Paclitaxel en ramuciru-mab
Behandeling met chemotherapie en doelgerichte therapie
Inleiding
Uw arts heeft met u besproken dat u een behandeling met chemotherapie krijgt.
In dit document vindt u informatie over:
- a. Hoe werkt chemotherapie?
- b. Hoe werkt deze doelgerichte therapie?
- Het behandelschema
- Informatie over de bijwerkingen
- Wanneer moet u contact opnemen met het ziekenhuis
- Multidisciplinaire zorg en ondersteuning
- Meer informatie
Bijlage 1. Maatregelen thuis tijdens en na de behandeling met chemotherapie
Bijlage 2. Mondverzorging
Uw arts en verpleegkundige(n) geven u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan iemand mee te nemen die u steunt en met u meeluistert tijdens de gesprekken. Deze informatie is een aanvulling op de mondelinge informatie. U kunt thuis alles nog eens rustig nalezen.
1a. Hoe werkt chemotherapie?
Chemotherapie is een behandeling met celdodende of celdelingremmende medicijnen, ook wel cytostatica genoemd. Alle delende cellen (kankercellen, maar ook gezonde cellen) kunnen hierdoor getroffen worden. De gezonde cellen herstellen zich meestal weer na de chemotherapiekuur.
Er zijn verschillende soorten cytostatica, elk met een eigen werking. Afhankelijk van de tumorsoort kunnen één of meer cytostatica voor een behandeling worden gebruikt. De cytostatica kunnen worden toegediend, per infuus, als tablet of via een injectie. Cytostatica verspreiden zich via het bloed door uw lichaam en kunnen daarom op vrijwel alle plaatsen kankercellen bereiken.
Doel van de behandeling
Chemotherapie kan op verschillende manieren worden ingezet, namelijk als:
- curatieve behandeling: gericht op genezing;
- palliatieve behandeling: genezing is niet meer mogelijk, de behandeling is gericht op het (tijdelijk) remmen van de ziekte en/of vermindering van de klachten;
- neo-adjuvante behandeling: hierbij krijgt u de chemotherapie voorafgaand aan een verdere behandeling (bijvoorbeeld een operatie/bestraling). Het doel van de chemotherapie is de tumor te verkleinen;
- adjuvante behandeling: hierbij krijgt u de behandeling na de operatie.
Uw internist of verpleegkundig specialist heeft met u het doel van uw behandeling besproken.
1b. Hoe werkt deze doelgerichte therapie?
Angiogenese is een natuurlijk proces waardoor nieuwe bloedvaten worden gevormd volgens een strak gereguleerd proces. Bij kanker is er sprake van een ongecontroleerde vorming van bloedvaten met meer toevoer van bloed naar de tumor waardoor de groei van de tumor in stand wordt gehouden.
Het middel ramucirumab is in staat de signalen die bloedvatgroei in gang zetten via receptoren op de celwand van bloedvaten te ondermijnen waardoor zich geen nieuwe bloedvaten rond de tumor kunnen vormen en deze niet verder groeit of kleiner wordt.
2. Het behandelschema
Voor de start van de kuur wordt u, na een bloedafname en controle van uw urine op het bloedafnamelaboratorium, verwacht op de Polikliniek. Na een gesprek met de arts of verpleegkundig specialist meldt u zich op de Dagbehandeling waar u de kuur krijgt. Het is een cyclus van vier weken, waarbij op dag 1, 8 en 15 de kuur krijgt. Na dag 15 volgen dus twee weken zonder behandeling
Frequentie van de kuur: iedere vier weken = 28 dagen.
Verwacht aantal kuren: geen vaststaand aantal.
Behandelschema cytostatica/doelgerichte therapie
Cytos-tatica | Toedien-ingswijze | Dag van toediening | Tijdstip van toedie-ning | Hoeveel-heid vloeistof bij infuus | Inloop- |
Paclita-xel | infuus | 1, 8 en 15 | X | 1 uur | |
Ramuci-rumab | infuus | 1 en 15 | 250 ml | ½ uur |
Als u wordt behandeld met paclitaxel krijgt u dexamethason (een corticosteroïd). Dexamethason voorkomt of vermindert ongewenste effecten die na het toedienen van paclitaxel kunnen optreden, zoals allergische reacties (huiduitslag, benauwdheid en verlaging van de bloeddruk) en het vasthouden van vocht (zwelling van de handen, voeten, benen of gewichtstoename). Ook worden op de Dagbehandeling voor de start van de kuur aanvullende medicijnen tegen allergische reacties gegeven.
Geneesmiddel | Dagdosis | Dag | Tijdstip | Toedieningswijze |
Dexamethason | 8 mg | 1 | Voor start van de kuur , bij kuur 1 en 2 | Via het infuus a 5 minuten 10 minuten voor paclitaxel |
Cetirizine | 10 mgr | 1 | Voor start van de kuur | Als tablet 1 uur voor toediening paclitaxel |
3. Informatie over de bijwerkingen
Door de chemotherapie en doelgerichte therapie kunnen bijwerkingen optreden. Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, andere mensen weinig. Het optreden van bijwerkingen en de mate waarin, zegt niets over het effect van deze middelen op de ziekte.
U ontvangt onderstaande informatie, zodat u bij eventuele bijwerkingen weet hoe u er het beste mee om kunt gaan. Bespreek altijd alle bijwerkingen of klachten met uw behandelaar
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste bijwerkingen met bijbehorende adviezen genoemd. P staat voor paclitaxel, R staat voor ramucirumab.
Bijwerkingen aan het beenmerg (P en R) zoals:
- Bloedarmoede
- Leukopenie = tekort aan witte bloedcellen
- Trombocytopenie = tekort aan bloedplaatjes
- Hoge bloeddruk (R)
- Eiwit in de urine(R)
- Vasthouden van vocht(R)
- Neusbloeding(R)
- Abnormaal bloedverlies, darmbloedingen(R)
- Wondgenezingsstoornissen (R)
- Buikpijn (R)
- Darmen (R)
- Verhoogde traanproductie(R)
- Huidproblemen, uitslag, jeuk,droge huid(R)
- Haaruitval (P)
- Plaatselijke irritatie van het bloedvat(P)
- Menstruatiestoornissen(P)
- Gewrichts- en spierpijn(Pen R)
- Misselijkheid en braken(P)
- Mondslijmvliesontsteking(Pen R)
- Nagelafwijkingen(P)
- Nierfunktiestoornis(P en R)
- Leverfunctiestoornis(P).
- Overgevoeligheid (allergie)(P)
- Invloed op seksualiteit(P)
- Smaakveranderingen (P en R)
- Opgejaagd gevoel door dexamethason
- Vermoeidheid (P en R)
- Vruchtbaarheid
- Schade aan het zenuwstelsel zoals tintelingen en doof gevoel in vingertoppen en
- tenen (P)
Bijwerkingen aan het beenmerg
In het beenmerg worden rode bloedcellen (erytrocyten), witte bloedcellen (leukocyten) en bloedplaatjes (thrombocyten) gemaakt. Cytostatica remmen de aanmaak van deze cellen, waardoor er tijdelijk te weinig bloedcellen aanwezig zijn.
Bloedarmoede
Rode bloedcellen zorgen ervoor dat de ingeademde zuurstof door het hele lichaam wordt vervoerd. Een verminderd aantal rode bloedcellen veroorzaakt bloedarmoede. Hierdoor kunt u extra vermoeid zijn. Bij ernstige klachten kan een bloedtransfusie noodzakelijk zijn. Extra vitaminen en/of ijzertabletten hebben meestal geen invloed op het herstel van beenmerg.
Leukopenie
Witte bloedcellen beschermen u tegen infecties. Door een verminderd aantal witte bloedlichaampjes heeft u een verhoogd risico op infectie. Als u koorts krijgt (temperatuur 38.5 graden of hoger), moet u uw behandelaar waarschuwen.
Trombocytopenie
Bloedplaatjes zijn nodig bij de bloedstolling. Een verminderd aantal bloedplaatjes geeft een verhoogd risico op blauwe plekken, bloedneuzen, bloedend tandvlees en een verhevigde menstruatie. Bij het ontstaan van blauwe plekken en/of het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus, moet u uw behandelaar waarschuwen. Het aantal bloedcellen is bepalend voor het al dan niet doorgaan van de behandeling. Daarom wordt regelmatig uw bloed gecontroleerd. Als de bloedwaarden afwijkend zijn, kan het voorkomen dat de dosering van de kuur wordt aangepast of dat de kuur een aantal dagen wordt uitgesteld.
Darmen
Cytostatica of doelgerichte therapie kunnen het slijmvlies van de darmen irriteren. Daardoor kunt u last krijgen van verstopping of van diarree. Hieronder staan een aantal punten waar u zelf rekening mee kunt houden wanneer u last krijgt van verstopping of diarree. Bespreek uw klachten altijd met uw behandelaar. Soms krijgt u preventief medicatie om verstopping tegen te gaan.
U heeft last van verstopping als u minder dan eenmaal in de drie dagen ontlasting heeft of als de ontlasting hard is en de stoelgang pijnlijk is. Bij verstopping kunt u de volgende adviezen opvolgen:
- Zorg dat u voldoende blijft drinken of sondevoeding blijft gebruiken. Streef naar minimaal 2 liter vocht per 24 uur.
- Vraag de diëtiste om advies over vezelrijke voeding.
- Zorg voor voldoende beweging.
- Neem het laxeermiddel in volgens voorschrift van uw internist.
- Heeft u langer dan vier dagen geen ontlasting gehad, neem dan contact op met uw vaste contactpersoon of huisarts.
U heeft last van diarree als u vier tot zes keer per dag waterdunne ontlasting heeft. Bij deze klacht kunt u de volgende adviezen opvolgen:
- Zorg dat u voldoende blijft drinken of sondevoeding blijft gebruiken. Streef naar minimaal 2- liter vocht per 24 uur.
- Gebruik extra bouillon en/of tomatensoep.
- Eet regelmatig kleine maaltijden en vermijd laxerende en gasvormende producten, zoals kool, prei, ui, specerijen en citrusfruit.
- Heeft u langer dan 24 uur diarree en misselijkheid waardoor u niet kunt eten of drinken, neem dan contact op met uw vaste contactpersoon of huisarts.
Met betrekking tot deze bijwerking kunnen wij u onderstaande adviezen geven:
- Door vochtverlies vanwege diarree, dient u minimaal 2 liter vocht per dag te drinken, bij voorkeur bouillon, ORS (een oplossing van zouten en (druiven)suiker in water), maar ook thee en water.
- Het gebruik van een stoppend dieet heeft geen zin.
- Waarschuw direct uw vaste contactpersoon of arts wanneer u niet of weinig kunt drinken of uw medicijnen niet in kunt nemen.
Huidproblemen
Om een droge huid, uitslag of jeuk als gevolg van de chemotherapiekuur zo veel mogelijk te voorkomen, adviseren wij u rekening te houden met de volgende punten:
- Draag geen knellende kleding en het liefst kleding gemaakt van natuurlijke stoffen.
- Gebruik liever geen zeep tijdens het baden of douchen. U kunt in plaats van zeep bad- of douche-olie gebruiken. Douche en baad bij voorkeur met lauwwarm water.
- Smeer de huid dagelijks in met een hydraterende en ongeparfumeerde lotion of crème.
- Probeer felle zon te vermijden. Gebruik altijd een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor (factor 30 of hoger).
- Geef jeukklachten aan bij uw internist, longarts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige; u krijgt dan een koelzalf tegen de jeuk.
Haaruitval
De chemotherapie die u krijgt, veroorzaakt haaruitval. Dit begint ongeveer drie tot vier weken na start van de chemotherapie. De hoofdhuid kan ook gevoelig of pijnlijk worden. Uw hoofd-haar, maar ook overige lichaamsbeharing kan uitvallen, dit is tijdelijk. U kunt overwegen een haarwerk te nemen. De kosten voor een haarwerk worden deels vergoed door de zorgverzekeraar. Een machtiging kan de verpleegkundige voor u uitschrijven. Bij het Centrum Patiënteninformatie kunt u adressen krijgen voor haarwerkers, sjaaltjes en mutsjes en informatie over de workshop uiterlijke verzorging van de Stichting Look Good… Feel Better.
Hoofdhuidkoeling
Om haaruitval eventueel te verminderen of te voorkomen, wordt bij een aantal kuren hoofdhuidkoeling aangeboden. Door tijdens de toediening van chemotherapie de hoofdhuid te koelen, ontstaat bloedvatvernauwing in de hoofdhuid, waardoor er minder aanbod van chemotherapie bij de haarwortel komt. Haaruitval kan niet altijd volledig voorkomen worden, ook de conditie van het haar kan achteruit gaan. Als u gebruik maakt van de hoofdhuidkoeler bent u op de dag van de chemotherapie ongeveer twee uur langer op de afdeling. Indien u hierin geïnteresseerd bent is het belangrijk dat u dit voor de start van de eerste kuur aangeeft bij de arts of verpleegkundig specialist.
Plaatselijke irritatie van het bloedvat
Door de chemotherapie kan op de plaats van de insteekopening van het infuus een ongewenste zwelling, roodheid, irritatie van het bloedvat of verkleuring van de huid ontstaan.
Menstruatiestoornis
Chemotherapie kan een verandering teweegbrengen in het patroon van de menstruatie. Dit wisselt van ‘een keer overslaan’ tot het geheel verdwijnen van de menstruatie. Het kan zijn dat u vervroegd in de overgang komt met alle klachten die daarbij passen. Na het beëindigen van de chemotherapie kan de menstruatie terugkomen. Indien bovenstaande klachten zich voordoen, kunt u hierover informatie krijgen van uw verpleegkundig specialist.
Misselijkheid en braken
Na toediening van de chemotherapie kunt u last krijgen van misselijkheid. De ernst en duur van de misselijkheid hangt af van de soort en dosering die u krijgt. De gevoeligheid voor deze bijwerking varieert per persoon. Misselijkheid is moeilijk te behandelen. Daarom is het belangrijk om misselijkheid zo veel mogelijk te voorkomen. U krijgt voorafgaand aan het toedienen van de chemotherapiekuur medicijnen om misselijkheid en braken te voorkomen.
Mondslijmvliesontsteking
De chemotherapie kan het mondslijmvlies beschadigen. Daardoor kunnen er problemen ontstaan bij de tanden, het tandvlees, het zachte en harde gehemelte, het wangslijmvlies, de tong, de lippen en het speeksel.
Een goede mondverzorging tijdens en na de kuur is daarom belangrijk. U kunt al veel problemen voorkomen door na het eten de mond te spoelen met zout water. Als u klachten heeft in de mond kan dit het verloop van uw behandeling met chemotherapie beïnvloeden. Daarom dient u deze klachten altijd te melden bij uw behandelaar.
Mondslijmvliesklachten die kunnen voorkomen zijn:
- droge mond;
- smaakverlies;
- gevoelige of pijnlijke mond;
- infecties;
- snel bloedend tandvlees.
U kunt de meeste van deze bijwerkingen zelf zien of voelen. Bekijk en inspecteer daarom dagelijks uw mond, zodat u tijdig uw klachten kunt aangeven. In bijlage 2 vindt u informatie over de mondverzorging. U kunt ook contact opnemen met de mondhygiënist.
Nagelafwijkingen
Door de chemotherapie kan de groei van de nagels worden vertraagd of verstoord. De nagels kunnen de volgende veranderingen vertonen:
- afname groei;
- splijten, breken of loslaten;
- droger, brozer of zachter worden;
- witte lijnen op nagelbed.
- nagelwalontstekingen.
De veranderingen ontstaan heel geleidelijk en verdwijnen meestal ook weer langzaam na de behandeling. Deze bijwerkingen zijn niet altijd te voorkomen maar u kunt wel zelf rekening houden met de volgende punten:
- Houd vinger- en teennagels kort. Goede nagelverzorging voorkomt infecties.
- Het vijlen van de nagels kan het beste in één richting gebeuren, omdat bij het heen-en-weer-vijlen de nagels kunnen splijten.
- Het gebruik van kunstnagels wordt afgeraden, omdat de lijm de nagels kan beschadigen.
- U kunt wel speciale nagel verhardende nagellak gebruiken.
- U mag geen acetonhoudende nagellakremover gebruiken.
