Epidurale of spinale pijnbehandeling
voor ernstige pijnklachten bij een oncologische aandoening

Epidurale of spinale pijnstilling wordt gebruikt bij pijnklachten die niet onder controle te krijgen zijn met de gebruikelijke pijnstillers, of als deze te veel bijwerkingen hebben. Het doel van deze vorm van pijnbehandeling is om betere pijnstilling te bereiken. Dit wordt bereikt door via een ‘ruggenprik’ in het midden van de rug een dun slangetje (katheter) aan te brengen. Deze katheter wordt vervolgens opgevoerd in de ruimte met de ruggenmergvloeistof (spinale ruimte) of de ruimte daaromheen (epidurale ruimte). Daarna wordt de katheter onder de huid door geleid. Via deze katheter kunnen pijnstillende medicijnen gegeven worden. Soms wordt een onderhuidse poort aan de voorkant van het lichaam aangebracht. Er wordt een pompje aangesloten, waardoor steeds medicijnen kunnen worden toegediend.

Voor het inbrengen van de katheter wordt u opgenomen in het ziekenhuis. De epiduraal- of spinaalkatheter wordt op het onderzoeks- en behandelcentrum geplaatst onder continue controle van bloeddruk en pols. Dit gebeurt onder plaatselijke verdoving en indien nodig sedatie (“roesje”). Hiervoor moet u nuchter komen. Voorafgaand aan de ingreep krijgt u een infuus waardoor antibiotica en zo nodig een sederend middel wordt gegeven. Indien er ook een onderhuidse poort wordt geplaatst vindt de behandeling onder algehele narcose op de operatiekamer plaats. Ook voor deze behandeling dient u nuchter te komen.

Na de behandeling gaat u via de uitslaapkamer terug naar de verpleegafdeling. Daar krijgt u pijnmedicatie toegediend via de katheter of de poort. De opname duurt gemiddeld drie dagen.

In heel enkele gevallen kan een speciale pomp onder de huid geïmplanteerd worden. Dit gebeurt in een ander ziekenhuis door ervaren anesthesiologen-pijnspecialisten, met wie het pijnteam in het AVL nauw samenwerken. De indicatie voor het plaatsen van een dergelijke “spinale pomp” wordt altijd gesteld door de anesthesioloog-pijnspecialist van het AVL, in samenspraak met de collega anesthesioloog-pijnspecialist die de pomp plaatst.

Medicijngebruik en overgevoeligheid

Mocht u bloed verdunnende middelen gebruiken, wilt u ons dit zo snel mogelijk melden? Vaak moet het gebruik van deze medicijnen enkele dagen voor de behandeling worden gestaakt. Dit mag echter alleen in overleg met uw specialist.

Bloed verdunnende middelen zijn onder meer: coumarinederivaten (acenocoumarol (Sintrom), fenprocoumon (Marcoumar)), heparinederivaten (bv. nadroparine (Fraxiparine, Fraxodi), tinzaparine (Innohep)), acetylsalicylzuur, carbasalaatcalcium, dipyridamol (Persantin), clopidogrel (Plavix) en DOAC’s (dabigatran (Pradaxa), apixaban (Eliquis), edoxaban (Lixiana), rivaroxaban (Xarelto)).

Ook sommige pijnstillers hebben invloed op de bloedstolling. Deze middelen dienen de dag van tevoren te worden gestaakt. Bespreek met uw arts welke middelen u zonder problemen kunt innemen en wanneer u de middelen na de ingreep weer kunt hervatten.

Pijnstillers zijn onder meer: diclofenac (Voltaren, Arthrotec), ibuprofen (Advil, Brufen, Nurofen, Sarixell, Spidifen, Zafen), naproxen (Aleve), celecoxib (Celebrex) en etoricoxib (Arcoxia, Auxib).

Bent u overgevoelig voor jodium, pleisters of contrast- of verdovingsvloeistof, meld dit dan bij uw behandelend pijnarts.

Inbrengen van de katheter

Het inbrengen van de epiduraal- of spinaalkatheter gebeurt bij voorkeur in zij- of buikligging. De anesthesioloog poetst de rug met een ontsmettende vloeistof waarna een deel van de rug steriel wordt afgedekt. Vervolgens wordt met een lokale verdovingsvloeistof de plek verdoofd waar de katheter wordt ingebracht. Met een speciale techniek zoekt de anesthesioloog de epidurale of de spinale ruimte op en plaatst de katheter. Hierbij prikt de anesthesioloog uitsluitend door het bindweefsel heen dat ligt tussen de ruggenwervels, niet door het bot of ruggenmerg. Desondanks kan tijdens het inbrengen van de katheter een pijnlijk, tintelend, vervelend gevoel van ‘elektriciteit’ optreden, doordat de katheter in contact komt met bot of zenuwen die dit gebied doorkruisen. Dit gevoel is kortdurend en gaat snel voorbij. De katheter wordt daarna een stukje onder de huid geleid (“getunneld”). Indien er een onderhuidse poort wordt ingebracht wordt de katheter hierop aangesloten. De wondjes worden gesloten met een (onderhuidse) hechting.

Vervolgens wordt een PCA pompje aangesloten op de katheter (of de poort) en wordt er continu pijnmedicatie in de epidurale of spinale ruimte toegediend.

Naamloos-1

Hoe werkt de PCA- pomp?

PCA betekent: door Patient geControleerde Analgesie. Analgesie is een ander woord voor pijnstilling. De PCA-pomp wordt door de zorgverzekeraar verstrekt. Het is een handzaam pompje. De pomp zit in een tasje. Dit tasje bevat ook een infuuszak of cassette met medicijnen. Dit tasje kunt u gewoon om uw schouder hangen en overal mee naar toe nemen. Hierdoor heeft u een grote bewegingsvrijheid. De pomp zorgt ervoor dat 24 uur per dag een kleine hoeveelheid pijnstilling wordt toegediend. Het is mogelijk uzelf een extra dosis pijnstilling toe te dienen als u meer pijn heeft. U drukt dan op de desbetreffende knop van de pomp. De pijnarts bepaalt de hoogte van de dosering van de pijnstillers en stelt de pomp in.

De pomp heeft een alarm. Zodra er een technisch probleem is, gaat dit alarm af (piepgeluid), bijvoorbeeld als de batterijen leeg zijn of als de katheter afknikt.

De batterijen kunt u gemakkelijk zelf verwisselen. Bij andere technische problemen kunt u contact opnemen met het technische thuiszorg team, dat u begeleidt. Het is verstandig de gebruiksaanwijzing van de pomp voor het gebruik rustig door te nemen, zodat u niet onnodig in paniek raakt als het alarm afgaat.

Mocht de pijn veranderen terwijl u thuis bent, neem dan in eerste instantie contact op met het technische thuiszorgteam. Zij zullen verdere stappen ondernemen om de pijn weer zo snel mogelijk onder controle te brengen.

Welke medicijnen worden er via de epidurale of spinale katheter toegediend?

Via de epidurale of spinale katheter kunnen morfine-achtige stoffen (bv. morfine, sufentanil, hydromorfon), lokale verdovingsmiddelen (bv. bupivacaïne, ropivacaïne) en clonidine worden toegediend. Voor een optimale pijnbehandeling is het vaak nodig dat er een combinatie wordt gemaakt van bovenstaande middelen, omdat deze op verschillende manieren werken. De hoeveelheden worden berekend aan de hand van de dosering van de medicatie die u gebruikte voor het inbrengen van de epidurale of spinale katheter. De dosering wordt bepaald door de anesthesioloog-pijnspecialist.

Bijwerkingen

Bijwerkingen zijn afhankelijk van het medicijn dat via het pompje wordt toegediend. Meestal kan een goede balans gevonden worden tussen goede pijnstilling en zo min mogelijk bijwerkingen. Dit proces kan meerdere dagen duren.

Regelmatig komt het voor dat u een doof gevoel in de benen heeft, gepaard gaande met een onzeker gevoel bij het lopen, minder aandrang om te plassen, jeuk, misselijkheid en sufheid. Deze bijwerkingen kunnen door aanpassen van de pijnstilling worden verminderd.

Er wordt aanbevolen dat vanwege (wisselend optreden) van verminderde kracht in de benen u moet lopen met behulp van een rollator.

Tevens kan er sprake zijn van een verminderde werking van de blaas. Dan kan een (permanent) blaaskatheter nodig zijn.

U kunt gedurende de eerste dagen na het inbrengen van de katheter last krijgen van hoofdpijn en duizeligheid bij het rechtop zitten. Soms treedt lekkage van ruggenmergvloeistof op.

Voor beide verschijnselen is plat op de rug blijven liggen en veel drinken de aangewezen behandeling. Hierdoor verdwijnen deze klachten meestal vanzelf. Soms is het echter nodig om hiervoor een aanvullende behandeling te ondergaan.

Heel zelden wordt tijdens het prikken van de katheter een bloedvat geraakt. Daardoor zou een bloeding in de spinale- of epidurale ruimte kunnen ontstaan met als gevolg zwakte en gevoelsstoornissen van de benen.

Op langere termijn kan een infectie optreden langs de katheter. Dit kan leiden tot lokale prikkeling bij de insteekplaats, overgevoeligheid, roodheid en zwelling in het verloop van de katheter en in het uiterste geval tot abcesvorming in de epidurale ruimte en hersenvliesontsteking.

Een ontsteking kan zich uiten in koorts, lage rugpijn, zwakte en gevoelsstoornissen van de benen, hoofdpijn, licht- en geluidsovergevoeligheid en misselijkheid.

Als u zulke symptomen vaststelt, moet u direct contact opnemen met de huisarts of een van de pijnartsen.

De katheter moet dan verwijderd worden en eventueel moet antibiotica worden toegediend.

Meer informatie

Mocht u nog vragen hebben, dan kunt u zich wenden tot de anesthesioloog-pijnspecialisten, via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek 020 512 9111.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload