PEG/PRG, Ingreep en verzorging
Inleiding
In verband met het inbrengen van een PRG-katheter wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:
- De ingreep
- De periode voor de ingreep
- De periode na de ingreep
- Het ontslag
- Meer informatie
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij adviseren u en uw naasten om deze informatie goed door te lezen, zodat uw herstel zo min mogelijk belemmerd wordt door onzekerheid en zorgen.
Het is goed om u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten, logopedisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.
1. De ingreep
Een PRG- katheter is een slangetje dat via de buikwand in de maag wordt gebracht. Via deze katheter kunnen vocht, sondevoeding en medicijnen toegediend worden. Andere namen voor een PRG- katheter zijn: gastrostomiekatheter, voedingskatheter of PRG-sonde en PEG-sonde. De PRG-katheter wordt door de radioloog onder plaatselijke verdoving ingebracht (zie hoofdstuk 2).
Mogelijke complicaties
Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Bij deze ingreep bestaat daarnaast kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:
- perforatie van omliggende organen;
- lekkage van maaginhoud;
- nabloeding;
- fistel;
- pijn.
Door een groot aantal maatregelen te nemen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.
2. De periode voor de ingreep
Poliklinische voorbereiding: medewerkers
- Uw behandelend arts is eindverantwoordelijk voor uw behandeling en bespreekt het behandelplan met u. Als er voldoende reden is om een PRG-katheter te plaatsen, bespreekt hij dat met u. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
- De diëtiste adviseert u over de voeding. Als uw voedingstoestand verslechterd, kan zij u en uw behandelend arts adviseren te starten met sondevoeding via een voedingssonde.
Dag van ingreep
U wordt op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. Eén van de gastvrouwen of -heren brengt u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.
- De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand. Hij of zij komt dagelijks langs en informeert u over het medisch beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw behandelend arts.
- De verpleegkundige coördineert de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding.
- Zij informeert u over de ingreep en procedure daaromheen.
Als voorbereiding op de ingreep vindt een aantal handelingen plaats:
- U mag zes uur vóór de ingreep niets meer eten en drinken (wanneer u sondevoeding gebruikt, moet u ook hiermee zes uur vóór de ingreep stoppen).
- U krijgt, indien u deze nog niet heeft, een neus-maagsonde. De verpleegkundige brengt deze sonde in via uw neus naar uw maag. De radioloog heeft deze sonde nodig om de juiste plaats voor de PRG-katheter te bepalen.
- U krijgt een infuus (een slangetje in een bloedvat), waardoor vocht en medicijnen toegediend kunnen worden.
- U krijgt een operatiehemd aan.
Op de afdeling Radiologie
U wordt met bed naar de afdeling Radiologie gebracht. De radiologisch laborant vertelt u hoe de procedure verloopt en helpt u op een speciale behandeltafel.
- Eerst wordt een echografie van de bovenbuik gemaakt om de lever in beeld te krijgen. De juiste plaats om de PRG-katheter in te brengen kan nu worden bepaald.
- Uw buik wordt gedesinfecteerd en met een steriele doek afgedekt.
- De radioloog dient u via het infuus een medicament toe waardoor de maag en darmen worden stilgelegd (wanneer u insuline gebruikt in verband met diabetes, moet u dit vooraf aan de radioloog melden).
- Via de neus-maagsonde wordt lucht in uw maag gebracht. Hierdoor wordt het aanprikken van de maag makkelijker. De radioloog kan nu de plaatselijke verdoving geven.
- Vervolgens worden drie hechtingen, zogenaamde ankertjes, aangebracht. Hiermee worden uw maag en buikwand dichter tegen elkaar aangetrokken.
- Precies tussen de ankertjes is de plaats waar de katheter met een metalen voernaald door de buikwand heen in uw maag gebracht wordt. Aan het uiteinde van de PRG-katheter in de maag zit een ballon, die met water wordt gevuld zodat de katheter op zijn plaats blijft zitten.
- Er wordt een controlefoto gemaakt om de ligging van de katheter te controleren.
3. De periode na de ingreep
Na de ingreep komt u direct weer terug op de verpleegetage.
Katheters, lijnen en drains
Na de ingreep heeft u een aantal ‘slangen’:
- Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Zodra u weer voldoende voeding en vocht krijgt en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
- De neus-maagsonde kan direct na het inbrengen van de PRG-katheter verwijderd worden.
- De PRG-katheter via de buik naar de maag. De verpleegkundige sluit een hevelzakje aan, waarin het maagsap en eventueel bloed opgevangen wordt. Dit zakje blijft zes uur aangesloten, tijdens deze uren mag u niet eten en drinken om de maag tijd te geven te herstellen. Na die zes uur wordt het hevelzakje verwijderd en krijgt u van de verpleegkundige 100 ml water via de PRG-katheter. Als u hier gedurende een uur geen klachten van krijgt, mag u hierna weer eten en drinken. Via de PRG-katheter kan nu sondevoeding en medicatie toegediend worden.
Pijn
Als de plaatselijke verdoving is uitgewerkt, kunt u veel pijn ervaren. Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, hoesten, bewegen en in bed en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige vraagt u twee tot drie maal per dag om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10. U krijgt op vaste tijden tabletten en/of zetpillen tegen de pijn. Als dit niet voldoende is krijgt u van de verpleegkundige pijnmedicatie via een injectie.
Misselijkheid
Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de sondevoeding. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan het toedienen van de sondevoeding aanpassen en u zo nodig medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Wond
De verpleegkundige inspecteert dagelijks de insteekplaats en verbindt deze. De ankertjes/hechtingen zijn gefixeerd met oplosbare hechtingen. Indien de hechtingen rondom de PRG-katheter niet spontaan zijn losgelaten, worden deze tien dagen na de ingreep verwijderd. Dit kan poliklinisch (door een verpleegkundige of huisarts). De verpleegkundige informeert u over de verzorging van de PRG-katheter thuis. Verderop in de informatie staat de verzorging van de PRG-katheter ook schriftelijk beschreven.
Mondverzorging
Het is belangrijk om uw mond en tong goed te blijven verzorgen en schoon te houden. Als u niet mag of kan eten en drinken, is er een kans op ontsteking van de slijmvliezen. Met een goede verzorging van de mond kunnen deze problemen worden voorkomen.
Mobiliteit en fysieke activiteit
Na de ingreep mag u uit bed, maar dit kan bemoeilijkt worden door de pijn en het infuus. Als de pijn dragelijk voor u is en het infuus verwijderd is, kunt u zich weer vrijer bewegen.
In beweging komen is van groot belang voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.
Voeding en diëtiste
De diëtiste berekent de hoeveelheid en soort sondevoeding, dit is afhankelijk van uw conditie en gewicht. Zij verzorgt ook de aanvraag voor de vergoeding van de sondevoeding en materialen door uw zorgverzekeraar. U kunt zelf blijven eten en drinken wat u gewend bent en wat mogelijk is.
De verpleegkundige informeert u over hoe u zelf de sondevoeding en medicijnen kunt toedienen via de PRG-katheter. Er zijn twee toedieningsmogelijkheden:
- Continu; gedurende 24 uur per dag, via een voedingspomp en toedieningssysteem;
- In porties; op vaste tijden dient u zichzelf een hoeveelheid voeding toe d.m.v. een spuit. De verpleegkundige leert u hoe u de sondevoeding en medicatie kunt toedienen. Zij laat u oefenen, zodat u alle handelingen zelfstandig kunt uitvoeren. U krijgt hierover ook schriftelijke informatie “Sondevoeding toedienen” en “Medicatie toedienen”.
Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.
Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij het CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. De verpleegkundige kan u in contact brengen met het CKvL.
4. Het ontslag
Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel en zelfstandigheid. Over het algemeen kunt u na ongeveer twee tot vijf dagen het ziekenhuis verlaten.
Wanneer u thuis nog zorg nodig heeft (in de vorm van verpleging of verzorging) brengt de verpleegkundige u in contact met de transferverpleegkundige. De transferverpleegkundige bespreekt met u welke zorg u nodig heeft na de ziekenhuisopname en vraagt die zorg voor u aan.
De sondevoeding, voedingspomp en andere materialen die u nodig heeft, worden door een facilitair bedrijf thuis geleverd. De verpleegkundige zal dit voor u coördineren en u hierover informeren. Op de dag dat u thuis komt worden alle materialen bij u thuis afgeleverd. In bepaalde situaties levert het facilitair bedrijf de materialen in het ziekenhuis af.
U bestelt zelf bij het facilitair bedrijf sondevoeding en andere materialen als u meer nodig heeft. Ook bij technische problemen met de voedingspomp neemt u rechtstreeks contact op met het facilitair bedrijf.
De aanvraag en toekenning van de vergoeding door uw zorgverzekeraar is voor maximaal een half jaar. Als deze periode verstrijkt krijgt u van uw zorgverzekeraar een herinnering. Als de periode na dit half jaar verlengd moet worden kan de diëtiste een herhalingsverzoek indienen.
De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naasten. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die volgt na ontslag.
Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de Hoofd-Hals Verpleegkundige poli (HHV). Zij verwijdert poliklinisch de hechtingen en geeft aanvullende instructies over de verzorging. Via een brief stelt de chirurg uw huisarts op de hoogte van de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.
De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast.
Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven:
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen aan de hand van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten en bewegen.
U kunt het volgende schema volgende:
- Blijf Paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken.
Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.
Mondverzorging
Het is belangrijk om uw mond goed te verzorgen en schoon te houden. Spoel uw mond na iedere maaltijd en zo nodig tussendoor. U kunt hiervoor (kraan)water of een fysiologische zoutoplossing gebruiken. U kunt zelf een fysiologische zoutoplossing maken door één theelepel keukenzout in één liter gekookt water op te lossen en dit vervolgens te laten afkoelen. Poets ook tweemaal daags uw gebit.
Stoelgang
In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren voordat dit weer normaal is. Doordat de voeding sneller in de dunne darm komt, kunt u last krijgen van dunne ontlasting. Het is daarom raadzaam voldoende vocht tot u te nemen. Soms kan ook obstipatie ontstaan door een verminderde voedselopname en een tekort aan voedingsvezels.
Contact met het ziekenhuis
Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:
- temperatuursverhoging boven de 38.5 graden Celsius;
- aanhoudende misselijkheid en braken, de sondevoeding niet kunnen verdragen;
- aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
- als de PRG-katheter eruit valt (de katheter moet binnen twee uur weer ingebracht worden door de huisarts of in het ziekenhuis). Ga zeker niet zelf proberen de katheter te plaatsen, de kans op complicaties is te groot;
- andere, aan de behandeling gerelateerde, problemen.
Tijdens de eerste 30 dagen na plaatsing belt u met: Afdeling Radiologie. Na 30 dagen belt u met: Onderzoek en Behandel Centrum (OBC). Beide afdelingen zijn bereikbaar via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek 020 512 9111.
Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.
5.Meer informatie
Verzorging van de voedingskatheter/ PRG (of PEG)
De verpleegkundige leert u deze handeling, zodat u het zelfstandig kan uitvoeren. Deze beschrijving kunt u gebruiken om het zelf na te lezen. U kunt het ook anderen (partner, verpleegkundige thuiszorg) ter informatie laten lezen.
De handelingen, stapsgewijs:
1. Verzorging van de katheter en insteekplaats met de hechtingen/ankertjes:
- Werk hygiënisch, was altijd eerst de handen;
- Haal het oude verband weg;
- Desinfecteer de katheter, externe fixatiedisk, en de huid/insteekplaats 2 keer per dag met een gaasje met ontsmettingsmiddel: chloorhexidine of sterilon (geen jodium, dit verkleurt de katheter);
- Inspecteer de huid. Let hierbij op symptomen van ontsteking: extreme roodheid, zwelling, drukplekken, pus;
- Laat de externe fixatiedisk op zijn plaats zitten. De disk hoort vlak tegen de huid aan te zitten;
- Fixeer de katheter ‘zwevend’ (met een boogje) met pleister extra op de buik. Dit voorkomt ook te veel beweging van de katheter;
- Verbind de insteekplaats met een splitgaas en pleister.
Let op: de hechtingen/ankertjes mogen nat worden. U mag echter niet in bad of zwemmen met de ankertjes.
De ankertjes zitten vastgehecht met een oplosbare hechting. Echter kan het 2 a 3 weken duren voordat deze hechting is opgelost.
Na 10 dagen mogen de ankertjes, indien deze niet spontaan hebben losgelaten, verwijderd worden. U krijgt hiervoor een afspraak bij de verpleegkundige poli.
Afbeelding van de ankertjes
2. Verzorging van de katheter en insteekplaats na verwijderen van de hechtingen/ankertjes:
- Werk hygiënisch, was altijd eerst de handen;
- Maak de katheter, de disk en de huid rondom en onder de disk 1x per dag schoon. Dit kan bijvoorbeeld onder de douche met kraanwater en zeep;
- Droog de katheter, de disk en de huid goed;
- Inspecteer de huid en de insteekopening;
- Controleer of de disk nog op de juiste plaats zit. Zo niet, schuif de disk weer terug tot ± ½ cm. van de huid.
3. Controles 1 maal per week:
- Draai de katheter 360 graden om zijn lengteas. Dit is nodig om te voorkomen dat de katheter vast gaat zitten in het fistelkanaaltje.
4. Controle 1 maal per maand:
- Controleer of er nog voldoende water in de ballon van de PRG zit. In de ballon moet 3 ml tot 5 ml water zitten. Controleer de hoeveelheid door het water met behulp van een spuit uit de ballon op te trekken en vervolgens weer terug te spuiten en eventueel aan te vullen. De ballon kan gewoon met kraanwater worden bijgevuld.
5. Controle 1 maal per jaar:
- De PRG dient eens per jaar vervangen te worden. U maakt hiervoor een afspraak op het Onderzoek en Behandel Centrum (OBC).
Wat te doen bij een ontsteking?
Verzorg de katheter en huid rondom 2-3 maal. Maak de huid/insteekplaats schoon met een ontsmettingsmiddel: chloorhexidine of sterilon. Verbind het met een splitgaasje.
Als de ontsteking niet geneest, neem dan contact op met de huisarts.
Wat te doen als de katheter er spontaan uitvalt?
Als de katheter uitgevallen is, kan het fistelkanaaltje snel dichttrekken. Laat binnen twee uur een nieuwe katheter inbrengen door uw huisarts of in het ziekenhuis.
Voorkom verstoppen van de katheter
Spoel na toediening van sondevoeding en medicatie de katheter altijd door met lauw kraanwater. Als u de katheter niet gebruikt, dan 2 maal daags doorspoelen met 20-40 ml lauw kraanwater. Dit is om de katheter goed doorgankelijk te houden.
Wat te doen bij een verstopping van de katheter?
Een verstopping van de katheter kunt u proberen op te heffen door de katheter met warm water door te spuiten. U moet hier wat kracht voor gebruiken. Met een klein spuitje van 2 ml of 5 ml kunt u meer kracht zetten dan met een grote spuit.
Als het niet lukt om de katheter weer open te krijgen, probeer het dan na een half uur nog eens. U kunt ook proberen de verstopping ‘los te masseren’, door de katheter over de hele lengte tussen uw vingers te ‘masseren’.
Als het u niet lukt de verstopping op te heffen, neem dan contact op met uw huisarts of het ziekenhuis. Soms is het nodig een nieuwe katheter in te brengen.
Contact met het ziekenhuis
Met vragen en bij de complicaties, kunt u contact opnemen met uw eigen huisarts of het Antoni van Leeuwenhoek. De eerste 30 dagen na plaatsing kunt u contact opnemen met de afdeling Radiologie. Na de eerste 30 dagen kunt u contact opnemen met het Onderzoek en Behandel Centrum van het Antoni van Leeuwenhoek.
Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.
Buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Indien u contact opneemt met het ziekenhuis houdt u dan uw patiëntengegevens bij de hand.
Tip:
Maak gratis gebruik van de PEG-app, hier vindt u handige informatie over alles rondom de PRG-katheter.

Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.