- U kunt ook pleisters om de nagels plakken om te helpen voorkomen dat uw nagels voortdurend blijven haken. Plak de pleister wel op de huid en niet op de nagel en vervang de pleister dagelijks.
Nierfunctiestoornis
Door de chemotherapie kan er een beschadiging aan het nierweefsel ontstaan waardoor de functie van de nier achteruit kan gaan. Het is vooral belangrijk dat u thuis voldoende drinkt, minimaal twee liter vocht. Bij warm weer, diarree of koorts, drinkt u nog een liter extra. Probeer naast water ook vruchtensap, tomatensap, bouillon of een sportdrank te drinken.
Uw bloed en urine wordt voorafgaand aan iedere kuur onderzocht als u ramucirumab krijgt. Dit doen we om een verslechtering van de nierfunctie vroegtijdig op te sporen.
Ogen
Uw ogen kunnen gaan irriteren. U merkt dit aan rode, pijnlijke of tranende ogen. Dit gaat vanzelf weer over. Tijdens de behandeling adviseren wij het volgende:
- Het dragen van contactlenzen wordt afgeraden.
- Lees met voldoende achtergrondverlichting en neem voldoende afstand van de televisie.
- Gun uw ogen rust door ze regelmatig voor korte tijd te sluiten.
- Vraag eventueel aan uw behandelaar oogdruppels als u last heeft van droge ogen.
Overgevoeligheid of allergische reactie tijdens toediening
Chemotherapie en/of de vloeistof waarin deze worden opgelost, worden door het lichaam als een lichaamsvreemde stof gezien en kunnen een allergische reactie veroorzaken.
Een allergische reactie begint vaak met:
- roodheid en huiduitslag, soms ook jeuk over het hele lichaam;
- verwijding van de bloedvaten.
Een allergische reactie treedt meestal op tijdens de toediening. Als dit gebeurt, kunnen de volgende verschijnselen optreden:
- bleekheid;
- gezwollen oogleden en een opgezet gezicht;
- beklemmend gevoel op de borst;
- duizeligheid en bloeddrukdaling;
- rillen;
- misselijkheid en darmkrampen; kortademigheid;
- gevoel van onrust en rugpijn.
De klachten verdwijnen na het beëindigen van de chemotherapiekuur snel. Wanneer u tijdens de toediening last krijgt van één of meer van de bovenstaande verschijnselen, meld dit dan meteen aan de verpleegkundige. Bij deze klachten wordt de toediening tijdelijk onderbroken of gestopt en krijgt u medicijnen toegediend om de verschijnselen te bestrijden. Als u thuis ook last heeft gehad van een van deze klachten meld dit dan aan de verpleegkundige bij opname voor de volgende kuur.
Invloed op de seksualiteit
Veel mensen ervaren een grote behoefte aan lichamelijke warmte, tederheid en intimiteit maar hebben tijdens de chemotherapiekuur minder zin in seksueel contact. Dit kan mede worden veroorzaakt door een aantal lichamelijke klachten als gevolg van de chemotherapie-kuur, zoals een drogere vagina. Als deze klacht zich voordoet, kunt u tijdens seksueel contact een glijmiddel gebruiken.
Aarzel niet om problemen op het gebied van seksualiteit te bespreken met uw specialist of verpleegkundige. U kunt in het Antoni van Leeuwenhoek terecht bij medewerkers die ervaren zijn in het bespreken van problemen op het gebied van intimiteit, seksualiteit en kanker. Hiervoor kunt u een afspraak maken via het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven. Meer informatie zoals het boekje ‘80 vragen over kanker en seksualiteit’ vindt u in het Centrum Patiënteninformatie.
Smaakverandering
Door de chemotherapie kunt u last krijgen van smaakverandering of smaakvermindering wat kan leiden tot verminderde eetlust.
- Drink, minimaal twee liter per dag. Zo voorkomt u uitdroging en treedt een vieze smaak minder snel op. Bovendien zorgt u er zo ook voor dat de nieren alle afvalstoffen kunnen afvoeren.
- Voeding die u eerst aangenaam vond, smaakt nu misschien niet meer. En voeding die u normaal gesproken niet aangenaam vond, smaakt u nu misschien juist wel. Experimenteer zo veel mogelijk met voeding om uit te vinden welke voeding het beste bij uw veranderde smaak past.
- Als u weinig proeft, is het extra belangrijk dat het eten er aantrekkelijk uitziet.
Vermoeidheid
U zult merken dat u tijdens en na de kuur minder energie heeft, sneller vermoeid raakt en meer moeite heeft met concentreren. De oorzaken van vermoeidheid bij kanker en chemotherapie zijn complex en kunnen ook niet altijd worden achterhaald.
- Houd hier rekening mee in uw dagelijks leven. Zorg voor een goede verdeling van activiteiten over de dag. Bouw rustmomenten in.
- Maak onderscheid tussen belangrijke en minder belangrijke zaken. Stel prioriteiten.
- Als familie of vrienden hulp aanbieden, accepteer deze hulp dan. Zo kunt u zelf meer tijd en energie overhouden voor de dingen die u leuk of belangrijk vindt.
- Probeer uw conditie op peil te houden door in beweging te blijven. Wandelen is bij uitstek een geschikte activiteit. Hoe beter uw lichamelijke conditie, hoe minder snel u moe bent en hoe sneller u herstelt als u moe bent.
- Heeft u last van vermoeidheid, bespreek dit dan met uw behandelaar.
Vruchtbaarheid
Chemotherapie kan zorgen voor blijvende onvruchtbaarheid. Vraag uw internist eventueel naar mogelijkheden om uw sperma in te vriezen of uw eicellen te preserveren.
Daarnaast kan cytostatica bij een zwangerschap aangeboren afwijkingen veroorzaken.
U moet tijdens en tot een bepaalde tijd na de behandeling met chemotherapie, goede anticonceptie gebruiken om een zwangerschap te voorkomen. Bespreek de anticonceptie-maatregelen en de duur waarvoor ze gelden met uw internist. Als u denkt dat u zwanger bent, breng dan direct uw internist op de hoogte.
Schade aan het zenuwstelsel
Paclitaxel kan schade toebrengen aan het zenuwstelsel waardoor u last kunt krijgen van:
- een doof, slapend, tintelend of branderig gevoel in de vingertoppen, vingers en/of tenen;
- spierzwakte in armen of benen.
Deze klachten kunnen dagen tot weken na de aanvang van de chemotherapie optreden. De klachten verdwijnen meestal na enkele maanden, maar kunnen ook blijvend zijn. U kunt zelf niets doen om deze klachten tegen te gaan. Wel is het van belang de klachten aan uw internist te melden. De internist kan op basis daarvan de behandeling eventueel aanpassen.
4. Wanneer moet u contact opnemen met het ziekenhuis
Het kan zijn dat er situaties ontstaan waardoor het noodzakelijk is om direct of op korte termijn een zorgverlener in het ziekenhuis te waarschuwen. De bereikbaarheid van de zorgverleners vindt u in de tabel in hoofdstuk 7.
Bij de volgende klachten dient u direct uw behandelaar te waarschuwen:
- blauwe plekken, zonder dat u bent gevallen of zich heeft gestoten;
- wanneer een bloedneus of het bloeden van een wondje langer dan een half uur aanhoudt;
- koorts boven 38,5 graden, met of zonder koude rillingen;
- verminderd gevoel, verminderde kracht of tinteling in armen of benen.
- hevige buikpijn.
Wanneer onderstaande klachten langer dan 24 uur aanhouden, dient u direct uw behandelaar te waarschuwen:
- bij aanhoudende misselijkheid en/of braken (drie tot vier keer per dag), ondanks het gebruik van medicijnen tegen misselijkheid en/of braken;
- diarree (vier tot zes keer per dag en waterdun) die langer duurt dan 24 uur, gepaard met misselijkheid, waardoor u ook niet kunt eten of drinken;
- langer dan vier dagen geen ontlasting;
- hevige menstruatie;
- bloed in de ontlasting of urine;
- verschijnselen die kunnen duiden op bloedarmoede, zoals vermoeidheid, hartkloppingen en duizeligheid;
- kortademigheid;
- pijnlijke plekjes in uw mond en moeite met slikken, waardoor u niet kunt eten of drinken;
- een pijnlijk, branderig gevoel bij het plassen;
- tintelingen of een verdoofd gevoel in uw vingertoppen en/of tenen;
- elk nieuw verschijnsel waarvan u vermoedt dat het in verband staat met uw behandeling.
5. Multidisciplinaire zorg en ondersteuning
De behandeling van kanker is complex en vraagt om een gespecialiseerde en multidisciplinaire aanpak.
Internist
Uw internist is eindverantwoordelijk voor de behandeling met chemotherapie en zal u in een behandelgesprek informeren en voorbereiden op de chemotherapiekuur. Tijdens dit gesprek kunt u ook uw vragen stellen. Tijdens de behandeling heeft u regelmatig overleg met uw internist op de polikliniek. Hij of zij kijkt hoe u de chemotherapiekuur verdraagt en bespreekt met u wat er aan eventuele klachten gedaan kan worden.
Verpleegkundig specialist
Verpleegkundig specialisten zijn (oncologie)verpleegkundigen die extra opgeleid zijn. Zij zijn kundig en bevoegd om aan de hand van bloeduitslagen te bepalen of de kuur kan doorgaan.
De verpleegkundig specialist kan bij klachten lichamelijk onderzoek verrichten en overlegt zo nodig de bevindingen met de internist.
Verpleegkundige
U heeft ook een gesprek met de verpleegkundige van de dagbehandeling. Tijdens dit gesprek wordt de verpleegkundige zorg tijdens en na de behandeling besproken. De verpleegkundige bespreekt met u de gekozen behandelingsoptie, de praktische aspecten en de gevolgen van uw behandeling.
Diëtiste
Voeding levert een positieve bijdrage aan de algemene conditie en bevordert uw herstel. Het is van belang tijdens de chemotherapiekuur een goede voedingstoestand te behouden. De diëtist kan u hierbij adviseren. Als gevolg van uw ziekte of de behandeling kunt u klachten krijgen die het eten moeilijker maken. Bespreek uw klachten of vragen met de behandelaar. Zij kunnen contact voor u opnemen met één van de diëtisten, u kunt ook zelf een afspraak maken.
Tandarts/mondhygiënist
Uw internist of verpleegkundig specialist bepaalt of u voorafgaand aan de chemotherapiekuur een afspraak moet krijgen bij de tandarts van het ziekenhuis. De tandarts inspecteert uw gebit en geeft voorlichting. Bij ontstoken tanden/kiezen en wortelresten kan voor de chemotherapie besloten worden deze te behandelen. Tijdens de behandeling kan de mondhygiënist worden ingeschakeld. Hij/zij geeft advies bij klachten.
Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL)
Bij het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, psychologen, psychiaters, psychiatrisch verpleegkundigen en creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met en weten veel over het omgaan met kanker. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, tijdens en na de behandeling. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis. Zie de folder ‘Centrum voor Kwaliteit van Leven’, deze vindt u op de verpleegetage en in het Centrum Patiënteninformatie.
De 'Stoppen met Roken'-poli
Het ontstaan van een aantal soorten kanker is het gevolg van langdurige, frequente irritatie van de slijmvliezen door tabaksrook. Door direct en definitief te stoppen met tabak vergroot u zelf uw kans op genezing. Het verslavende effect nicotine kan het stoppen moeilijk maken. De verpleegkundigen van de 'Stoppen Met Roken'-poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij ondersteunen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Meer informatie is te verkrijgen in het Centrum Patiënteninformatie.
Centrum Patiënteninformatie
In het Centrum Patiënteninformatie van het Antoni van Leeuwenhoek is informatie verkrijgbaar over verschillende vormen van kanker, de behandelingsmogelijkheden, psychosociale zorg, revalidatie en nazorg. Ook beschikt het Centrum Patiënteninformatie. over adressen voor hulpmiddelen, patiëntenverenigingen en andere relevante instellingen en organisaties.
Huisarts
Uw huisarts wordt schriftelijk op de hoogte gehouden van uw behandeling. Voor vragen of problemen die niet zijn gerelateerd aan de behandeling in het ziekenhuis dient u contact op te nemen met uw huisarts. Uw huisarts kan bij problemen altijd overleggen met de behandelend arts van het Antoni van Leeuwenhoek.
6. Meer informatie
Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de verschillende spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.