Operaties van de onderbuik bij (endel)darmkanker

Inleiding

In verband met een operatie wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:

  1. De operatie
  2. De periode voor de operatie
  3. De periode na de operatie
  4. Het ontslag
  5. Meer informatie

Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de operatie en het ontslag. Wij moedigen u en uw naasten aan om deze informatie goed door te lezen, zodat uw herstel zo min mogelijk belemmerd wordt door onzekerheid en zorgen.

Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten, logopedisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.

1. De operatie

U krijgt een operatie van de onderbuik omdat er bij u darmkanker of een uitzaaiing daarvan in de onderbuik is geconstateerd. De operatie vindt plaats via een open benadering, dat wil zeggen dat er een snede in de lengterichting van de buik wordt gemaakt zodat de chirurg goed zicht heeft op de onderbuik.

Hoe uitgebreid de operatie is hangt af van de lokalisatie en de grootte van de tumor(en) die bij u geconstateerd is. Soms is het nodig om naast de tumor ook organen van de onderbuik te moeten verwijderen. Dit is het geval wanneer de tumor heel dicht tegen een van de andere organen ligt of is ingegroeid. Organen van de onderbuik zijn de (endel)darm, de blaas en de urineleiders. Bij mannen ligt ook de prostaat in de onderbuik en bij vrouwen de baarmoeder en de eierstokken. In sommige gevallen bevindt de tumor zich zo laag in de endeldarm dat deze tegen de kringspier aan ligt. Het kan dan nodig zijn om ook de kringspier te verwijderen.

Uw behandeld arts heeft op de poli met u besproken hoe uitgebreid de operatie in uw geval zal zijn en welke organen betrokken zijn.

Wanneer de tumor zich (ook) in de (endel)darm bevindt zal de chirurg het zieke gedeelte van de darm verwijderen en twee darmuiteinden aan elkaar maken, of wordt er een stoma aangelegd. Als er bij u een stoma wordt aangelegd zal de chirurg dit vooraf op de poli met u bespreken.

Wanneer ook de blaas verwijderd moet worden, krijgt u naast een gesprek met de chirurg ook een gesprek met de uroloog en de stomaverpleegkundige. Zij zullen u dan aanvullende informatie geven over het verwijderen van de blaas. U krijgt dit ook schriftelijk mee. De uroloog zal samen met de chirurg uw operatie uitvoeren.

Wanneer met u besproken is dat de kringspier/anus verwijderd moet worden krijgt u hier ook aparte informatie over mee. Tevens krijgt u hierover een voorlichtingsgesprek met de wondverpleegkundige.

Hoe lang de operatie zal duren hangt af van hoe uitgebreid de operatie is. Dit kan variëren van een dagdeel tot een hele dag.

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in een bloedvat), longontsteking, nabloeding en een wondinfectie. Daarnaast bestaat bij deze operatie ook kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:

  • Bij alle darmoperaties waarbij er twee uiteinden aan elkaar worden gemaakt, bestaat er een risico op lekkage van de darmnaad, een zogenaamde naadlekkage. Vaak moet in dat geval een nieuwe operatie plaatsvinden.
  • Bij operaties in de onderbuik kunnen plasproblemen en seksuele functiestoornissen ontstaan. Bij mannen zijn dat erectiestoornissen of problemen ten aanzien van de zaadlozing, bij vrouwen veranderingen in het vochtig worden van de vagina

Andere complicaties die kunnen optreden zijn:

  • Open gaan van de wond;
  • Het niet op gang komen van de darmen;
  • Kortademigheid;
  • Fistel (abnormale verbinding tussen darm en een andere orgaan of de huid);
  • Urineweginfectie;
  • Lekkage van urine in de buik;
  • Abcesvorming.

Zowel de chirurg als de verpleegkundig specialist zullen bovenstaande complicaties en de risico’s daarop met u bespreken op de polikliniek.

De risico’s op een complicatie zijn ook verhoogd als u lijdt aan andere aandoeningen zoals diabetes, hart- en vaatziekten. Ook roken, alcoholgebruik, ondervoeding en bestraling in het verleden vergroten het risico op complicaties. Door een groot aantal maatregelen rondom de operatie doen wij er alles aan om risico’s rondom de operatie zo beperkt mogelijk te houden.

Niet alle complicaties zijn vlak na de operatie merkbaar. Soms treden complicaties of klachten pas later op. Mocht er bij u sprake zijn van een van bovenstaande complicaties bespreek dit dan altijd met uw verpleegkundig specialist.

Het weefselonderzoek

Het weefsel dat tijdens de operatie wordt weggenomen, wordt door de patholoog anatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. De uitslag wordt zo mogelijk tijdens uw opname in het ziekenhuis, met u en uw naasten besproken. Als u ontslagen wordt vóórdat de uitslag van het onderzoek bekend is, dan krijgt u de uitslag op de polikliniek. Hiervoor wordt dan bij uw ontslag een afspraak gemaakt.

2. De periode voor de operatie

Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek

Ter voorbereiding op de operatie zijn een aantal onderzoeken noodzakelijk.

De chirurg en de verpleegkundig specialist zullen u hierover informeren.

Poliklinische voorbereiding

Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:

  • De chirurg is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de operatie kunt u aan hem of haar stellen.
  • De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig medische handelingen in het chirurgische behandeltraject uitvoert, waaronder het verrichten van lichamelijk onderzoek, aanvragen van onderzoeken, opzetten van een behandelplan, het geven van voorlichting en de nacontrole. U kunt aan de verpleegkundig specialist vragen stellen die u nog heeft na het bezoek aan de chirurg. Hij of zij vraagt naar uw medische geschiedenis en uw huidige gezondheid en verricht een algemeen lichamelijk onderzoek. Tevens zal zij een uitgebreid voorlichtingsgesprek met u voeren voorafgaand aan de operatie. Na dit gesprek is de verpleegkundig specialist uw vaste contactpersoon voor u en uw naasten. Vervolgens ziet u de verpleegkundig specialist bij de nacontroles op de polikliniek.
  • De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder ‘Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie’. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden. Indien u na de operatie p ter observatie op de Intensive Care (IC) wordt opgenomen is de anesthesioloog gedurende uw verblijf op de IC de behandelend arts.
  • Indien de chirurg verwacht dat er een kans bestaat dat er een tijdelijk of blijvend stoma wordt aangelegd, zal hij of zij u doorverwijzen naar de stomaverpleegkundige. De stomaverpleegkundige zal u de nodige informatie geven om met een eventueel stoma om te gaan.

Voorbereiding thuis

Voor de operatie is het erg belangrijk dat u lichamelijk in een goede conditie bent. In de wachttijd tot de operatie kunt u uzelf trainen door bijvoorbeeld dagelijks een uur gaan wandelen.

Daarnaast is het belangrijk dat u in een goede voedingstoestand verkeert wanneer u wordt geopereerd. U kunt hieraan meewerken door gevarieerd en eiwitrijk te blijven eten. Ter voorbereiding op een operatie wordt geadviseerd 5-7 keer per dag een portie eiwitrijk voeding te nemen. Producten die veel eiwitten bevatten zijn: Vlees, noten, vis, zuivel, eieren en vleesvervangers. Als dit door omstandigheden niet lukt kunt u dit aangeven bij de verpleegkundig specialist en wordt er in overleg met u een consult bij de diëtist aangevraagd.

Om de kans op wondinfecties na de operatie te verkleinen is aan u een antibiotica-mengsel voorgeschreven om de hoeveelheid bacteriën in uw darmkanaal te verminderen. U ontvangt hier apart informatie over van de verpleegkundig specialist op de polikliniek.

In sommige gevallen is het nodig dat de darmen leeg zijn voor de operatie. U krijgt hiervoor dan een drankje van de verpleegkundige op de afdeling.

Vanaf het moment dat u start met het drankje mag u alleen nog heldere vloeistoffen drinken. Als uw darmen gespoeld moeten worden wordt dit op de polikliniek met u besproken en krijgt u hier ook apart informatie over mee van de verpleegkundig specialist.

Uit onderzoek is gebleken dat het op gang komen van de darmen na de operatie wordt bevorderd door het kauwen van kauwgom. Vanaf een aantal uur voor de operatie, en in de week na de operatie, adviseren wij u dan ook om zoveel mogelijk kauwgom te kauwen. De kauwgom wordt niet op de afdeling verstrekt dus wij vragen u dit zelf mee te nemen. Het soort kauwgom mag u zelf bepalen (suikervrij, niet suikervrij etc.). Het gaat om het kauwen en niet om de ingrediënten.

De Stoppen met Roken poli

Na een operatie is er altijd sprake van een wondgebied (inwendig en uitwendig). Uit onderzoek is gebleken dat de wondgenezing veel beter verloopt als u niet rookt. Daarnaast is de kans op het krijgen van een longontsteking groter als u rookt. Daarom is het van groot belang om te stoppen met roken voor de operatie om een zo goed mogelijk beloop van de behandeling te bewerkstelligen.

Het verslavende effect van alcohol en nicotine kan het stoppen moeilijk maken. U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De verpleegkundigen van de Stoppen met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij ondersteunen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie. Wilt u hulp hebben in verband met uw alcoholgebruik, dan kunt u zich het beste wenden tot uw huisarts.

Zodra de opnamedatum en/of operatiedatum bekend is, neemt de afdeling Opname telefonisch contact met u op.

Opname

Afhankelijk van wat er met u is afgesproken wordt u één dag voor de ingreep óf op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) verwijst u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.

Op de dag van opname spreekt u de volgende medewerkers:

  • De verpleegkundige informeert u over de operatie en de periode in het ziekenhuis. Hij of zij neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. Hij of zij kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen. Tijdens uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding.
  • De verpleegkundige vertelt u welke slaap- en premedicatie de anesthesioloog heeft voorgeschreven. Ook hoort u van de verpleegkundige op welk tijdstip de operatie is gepland; dit is een schatting.
  • De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw chirurg.
  • Een van de chirurgen spreekt kort met u om na te gaan of u nog vragen heeft over de operatie.
  • De stomaverpleegkundige tekent de plaats af waar de eventuele stoma komt en beantwoordt uw laatste vragen.

Ter voorbereiding op de operatie vindt een aantal handelingen plaats:

  • Wanneer u aan de endeldarm geopereerd wordt krijgt u darmvoorbereiding om de darmen voor de operatie zoveel mogelijk leeg te maken. De verpleegkundige informeert u hierover. Vanaf het moment dat u start met het drankje mag u alleen nog heldere vloeistoffen drinken;
  • Om het op gang komen van de darmen na de operatie te bevorderen vragen wij u kauwgom te kauwen vanaf 3 uur voor de operatie of wanneer u wakker bent in de ochtend voor de operatie;
  • Wanneer u niet aan de endeldarm geopereerd wordt mag u de dag voor de operatie eten en drinken zoals u gewend bent;
  • U krijgt de gelegenheid om samen met uw naasten de Intensive Care (IC) te bezoeken om een indruk te krijgen van deze afdeling, waar u direct na de operatie verblijft;
  • Voor de nacht krijgt u de medicatie, die door de anesthesioloog is afgesproken.

Dag van de operatie

Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken. In de meeste gevallen mag u tot acht uur voor de operatie normaal eten en drinken en tot vier uur voor de operatie heldere dranken nemen.

Op de dag van de operatie kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.

Indien u dit met de anesthe­sioloog heeft afgesproken krijgt u voor de operatie een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.

De chirurg en de overige medewerkers van het operatieteam komen bij u langs om nogmaals uw gegevens te controleren. Dit vindt plaats op het operatiecomplex vlak voordat u naar de operatiekamer gaat.

Voor de operatie krijgt u een infuus waardoor de medicijnen voor de narcose worden toegediend. Ook krijgt u een zeer dun ‘slangetje’ (epiduraalkatheter) in de rug aangebracht. Via dit ‘slangetje’ krijgt u tijdens en na de operatie pijnbestrijding.

3. De periode na de operatie

Na de ingreep blijft u minimaal 1 nacht op de Intensive Care, waar de anesthesioloog verantwoordelijk is voor de medische behandeling en controles. Hij of zij beoordeelt samen met de chirurg wanneer u terug gaat naar de verpleegafdeling.

Op de verpleegafdeling komt de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met de behandelend specialist over het verloop van uw herstel. De chirurg komt regelmatig bij u langs.

Fraxiparine

Na de ingreep krijgt u dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine (in uw buik, bovenbeen of bovenarm), tot vier weken na de operatie. Fraxiparine voorkomt een stolsel in een bloedvat (trombose).

Katheters, lijnen en drains

Na de operatie heeft u een aantal ‘slangen’/lijnen:

  • Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus kan zi ch in een ader in de arm en/of onder het sleutelbeen en/of in de hals bevinden.
  • Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste 24 uur na de operatie.
  • Een epiduraalkatheter. Dit is een dun slangetje in de rug waardoor u pijnmedicatie krijgt toegediend. De medicatie die u via de epiduraalkatheter krijgt wordt gestopt op geleide van uw pijnklachten en herstel. Zodra deze medicatie is gestopt, wordt de katheter verwijderd. Dit is gemiddeld na drie tot vier dagen.
  • Een blaaskatheter voor de afvloed van urine. De blaaskatheter wordt verwijderd zodra de medicatie via de epiduraalkatheter is gestopt. Hierna wordt gecontroleerd of u spontaan kunt plassen.
  • Een of meerdere wonddrains uit het operatiegebied voor de afvloed van wondvocht. Afhankelijk van de hoeveelheid wondvocht wordt deze verwijderd.

Pijn

Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen en in- en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, ontstaat er in uw bloed een concentratie van de werkzame stof. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever. De verpleegkundige zal u drie maal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.

Naast pijnbestrijding via de epiduraalkatheter krijgt u tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.

Misselijkheid

Misselijkheid na de operatie komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de operatie zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.

Wond

De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wond en verbindt deze zo nodig. De hechtingen van de wond worden 10 dagen na de operatie verwijderd. Als u in het verleden in het wondgebied bent bestraald worden de hechtingen na 21 dagen verwijderd.

Stoma

De verpleegkundige geeft u in de dagen na de operatie instructie over de verzorging van het stoma en het gebruik van het opvangmateriaal. De hechtingen van het stoma worden tien dagen na de operatie verwijderd.

De stomaverpleegkundige komt bij u langs om samen met u te kijken welk materiaal voor u geschikt is en wat u thuis kunt gebruiken. Zij zal u ook psychosociaal begeleiden en een vervolgafspraak met u maken waarin wordt besproken of het materiaal voldoet en hoe het leven met een stoma is. De stomaverpleegkundige komt na de operatie regelmatig bij u langs.

Mobiele en fysieke activiteit

Vanaf de dag na de operatie moet u drie keer per dag uit bed. Dit is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.

U zult merken dat de activiteiten die voor de operatie vanzelfsprekend waren, nu veel inspanning kosten. U zult uw energie moeten verdelen over de dag. Door de wond en de aanwezigheid van een aantal ‘slangen’ wordt u weliswaar beperkt in uw bewegingsvrijheid, maar al vanaf de eerste dag na de operatie wordt u gestimuleerd te lopen. Onder begeleiding van de verpleegkundige en/of fysiotherapeut zult u in de dagen die volgen toenemend zelfstandig worden.

U zult steeds vaker en langer uit bed komen. Het streven is om u zo snel mogelijk minimaal drie maal per dag op de gang te laten wandelen. Uw familie mag u daarbij ook helpen.

Stoelgang

Na de operatie functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Dit gaat vaak gepaard met misselijkheid en krampen. Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.

Voeding

Na de operatie wordt u gestimuleerd zo snel mogelijk weer normaal te eten en drinken. U hoeft geen dieet aan te houden na de operatie.

Uw eetlust kan de eerste periode na de operatie verminderd zijn. Dit kan gedurende langere tijd zo blijven. Zo lang u nog niet een normaal dieet kan aanhouden krijgt u van de afdeling één tot twee flesjes eiwitrijke drank om uw dieet aan te vullen.

De verpleegkundige kan u indien nodig in contact brengen met de diëtiste.

Ademhaling
Om de functie van de longen zo optimaal mogelijk te houden is de zorg voor de ademhaling van groot belang. Een optimale longfunctie wordt onder andere bereikt door:

  • regelmatig uit bed te gaan en te bewegen;
  • goede pijnbestrijding;
  • ademhalingsoefeningen;
  • het ophoesten van slijm;
  • halfzittende houding in bed;
  • niet te roken.

Nadere uitleg ademhalingsoefeningen

Het is de bedoeling dat u zelf elk uur ademhalingsoefeningen doet als u wakker bent.

Begin een minuut met een rustige buikademhaling en daarna vijf maal een diepe inademing. Na de ademhalingsoefening gaat u een paar maal ‘huffen’ en hoesten (zie onderstaande toelichting).

Rustige buikademhaling

Ga ontspannen zitten of liggen. Leg de handen losjes op de buik en adem rustig in, het liefst door de neus. Voel de buik tijdens de inademing naar de handen toe bewegen. Adem daarna uit door de mond waarbij u de buik voelt terugzakken. Doe dit in uw eigen tempo en ademdiepte.

Diepe inademing

Ga goed rechtop zitten. Houd de handen op de buik en adem langzaam zo diep mogelijk in, liefst door de neus. Als eerste voelt u de buik uitzetten, daarna komt de borstkas naar voren en wordt breder. Houd de adem twee tellen vast, niet persen maar als het ware in blijven ademen. Adem daarna rustig uit door de mond.

Huffen

Adem normaal in. Open de mond en de keel en adem krachtig uit door de buik snel in te trekken. Let erop dat de keel goed open is en de kracht uit uw buik komt.

Hoesten

Goed hoesten doet u door diep in te ademen en in een keer alle lucht krachtig uit te hoesten.

Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.

Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij de CKvL werken deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. Uw verpleegkundige kan u in contact brengen met de CKvL.

4. Het ontslag

Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel en zelfstandigheid. Over het algemeen kunt u na ongeveer tien tot veertien dagen het ziekenhuis verlaten.

Mogelijk heeft u na ontslag uit het ziekenhuis nog zorg nodig. Bespreek dit tijdig met uw verpleegkundige en behandelend arts.

De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u. Bij voorkeur is hierbij een naaste aanwezig. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.

Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de chirurg en een belafspraak bij de verpleegkundig specialist. Indien nodig krijgt u ook een afspraak bij de stomaverpleegkundige.De chirurg zal uw huisarts op de hoogte stellen van de operatie, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.

De periode na het ontslag

Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de operatie bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de operatie, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.

Wij willen u een aantal adviezen meegeven.

Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Ook als u weinig pijnklachten ervaart, is het verstandig om de pijnstillers zo in te nemen dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.

U kunt het volgende schema gebruiken om pijnmedicatie af te bouwen:

  • verminder en stop eerst de Ibruprofen. U kunt stoppen met het gebruik van de pantozol (maagbeschermer) zodra u gestopt bent met de Ibruprofen;
  • blijf paracetamol drie tot vier maal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u twee maal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.

Wond
Indien de hechtingen tijdens de ziekenhuisopname niet zijn verwijderd, kunt u hiervoor een afspraak maken bij uw huisarts. De verpleegkundige vertelt u wanneer de hechtingen moeten worden verwijderd.

U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. Als de wond gesloten is, kunt u douchen en/of in bad gaan. Dep de wond na afloop droog. Als de wond nog open is op het moment dat u naar huis gaat, krijgt u voor uw ontslag uitleg en instructie van de verpleegkundige of wondverpleegkundige over de verzorging van de wond. Indien nodig wordt ondersteuning van de wijkverpleegkundige bij de wondzorg geregeld.

Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wond dagelijks bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:

  • de huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen;
  • u heeft toenemende pijn aan de wond;
  • er komt pus uit de wond;
  • u heeft temperatuurverhoging (boven 38,5 graden Celsius).

U kunt tijdens kantooruren contact opnemen met de wondverpleegkundige (of indien niet bereikbaar met de verpleegkundig specialist van wie u een visitekaartje heeft ontvangen). Buiten kantooruren neemt u contact op met het WAN-hoofd (Weekend avond nachthoofd) via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis. Bereikbaarheid staat in hoofdstuk 5 beschreven.

Stoma

Indien de hechtingen van de stoma tijdens de ziekenhuisopname niet zijn verwijderd, kunt u hiervoor een afspraak maken bij uw huisarts. De verpleegkundige zal u vertellen wanneer de hechtingen moeten worden verwijderd.

Het kan voorkomen dat er te veel of te weinig ontlasting via de stoma komt. Neem contact op met de stomaverpleegkundige in de volgende gevallen:

  • meer dan één liter ontlasting in 24 uur via het stoma en/of uitdrogingsverschijnselen (weinig plassen, donker gekleurde urine, dorst, vermoeidheid, duizeligheid, prikkelbaarheid, slaapstoornissen, spierkrampen);
  • langer dan 24 uur geen ontlasting via het stoma.

Stoelgang
In de periode na de operatie kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de operatie. Het kan enige tijd duren totdat dit weer normaal is.

Plassen

Als op het moment van ontslag de blaas nog niet goed werkt, gaat u met de blaaskatheter naar huis. Met de chirurg of de uroloog wordt afgesproken hoe lang de blaaskatheter dan nog in blijft. Soms wordt ook besloten dat u zelf een aantal keer per dag de blaas leeg maakt door een blaaskatheter in te brengen. Mocht dit nodig zijn dan wordt u deze handeling geleerd door de verpleegkundige of door de wond/stomaverpleegkundige

Voeding

Behandeling van kanker kan veel van uw lichaam vergen. Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de behandeling doorgaans beter aan en heeft u minder risico op complicaties. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Door de ziekte en behandeling is uw behoefte aan energie en eiwitten verhoogd. Het is tevens van belang dat u voldoende drinkt: minimaal 1 ½ - 2 liter per dag.

Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw behandeling, dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek.

Vermoeidheid en activiteit

U kunt tijdens en na de behandeling last houden van vermoeidheid. Vermoeidheid wordt veroorzaakt door de behandeling, de ziekte zelf en doordat de conditie afneemt. Het is belangrijk dat u ondanks deze vermoeidheid voldoende blijft bewegen, zodat u in ieder geval uw conditie op peil houdt. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen. Hoeveel beweging goed en gezond is, is afhankelijk van uw startniveau.

De eerste zes weken mag u niet zwaar tillen. Indien u iets optilt, zorgt u er dan voor dat u dit symmetrisch doet. Deze beperking houdt ook in dat u de eerste zes weken geen zwaar huishoudelijk werk kunt verrichten zoals bijvoorbeeld stofzuigen en ramen lappen.

Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. U kunt de eerste zes weken echter niet intensief sporten (u mag bijvoorbeeld geen buikspieroefeningen doen). Zwemmen mag bij een gesloten wond (de hechtingen moeten dan wel verwijderd zijn).

Revalidatie

Kanker is een ingrijpende ziekte. De gevolgen van deze ziekte en/of behandeling kunnen u in het dagelijks functioneren aanzienlijk beperken. Veel gehoorde klachten zijn vermoeidheid, conditievermindering, angst en onzekerheid. De revalidatiegeneeskunde van het Antoni van Leeuwenhoek heeft oncologische revalidatieprogramma’s ontwikkeld om u te helpen met deze klachten om te gaan.

U kunt aan een revalidatie programma deelnemen tijdens de behandeling maar ook als uw behandeling is afgerond. Uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige kan u hiervoor verwijzen. U kunt dit ook zelf bespreekbaar maken met uw zorgverlener.

Meer informatie vind u in de folder ‘Oncologische revalidatie’ welke u kunt vinden in het Centrum Patiënteninformatie.

In de meeste gevallen vergoedt de zorgverzekeraar het revalidatietraject. Soms moet u echter een eigen bijdrage betalen. Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met uw zorgverzekeraar.

Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.

Intimiteit, seksualiteit en kanker

Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoonten van voor de operatie weer op te pakken. De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. In het Antoni van Leeuwenhoek kunt u terecht bij medewerkers die ervaren zijn in het bespreken van problemen op het gebied van intimiteit, seksualiteit en kanker. Bij hen kunt u terecht met al uw vragen en twijfels op dit gebied. Hiervoor kunt u een afspraak maken via het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven.

Ook bestaat de mogelijkheid om bij seksuele functiestoornissen zoals erectiestoornissen, pijn bij vrijen een afspraak te maken bij de uroloog of gynaecoloog via de Afdeling Planning Polikliniek.

Meer informatie kunt u lezen in de folder ‘Intimiteit, seksualiteit en kanker’. De folder is te verkrijgen op de verpleegafdeling, de polikliniek en het Centrum Patiënteninformatie.

Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de operatie kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.

Verwerking
Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werksters, geestelijk verzorgers, psychiatrisch verpleegkundige, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.

Continuïteitsbezoek

De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen bij de thuiszorg organisatie in uw regio of via Care for Cancer. Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding.

Een continuïteitsbezoek kunt u aanvragen via de thuiszorgorganisatie in uw woonplaats of via www.careforcancer.nl U kunt bij uw zorgverzekeraar informeren of de kosten voor Care for Cancer worden vergoed.

Contact met het ziekenhuis

Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:

  • temperatuurverhoging boven de 38,5 graden Celsius;
  • aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
  • vochtverlies via de wond:
  • aanhoudende misselijkheid en braken, niet kunnen eten en meer dan twee kilo per week afvallen;
  • diarree (vaker dan vijfmaal per dag waterdunne ontlasting of meer dan één liter ontlasting via het darmstoma);
  • obstipatie (langer dan twee dagen geen ontlasting of langer dan 24 uur geen ontlasting via het darmstoma);
  • benauwdheid en hoesten;
  • andere aan de behandeling gerelateerde problemen.

Neemt u bij voorkeur contact op tijdens kantooruren met uw verpleegkundig specialist via de contactgegevens die u gekregen heeft op de polikliniek. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met uw huisarts.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload