Pleurapunctie

U ondergaat binnenkort of heeft zojuist een pleurapunctie ondergaan.

In dit document vindt u informatie over:

  • Wat is pleuravocht?
  • Pleurapunctie
  • De periode voor de behandeling
  • De behandeling
  • De periode na de behandeling
  • Wanneer contact opnemen
  • Meer informatie

Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van uw behandeling. Wij adviseren u en uw naasten om deze informatie goed door te lezen. Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundigen en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.

1. Wat is pleuravocht?

Er is bij u pleuravocht geconstateerd. Pleuravocht bevindt zich in de borstkas. Rondom de longen en aan de binnenkant van de borstkas bevinden zich twee vliezen, het borstvlies en het longvlies. Tussen deze twee vliezen bevindt zich normaal gesproken een minimale hoeveelheid vocht om de ademhalingsbewegingen gesmeerd te laten verlopen. Bij u heeft zich tussen deze twee vliezen een grotere hoeveelheid vocht opgehoopt. Door deze hoeveelheid vocht wordt de functie van de long beperkt en treden kortademigheidklachten op. Soms komen ook klachten zoals pijn en hoesten voor. Door het verwijderen van het vocht zullen uw klachten afnemen. Wanneer de punctie onvoldoende klachtenvermindering geeft of maar tijdelijk helpt, wordt met u gesproken over een vervolgbehandeling.

pleura

2.Pleurapunctie

Door middel van het plaatsen van een drain in de borstholte kan het pleuravocht aflopen. Nadat het vocht is afgelopen, wordt deze drain weer verwijderd. Het betreft een poliklinische ingreep onder plaatselijke verdoving.

Diagnostische pleurapunctie

Hierbij trekt de arts door middel van een spuit en een lange naald ongeveer 20 ml pleuravocht op uit de borstholte. Hierbij krijgt u dus geen drain in de borstholte. Dit vocht zal naar de patholoog worden gebracht voor verder onderzoek. Aangezien de prik van de verdoving net zo gevoelig is als het inbrengen van de naald, wordt de huid niet verdoofd.

3. De periode voor de behandeling

U wordt telefonisch of schriftelijk opgeroepen voor de afspraak.

Informatie die de arts moet weten

Voor deze ingreep is het noodzakelijk dat uw arts de volgende bijzonderheden over u weet. Meld uw arts daarom voorafgaand aan de ingreep of u:

  • allergisch bent voor geneesmiddelen of verdoving en zo ja, voor welke;
  • pijnstillers gebruikt zoals aspirine, Brufen (ibuprofen) of Voltaren (diclofenac);
  • anti-stollingsmiddelen gebruikt, zoals Sintromitis, Marcoumar, Ascal of Fraxiparine spuitjes;
  • wordt behandeld met chemotherapie.

Bespreek met uw arts welke medicijnen u kunt blijven doorgebruiken, welke u tijdelijk moet stoppen en vanaf wanneer u de medicijnen weer mag innemen. Soms is het nodig deze medicatie enkele dagen voor het onderzoek te stoppen. In een enkel geval wil de behandelend arts of verpleegkundig specialist uw bloed laten controleren op de stolling.

4. De behandeling

Voor de behandeling

Op de dag van de behandeling meldt u zich een kwartier voor de afspraaktijd bij de secretaresse van het Onderzoek en Behandel Centrum (OBC), op de tweede etage.

De behandeling

Terwijl u een zittende, gebogen houding aanneemt op de behandelbank, wordt middels een echo de juiste plaats voor de drain bepaald. Hierna zal de huid plaatselijk verdoofd worden en wordt vervolgens de drain tussen de ribben aan de rugzijde ingebracht. De drain wordt aangesloten op een pomp, waarna het teveel aan pleuravocht wordt afgezogen. De ingreep duurt ongeveer 30 tot 45 minuten. Na het aflopen van het pleuravocht zal de drain weer worden verwijderd.

Patiënten ervaringen tijdens de behandeling

Tijdens het aflopen van het pleuravocht zal de long zich ontplooien. Dit kunt u op verschillende manieren merken. Er kan een hoestprikkel ontstaan maar ook een drukkend gevoel op de borstkast of pijn in de schouder zijn kenmerkend bij deze ingreep. Het is belangrijk dat u gedurende het aflopen van het vocht goed aangeeft wat u ervaart, zodat de arts of verpleegkundig specialist hier direct op kan reageren. Gewoonlijk verdwijnen de klachten weer na het stoppen van de drainage.

Onderzoeken van het vocht

Er zijn verschillende oorzaken voor het ontstaan van pleuravocht. Daarom zal, indien nodig, het afgenomen vocht onderzocht worden. Het vocht wordt door de patholoog anatoom en laborant onderzocht. De uitslag van dit onderzoek kan drie tot vijf werkdagen duren. U krijgt de uitslag van het onderzoek tijdens uw volgende bezoek aan de polikliniek.

5. De periode na de behandeling

Na het verwijderen van de drain wordt de insteekplaats afgeplakt met een pleister. Na 24 uur kan deze worden verwijderd. Als uw longarts het noodzakelijk vindt, krijgt u na het onderzoek het medicijn codeïne. Codeïne onderdrukt de hoestprikkel. In dit geval mag u die dag geen auto meer rijden of gevaarlijke machines bedienen. Na de ingreep kan het zijn dat u direct minder kortademigheidklachten ervaart. Echter, soms duurt het nog één of twee dagen voordat u het optimale resultaat ondervindt. De verpleegkundig specialist zal met u een telefonische afspraak maken om het resultaat te evalueren. Omdat kortademigheid naast pleuravocht nog andere oorzaken kent, kan bij onvoldoende resultaat verder onderzoek nodig zijn.

6. Wanneer contact opnemen

Het kan zijn dat, wanneer u thuis bent, klachten ontstaan waardoor het noodzakelijk is om contact op te nemen met het ziekenhuis. Dit kunt u doen door het algemene nummer te bellen. Binnen kantooruren vraagt u naar de verpleegkundig specialist thoraxoncologie. Buiten kantooruren wordt u doorverbonden naar een gespecialiseerd verpleegkundige: het Weekend-, Avond en Nachthoofd.

Bij de volgende klachten dient u contact op te nemen:

  • als uw temperatuur boven de 38,5°C stijgt;
  • als u een koude rilling heeft (dit is een plotselinge, snelle temperatuurstijging, waarbij u hevig rilt);
  • als u last krijgt van plotseling toenemende kortademigheid;
  • als u de pijn niet onder controle krijgt.

7. Meer informatie

De zorgverleners en afdelingen van het Antoni van Leeuwenhoek zijn telefonisch bereikbaar via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis 020 512 9111.

Buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond-, of Nachthoofd. Indien u contact opneemt met het ziekenhuis houdt u dan uw patiëntengegevens bij de hand.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload