Ooramputatie,
totaal of partieel
U wordt binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek in verband met een ingreep. In deze folder vindt u informatie over:
- De ingreep
- De periode voor de ingreep
- De periode na de ingreep
- Het ontslag
- Meer informatie
Het doel van deze folder is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij verzoeken u deze schriftelijke informatie goed door te lezen voorafgaand aan uw afspraak met de verpleegkundige en uw eventuele vragen te noteren.
Realiseert u zich dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten, logopedisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.
In dit document vindt u informatie over een ooramputatie.
1. De ingreep
U wordt opgenomen voor het verwijderen van een kwaadaardige tumor van het oor. Afhankelijk van de grootte en plaats van de tumor zijn er de volgende twee mogelijkheden:
Partiële ooramputatie
Een deel van uw oor wordt verwijderd, bijvoorbeeld de oorlel of een deel van de oorschelp. De wond wordt gesloten met (oplosbare) hechtingen. Er kan ook een huidtransplantaat gebruikt worden om de wond te sluiten.
Een huidtransplantaat (Thierschplastiek) is een dun laagje huid, dat van uw bovenbeen gehaald wordt en getransplanteerd wordt naar de wond van uw oor. Soms wordt ook gekozen voor een wat dikker stukje huid vanuit uw hals of arm.
De operatie duurt een uur.
Totale ooramputatie
Uw oor wordt in z’n geheel verwijderd. Voor het sluiten van de wond kan gekozen worden voor:
- Primaire sluiting indien mogelijk;
- Een huidtransplantatie;
- Een reconstructie d.m.v. een spier- en huidlap.
De operatie duurt twee tot drie uur. De operatie van uw oor heeft consequenties voor uw uiterlijk en het gehoor. De hoofd-halschirurg zal u informeren over de grootte van de ingreep en over de verminking.
Enkele maanden na de ingreep kan er een oorprothese gemaakt worden.
Bij een volledige ooramputatie, zeker als er implantaten of een andere vorm van reconstructie wordt gebruikt, wordt gekozen voor algehele narcose. In specifieke gevallen kan de ingreep ook plaatsvinden onder plaatselijke verdoving op het Onderzoek- en Behandel Centrum (OBC). Dit bespreekt de hoofd-halschirurg met u.
Mogelijke complicaties
Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en/of wondinfectie. Bij deze ingreep bestaat er ook kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:
- nabloeding;
- verstoorde wondgenezing;
- afstoting Thierschplastiek;
- afstoting spier- en huidlap.
De risico’s op een complicatie zijn verhoogd als u tevens een andere aandoening heeft zoals diabetes of hart- en vaatziekten. Ook het continueren van roken en alcoholgebruik, ondervoeding en bestraling in het verleden vergroten het risico op complicaties.
Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.
Het weefselonderzoek
Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog anatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen.
De uitslag wordt dan met u besproken, u krijgt hiervoor een afspraak op de polikliniek.
2. De periode voor de ingreep
Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de ingreep is er een aantal onderzoeken noodzakelijk. De hoofd-halschirurg heeft u hierover geïnformeerd.
De volgende diagnostische onderzoeken kunnen worden uitgevoerd:
- algemeen bloedonderzoek;
- eventueel stollingsonderzoek;
- klinische foto;
- eventueel ECG;
- eventueel longfunctie.
Poliklinische voorbereiding: medewerkers
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:
- De hoofd-halschirurg is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en bespreekt het behandelplan met u. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
- De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden. Indien u na de ingreep ter observatie op de Intensive Care wordt opgenomen is de anesthesioloog gedurende uw verblijf op de Intensive Care de behandelend arts.
- De hoofd-halsverpleegkundige (HHV) informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. Tijdens het laatste bezoek aan de polikliniek heeft u een aantal formulieren meegekregen: de verpleegkundige anamnese en de lastmeter. Deze formulieren geven behalve gegevens als telefoonnummers van uw contactpersoon en uw sociale situatie ook inzicht in uw behoefte aan verpleegkundige zorg tijdens en na de ingreep. Daarom vragen wij u om de twee formulieren in te vullen en mee te nemen naar dit poliklinische gesprek. De HHV neemt met u de verpleegkundige anamnese en de lastmeter door. De HHV kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker, psychiatrisch verpleegkundige bij alcoholgebruik) inschakelen. De HHV zal u tevens vertellen waar u meer informatie kunt vinden over uw ziekte.
- De gelaatsprothetist informeert u over de mogelijkheden van een oorprothese, hij kan u enkele voorbeelden laten zien. Als u een oorprothese krijgt treft hij de eerste voorbereidingen voor de prothese die speciaal voor u gemaakt wordt.
Dag van ingreep
U wordt op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis, het kan ook zijn dat u een dag eerder opgenomen wordt. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. Eén van de gastvrouwen of -heren brengt u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.
Op de dag van opname ontmoet u de volgende medewerkers:
- De verpleegkundige op de polikliniek heeft met u het opnamegesprek gevoerd. Als u nog vragen heeft naar aanleiding van dit gesprek kunt u deze met de verpleegkundige op de verpleegafdeling bespreken. Gedurende uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding.
- De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medisch beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met de hoofd-halschirurg.
Voor de ingreep
Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.
U kunt u zich ‘s morgens wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden. Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer, of naar het OBC. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer of het OBC
De hoofd-halschirurg komt bij u langs om te informeren of u nog vragen heeft. Dit kan ook nog plaatsvinden op het operatiecomplex vlak voordat u naar de operatiekamer gaat. Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicatie voor de narcose wordt toegediend.
3. De periode na de ingreep
Na de ingreep blijft u korte tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegetage gaat. De verpleegkundigen komen u ophalen.
Op de verpleegetage komt de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met de hoofd-halschirurg over het verloop van uw herstel. De hoofd-halschirurg komt tweemaal per week bij u langs.
Infuus
U heeft een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus bevindt zich in een ader in de arm.
Zodra u in staat bent voldoende te drinken en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen en in bed en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft.
De verpleegkundige zal u twee- tot driemaal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.
U krijgt op vaste tijden tabletten en/of zetpillen tegen de pijn. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever.
Misselijkheid
Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Wond
De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wond en verbindt deze zo nodig. De arts en verpleegkundige zullen u informeren over de grootte van de wond en de verminking. De verpleegkundige zal u de wond van uw oor in de spiegel laten zien (zie verder: Uiterlijk en functiebeperking).
Er zijn drie mogelijkheden:
1. Een wond met hechtingen
De hechtingen worden na acht dagen verwijderd, dit kan poliklinisch (door HHV of huisarts). De wond hoeft niet met verband bedekt te worden. Maar als de wond verminkend is, kan het plezieriger zijn dit te bedekken met verband.
2. Een wond met huidtransplantaat
De huid voor de transplantatie wordt van uw bovenbeen afgenomen. De wond op uw been is de donorsite, een soort schaafwond.
De wond van uw oor met de getransplanteerde huid wordt afgedekt met een sponspakketje. Dit verband wordt vijf tot zeven dagen na de operatie verwijderd. De nieuwe huid ligt dan al vast maar heeft wel langere tijd nodig om aan te groeien en een stevige dikte te bereiken. U kunt met de wond en huidtransplantaat nu wel weer onder een zachte waterstraal.
De donorsite op uw bovenbeen kan de eerste dagen pijnlijk zijn. Genezing duurt tien tot veertien dagen, er wordt speciaal verband gebruikt dat enkele dagen kan blijven zitten. Het verband mag niet nat worden, u kunt er dus niet mee onder de douche. De verpleegkundige vertelt u hier meer over.
3. Een wond met spier- en huidtransplantaat
Deze wond ontstaat na een totale ooramputatie. De wond wordt bedekt met verband, waardoor het minder zichtbaar is voor de omgeving. Na genezing zal er een oorprothese gemaakt worden.
Oorprothese
Als u een oorprothese nodig heeft, wordt u verwezen naar de afdeling gelaatsprothetiek. De prothese kan gemaakt worden als de wond goed genezen is en er geen zwelling meer is. Dit zal ongeveer drie maanden na de ingreep kunnen zijn.
Een oorprothese (of gelaatsprothese) wordt van siliconen en kunststoffen gemaakt, individueel op maat, vorm en kleur.
![oorprothese[1]](/media/folder-item-images/0aan8winkazryuk9pva-ac611c2f/oor-ooramputatie-totaal-of-partieel-pati-0602db97/88ea07d189e16652b904eb278d5f880f5a8de806d55fe6e72a61bfd2aa9d9618.jpg)
Een voorbeeld
Uiterlijk en functiebeperking
Als u de wond van uw oor voor de eerste keer in de spiegel ziet, kunt u schrikken van uw veranderde uiterlijk. Het is voor het verwerken en accepteren van deze verminking belangrijk hierover te praten met uw partner/familie en de verpleegkundige. Een maatschappelijk werkster kan u hierbij ook ondersteunen.
Mobiliteit en fysieke activiteit
’s Avonds na de ingreep kunt u al uit bed. Dit is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.
Stoelgang
Na de ingreep functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.
Voeding
U kunt weer normaal eten en drinken. Uw eetlust kan de eerste periode na de ingreep verminderd zijn. Dit kan gedurende langere tijd zo blijven. De verpleegkundige kan u indien nodig in contact brengen met de diëtiste.
Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden. Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij de CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. De verpleegkundige kan u in contact brengen met de CKvL.
4. Het ontslag
Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel en zelfstandigheid. Over het algemeen kunt u na ongeveer twee tot zes dagen het ziekenhuis verlaten. Voor een ingreep en reconstructie d.m.v. een spier- en huidlap zult u gemiddeld acht dagen opgenomen zijn.
Wanneer u thuis nog zorg nodig heeft (in de vorm verpleging of verzorging) brengt de verpleegkundige u in contact met de transferverpleegkundige. De transferverpleegkundige bespreekt met u welke zorg u nodig heeft na de ziekenhuisopname en vraagt deze zorg voor u aan.
De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag. U krijgt een recept voor de verbandartikelen, die u bij de apotheek kunt halen.
Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de hoofd-halschirurg en eventueel de hoofd-halsverpleegkundige (HHV). Zij zal poliklinisch de hechtingen verwijderen en aanvullende instructies geven over de verzorging van de wond.
Als u een oorprothese nodig heeft krijgt u een afspraak bij de gelaatsprothetist. Uw huisarts wordt op de hoogte gesteld van de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.
De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij u na activiteiten rustmomenten inlast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.
Wij geven u graag een aantal adviezen mee:
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u normaal kunt functioneren. U kunt het volgende schema volgen:
- Verminder en stop eerst de Ibruprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibruprofen.
- Blijf Paracetamol drie tot vier maal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u twee maal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.
De wond
Er zijn drie mogelijkheden, die hier beschreven worden. De verpleegkundige vertelt u welke mogelijkheid voor u van toepassing is. Zij geeft u uitleg en instructie over de verzorging van de wond. Indien nodig wordt ondersteuning van de thuiszorg geregeld.
1. Een wond met hechtingen
De hechtingen kunnen op de HHV-poli of door uw huisarts verwijderd worden. De verpleegkundige zal u vertellen wanneer de hechtingen moeten worden verwijderd. Als er oplosbare hechtingen gebruikt zijn, hoeven deze niet verwijderd te worden. U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. Als de wond gesloten is, kunt u douchen en/of in bad gaan. Dep de wond voorzichtig droog.
2. Een wond met huidplastiek
Als het huidtransplantaat is ingegroeid is het beter voor de genezing er geen verband meer op aan te brengen. De nieuwe huid is nog dun en kwetsbaar. Ter bescherming, van het schuren van lakens of kleding, kunt u een droog verband aanbrengen. Als het verband verkleefd aan de wond maak het dan nat onder de douche. Trek het verband er nooit af, de nieuwe huidcellen kunnen hierdoor beschadigen. Dep het voorzichtig droog en laat de wond zoveel mogelijk zonder verband drogen.
Het verband (Mepilex) op de donorsite bovenbeen kan maximaal vijf dagen blijven zitten. Indien het verzadigd is met wondvocht moet het verband vervangen worden. Het verband mag niet nat worden. Ongeveer acht dagen na de operatie kunt u de wond beoordelen. Is de huid nog niet dicht en droog, dan kunt u een Mepitel-verband gaan gebruiken, afgedekt met een gaasje. Verschoon elke dag het gaasje. Mepitel-verband mag drie dagen op de wond blijven zitten. U mag er mee onder de douche. Indien de Mepitel eraf valt moet u een nieuwe aanbrengen.
Als de donorsite dicht en droog is hoeft er geen verband meer op. Houdt u de huid dan soepel en zacht, verzorg de huid tweemaal daags met bodylotion of huidcrème.
3.Een wond met een reconstructie d.m.v. een spier- en huidlap
De hechtingen worden na acht dagen verwijderd. U krijgt hiervoor een afspraak met de hoofd-halsverpleegkundige (HHV). Als de wond en omliggende huid goed genezen is, kan de oorprothese gemaakt worden.
Als de prothese klaar is kan u die ook gaan dragen. De gelaatsprothethist zal u vertellen hoe u de prothese gebruikt, schoonmaakt en aanbrengt.
Uiterlijk en functiebeperking
Het kan moeilijk zijn om met de beperkingen of veranderd uiterlijk om te gaan. Ook is het confronterend andere mensen te ontmoeten. Hoe moeilijk het waarschijnlijk ook is, het is niet goed contacten met anderen te vermijden. U komt dan steeds verder van de mensen om u heen af te staan, waardoor u zich erg alleen kunt gaan voelen. Blijf praten over de beperkingen en uw gevoelens, probeer bezoek te ontvangen en naar buiten te gaan. U kunt hulp krijgen van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL).
Stoelgang
In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren totdat deze weer normaal is.
Voeding
U hoeft geen dieet te volgen, tenzij anders is afgesproken. Voor uw herstel en wondgenezing is het belangrijk dat u volwaardige voeding gebruikt.
Het is tevens belangrijk dat u voldoende drinkt: in ieder geval 1½ tot 2 liter per dag. Als u vragen heeft over voeding of u heeft last van ongewenst gewichtsverlies, dan kunt u contact opnemen met de afdeling Diëtetiek.
Vermoeidheid
U kunt lange tijd last houden van vermoeidheid. Een verklaring van de vermoeidheid is er niet altijd. Het is een duidelijk signaal van het lichaam dat er een grote rust-/slaapbehoefte is. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen.
Activiteit
Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. Er bestaan verschillende mogelijkheden met betrekking tot revalidatie. Voor meer informatie over nazorg en revalidatie kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie.
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.
Seksualiteit en intimiteit
Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken. De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de medewerkers van de polikliniek Seksualiteit en kanker. Zij hebben ervaring in het bespreken van problemen op dit gebied. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat Centrum voor Kwaliteit van Leven
Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.
Verwerking
Bij het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, psychiatrisch verpleegkundige en creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.
Continuïteitsbezoek
De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen. Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt dan op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding.
Het continuïteitsbezoek wordt onder meer aangeboden door diverse reguliere thuiszorgorganisaties. Informeer bij de thuiszorgorganisatie in uw woonplaats. Daarnaast biedt Care for Cancer ook het continuïteitsbezoek in heel Nederland aan. U kunt hen vinden via de website www.careforcancer.nl. U kunt zelf contact opnemen met een van deze organisaties. Ook kunt u uw huisarts vragen om het telefoonnummer van de thuiszorgorganisaties waar uw huisarts contact mee heeft.
Contact met het ziekenhuis
Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:
- problemen met de wond(en);
- tekenen van wondinfectie: roodheid, zwelling, pijn, pus;
- temperatuursverhoging boven de 38,5 graden Celsius;
- aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
- andere aan de behandeling gerelateerde problemen.
Neemt u bij voorkeur via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek (020 512 9111) contact op met de
HHV-polikliniek. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.
5. Meer informatie
Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de verschillende spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.
Informatie op internet
www.hoofdhalskanker.info
www.kanker.nl
www.pvhh.nl (Patiëntvereniging Hoofd-Hals)
www.eigengezicht.nl
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.