloeibare voeding gebruiken. Daarna mag u uw eten weer uitbreiden en proberen normale voeding te gebruiken.

Mobiliseren
Als u goed wakker bent mag u weer opstaan.


4. Het ontslag

Enkele uren na de ingreep mag u met ontslag. Wij adviseren u niet alleen naar huis te gaan of zelf auto te rijden. Ook is het belangrijk dat er deze eerste nacht iemand bij u thuis is.
De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.
Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de hoofd-halschirurg en de tandarts.
Uw huisarts zal op de hoogte gesteld worden over de ingreep en het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.

De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau.

Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven.

Pijn
Wij adviseren u vier maal daags 1000 mg Paracetamol en drie maal daags 50 mg Ibuprofen in te nemen. Een bijwerking van Ibuprofen is maagklachten. Om dit te voorkomen kunt u een maagbeschermer (Pantazol) gebruiken. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen dat u nagenoeg pijnvrij kunt hoesten, ademen en slikken.
Op geleide van uw pijnklachten kunt u dit gaan afbouwen. U kunt het volgende schema volgen:

  • Stop eerst met de Ibuprofen en Pantazol;
  • Als dat goed gaat kunt u de Paracetamol afbouwen door drie maal daags 1000 mg te gebruiken. Daarna kunt u twee maal daags 1000 mg innemen en vervolgens stoppen.


Alcohol en roken

Het is niet verstandig om deze avond alcohol te gebruiken. Roken kan de wondjes in uw mond irriteren en pijn geven. Het advies is om niet te roken.


Werkhervatting

Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.

Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.

Verwerking
Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werksters, geestelijk verzorgers, psychiatrisch verpleegkundige en creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.

Continuïteitsbezoek
De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen. Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt dan op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding.

Het continuïteitsbezoek wordt onder meer aangeboden door diverse reguliere thuiszorg-organisaties. Informeer bij de thuiszorg organisatie in uw woonplaats. Daarnaast biedt Care for Cancer ook het continuiteitsbezoek in heel Nederland aan. U kunt hen vinden via de website www.careforcancer.nl. U kunt zelf contact opnemen met een van deze organisaties. Ook kunt u uw huisarts vragen om het telefoonnummer van de thuiszorgorganisaties waar uw huisarts contact mee heeft.

Contact met het ziekenhuis
Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande problemen ervaart:

  • Temperatuursverhoging boven de 38.5 graden Celsius;
  • Bloeding in uw mond, en de bloeding stopt niet spontaan;
  • Pijnmedicatie werkt onvoldoende.

Als u problemen heeft met uw (nood)prothese dan kunt u een afspraak maken bij de tandarts in het ziekenhuis.

Neemt u bij voorkeur via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek 020 512 9111, contact op met de polikliniek.
Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.

Informatie op internet
www.hoofdhalskanker.info
www.kwfkankerbestrijding.nl

5. Meer informatie
De zorgverleners en afdelingen van het Antoni van Leeuwenhoek zijn telefonisch bereikbaar via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis 020 512 9111.

Buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond-, of Nachthoofd.

Indien u contact opneemt met het ziekenhuis houdt u dan uw patiëntengegevens bij de hand.




December 2018

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload