Sinusectomie
Inleiding
In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:
- De ingreep
- De periode voor de ingreep
- De periode na de ingreep
- Het ontslag
- Meer informatie
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij verzoeken u deze informatie goed door te lezen voorafgaand aan het gesprek met de verpleegkundige en eventuele vragen te noteren.
Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten, logopedisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.
In dit document vindt u informatie over het verwijderen van een tumor in de neusholte of de neusbijholten.
1. De ingreep
U wordt opgenomen voor het verwijderen van een tumor in de neusholte of neusbijholten (ook genoemd de sinusholten). Afhankelijk van de plaats van de tumor zal de hoofdhalschirurg een van de volgende vier methodes toepassen.
Operatie volgens Moure
De neusholte/neusbijholten wordt benaderd via een snede in het aangezicht langs en onder uw neus. De wond wordt met hechtingen gesloten.
Operatie volgens Denker
De neusbijholten worden benaderd via een snede aan een zijde in het slijmvlies in de mond onder de bovenlip. De wond wordt met oplosbare hechtingen gesloten.
Operatie volgens facial degloving
De neus en neusbijholten worden benaderd via een snede in de mond onder de bovenlip aan beide zijden en een snede aan de binnenzijde van de neusgaten. Er is geen litteken in het gezicht zichtbaar.
Endoscopische operatie FESS (Funtional Endoscopic Sinus Surgery).
Via de neusopening wordt een endoscoop (kijkinstrument, een buisje met meerdere lenzen) ingebracht, waarmee de plaats van de tumor zichtbaar wordt gemaakt. Met speciale instrumenten kan de tumor verwijderd worden. Er ontstaat geen uitwendige wond.
Bij alle vier methodes blijft het verhemelte intact. Na het verwijderen van de tumor wordt een tampon in de neusholte/neusbijholte achtergelaten om het bloeden te stelpen en het wondvocht op te vangen.
De operatie duurt ongeveer één tot twee uur.
Mogelijke complicaties
Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Bij deze ingreep bestaat er ook kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:
- nabloeding;
- vochtophoping in het gezicht/ rondom de ogen (tijdelijk);
- korstvorming in neus en neusbijholten (tijdelijk);
- oogletsel variërend van een blauw oog (bloeduitstorting) tot letsel van een oogspier met dubbelzien of blindheid (dit laatste is zeer zeldzaam);
- beschadiging van de schedelbasis met soms lekkage van hersenvocht.
Het risico op complicaties is sterk afhankelijk van de locatie en uitbreiding van de tumor.
De risico’s op een complicatie zijn ook verhoogd bij aandoeningen zoals diabetes en hart- en vaatziekten. Ook het continueren van roken en alcoholgebruik, ondervoeding en bestraling in het verleden vergroten het risico op complicaties.
Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.
Het weefselonderzoek
Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog anatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen.
De uitslag (PA-uitslag) wordt door de hoofdhalschirurg op de polikliniek met u besproken. Hij zal ook vertellen of er een nabehandeling (bijvoorbeeld radiotherapie) nodig is.
2. De periode voor de ingreep
Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de ingreep is er een aantal onderzoeken noodzakelijk.
Uw hoofdhalschirurg heeft u hierover geïnformeerd.
Voor de ingreep die u ondergaat, kunnen de volgende diagnostische onderzoeken worden uitgevoerd:
- cytologische punctie of bioptie i.v.m. weefselonderzoek;
- MRI- (soms CT-)scan hoofdhalsgebied;
- Echografie van de hals, eventueel met punctie;
- longfoto;
- algemeen bloedonderzoek;
- eventueel ECG;
- eventueel longfunctie.
Poliklinische voorbereiding: medewerkers
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:
- De hoofdhalschirurg is eindverantwoordelijk voor uw medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
- De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding.
- U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden.
Als u bloedverdunners gebruikt moet met u worden afgesproken of u deze moet doorgebruiken, stoppen of tijdelijk vervangen door een ander middel. - De hoofdhalsverpleegkundige (HHV) informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. Tijdens het laatste bezoek aan de polikliniek heeft u een aantal formulieren meegekregen: de verpleegkundige anamnese en de lastmeter. Deze formulieren geven behalve gegevens als telefoonnummers van uw contactpersoon en uw sociale situatie ook inzicht in uw behoefte aan verpleegkundige zorg tijdens en na de ingreep. Daarom vragen wij u om de twee formulieren in te vullen en mee te nemen naar dit poliklinische gesprek. De HHV neemt met u de verpleegkundige anamnese en de lastmeter door. De HHV kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker, psychiatrisch verpleegkundige bij alcoholgebruik) inschakelen. De HHV zal u tevens vertellen waar u meer informatie kunt vinden over uw ziekte.
- De tandarts en mondhygiëniste zullen uw gebit en mond inspecteren en adviezen geven over de verzorging. Soms is het nodig om uw gebit te saneren of tanden/kiezen te trekken.
- De radiotherapeut draagt zorg voor de bestraling. Meestal is er na een sinusectomie een indicatie om te bestralen.
De Stoppen met Roken poli
Het merendeel van de tumoren in het hoofdhalsgebied is het gevolg van langdurige, frequente irritatie van de slijmvliezen door alcohol en tabaksrook. Door direct en definitief te stoppen met alcohol en tabak vergroten veel patiënten met hoofdhalstumoren zelf hun kans op genezing.
Stoppen met roken en alcohol verkleint namelijk de kans op terugkeer van de tumor op dezelfde plek of het ontstaan van een nieuwe tumor elders in mond of keel. Ook neemt de kans op complicaties af.
Het voorkomen van het opnieuw ontstaan van tumoren is belangrijk, omdat deze vaak moeilijker zijn te behandelen.
Het verslavende effect van alcohol en nicotine kan het stoppen moeilijk maken. U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De verpleegkundigen van de Stoppen met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij ondersteunen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie. Wilt u hulp hebben in verband met uw alcoholgebruik, dan kunt u zich het beste wenden tot uw huisarts.
Nasopure neusdouche
Na de operatie heeft u een Nasopure neusdouche nodig. Met dit apparaat kunt u op een eenvoudige manier uw neus en bijholten reinigen.
Na de operatie is er kans op uitdroging van de slijmvliezen en korstvorming. Om dit te voorkomen is het reinigen van uw neus en bijholten nodig.
We vragen u dit apparaat zelf te kopen en mee te nemen als u opgenomen wordt voor de operatie. Zie : Patiëntenfolder Neuszorg.
Dag van ingreep
Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. Eén van de gastvrouwen of -heren brengt u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.
Op de dag van opname spreekt u de volgende medewerkers:
- De verpleegkundige op de polikliniek heeft met u het opnamegesprek gevoerd. Als u nog vragen heeft naar aanleiding van dit gesprek kunt u deze met de verpleegkundige op de afdeling bespreken. Gedurende uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding.
- De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met de hoofdhalschirurg.
Voor de ingreep
Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.
U kunt zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.
Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken, krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.
De hoofd-halschirurg komt bij u langs om te informeren of u nog vragen heeft. Dit kan ook nog plaatsvinden op het operatiecomplex vlak voordat u naar de operatiekamer gaat.
Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicatie voor de narcose wordt toegediend.
3. De periode na de ingreep
Na de ingreep blijft u korte tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegetage gaat. De verpleegkundigen komen u ophalen.
Op de verpleegetage komt de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met uw hoofdhalschirurg over het verloop van uw herstel. De hoofdhalschirurg komt na de operatie later op de dag en verder tweemaal per week bij u langs.
Infuus
U heeft een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus bevindt zich in een ader in de arm. Zodra u in staat bent voldoende te drinken, geen medicatie via het infuus nodig heeft en geürineerd heeft, wordt het infuus verwijderd.
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te bewegen en te mobiliseren. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft.
De verpleegkundige zal u twee tot drie maal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.
U krijgt op vaste tijden tabletten en/of zetpillen tegen de pijn. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever.
Misselijkheid
Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft.
Wond
- Na een operatie volgens Moure heeft u een wond langs en onder uw neus. De wond is met hechtingen gesloten. De hechtingen worden acht dagen na de ingreep verwijderd.
Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd, het gebied voelt verdoofd aan. Dit gevoel kan nog lang aanhouden, maar herstelt zich over het algemeen wel.
De werkwijze kunt u lezen in de patiëntenfolder Neuszorg. De verpleegkundige kan u de eerste keer ook uitleg geven.
- Na een operatie volgens Denker heeft u een wond onder uw bovenlip. De wond is met oplosbare hechtingen gesloten. Deze lossen na twee tot drie weken op.
- Na een facial degloving heeft u een wond in uw mond en neus. De wond is met oplosbare hechtingen gesloten. Deze lossen na twee tot drie weken op.
- Na een endoscopische operatie heeft u geen zichtbare wond.
Neustampon
Het slijmvlies van de neusholte en neusbijholten is erg bloedrijk en kan daarom nabloeden.
Als tampon wordt een lintgaas of schuim-tampon gebruikt, die in de neusholte of neusbijholten achtergelaten wordt om de bloeding te stelpen en het bloed op te vangen. U ziet en voelt de tampon in een van uw neusgaten zitten, het geeft het gevoel van een verstopte neus.
Er kan nog bloed en vocht uit uw neus en de tampon lekken. Met een gaasje (‘snorretje’) onder uw neus kan dit opgevangen worden. De verpleegkundige zal u helpen en informeren over het verzorgen van uw neus en de tampon.
De neustampon zal twee of drie dagen na de ingreep verwijderd worden door de hoofdhalschirurg, dit kan tijdens de opname of poliklinisch gedaan worden. Het verwijderen van het ‘lintgaas’neustampon kan pijnlijk zijn. U krijgt een half uur voor het verwijderen van de tampon eerst pijnmedicatie via een injectie. Het verwijderen van een schuim-tampon is niet erg pijnlijk, pijnmedicatie is dan niet nodig. Na het verwijderen van de tampon zal de hoofdhalschirurg met een flexibele scoop uw neusholte inspecteren en schoonmaken van oud bloed. Ook kan er nog vocht en bloed uit uw neus druppelen. U kunt dit opvangen met papieren zakdoekjes of een gaasje onder uw neus.
Als er langdurig helder vocht uit uw neus lekt, ook na het verwijderen van de neustampon, moet u uw arts hierover informeren. Er zal dan gecontroleerd worden of dit mogelijk hersenvocht is.
Het spoelen van de neusholte
Enkele uren na het verwijderen van de tampon kunt u beginnen met het spoelen van uw neusholte met de Nasopure neusdouche. Dit is belangrijk om de slijmvliezen vochtig te houden, oud bloed weg te spoelen en bloedkorstjes te voorkomen.
Mondverzorging
Na een operatie vlg. Denker is het belangrijk om uw mond goed te verzorgen en schoon te houden omdat er een wond onder uw bovenlip zit. Poets uw tanden (of gebitsprothese) na elke maaltijd. Als dit niet makkelijk gaat, spoel dan uw mond na elke maaltijd goed met (kraan)water.
Mobiliteit en fysieke activiteit
’s Avonds na de ingreep kunt u al uit bed. Dit is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.
Stoelgang
Na de ingreep functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.
Voeding
U kunt weer normaal eten en drinken. Als u moeilijk kunt kauwen of slikken door pijn of een stijve bovenlip, kunt u een paar dagen zachte voeding gebruiken.
Uiterlijk en ademhaling
Uw neus en gezicht kunnen na de ingreep flink gezwollen zijn. Dit komt door de ingreep maar ook door de neustampon. Hierdoor kan de ademhaling door de neus moeilijk zijn. Probeer dan zo veel mogelijk door uw mond te ademen.
Na het verwijderen van de neustampon neemt de zwelling af en kunt u weer door uw neus ademhalen.
Na een operatie via de FESS kan het gebied rondom uw ogen blauw en dik zijn. Dit hersteld zich na een tot twee weken. Bij zwelling in de oogkas kan u tijdelijk last hebben van dubbelzien. Dit zal zich spontaan herstellen. Als er schade is aan de oogspieren kan dit ook leiden tot dubbelzien. Dit kan van blijvende aard zijn.
Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.
Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij de CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. Uw verpleegkundige kan u in contact brengen met de CKvL.
4. Het ontslag
Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel en zelfstandigheid. Over het algemeen kunt u na twee of drie dagen het ziekenhuis verlaten.
Wanneer u thuis nog zorg nodig heeft (in de vorm van verpleging of verzorging) brengt de verpleegkundige u in contact met de transferverpleegkundige. De transferverpleegkundige bespreekt met u welke zorg u nodig heeft na de ziekenhuisopname en vraagt die zorg voor u aan.
De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.
Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de hoofdhalschirurg en eventueel de radiotherapeut.
Uw huisarts wordt op de hoogte gesteld over de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.
De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep hersteld zult zijn. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.
Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven.
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten. U kunt het volgende schema volgen:
- Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
- Blijf Paracetamol drie tot vier maal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u twee maal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.
Wond
Na een operatie volgens Moure:
De hechtingen worden acht dagen na de ingreep verwijderd. U krijgt hiervoor een afspraak bij de HHV.poli of de huisarts kan de hechtingen verwijderen. Soms worden er onderhuidse hechtingen gebruikt, deze hoeven niet verwijderd te worden.
Na een operatie volgens Denker of facial degloving:
De wond onder uw bovenlip is met oplosbare hechtingen gesloten. Deze hechtingen hoeven niet verwijderd te worden, ze lossen van zelf op en tijdens het mondspoelen zult u ze uitspoelen.
U kunt de wond schoon houden door regelmatig met kraanwater uw mond te spoelen, met name na het eten.
Spoelen van de neus
Het is belangrijk om thuis uw neus drie of vier maal daags te spoelen met de Nasopure neusdouche. Hierdoor blijven de slijmvliezen in uw neus vochtig, ze drogen niet uit en er worden minder korsten gevormd.
Stoelgang
In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren totdat dit weer normaal is.
Voeding
U hoeft geen dieet te volgen, tenzij anders is afgesproken. Voor uw herstel en wondgenezing is het belangrijk dat u volwaardige voeding gebruikt. Het is tevens belangrijk dat u voldoende drinkt: in ieder geval 1½ tot 2 liter per dag.
Als u vragen heeft over voeding of u heeft last van ongewenst gewichtsverlies, dan kunt u contact opnemen met de afdeling Diëtetiek.
Uiterlijk en functiebeperking
Rondom uw ogen, uw neus en wangen kan het gezwollen zijn. Dit oedeem zal afnemen en u zult er dan als normaal uit zien.
Na een FESS- operatie kunt u een of twee ‘blauwe ogen’ hebben. Ook dit herstelt zich na een paar weken.
Vermoeidheid
U kunt lange tijd last houden van vermoeidheid. Een verklaring van de vermoeidheid is er niet altijd. Het is een duidelijk signaal van het lichaam dat er een grote rust/slaapbehoefte is. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen.
Voor meer informatie hierover kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.
Activiteit
Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie.
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.
Seksualiteit en intimiteit
Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken.
De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de medewerkers van de polikliniek Intimiteit, Seksualiteit en kanker. Zij hebben ervaring in het bespreken van problemen op dit gebied. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven.
Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.
Verwerking
Bij het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, een psychiatrisch verpleegkundige en creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.
Continuïteitsbezoek
De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen bij de thuiszorgorganisatie in uw regio of via Care for Cancer.
Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding.
Contact met het ziekenhuis
Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:
- temperatuursverhoging boven de 38,5 graden Celsius;
- aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
- nekstijfheid, waarbij u pijn heeft als u uw kin naar uw borst buigt;
- bloedverlies uit uw neus, die niet na vijf minuten spontaan stopt;
- lekkage van helder vocht uit uw neus als u voorover buigt;
- plotseling slechtziendheid of dubbel zien;
- andere aan de behandeling gerelateerde problemen.
Neemt u bij voorkeur via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek 020 512 9111, contact op met de polikliniek.
Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.
5. Meer informatie
De zorgverleners en afdelingen van het Antoni van Leeuwenhoek zijn telefonisch bereikbaar via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis 020 512 9111.
Buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond-, of Nachthoofd.
Indien u contact opneemt met het ziekenhuis houdt u dan uw patiëntengegevens bij de hand.













Informatie op internet
www.avl.nl/kankersoorten/neusbijholte-en-bovenkaakkanker
www.kwf.nl
November 2018
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.