Olaparib

Deze informatie is bedoeld als aanvulling op de informatie die uw arts/ verpleegkundig specialist u al gegeven heeft. U vindt hier informatie over het middel en over de mogelijke bijwerkingen en adviezen. Tot slot vindt u instanties/personen waar u met uw vragen terecht kunt.

Alle vormen van kanker ontstaan als gevolg van veranderingen in het menselijk erfelijk materiaal (DNA). Deze veranderingen worden ‘mutaties’ genoemd. Tumoren met een zogenaamde BRCA1 of BRCA2 mutatie reageren mogelijk beter op de behandeling met olaparib. Deze mutatie wordt ook gevonden bij bijvoorbeeld sommige vormen van borst- of eierstokkanker of prostaatkanker.

Wat is een BRCA mutatie?

Uw bloed en weefsel bevat genen die bestaan uit DNA. Dit DNA dient als een soort ‘instructieboek’ voor de cellen in het lichaam en wordt gebruikt voor de aanmaak van eiwitten. Een mutatie is een verandering in het DNA die effect heeft op bepaalde processen in uw lichaam. Cellen bevatten normaal gesproken twee goede kopieën van een gen voor de aanmaak van een bepaald eiwit en hebben verschillende mechanismen om DNA te repareren.

BRCA staat voor het BReast CAncer, ofwel het borstkankergevoeligheidsgen. In normale cellen helpen de BRCA1- en BRCA2- eiwitten in de bescherming tegen kanker door de celgroei te controleren en door fouten in het DNA te repareren. Foute BRCA-genen (of genen die een mutatie bevatten) lijken gerelateerd aan een verhoogd risico op erfelijke borst-, eierstok- en prostaatkanker. Sommige mensen krijgen van één van hun ouders een erfelijk gekregen fout in BRCA1/2 genen. Dit heb je vanaf je geboorte en betekent dat één van deze twee gen kopieën niet goed werkt. Dit leidt tot een verhoogd risico op het krijgen van kanker (voornamelijk borst-, eierstok of prostaatkanker). Dit is waarschijnlijk doordat door eventuele schade aan de goede kopie van het gen, een cel geen werkend BRCA1- of BRCA2- eiwit meer kan maken en dus ook ernstige DNA-schade niet meer goed kan repareren. Zulke cellen gaan meestal dood, maar soms vermeerderen deze foute cellen zich en worden het kankercellen. Daarom worden uw bloed en tumorweefsel getest op de aanwezigheid van een BRCA-mutatie.

Olaparib is een middel dat het eiwit genaamd PARP remt. PARP zorgt voor DNA-herstel. Olaparib kan de overleving van kankercellen voorkomen doordat het herstel van beschadigd DNA voorkomen wordt, waardoor de kankercellen doodgaan. Olaparib hoort bij de doelgerichte behandelingen oftewel “targeted therapies”.

http://kanker-actueel.nl/images/Parpremmer%20bij%20BRCA(3).png

Hoe neemt u het in?

Olaparib wordt geleverd in capsules of tabletten. U neemt het tweemaal daags in, ongeveer 12 uur na elkaar.

  • Bewaar het medicijn op kamertemperatuur. Leg het nooit in de koelkast.
  • Als u na het innemen van het medicijn braakt (binnen 2 uur) en ziet dat alle capsules nog intact zijn, neem dan opnieuw een volledige dosis in.
  • Moet u braken meer dan twee uur nadat u uw olaparib heeft ingenomen, of kunt u niet zien of alle capsules/tabletten nog onaangetast zijn? Neem dan niet opnieuw een dosis, maar wacht tot het tijd is voor uw gebruikelijke dosis.
  • Probeer uw capsules/tabletten altijd op dezelfde tijden in te nemen. Bent u ze vergeten in te nemen? Dan kunt u tot twee uur na het gebruikelijke tijdstip alsnog uw olaparib innemen.
  • Elke capsule/tablet moet in zijn geheel worden doorgeslikt.
  • Diarree heeft geen invloed op de werking van de medicatie. U hoeft dus geen nieuwe dosis in te nemen als u na inname van olaparib plotseling diarree krijgt.

Bijwerkingen

Vaak voorkomende bijwerkingen (bij meer dan 1 van de 10 patiënten):

  • Misselijkheid of overgeven: ongeveer tweederde van de patiënten krijgt te maken met misselijkheid en ongeveer een derde van de patiënten krijgt last van overgeven. Uw arts kan u medicijnen geven om de klachten te verminderen, meestal is dit niet nodig.
  • Vermoeidheid: ongeveer tweederde van de patiënten krijgt last van vermoeidheid.
  • Bloedarmoede: het aantal rode bloedcellen kan afnemen, waardoor kortademigheid kan ontstaan. Een enkele keer is er een bloedtransfusie nodig.
  • Diarree: ongeveer één van de vier patiënten krijgt last van diarree. Uw arts kan u medicijnen geven om de klachten te verminderen.
  • Zuurbranden: ongeveer één van de zes patiënten krijgt last van zuurbranden. Uw arts kan u medicijnen geven om de klachten te verminderen.
  • Duizeligheid: ongeveer één van de zeven patiënten krijgt last van duizeligheid. Uw arts kan u medicijnen geven om de klachten te verminderen
  • Hoofdpijn: ongeveer één van de zes patiënten krijgt last van hoofdpijn. Uw arts kan u medicijnen geven om de klachten te verminderen.
  • Smaakverandering: ongeveer één van de zeven patiënten ervaart een smaakverandering.
  • Afname van de eetlust: ongeveer één van de zes patiënten krijgt last van een afname van de eetlust.
  • Vermindering van het aantal witte bloedcellen: dit kan leiden tot het ontstaan van infecties. Als u zich niet lekker voelt of als u koorts heeft (hoger dan 38,5 graden Celsius), is het belangrijk om direct uw arts te bellen, ook na kantoortijd of in het weekend. (Deze contactgegevens kunt u vinden aan het eind van deze patiënteninformatie). Als het nodig is, wordt u voor een behandeling met antibiotica in het ziekenhuis opgenomen.
  • Toename van het creatinine in uw bloed: uw bloed wordt getest en in de gaten gehouden. Creatinine geeft aan hoe goed uw nieren werken. Bij sommige patiënten die met olaparib worden behandeld is een milde toename van creatinine gezien. Dit heeft niet geleid tot een mindere werking van de nieren.

Soms voorkomende bijwerkingen (bij 1 tot 10 van de 100 patiënten):

  • Pijn in de buik ter hoogte van de maag, onder de ribben: ongeveer één van de tien patiënten krijgt last van deze vorm van pijn.
  • Mondslijmvliesontsteking: ontsteking van de mond en de lippen.
  • Vermindering van het aantal bloedplaatjes: dit kan leiden tot ernstige of langer durende bloedingen en tot (soms spontane) blauwe plekken. Als u dit merkt, moet u direct uw arts waarschuwen. In zeldzame gevallen is een transfusie met bloedplaatjes nodig.
  • Huiduitslag

Zelden voorkomend:

  • longontsteking (pneumonitis)
  • Droge kriebelhoest
  • kortademigheid

Neem bij deze bijwerkingen contact op met het AVL.

Om deze bijwerkingen goed te monitoren, komt u regelmatig op het spreekuur en controleren wij uw bloed onder andere op bloedarmoede, bloedplaatjes voor de stolling, uw witte bloedcellen voor de afweer en uw nieren. U moet hierom 1,5 uur voor uw afspraak naar het lab komen.

Neem onmiddellijk contact op met uw arts als u een van de volgende bijwerkingen krijgt:

  • Koorts of infectie – dit kunnen symptomen zijn van een laag aantal witte bloedcellen (neutropenie).
  • Kortademigheid, zich zeer moe voelen, een bleke huid of een snelle hartslag – dit kunnen symptomen zijn van een laag aantal rode bloedcellen (anemie).

Blauwe plekken of bloedingen die langer duren dan normaal als u zich pijn doet – dit kunnen symptomen zijn van een laag aantal bloedplaatjes (trombocytopenie).

Maatregelen om de klachten te verminderen:

Verminderde eetlust, misselijkheid en/of braken

  • Eet meerdere kleine maaltijden per dag.
  • Eet verantwoord en licht.
  • Drink bijvoorbeeld gember- of pepermuntthee.

Blijft u last houden van misselijkheid of braken, neem dan contact op met uw arts of verpleegkundig specialist.

Overmatige vermoeidheid

  • Het is belangrijk een ritme in de dag te houden.
  • Verspreid uw activiteiten over de dag.
  • Plan de belangrijkste activiteiten op dat tijdstip van de dag, waarop u de meeste energie heeft.
  • Stel prioriteiten en wissel drukke dagen en rustdagen zoveel mogelijk af.
  • Accepteer hulp van anderen als het gaat om boodschappen doen, koken of schoonmaken.
  • Blijf in beweging, maak bijvoorbeeld regelmatig een korte wandeling.

Diarree

  • Eet verantwoord, eet vaker rijst
  • Drink minimaal 1,5 tot 2 liter per dag.
  • Vermijd melk en melkproducten.
  • Vermijd niet alleen vette en gekruide voeding, maar ook cafeïne en fruit.

Bloedarmoede (vermoeidheid, onregelmatige hartslag en kortademigheid)

Bij een tekort aan rode bloedcellen spreken we van anemie ofwel bloedarmoede. Een eenvoudige bloedtest maakt snel duidelijk of dit bij u het geval is. Uw arts of verpleegkundig specialist zal u dan adviseren wat u het beste kunt doen.

Wanneer waarschuwen?

Neem contact op met uw behandelend arts/verpleegkundig specialist bij:

  • Aanhoudende misselijkheid en/of braken ondanks het gebruik van medicijnen hiertegen.
  • Spontaan ontstaan van blauwe plekken.
  • Bij koorts > 38.5°Celsius.
  • Bij aanhoudende diarree.
  • Bij kortademigheid en droge hoest.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload