Orchidectomie in verband met prostaatkanker of zaadbalkanker

Inleiding

In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:

  • De ingreep
  • De periode voor de ingreep
  • De periode na de ingreep
  • Het ontslag
  • Meer informatie

Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij moedigen u en uw naasten aan om deze informatie goed door te lezen, zodat uw herstel zo min mogelijk belemmerd wordt door onzekerheid en zorgen.

Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze folder dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.

1. De ingreep

Orchidectomie is de medische term voor het verwijderen van één of beide zaadballen (testikels). Een man heeft twee zaadballen die zich in de balzak bevinden. De zaadballen produceren spermacellen en testosteron. De operatie wordt gedaan in verband met prostaatkanker of zaadbalkanker. In deze folder vindt u informatie over beide.

De ingreep bij prostaakanker

Tijdens de operatie wordt het weefsel dat testosteron produceert uit beide de zaadballen verwijderd. De zaadballen worden dus niet helemaal verwijderd; het kapsel blijft aanwezig. De uroloog maakt eerst een kleine snee in uw balzak. Na het verwijderen van de inhoud van de zaadballen wordt de snee in de balzak gehecht. De ingreep duurt ongeveer 30 minuten.

Door de operatie wordt er bijna geen testosteron meer aangemaakt in het lichaam. De grootste productie van testosteron vindt namelijk plaats in de zaadballen. Een klein deel van het testosteron wordt aangemaakt in de bijnieren, deze productie blijft doorgaan. Omdat prostaatkankercellen afhankelijk zijn van testosteron wordt de groei van deze cellen geremd.

Daarnaast zullen er bijwerkingen optreden omdat testosteron een rol speelt bij verschillende processen in het lichaam. Veelvoorkomende bijwerkingen zijn opvliegers, geen zin om te vrijen, moeheid, verlies van spiermassa en toename van vetmassa, afname van lichaamsbeharing, botontkalking, en stemmingswisselingen. U kunt aan uw behandelaar vragen naar meer informatie over deze bijwerkingen en manieren hoe u hiermee om kunt gaan.

De ingreep bij zaadbalkanker
Als u zaadbalkanker heeft, wordt de aangedane zaadbal verwijderd. Deze operatie gebeurt via een snee in de lies. Langs deze weg wordt de zaadstreng met de zaadbal naar boven gehaald en verwijderd. De ingreep duurt ongeveer een half uur.

Het is mogelijk om tijdens dezelfde operatie een prothese in de balzak te laten inbrengen. Dat is een kunststof bolletje in de vorm van een zaadbal. Hierdoor blijft het uiterlijk van de balzak ongeveer hetzelfde. De prothese en de gezonde zaadbal zijn meestal niet identiek qua vorm, dus symmetrie van de balzak is niet te verwachten. Ook kan het anders aanvoelen, bijvoorbeeld harder. Overleg met uw uroloog indien u dit wenst.

Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. U krijgt de uitslag van het onderzoek op de polikliniek.

Het verwijderen van één zaadbal heeft meestal weinig bijwerkingen, omdat de gezonde zaadbal nog genoeg spermacellen aanmaakt om vruchtbaar te zijn. Ook het niveau van het hormoon testosteron blijft meestal normaal. Er is echter wel een verhoogde kans op onvruchtbaarheid. Als u een kinderwens heeft adviseren wij u om voor de operatie sperma te laten invriezen. Dit heet fertiliteitspreservatie en hiervoor krijgt u een verwijzing naar het Amsterdam UMC, locatie AMC.

Meestal komt zaadbalkanker in één zaadbal voor. Indien echter beide zaadballen verwijderd worden zult u onvruchtbaar worden. Daarnaast is er geen productie meer van testosteron uit de zaadballen. De meeste productie van testosteron in het lichaam vindt plaats in de zaadballen. Door de verlaagde testosteronproductie kunt u blijvend last hebben van een aantal bijwerkingen zoals opvliegers, botontkalking en impotentie. Deze bijwerkingen kunnen worden voorkomen door testosteron toe te dienen via een gel of een onderhuidse injectie.

Mogelijke complicaties voor beide ingrepen

Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Daarnaast bestaat bij deze ingreep ook een kleine kans op een aantal andere complicaties:

  • Opengaan van de wond
  • Nabloeding

De risico’s op een complicatie zijn ook verhoogd als u lijdt aan andere aandoeningen zoals diabetes of hart- en vaatziekten. Ook roken, alcoholgebruik, ondervoeding en bestraling in het verleden vergroten het risico op complicaties.

Met een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.

2. De periode voor de ingreep

Poliklinische voorbereiding

Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:

  • De uroloog is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
  • De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder ‘Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie’. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie over welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden

Daarnaast spreekt u mogelijk de verpleegkundig specialist. Dit is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig geprotocolleerde medische handelingen in het urologische behandeltraject uitvoert. De verpleegkundig specialist is uw contactpersoon voor u en uw naasten tot aan de opname in het ziekenhuis. Na ontslag uit het ziekenhuis kunt u ook bij de verpleegkundig specialist terecht met vragen of bij problemen.

Als de opnamedatum en/of operatiedatum bekend is, neemt de afdeling Opname twee weken voor de geplande opname/operatie datum telefonisch of schriftelijk contact met u op.

De Stoppen met Roken poli

Na een operatie is er altijd sprake van een wondgebied (inwendig en uitwendig). Uit onderzoek is gebleken dat de wondgenezing veel beter verloopt als u niet rookt. Daarnaast is de kans op het krijgen van een longontsteking groter als u rookt. Daarom is het van groot belang om te stoppen met roken voor de operatie om een zo goed mogelijk beloop van de behandeling te bewerkstelligen.

Het verslavende effect van alcohol en nicotine kan het stoppen moeilijk maken. U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De verpleegkundigen van de Stoppen met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij ondersteunen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie. Wilt u hulp hebben in verband met uw alcoholgebruik, dan kunt u zich het beste wenden tot uw huisarts.

Dag van opname

U wordt op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis. Bij de receptie in de centrale hal wordt u verwezen naar de juiste afdeling. Op de afdeling kunt u zich melden bij het secretariaat. Daarna wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.

Op de dag van opname spreekt u de volgende medewerkers:

  • De verpleegkundige informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. Hij of zij neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. Hij of zij kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen. Tijdens uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding.
  • De verpleegkundige vertelt u welke slaap- en premedicatie de anesthesioloog heeft voorgeschreven en vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken. Ook hoort u van de verpleegkundige op welk tijdstip de ingreep is gepland; dit is een schatting.
  • Tijdens uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt ondersteuning en begeleiding.
  • De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht indien nodig lichamelijk onderzoek. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw uroloog.

Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u dat inhouden.

Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.

Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicijnen voor de narcose worden toegediend.

3. De periode na de ingreep

Na de ingreep blijft u korte tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de afdeling gaat. Indien u zich goed voelt kunt u dezelfde dag weer naar huis. Als de operatie later op de dag gepland is of als u zich niet lekker voelt na de operatie kan het zijn dat u een nacht in het ziekenhuis blijft slapen.

Lijnen

Na de ingreep heeft u mogelijk een aantal ‘slangen’ of lijnen:

  • Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus zit in een ader in de arm.
  • Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen de eerste uren na de ingreep nodig.

Pijn

Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen en in- en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever.

De verpleegkundige zal u vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.

U krijgt tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.

Misselijkheid

Misselijkheid na de ingreep komt soms voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.

Wond

De verpleegkundige inspecteert de wond en verbindt deze zo nodig. De hechtingen van de wond lossen vanzelf op.

Mobiele en fysieke activiteit

Als u zich goed voelt mag u dezelfde dag uit bed. Dit is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.

Stoelgang

Na de ingreep functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Dit gaat vaak gepaard met misselijkheid en krampen. Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.

Wisselend verloop

Na de operatie kunt u zich de ene dag beter voelen dan de andere. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn.

U kunt een beroep doen op de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij het CKvL werken deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. Uw verpleegkundige kan u in contact brengen met het CKvL.

4. Het ontslag

Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel en zelfstandigheid. Over het algemeen kunt u dezelfde dag of een dag na de operatie het ziekenhuis verlaten.

Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij uroloog. De afdelingsarts zal uw huisarts op de hoogte stellen van de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.

De periode na het ontslag

Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast.

Wij willen u een aantal adviezen meegeven.

Pijn

De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Ook als u weinig pijnklachten ervaart, is het verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.

U kunt het volgende schema volgen:

  • Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
  • Blijf Paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door eerst de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.

Wond

De hechtingen lossen vanzelf op en hoeven dus niet verwijderd te worden.

U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. Als de wond gesloten is, kunt u douchen. Gebruik geen zeep bij de wond. Dep de wond na afloop droog met een schone handdoek. U mag de eerste 2 weken na de operatie niet in bad gaan en niet zwemmen.

De balzak kan door bloeduitstorting de eerste dagen rood tot paars verkleuren. Later kan de kleur veranderen in geel.

Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wond dagelijks bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:

  • De huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen.
  • U heeft toenemende pijn aan de wond.
  • Er komt pus uit de wond.
  • U heeft koorts (boven 38,5 °C).

U kunt op werkdagen contact opnemen met de backoffice urologie. Tussen 9 en 11 uur kunt u teruggebeld worden door de verpleegkundig specialist. Buiten kantooruren neemt u contact op met het WANhoofd (Weekend-, avond- of Nachthoofd) via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis. Bereikbaarheid staat in hoofdstuk 5 beschreven.

Leefregels

Draag na de operatie een strakke onderbroek. Dit beperkt zwelling en zorgt ervoor dat de wond niet tegen het been of de onderbroek schuurt.

Stoelgang

In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren totdat dit weer normaal is.

Vermoeidheid en activiteit

U kunt tijdens en na de behandeling last houden van vermoeidheid. Vermoeidheid wordt veroorzaakt door de behandeling, de ziekte zelf en doordat de conditie afneemt. Het is belangrijk dat u ondanks deze vermoeidheid voldoende blijft bewegen, zodat u in ieder geval uw conditie op peil houdt. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen. Hoeveel beweging goed en gezond is, is afhankelijk van uw startniveau.

Werkhervatting

Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.

Intimiteit, seksualiteit en kanker

De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. In het Antoni van Leeuwenhoek kunt u terecht bij medewerkers die ervaren zijn in het bespreken van problemen op het gebied van intimiteit, seksualiteit en kanker. Bij hen kunt u terecht met al uw vragen en twijfels op dit gebied. Hiervoor kunt u een afspraak maken via het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven.

Meer informatie kunt u lezen in de folder ‘Intimiteit, seksualiteit en kanker’. De folder is te verkrijgen op de verpleegafdeling, de polikliniek en bij het Centrum Patiënteninformatie.

Als de inhoud van beide zaadballen verwijderd is in verband met prostaatkanker, dan verdwijnt de zin in seks. U kunt geen erecties meer krijgen.

Als in verband met zaadbalkanker één zaadbal is verwijderd, dan maakt de overgebleven zaadbal meestal nog voldoende testosteron aan. Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken. Houd er rekening mee dat mannen meestal nog steeds vruchtbaar zijn na de ingreep. Als u behandeld gaat worden met chemotherapie gelden specifieke voorschriften. Hierover zult u informatie ontvangen voor start van de chemotherapie.

Indien beide zaadballen verwijderd worden is er geen productie meer van testosteron uit de zaadballen. Dit kan behandeld worden door testosteron toe te dienen via een gel of een onderhuidse injectie, waarmee lustgevoelens en erecties meestal hetzelfde blijven.

Concentratie

Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houd hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.

Verwerking

Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, psychiatrisch verpleegkundigen, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die deze met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.

5. Meer informatie

Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de verschillende spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload