Opheffen (dubbel-loops) ileostoma

Inleiding

In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:

  • De ingreep
  • De periode voor de ingreep
  • De periode na de ingreep
  • Het ontslag
  • Meer informatie

Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over de ingreep en de periode daarna. Wij moedigen u aan deze schriftelijke informatie goed door te lezen voorafgaand aan uw opname, zodat uw herstel zo voorspoedig mogelijk verloopt. Zijn er naar aanleiding van deze folder nog vragen dan kunt u contact opnemen met de verpleegkundig specialist op werkdagen tussen 9:00-11:00 via 020 512 9019.

Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundig specialisten, oncologieverpleegkundigen, en andere disciplines dat u begeleiden, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.

1. De ingreep

Bij het opheffen van de ileostoma wordt de stoma eerst losgemaakt van de huid. Vervolgens wordt de dunne darm via de 'stoma-opening' in de buik teruggelegd, nadat de twee darmdelen weer aan elkaar zijn vastgemaakt. De duur van de ingreep ligt rond de 90 minuten.

Mogelijke complicaties

Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Hoewel complicaties bij deze ingreep bijna niet voorkomen bestaat er altijd een klein risico op algemene complicaties zoals trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Daarnaast zien we na deze ingreep ook een verandering in het ontlastingspatroon, hierover later meer.

Het risico op een complicatie is groter indien u lijdt aan andere aandoeningen zoals diabetes en hart- en vaatziekten. Ook roken, alcoholgebruik, ondervoeding en bestraling in het verleden kan het risico op complicaties vergroten.

2. De periode voor de ingreep

Diagnostisch onderzoek

Vooraf aan de ingreep kan het volgende onderzoek worden uitgevoerd:

  • Endoscopie of een scan bij de Radiologie ter beoordeling van de verbinding in de dikke darm of endeldarm om in te schatten of het verantwoordt is de stoma op te heffen.

Poliklinische voorbereiding

Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:

  • De chirurg is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en zal de ingreep met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u onder andere aan hem of haar stellen.
  • De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig geprotocolleerde medische handelingen in het chirurgische behandeltraject uitvoert, waaronder het verrichten van lichamelijk onderzoek, aanvragen van onderzoeken, opzetten van een behandelplan, het geven van voorlichting en de nacontrole. U kunt aan de verpleegkundig specialist vragen stellen die u nog heeft na het bezoek aan de chirurg. De verpleegkundig specialist is contactpersoon voor u en uw naasten gedurende behandelingen en controles in het ziekenhuis.
  • De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder ‘Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie’. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden.

De Stoppen met Roken poli

Na een operatie is er altijd sprake van een wondgebied. Uit onderzoek is gebleken dat de wondgenezing veel beter verloopt als u niet rookt. Daarnaast is de kans op het krijgen van een longontsteking groter als u rookt. Daarom is het van groot belang om te stoppen met roken voor de operatie om een zo goed mogelijk beloop van de behandeling te bewerkstelligen. Indien u hier hulp/ begeleiding in wenst kan dit via onze “Stoppen met roken” poli.

Voeding en beweging

Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de operatie doorgaans goed aan, herstelt u sneller en is het risico op complicatie kleiner. Er wordt geadviseerd eiwitrijk te eten en per dag 30-60 minuten te bewegen. Voorbeelden van eiwitrijke producten zijn: kaas, kip/kalkoen, eieren, vis en kwark/yoghurt. Voor een uitgebreider overzicht van eiwitrijke producten zie http://www.voedingscentrum.nl

Operatieplanning

Zodra de operatiedatum bekend is neemt de afdeling Opname telefonisch of per mail contact met u op. Het streven is om de operatiedatum één tot twee weken vooraf aan de ingreep mede te delen. In principe wordt u opgenomen op de dag dat de ingreep gepland staat.

Opname

Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) verwijst u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.

Als u op de dag van de operatie komt, wordt u ontvangen op de opnamekamer. Vanaf de opnamekamer wordt u naar de operatie- of behandelkamer gebracht. Na de operatie komt u terug op een patiëntenkamer elders op de verpleegafdeling. Hier verblijft u in principe gedurende uw opname op de verpleegafdeling. Bagage/kleding wordt tijdelijk opgeslagen door de verpleegkundige in een locker en krijgt u terug na de operatie. Wij adviseren u waardevolle spullen te laten bewaren door een naaste.

Op de dag van opname kunt u de volgende medewerkers te spreken krijgen:

  • De verpleegkundige informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. Hij of zij neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. Hij of zij kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen. Tijdens uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding. De verpleegkundige vertelt u welke slaap- en premedicatie de anesthesioloog heeft voorgeschreven en vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken. Ook hoort u van de verpleegkundige op welk tijdstip de ingreep is gepland; dit is een schatting.
  • De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw chirurg.
  • De diëtiste adviseert indien nodig over voeding en kan in consult gevraagd worden bij bijvoorbeeld onbedoeld gewichtsverlies.

Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion.

3. De periode na de ingreep

Na de ingreep blijft u korte tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de afdeling gaat.

Op de verpleegafdeling komt de afdelingsarts elke ochtend bij u langs samen met de verpleegkundige om de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met de behandelend specialist over het verloop van uw herstel.

Fraxiparine

Na de ingreep krijgt u dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine (in uw buik, bovenbeen of bovenarm), totdat u met ontslag gaat. Fraxiparine voorkomt een stolsel in een bloedvat (trombose).

Katheters, lijnen en drains

Na de ingreep heeft u mogelijk een aantal ‘slangen’.

  • Een infuus voor vocht- en medicatietoediening.
  • Indien nodig een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Vaak is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig op de uitslaapkamer.
  • Een kleine drain voor eventuele afvloed van wondvocht van binnenuit de wond.

Pijn

Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen en in- en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. Door pijnmedicatie op vaste tijden in te nemen, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever.

Misselijkheid

Misselijkheid na de ingreep kan voorkomen. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.

Wond

De wond wordt in principe onderhuids gehecht maar niet volledig gesloten om zo de kans op ontsteking te verkleinen. Op deze manier kan wondvocht/ vuil nog worden afgevoerd uit de wond. Het duurt een paar weken voordat de wond volledig dicht is. In het begin kan het litteken wat rood/ paarsachtig gekleurd zijn, maar in de meeste gevallen verbleekt deze na verloop van tijd. De verpleegkundige op de afdeling inspecteert dagelijks de wond.

Mobiele en fysieke activiteit

Het streven is na de ingreep zo snel mogelijk weer uit bed te komen. Ook mag u meteen weer eten en drinken na de ingreep. Dit is belangrijk voor het herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang of zelfs het stilliggen van de maag- en darmen, dit laatste noemen we een ileus.

4. Het ontslag

Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel. Over het algemeen kunt u na ongeveer twee tot drie dagen het ziekenhuis verlaten. Het tijdstip van ontslag zal de verpleegkundige met u bespreken.

Bij ontslag krijgt u eventuele recepten en vervolgafspraken mee indien deze nog niet gepland staan. Uw huisarts wordt op de hoogte gebracht van de ingreep, het verloop van de ziekenhuisopname en het vervolgtraject.

De periode na het ontslag

Na ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk aan uitbreiden tot uw normale niveau. Het kan zijn dat u zich in het begin de ene dag beter voelt dan de andere dag. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling. Het opheffen van de ileostoma is een kleine ingreep.

Pijn

De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Ook als u weinig pijnklachten ervaart , is het verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.

U kunt het volgende schema volgen:

  • Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
  • Blijf Paracetamol drie tot vier maal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u twee maal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.

Wond

De wond behoeft in principe thuis geen speciale verzorging. Indien dit wel nodig blijkt kan daar thuiszorg voor geregeld worden. U kunt normaal douchen. Dep de wond na afloop droog. Indien er ook niet-oplosbare hechtingen zijn geplaatst worden deze doorgaans 10 tot 14 dagen na de ingreep verwijderd. Dit mag ook bij uw huisartsenpraktijk gedaan worden.

Soms gaat een wond ontsteken. Het advies is om de eerste periode thuis de wond dagelijks bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één of meerdere van onderstaande verschijnselen optreden:

  • de huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen;
  • u heeft toenemende pijn aan de wond;
  • er komt pus uit de wond;
  • u heeft temperatuursverhoging (boven 38,5 graden Celsius).

Stoelgang

Na het opheffen van de stoma zal de ontlasting weer via de normale weg gaan. Door de eerdere operatie aan de darm is de kans groot dat het ontlastingspatroon anders zal zijn dan u gewend was. Vaak is deze verandering het grootst na een operatie aan de endeldarm.

De endeldarm is een reservoir dat signalen afgeeft aan de hersenen wanneer deze gevuld is met ontlasting. Deze signalen zorgen voor aandrang om naar het toilet te gaan voor ontlasting. Het verwijderen van de endeldarm kan een verstoring geven in deze signaalfunctie. Door bestraling, chemotherapie en/of een operatie kunnen zenuwen beschadigd zijn geraakt. Door het verwijderen van het reservoir bestaat de mogelijkheid dat ontlasting niet meer zoals voorheen opgeslagen kan worden. Daarnaast kan ook de functie van de kringspier verminderd zijn door de eventuele zenuwschade. Dit kan leiden tot een ontregeld ontlastingspatroon wat zich uit in: een verhoogde frequentie van ontlasting, verandering in aandrang en/of ongewild verlies van ontlasting, en/of minder controle over het laten van winden. In het eerste jaar na de operatie treedt over het algemeen de grootste verbetering op in het ontlastingspatroon. Het uiteindelijke herstel kan jaren duren en in sommige gevallen zullen bepaalde klachten nooit volledig verdwijnen. Indien sprake is geweest van een tijdelijk stoma na de operatie kan dit ontregelde ontlastingspatroon na het opheffen van de stoma ontstaan.

Wanneer u in het verleden bestraald bent kunnen klachten in versterkte mate optreden. De darmwand en zenuwen in het operatiegebied kunnen beschadigd zijn geraakt door de bestraling. Deze beschadiging kan in bepaalde mate blijvend zijn.

Klachten die vaker optreden na opheffen ileostoma zijn:

  • Vaker naar het toilet moeten voor ontlasting, dit kan oplopen tot meer dan 20 keer per dag. Het kan gebeuren dat u ook ’s nachts een aantal keer uit bed moet voor ontlasting.
  • In een (paar) uur tijd meerdere keren achter elkaar naar het toilet voor ontlasting (clustering).
  • Dunnere ontlasting dan voor de operatie, soms waterdun.
  • Sterke aandrang voor ontlasting die moeilijk of niet uit te stellen is, waardoor een toilet in de buurt noodzakelijk is. Dit kan ook belemmeren om activiteiten buiten de deur te ondernemen.
  • Ongewild verlies van ontlasting en/of slijm (soiling).
  • Ongewild verlies van winden en/of slijm.
  • Onvolledig de darm kunnen ledigen van ontlasting.

Voeding

Met betrekking tot het ontlastingspatroon wordt het volgende geadviseerd:

  • Vermijd cafeïne (koffie, cola). Cafeïne versterkt het samentrekken van de darm.
  • Vermijd koolzuurhoudende dranken. Dit kan zorgen voor meer gasvorming/ winderigheid en een opgeblazen gevoel.
  • Eet vaker kleinere maaltijden verspreid over de dag (5-6 keer per dag).
  • Sla geen maaltijden over, dit verergert de waterige ontlasting en winderigheid.
  • Kauw voedsel goed en eet rustig zonder daarbij te praten. Dit voorkomt winderigheid en een opgeblazen gevoel.
  • Eet vezelrijke voeding zoals fruit, peulvruchten en volkorenproducten. Dit dikt de ontlasting in en vertraagt de doorgang in de darmen. Voor een goed overzicht van vezelrijke producten en hoeveel gram vezels in bepaalde voedingsproducten zitten, raadpleeg de website www.voedingscentrum.nl
  • Eet zetmeelrijke producten. Zetmeel bindt vocht (bijvoorbeeld aardappelen, peulvruchten, banaan, etc.)
  • Neem maximaal 2 stuks fruit per dag. Te veel fruit versnelt de doorgang in de darmen.
  • Voedingsmiddelen die gasvorming kunnen veroorzaken zijn bier, knoflook, koolsoorten, paprika, prei, spruiten en ui.
  • Een lactosevrij dieet kan klachten verminderen.

Vermoeidheid en activiteit

De eerste zes weken mag u geen zwaar huishoudelijk werk verrichten en de buikspieren te zwaar belasten. Dit om de kans op een littekenbreuk te verkleinen. Een littekenbreuk is het plotseling of geleidelijk aan ontstaan van een zwelling/ bult bij een operatiewond. De bult verdwijnt meestal weer bij plat liggen. Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. Zwemmen mag bij een gesloten wond en wanneer de hechtingen verwijderd zijn.

Werkhervatting

Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en de mate waarin u klachten ervaart rondom uw ontlastingspatroon. Dit kan per patiënt namelijk erg verschillen. Bespreek dit eventueel met de verpleegkundig specialist en met uw bedrijfsarts. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.

Intimiteit, seksualiteit en kanker

Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor deze operatie weer op te pakken.

Contact met het ziekenhuis

Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:

  • temperatuursverhoging boven de 38,5 graden Celsius;
  • aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
  • andere aan de behandeling gerelateerde problemen.
  • aanhoudende misselijkheid en braken, niet kunnen eten en meer dan twee kilo per week afvallen;
  • diarree (vaker dan vijfmaal per dag waterdunne ontlasting);
  • obstipatie (langer dan twee dagen geen ontlasting);
  • benauwdheid en hoesten;
  • Bij twijfel over klachten eventueel gerelateerd aan de ingreep.

Neemt u bij voorkeur contact op tijdens het telefonisch spreekuur met uw verpleegkundig specialist. U vindt informatie over de bereikbaar-heid van de verschillende spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.

Ook de spreekuren van de verpleegkundig specialist gastro-enterologie en de wond-, stoma-, continentieverpleegkundige vindt u daar.

Voor spoedzaken kunt u bellen met het algemene nummer van het ziekenhuis 020 512 9111. Indien u contact opneemt met het ziekenhuis houdt u dan uw patiëntengegevens bij de hand.

Voor algemene klachten die los staan van de behandeling bij ons in het ziekenhuis verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.

5. Meer informatie

Ook voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload