Mond-keel - Transorale excisie

Inleiding

In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In deze folder vindt u informatie over:

  1. De ingreep
  2. De periode voor de ingreep
  3. De periode na de ingreep
  4. Het ontslag
  5. Meer informatie

In dit document leest u wat u kunt verwachten bij een opname in het Antoni van Leeuwenhoek voor een operatie. U leest over de opname, de operatie en het moment dat u weer naar huis mag.


Lees deze informatie goed door voor uw afspraak met de verpleegkundige. Schrijf uw vragen op en neem die mee naar het gesprek.

Iedere patiënt is anders. Uw behandeling kan dus anders zijn dan wat hier staat. Uw arts of verpleegkundig specialist vertelt wat voor u belangrijk is. Ook andere zorgverleners, zoals een fysiotherapeut of diëtist, geven u persoonlijke uitleg.

Wij raden aan om iemand mee te nemen naar uw afspraken. Twee mensen onthouden meer dan één.


In deze folder vindt u informatie over de transorale excisie van een beperkte tumor in mond, keel of tong.



1. De ingreep

U wordt opgenomen voor het verwijderen van een beperkte tumor in uw mondbodem, tong of keelholte (= orofarynx). Dit kan door de tumor chirurgisch te verwijderen of met CO2-laser of soms met de Davinci robot. Soms wordt hierbij ook een randje van de kaak en tanden/kiezen verwijderd.

Voor het sluiten van de wond kan gekozen worden uit verschillende manieren:

  • De wond is met oplosbare hechtingen gesloten.
  • De wond is opengelaten en groeit langzaam vanzelf dicht.
  • De wond wordt gesloten met een huidtransplantaat uit uw been of liesplooi.
  • De wond wordt afgedekt door uw gebitsprothese of een gebitsplaatje.

Soms wordt de operatie gecombineerd met een operatie aan de halsklieren (zie halsklier dissectie) of een schildwachtklier procedure (sentinel node). De hoofd-halschirurg heeft u geïnformeerd over deze behandeling. De operatie duurt ongeveer één tot anderhalf uur.

Mogelijke complicaties
Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Bij deze ingreep bestaat er ook een kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:

  • Nabloeding;
  • Gevoelsuitval van een deel van de tong;
  • Beschadiging van de motorische zenuwen van de tong (met bewegingsbeperking);
  • Zwelling van de tong met zelden luchtwegproblemen (soms tracheotomie nodig);
  • Beschadiging van het gebit;
  • Slikproblemen;
  • Spraakproblemen.

Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.

Het weefselonderzoek
Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog anatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt vijf tot tien werkdagen. Als er een stukje kaakbot weggenomen is, dan moet dit botweefsel eerst een bewerking van ontkalking ondergaan alvorens te kunnen worden onderzocht. Het onderzoek duurt dan langer. De uitslag is ongeveer drie tot vier weken na de operatie definitief bekend.
De uitslag wordt door de hoofd-halschirurg op de polikliniek met u besproken. Bij ontslag krijgt u hiervoor een afspraak mee.

2. De periode voor de ingreep

Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de ingreep is er een aantal onderzoeken noodzakelijk. Uw hoofd-halschirurg heeft u hierover geïnformeerd.
De volgende diagnostische onderzoeken kunnen worden uitgevoerd:

  • MRI-scan of CT-scan hoofd-halsgebied;
  • Longfoto en kaakfoto (OPG);
  • Echografie van de hals, eventueel met cytologische punctie;
  • Echografie van de tumor in de mond (endo-echo);
  • Algemeen bloedonderzoek;
  • ECG (op indicatie van de anesthesioloog);
  • Longfunctie (eventueel).

Poliklinische voorbereiding: medewerkers
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:

  • De hoofd-halschirurg is eindverantwoordelijk voor uw medische behandeling en bespreekt het behandelplan met u. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
  • De tandarts is betrokken voor de zorg van uw tanden of prothese. Soms is het nodig om een gebitsplaatje te maken om hiermee het defect na de operatie af te dekken.
  • De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden. Indien u na de ingreep ter observatie op de Intensive Care wordt opgenomen, is de anesthesioloog gedurende uw verblijf op de Intensive Care de behandelend arts.
  • De hoofd-halsverpleegkundige (HHV) zal u thuis bellen, u krijgt hier voor een belafspraak. Tijdens dit telefonisch contact kunt u uw vragen stellen over de ingreep, de hoofd-halsverpleegkundige kan u aanvullende informatie geven.

De Stoppen met Roken poli
Het merendeel van de tumoren in het hoofdhalsgebied is het gevolg van langdurige, frequente irritatie van de slijmvliezen door alcohol en tabaksrook. Door direct en definitief te stoppen met alcohol en tabak vergroten veel patiënten met hoofd-halstumoren zelf hun kans op genezing. Stoppen met roken en alcohol verkleint namelijk de kans op terugkeer van de tumor op dezelfde plek of het ontstaan van een nieuwe tumor elders in mond of keel. Het voorkomen van het opnieuw ontstaan van tumoren is belangrijk, omdat deze vaak moeilijker te behandelen zijn. Het verslavende effect van alcohol en nicotine kan het stoppen moeilijk maken.
U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De verpleegkundigen van de Stoppen met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij ondersteunen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie. Wilt u hulp hebben in verband met uw alcoholgebruik, dan kunt u zich het beste een afspraak maken bij uw huisarts.

Dag van ingreep
U wordt op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. Eén van de gastvrouwen of -heren brengt u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht. De verpleegkundige coördineert alle zorg. Als het nodig is kan zij de afdelingsarts en/of hoofd-halschirurg consulteren. Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

Op de dag van de ingreep kunt u zich was­sen of dou­chen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden. Uw gebitsprothese gaat wel mee naar de operatiekamer als deze gebruikt wordt om het defect af te dekken. Indien u dit met de anesthe­sioloog heeft afge­sproken krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleeg­kundi­ge brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatie­kamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.

Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicatie voor de narcose wordt toegediend. De hoofd-halschirurg ziet u op de operatiekamer.


3. De periode na de ingreep

Na de ingreep blijft u een korte tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegetage gaat. De verpleegkundigen van de verpleegetage komen u ophalen.
Op de verpleegetage komt de afdelingsarts bij u langs om samen met u en de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met uw hoofd-halschirurg over het verloop van uw herstel.

Infuus
U heeft een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus bevindt zich in een ader in uw arm. Zodra u in staat bent voldoende water te drinken, geen medicatie via het infuus nodig heeft en geürineerd heeft, wordt het infuus verwijderd.

Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed te kunnen doorademen, te hoesten en te mobiliseren. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige vraagt u drie keer per dag om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10. U krijgt tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.

Misselijkheid
Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.

Wond
Hoe groot de wond is, is afhankelijk van de grootte van de tumor. De arts en verpleegkundige informeren u hierover en laten het u zien.
Er zijn verschillende mogelijkheden:

  • De wond is met oplosbare hechtingen gesloten, die na twee tot drie weken oplossen.
  • De wond is opengelaten en groeit langzaam vanzelf dicht.
  • De wond wordt gesloten met een huidtransplantaat uit uw been of liesplooi. Soms wordt er in de mond dan ook een gaasje ingehecht om het transplantaat aan te drukken. Dit wondje wordt met hechtingen gesloten, die de achtste dag na de ingreep verwijderd mogen worden. U krijgt hiervoor een afspraak op de HHV-polikliniek.
  • De wond wordt afgedekt door uw gebitsprothese of een gebitsplaatje. De tandarts heeft op de operatiekamer uw prothese of het plaatje passend gemaakt. De prothese of plaatje blijft vier tot zes weken in. De tandarts blijft u poliklinisch behandelen.

De verpleegkundige helpt u met het verzorgen en inspecteren van uw mond en de wond.

Mondverzorging
Na een ingreep in het hoofd-halsgebied is het belangrijk om uw mond en tong goed te verzorgen en schoon te houden. De wond kan dan beter genezen en de kans op infecties vermindert.
De eerste dagen spoelt u uw mond vier tot zes keer per dag met fysiologisch zout. Het is belangrijk om na het eten goed te spoelen. U kunt ook uw tanden poetsen. Als u een gebitsprothese heeft kunt u die wel dragen en poetsen. De verpleegkundige informeert u hoe u uw mond zelf kunt verzorgen en welke materialen u hiervoor kunt gebruiken. Eventueel wordt de mondhygiënist gevraagd om u te helpen en informeren.

Voeding
De voedingsadviezen na deze operatie zijn afhankelijk van de grootte van de ingreep. De operateur bepaalt dit. Meestal mag u meteen vloeibare voeding gebruiken. Het kan zijn dat dit op de operatiedag beperkt wordt tot water. Na 4 dagen mag u de voeding gaan uitbreiden naar gemalen of vast, aan de hand van uw klachten.

Als het wonddefect te groot is, het eten en drinken te moeizaam gaat of te pijnlijk is, krijgt u tijdelijk sondevoeding via een sonde. De sonde wordt via uw neus en keel tot in uw maag gebracht. Via deze sonde wordt de sondevoeding, water en medicijnen toegediend. Sondevoeding is vloeibare volwaardige voeding. De diëtiste geeft een sondevoedingsadvies door aan de verpleegkundige.

Mobiliseren
Als u goed wakker bent mag u weer opstaan.

4. Het ontslag

Aan het einde van de dag komt de hoofd-halschirurg u informeren over de (voorlopige) uitslag en behandeling.
Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel. Over het algemeen kunt u na één of twee dagen het ziekenhuis verlaten.
De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die volgen na ontslag.
Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de hoofd-halschirurg en eventueel bij de tandarts.
Uw huisarts wordt op de hoogte gesteld over de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.

De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau.

Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven:

Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen aan de hand van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u nagenoeg pijnvrij kunt slikken, hoesten en ademen.
U kunt het volgende schema volgen:

  • Blijf paracetamol drie- tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken.
    Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.


Mondverzorging
U heeft een wond in uw mond. Het is belangrijk om uw mond goed te blijven verzorgen en schoon te houden. Spoel uw mond vier tot zes keer per dag met water of fysiologisch zout. Vooral het spoelen na het eten is belangrijk. U kunt ook uw tanden poetsen. Als u een gebitsprothese heeft kunt u die wel dragen en poetsen.
De verpleegkundige informeert u hoe u uw mond zelf kunt verzorgen en welke materialen u hiervoor kunt gebruiken. Eventueel wordt de mondhygiënist gevraagd u te helpen en te informeren.
U kunt de zoutoplossing thuis zelf maken. Los een afgestreken eetlepel (= 9 gram) keukenzout op in een liter lauw water. Of los een theelepeltje zout op in een kwart liter lauw water. Maak iedere dag een verse zoutoplossing.




Stoelgang
In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren totdat dit weer normaal is.

Voeding
U mag vier tot zeven dagen alleen vloeibare voeding gebruiken. Daarna kunt u uitbreiden naar gewone voeding. Voor uw herstel en wondgenezing is het belangrijk dat u volwaardige voeding gebruikt.
Het is tevens belangrijk dat u voldoende drinkt: in ieder geval 1,5 - 2 liter per dag. Als u vragen heeft over voeding of u heeft last van ongewenst gewichtsverlies, dan kunt u contact opnemen met de afdeling Diëtetiek.

Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.

Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.

Verwerking
Bij het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, een psychiatrisch verpleegkundige en creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.

Continuïteitsbezoek
De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen. Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt dan op afspraak bij u thuis. De wijkverpleegkundige neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding.

Het continuïteitsbezoek wordt onder meer aangeboden door diverse reguliere thuiszorg-organisaties. Informeer bij de thuiszorgorganisatie in uw woonplaats. Daarnaast biedt Care for Cancer ook het continuïteitsbezoek in heel Nederland aan. U kunt hen vinden via de website www.careforcancer.nl. U kunt zelf contact opnemen met één van deze organisaties. Ook kunt u uw huisarts vragen om het telefoonnummer van de thuiszorgorganisaties waar uw huisarts contact mee heeft.

Contact met het ziekenhuis

Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:

  • Benauwdheid, hoesten of verslikken;
  • Bloeding;
  • Andere aan de behandeling gerelateerde problemen.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload