Urethrotomie volgens Sachse

Inleiding

Een vernauwing in de plasbuis kan verschillende oorzaken hebben.

Blaaskatheterisatie, een operatie of endoscopie kunnen de plasbuis beschadigen. Op de plek van de wond vormt zich littekenweefsel, waardoor de plasbuis vernauwt en het plassen moeilijker gaat. Een andere oorzaak kan een doorgemaakte infectieziekte zijn. Op de plek van de infectie ontstaat littekenweefsel.

In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:

  • De ingreep
  • De periode voor de ingreep
  • De periode na de ingreep
  • Het ontslag
  • Meer informatie

Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij moedigen u en uw naasten aan om deze informatie goed door te lezen, zodat uw herstel zo min mogelijk belemmerd wordt door onzekerheid en zorgen.

Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven.

Het team van artsen, verpleegkundig specialisten en verpleegkundigen geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.

1. De ingreep

De uroloog brengt een cystoscoop (dunne holle buis) in uw plasbuis in. Met behulp van een mesje of laser wordt de vernauwing opgeheven. Daarna brengt de uroloog een blaaskatheter in om het wondgebied rust te geven en de diameter van de plasbuis op de juiste grootte te houden. De opname duurt 1-2 nachten.

Mogelijke complicaties

Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Daarnaast bestaat bij deze ingreep ook kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:

  • Nabloeding;
  • Urineweginfectie;

De risico’s op een complicatie zijn ook verhoogd als u lijdt aan andere aandoeningen zoals diabetes, hart- en vaatziekten. Ook roken, alcoholgebruik, ondervoeding en bestraling in het verleden vergroten het risico op complicaties. Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.

Om een nieuwe vernauwing van de plasbuis te voorkomen (bij forse of terugkerende vernauwingen), is het soms noodzakelijk om thuis de plasbuis te dilateren (dit houdt in dat u zelf een soort katheter inbrengt, waardoor de plasbuis op de juiste grootte blijft).

De verpleegkundige zou u hier dan uitleg over geven en dit samen oefenen.

2. De periode voor de ingreep

Poliklinische voorbereiding

Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:

  • De uroloog is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
  • De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder ‘Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie’. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden.

De Stoppen met Roken poli

Na een operatie is er altijd sprake van een wondgebied (inwendig en uitwendig). Uit onderzoek is gebleken dat de wondgenezing veel beter verloopt als u niet rookt. Daarnaast is de kans op het krijgen van een longontsteking groter als u rookt. Daarom is het van groot belang om te stoppen met roken voor de operatie om een zo goed mogelijk beloop van de behandeling te bewerkstelligen.

Het verslavende effect van alcohol en nicotine kan het stoppen moeilijk maken. U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De verpleegkundigen van de Stoppen met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij ondersteunen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie. Wilt u hulp hebben in verband met uw alcoholgebruik, dan kunt u zich het beste wenden tot uw huisarts.

Dag van opname

Afhankelijk van de ingreep wordt u één dag voor de ingreep óf op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. Eén van de gastvrouwen of -heren brengt u naar de afdeling. U kunt zich melden bij het secretariaat. Daarna wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.

Dag van opname

U wordt op de dag van de operatie opgenomen in het ziekenhuis.

Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. Eén van de gastvrouwen of -heren brengt u naar de afdeling. U kunt zich melden bij het secretariaat. Daarna wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.

Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.

Indien u dit met de anesthe¬sioloog heeft afgesproken krijgt u voor de ingreep een medicijn, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer. Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicijnen voor de narcose worden toegediend.

3. De periode na de ingreep

Na de ingreep blijft u korte tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de afdeling gaat.

Op de verpleegafdeling komt de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met de uroloog over het verloop van uw herstel.

Katheters, lijnen en drains

Na de ingreep heeft u mogelijk een aantal ‘slangen’:

  • Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus kan zich in een ader in de arm en/of onder het sleutelbeen en/of in de hals bevinden.
  • Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste 24 uur na de ingreep.
  • Een blaaskatheter voor de afvloed van urine en om de blaas te spoelen. Als u goed drinkt en de kleur van uw urine in orde is, verwijdert de verpleegkundige de blaaskatheter de ochtend na uw operatie. Een enkele keer blijft de katheter langer zitten, ook na ontslag uit het ziekenhuis. Het is normaal dat de urine een beetje bloederig is in het begin. Het wondje in uw plasbuis moet genezen. Als u geplast heeft, maakt de verpleegkundige een echo van de blaas om te kijken of u uw blaas helemaal leeg plast.

Pijn

Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen en in- en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever.

De verpleegkundige zal u driemaal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.

Misselijkheid

Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.

Mobiele en fysieke activiteit

Vanaf de dag na de ingreep mag u uit bed. Dit is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.

Voeding

Na de operatie mag u gewoon weer eten en drinken.

4. Het ontslag

De uroloog zal uw huisarts op de hoogte stellen van de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.

De periode na het ontslag

Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer hervatten. Probeer minimaal 1,5 liter per dag te drinken, en minimaal 2 liter als er bloed in de urine te zien is. Overleg met uw arts als u een vochtbeperking heeft.

Daarnaast willen we u een aantal adviezen meegeven:

Pijn

De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. U kunt het volgende schema volgen:

  • Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
  • Blijf Paracetamol drie tot vier maal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u twee maal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.

U kunt contact opnemen via het algemene telefoonnummer. Buiten kantooruren neemt u contact op met het Wanhoofd (Weekend avond nachthoofd) via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis. Bereikbaarheid staat in hoofdstuk 5 beschreven.

Werkhervatting

Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.

Intimiteit, seksualiteit

De eerste week na de operatie mag u geen seksuele activiteiten ondernemen

Concentratie

Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.

Contact met het ziekenhuis

Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:

  • Temperatuursverhoging boven de 38,5 graden Celsius;
  • Aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
  • Niet kunnen plassen of duidelijk meer bloed en of stolsels in de urine dan bij het ontslag;

Neemt u bij voorkeur contact op tijdens kantooruren met uw verpleegkundig specialist/de verpleegetage/behandelend arts via het algemene nummer 020 512 9111. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.

5. Meer informatie

De zorgverleners en afdelingen van het Antoni van Leeuwenhoek zijn telefonisch bereikbaar via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis 020 512 9111.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload