Proeflaparotomie (of stadiëringslaparotomie)
Inleiding
In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:
- De ingreep
- De periode voor de ingreep
- De periode na de ingreep
- Het ontslag
- Meer informatie
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij moedigen u en uw naasten aan om deze informatie goed door te lezen, zodat uw herstel zo min mogelijk belemmerd wordt door onzekerheid en zorgen. Bij vragen kunt u bellen met de verpleegkundige tijdens het telefonisch spreekuur.
Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten, logopedisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.
1. De ingreep
Deze brochure geeft u informatie over de proeflaparotomie of stadieringoperatie. De gynaecoloog voert de operatie uit. Het doel van de proeflaparotomie is om tijdens de operatie te weten te komen of de cyste van de eierstok goed- of kwaadaardig is. Vandaar dat er tijdens de operatie een vriescoupe wordt verricht. Een vriescoupe is een snelle beoordeling van weefsel dat tijdens de operatie naar de patholoog is gestuurd. Een vriescoupe is voor 95% betrouwbaar. Binnen 30 minuten wordt de uitslag aan de gynaecoloog doorgegeven en zal er afhankelijk van de uitslag wel of niet verder worden geopereerd. De definitieve uitslag wordt 7-10 dagen later met u besproken. De duur van de ingreep is afhankelijk van de uitslag van de vriescoupe. Dit kan variëren van 1 uur (wanneer de cyste goedaardig is) tot ongeveer 5 uur (wanneer de cyste kwaadaardig is).
Tijdens de operatie maakt de gynaecoloog een snede in de buik vanaf het schaambeen tot boven de navel, soms tot aan het borstbeen (zie tekening). Het is afhankelijk van de vriescoupe uitslag of de eierstokken, baarmoeder, het inwendig vetschort of lymfklieren worden verwijderd. Dit zal van tevoren met u worden besproken door de gynaecoloog.
Er zijn drie uitkomsten mogelijk:
- Goedaardige afwijking: Als het om een goed aardige afwijking gaat, dan zal alleen de eierstok worden verwijderd. Afhankelijk van uw leeftijd en uw wens zal de andere eierstok ook worden verwijderd.
- Borderline tumor: Een borderline tumor is een grensgeval tussen een goedaardige en een kwaadaardige tumor. Als tijdens de vriescoupe blijkt dat het om een borderline tumor gaat, dan zullen in ieder geval beide eierstokken worden verwijderd. De gynaecoloog zal de buik inspecteren en afwijkingen verwijderen en biopten nemen zo nodig.
- Kwaadaardige afwijking: Als tijdens de vriescoupe blijkt dat het gaat om een kwaadaardige afwijking (eierstokkanker), dan worden de eierstokken, baarmoeder, inwendig vetschort verwijderd. Ook zullen er biopten en lymfeklieren worden verwijderd, dit noemen we een stadiering, om te bepalen in welk stadium de ziekte zich bevindt. Afhankelijk van het stadium en het soort eierstokkanker wordt eventueel chemotherapie als nabehandeling gegeven.
De kans dat de vriescoupe niet juist is, is vijf procent. Als de definitieve uitslag afwijkt van het vriescoupe onderzoek, kan het zijn dat u een tweede operatie moet ondergaan.
Na de operatie gaat u via de uitslaapkamer terug naar de afdeling. Het kan voorkomen dat u een nacht op de intensive care verblijft. Zodra u goed wakker bent zal de gynaecoloog de uitslag van de vriescoupe met u bespreken.

Mogelijke complicaties
Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Daarnaast kan een aantal andere complicaties ontstaan. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:
- open gaan van de wond;
- nabloeding;
- (indien darmchirurgie) (naad) lekkage van de darm;
- het niet op gang komen van de darmen;
- urineweginfectie;
- lekkage van urine in de buik;
- abcesvorming.
De risico’s op een complicatie zijn verhoogd als u lijdt aan andere aandoeningen zoals diabetes mellitus of hart- en vaatziekten. Ook roken, alcoholgebruik, ondervoeding en bestraling in het verleden vergroten het risico op complicaties.
Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.
Het weefselonderzoek
Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog onderzocht. Het definitieve weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. Deze uitslag wordt telefonisch met u besproken op de 2e woensdag na de operatie. Hiervoor wordt dan bij uw ontslag een afspraak gemaakt. Mocht dit anders zijn, dan zal dit op de afdeling met u besproken worden.
2. De periode voor de ingreep
Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de ingreep is een aantal onderzoeken noodzakelijk.
De gynaecoloog of verpleegkundig specialist zal u hierover informeren.
Voor de ingreep die u ondergaat, kunnen de volgende diagnostische onderzoeken worden uitgevoerd:
- Bloedonderzoek
- Röntgenfoto van de longen
- CT-scan van de buik.
Poliklinische voorbereiding
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:
- De gynaecoloog is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en zal uitslagen en het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen. In het Antoni van Leeuwenhoek werken gynaecologisch-oncologen die gespecialiseerd zijn in het behandelen van gynaecologische kanker. Zij werken samen met gynaecologen (in opleiding) die het laatste deel van hun opleiding doen en zich verder verdiepen in de oncologie.
- De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig geprotocolleerde medische handelingen in het chirurgische behandeltraject uitvoert, waaronder het verrichten van lichamelijk onderzoek, aanvragen van onderzoeken, opzetten van een behandelplan, het geven van voorlichting en de nacontrole. U kunt aan de verpleegkundig specialist vragen stellen die u nog heeft na het bezoek aan de gynaecoloog. Hij of zij vraagt naar uw medische voorgeschiedenis en uw huidige gezondheid en verricht een algemeen lichamelijk onderzoek en bespreekt met u eventuele deelname aan wetenschappelijk onderzoek. Na dit gesprek is de verpleegkundig specialist uw contactpersoon voor u en uw naasten tot aan de opname in het ziekenhuis. Vervolgens ziet u de verpleegkundig specialist bij een eventuele nacontrole op de polikliniek.
- De (bel)afspraak met de verpleegkundig specialist op de polikliniek dient ter voorbereiding op de opname. De verpleegkundig specialist neemt met u de de lastmeter door. Ook heeft u gelegenheid om vragen te stellen en zo nodig wordt aanvullende informatie gegeven. De verpleegkundige kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen en u vertellen waar u meer informatie kunt vinden over uw ziekte.
- De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder ‘Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie’. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden.
- Op indicatie zal de gynaecoloog u doorverwijzen naar de stomaverpleegkundige, echter komt dit zelden voor bij deze ingreep.
De Stoppen met Roken poli
Na een operatie is er altijd sprake van een wondgebied (inwendig en uitwendig). Uit onderzoek is gebleken dat de wondgenezing veel beter verloopt als u niet rookt. Daarnaast is de kans op het krijgen van een longontsteking groter als u rookt. Daarom is het van groot belang om te stoppen met roken voor de operatie. Het is ook bekend dat bij kanker de kans op terugkeer van ziekte groter is bij patiënten die roken.
Het verslavende effect van alcohol en nicotine kan het stoppen moeilijk maken. U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De verpleegkundigen van de Stoppen met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij ondersteunen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie. Wilt u hulp hebben in verband met uw alcoholgebruik, dan kunt u zich het beste wenden tot uw huisarts.
Voeding
Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de operatie doorgaans goed aan en herstelt u sneller. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Uw behoefte aan energie en eiwitten is verhoogd terwijl de inname van voeding na de operatie en door een eventuele nabehandeling veranderd kan zijn.
Heeft u vragen over voeding of ervaart u gewichtsveranderingen die samenhangen met uw ziekte dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek.
Opname
Zodra de opnamedatum en/of operatiedatum bekend is, neemt de afdeling Opname twee weken voor de geplande opname/operatie telefonisch of schriftelijk contact met u op.
Dag van opname
U wordt op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis.
Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) verwijst u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.
Op de dag van opname spreekt u de volgende medewerkers:
- De verpleegkundige informeert u over de periode in het ziekenhuis. Hij of zij neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt zo nodig de lastmeter. Hij of zij kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen.
- De verpleegkundige vertelt u welke slaap- en premedicatie de anesthesioloog heeft voorgeschreven en vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken. Ook hoort u van de verpleegkundige op welk tijdstip de ingreep is gepland; dit is een schatting.
- Tijdens uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt ondersteuning en begeleiding.
- De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de visite en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met de dienstdoende gynaecoloog.
U mag 8 uur voor de operatie niet meer eten en 4 uur voor de operatie niet meer drinken. De operatie wordt afgezegd als u toch heeft gegeten tijdens deze 8 uur. Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen) en sieraden mogen niet mee naar de operatiekamer. Make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer. Als u een gehoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.
Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken, krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.
De gynaecoloog ziet u op de operatiekamer en zal met u en het operatieteam de ingreep nogmaals kort bespreken voordat u onder narcose gaat.
Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicijnen voor de narcose worden toegediend. Ook krijgt u een zeer dun ‘slangetje’ (epiduraalkatheter) in de rug aangebracht. Via dit ‘slangetje’ krijgt u tijdens en na de ingreep pijnbestrijding.
Er wordt een blaaskatheter ingebracht voor de afvloed van urine.
3. De periode na de ingreep
Na de ingreep blijft u korte tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de afdeling gaat.
Fraxiparine
Na de ingreep krijgt u dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine (in uw buik, bovenbeen of bovenarm), totdat u met ontslag gaat. Fraxiparine voorkomt een stolsel in een bloedvat (trombose).
Katheters, lijnen en drains na de ingreep:
- Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus wordt geplaatst in een ader in de arm. Soms is toegang naar een groter bloedvat onder het sleutelbeen en/of in de hals wenselijk.
- Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste 24 uur na de ingreep.
- Een epiduraalkatheter. Dit is een dun slangetje in de rug waardoor u pijnmedicatie krijgt toegediend. De medicatie die u via de epiduraalkatheter krijgt wordt gestopt op geleide van uw pijnklachten en herstel. Zodra deze medicatie is gestopt, wordt de katheter verwijderd. Dit is gemiddeld na drie tot vier dagen.
- Een blaaskatheter voor de afvloed van urine. De blaaskatheter wordt verwijderd zodra de medicatie via de epiduraalkatheter is gestopt.
- Een of meerdere wonddrains uit het operatiegebied voor de afvloed van wondvocht. Afhankelijk van de hoeveelheid wondvocht wordt deze verwijderd.
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk. Dit maakt diep ademen, hoesten, bewegen en in- en uit bed komen makkelijker. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever.
De verpleegkundige zal u driemaal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.
Naast pijnbestrijding via de epiduraalkatheter krijgt u tabletten tegen de pijn.
Misselijkheid
Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose, de medicijnen in de epiduraalcatheter, door darmen die nog niet op gang zijn gekomen en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Wond
De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wond. De hechtingen in de huid van de wond zijn oplosbaar en meestal niet zichtbaar, dus er hoeven geen hechtingen te worden verwijderd.
Mobiele en fysieke activiteit
Vanaf de dag na de ingreep mag u uit bed.
Beweging is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.
U zult merken dat de activiteiten die voor de ingreep vanzelfsprekend waren, nu meer inspanning kosten. U zult uw energie moeten verdelen over de dag. Door de wond en de aanwezigheid van een infuus wordt u weliswaar beperkt in uw bewegingsvrijheid, maar al vanaf de eerste dag na de operatie mag u proberen te lopen. Indien nodig zal de afdelingsarts een fysiotherapeut in consult vragen. Onder begeleiding van de verpleegkundige en/of fysiotherapeut zult u in de dagen die volgen toenemend zelfstandig worden.
U zult steeds vaker en langer uit bed komen. Het streven is om u zo snel mogelijk driemaal per dag op de gang te laten wandelen. Uw familie mag u daarbij ook helpen.
Houding in bed
In bed kunt u overdag het beste half zittend liggen. Ook is het goed uw arm aan de geopereerde zijde op een kussen te leggen. Hierdoor liggen uw schouder en arm in een betere houding. Dit is belangrijk voor de spieren in uw schouder en hals, voor de doorbloeding en afvloed van het vocht.
Stoelgang
Na de ingreep functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Dit gaat vaak gepaard met misselijkheid en krampen. Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.
Zodra u zich goed voelt, kunt u in overleg met de verpleegkundige weer starten met eten en drinken.
Uw eetlust kan de eerste periode na de ingreep verminderd zijn. De verpleegkundige kan u indien nodig in contact brengen met de diëtiste.
Ademhaling
Een optimale longfunctie wordt bereikt door:
- regelmatig uit bed gaan en bewegen;
- goede pijnbestrijding;
- ademhalingsoefeningen;
- het ophoesten van slijm;
- halfzittende houding in bed;
- niet roken.
Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.
Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij de CKvL werken deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. Uw verpleegkundige kan u in contact brengen met de CKvL.
4. Het ontslag
Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel en zelfstandigheid. Over het algemeen kunt u na ongeveer 5-7 dagen het ziekenhuis verlaten. U verlaat op de dag van ontslag tussen 10.00 en 10.30 uur het ziekenhuis.
Mogelijk heeft u na ontslag uit het ziekenhuis nog zorg nodig. Bespreek dit tijdig met uw verpleegkundige en behandelend arts.
De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u. Bij voorkeur is hierbij een naaste aanwezig. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.
Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor telefonische controle na zes weken bij de verpleegkundig specialist. Als u na-behandeld wordt met chemotherapie, dan krijgt u een poliklinische afspraak met de internist in het verwijzende ziekenhuis.
Uw hoofdbehandelaar of afdelingsarts zal uw huisarts op de hoogte stellen van de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.
De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.
Wij willen u een aantal adviezen meegeven.
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Ook als u weinig pijnklachten ervaart, is het verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.
U kunt het volgende schema volgen:
- Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
- Blijf Paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.
Wond
U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. Als de wond gesloten is, kunt u douchen. Dep de wond na afloop droog.
Als de wond nog open is op het moment dat u naar huis gaat, krijgt u voor uw ontslag uitleg en instructie van de verpleegkundige of wondverpleegkundige over de verzorging van de wond. Indien nodig wordt ondersteuning van de wijkverpleegkundige bij de wondzorg geregeld.
Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wond dagelijks bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:
- de huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen;
- u heeft toenemende pijn aan de wond;
- er komt pus uit de wond;
- u heeft temperatuursverhoging (boven 38,5 graden Celsius).
U kunt tijdens kantooruren contact opnemen met verpleegkundig specialist gynaecologie via het algemene telefoonnummer. Buiten kantooruren neemt u contact op met het Wanhoofd (Weekend avond nachthoofd) via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis. Bereikbaarheid staat in hoofdstuk 5 beschreven.
Stoelgang
In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren totdat dit weer normaal is.
Voeding
Behandeling van kanker kan veel van uw lichaam vergen. Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de behandeling doorgaans beter aan en heeft u minder risico op complicaties. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Door de ziekte en behandeling is uw behoefte aan energie en eiwitten verhoogd. Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw behandeling, dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek.
Vermoeidheid en activiteit
U kunt tijdens en na de behandeling last houden van vermoeidheid. Vermoeidheid wordt veroorzaakt door de behandeling, de ziekte zelf en doordat de conditie afneemt. Het is belangrijk dat u ondanks deze vermoeidheid voldoende blijft bewegen, zodat u in ieder geval uw conditie op peil houdt. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen. Hoeveel beweging goed en gezond is, is afhankelijk van uw startniveau.
De eerste zes weken mag u niet zwaar tillen. Indien u iets optilt, mag u maximaal 1 kilogram tillen in iedere Deze beperking houdt ook in dat u de eerste zes weken geen zwaar huishoudelijk werk kunt verrichten zoals bijvoorbeeld stofzuigen en ramen lappen.
Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. U kunt de eerste zes weken echter niet intensief sporten (u mag bijvoorbeeld geen buikspieroefeningen doen). Na zes weken heeft u een controle afspraak op de polikliniek bij de verpleegkundig specialist of gynaecoloog, vanaf dat moment mag u weer rustig op gaan bouwen met sporten. Wanneer de baarmoeder verwijderd is mag u tot deze poliklinische afspraak niet zwemmen of in bad. Ook geslachtsgemeenschap wordt afgeraden.
Revalidatie
U kunt aan een revalidatieprogramma deelnemen tijdens de behandeling, maar ook als uw behandeling is afgerond. Uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige kan u hiervoor verwijzen. U kunt dit ook zelf bespreekbaar maken met uw zorgverlener.
In de meeste gevallen vergoedt de zorgverzekeraar het revalidatietraject. Soms moet u echter een eigen bijdrage betalen. Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met uw zorgverzekeraar.
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.
Intimiteit, seksualiteit en kanker
Bij het poliklinisch consult na zes weken wordt er door middel van inwendig onderzoek gekeken of de vaginatop genezen is. Is dit het geval dan is er lichamelijk gezien geen belemmering om te zwemmen en om geslachtsgemeenschap te hebben. Door de operatie kunnen het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving veranderen. Wij kunnen ons voorstellen dat u het moeilijk vindt om dit ter sprake te brengen, maar aarzel niet om dit te bespreken met uw behandeld arts of de verpleegkundig specialist. Ook bestaat de mogelijkheid bij seksuele functiestoornissen zoals pijn bij vrijen een afspraak te maken bij de verpleegkundig specialist gynaecologie via de Afdeling Planning Polikliniek. Meer informatie kunt u lezen in de folder ‘Intimiteit, seksualiteit en kanker’. De folder is te verkrijgen op de verpleegafdeling, de polikliniek en het Centrum Patiënteninformatie.
Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.
Verwerking
Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werksters, geestelijk verzorgers, psychiatrisch verpleegkundige, creatief therapeuten. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.
Contact met het ziekenhuis
Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:
- temperatuursverhoging boven de 38,5 graden Celsius;
- aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
- plotseling ruim bloedverlies of vochtverlies uit de wond
- bloedverlies uit de vagina, meer dan een gewone menstruatie
- pijn/branderig gevoel bij het plassen
- roodheid van de wond
- temperatuur boven 38,5
- aanhoudende misselijkheid en braken, niet kunnen eten en meer dan twee kilo per week afvallen;
- diarree (vaker dan vijfmaal per dag waterdunne ontlasting of meer dan één liter ontlasting via het dunne darmstoma);
- obstipatie (langer dan twee dagen geen ontlasting of langer dan 24 uur geen ontlasting via het dunne darmstoma);benauwdheid en hoesten;
Neemt u bij voorkeur contact op tijdens kantooruren met uw verpleegkundig specialist/de verpleegetage/behandelend arts via het algemene nummer 020 512 9111. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.
5. Meer informatie
De zorgverleners en afdelingen van het Antoni van Leeuwenhoek zijn telefonisch bereikbaar via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis 020 512 9111.
Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de verschillende spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.
Daar vindt u onder andere het telefonisch spreekuur van de Wond-, stoma-, continentieverpleegkundige en van de verpleegkundig specialist gynaecologie.
Buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond-, of Nachthoofd. Indien u contact opneemt met het ziekenhuis houdt u dan uw patiëntengegevens bij de hand.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.