Parotidectomie

Verwijderen van (een deel van) de oorspeekselklier

In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:

  1. De ingreep
  2. De periode voor de ingreep
  3. De periode na de ingreep
  4. Het ontslag
  5. Meer informatie

Bijlage: Draininstructie

Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij verzoeken u deze informatie goed door te lezen voorafgaand aan de afspraak met de verpleegkundige en uw eventuele vragen te noteren. Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten, logopedisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener.

1. De ingreep

U wordt opgenomen voor een parotidectomie. Dit is het verwijderen van (een deel van) de oorspeekselklier (glandula parotis is oorspeekselklier). Als een deel van de oorspeekselklier verwijderd wordt, heet dit een ‘oppervlakkige’ of ‘partiële parotidectomie’. Als de oorspeekselklier in z’n geheel verwijderd wordt, heet dit een ‘totale parotidectomie’.

Via een huidincisie voor het oor en naar de hals, of een incisie voor het oor richting haarlijn wordt de operatie verricht. De aangezichtszenuw (nervus facialis) voor de (miniek)spieren van het voorhoofd, oog, wang, neus-vleugel en mond, loopt door de oor speekselklier heen en wordt bij een totale of partiële parotidectomie vrij gelegd en aangeraakt met het instrumentarium. De operatie duurt ongeveer anderhalf tot drie uur.

speekselklier[1]

Plaats van de speekselklieren en aangezichtszenuwen

Mogelijke complicaties

Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Bij deze ingreep bestaat er ook kans op een aantal andere complicaties. Door een letsel (of zelfs het aanraken) van de aangezichtszenuw, kan een verminderde spieractiviteit in uw gezicht ontstaan (gedeeltelijke of volledige verlamming). Dit is zichtbaar doordat u een ‘scheef gezicht’ heeft en u uw oog en mond moeilijker kan sluiten.

Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:

  • nabloeding;
  • speekselfistel;
  • parese of paralyse van de gezichtsspieren (tijdelijke uitval van de aangezichtszenuw, heel zelden blijvende uitval);
  • Wondgenezingsstoornissen;
  • Aanhoudende pijnklachten (zelden).

De risico’s op een complicatie zijn ook verhoogd bij andere aandoeningen zoals diabetes, hart- en vaatziekten. Ook het continueren van roken en alcoholgebruik, ondervoeding en bestraling in het verleden vergroten het risico op complicaties. Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.

Het weefselonderzoek

Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog-anatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. De uitslag wordt door de hoofd-halschirurg op de polikliniek met u besproken. Hij zal ook vertellen of er een nabehandeling (b.v. radiotherapie) nodig is.

2. De periode voor de ingreep

Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek

Ter voorbereiding op de ingreep zijn er een aantal onderzoeken noodzakelijk. Uw hoofd-halschirurg heeft u hierover geïnformeerd.

De volgende diagnostische onderzoeken kunnen worden uitgevoerd:

  • Cytologische punctie i.v.m. weefselonderzoek;
  • MRI-scan hoofdhalsgebied;
  • soms een PET-CT;
  • echografie van de hals;
  • longfoto;
  • algemeen bloedonderzoek;
  • eventueel ECG;
  • eventueel longfunctie.

Poliklinische voorbereiding: medewerkers

Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:

  • De hoofd-halschirurg is eindverantwoordelijk voor uw medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
  • De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder ‘Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie’. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden. Indien u na de ingreep ter observatie op de Intensive Care wordt opgenomen is de anesthesioloog gedurende uw verblijf op de Intensive Care de behandelend arts.
  • De hoofd-halsverpleegkundige (HHV) informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. Zij zal de vragen die u heeft n.a.v. het lezen van de patiënteninformatie beantwoorden. De HHV neemt met u de verpleegkundige anamnese en de lastmeter door. De HHV kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werkster, psychiatrisch verpleegkundige) inschakelen.
  • De verpleegkundig specialist is uw vast contactpersoon in het poliklinisch traject tot aan de operatie. Mocht u vragen hebben over uw afspraken, aanvullende onderzoeken of vragen rondom uw ziekte dan kunt u contact opnemen met de verpleegkundig specialist.

Dag van ingreep

Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. Op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg. Als het nodig is kan zij de afdelingsarts en/of hoofd-halschirurg consulteren.

Voor de ingreep

Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

U kunt zich ’s morgens was­sen of dou­chen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.

Indien u dit met de anesthe­sioloog heeft afge­sproken krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleeg­kundi­ge brengt u naar de voorbereidings-ruimte van de operatie­kamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.

Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicatie voor de narcose wordt toegediend. De hoofd-halschirurg ziet u op de operatiekamer.

3. De periode na de ingreep

Na de ingreep blijft u korte tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegetage gaat. De verpleegkundigen van de verpleegetage komen u ophalen.

Op de verpleegetage komt de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met de hoofd-halschirurg over het verloop van uw herstel. De hoofd-halschirurg komt na de operatie later op de dag en verder tweemaal per week bij u langs.

Katheters, lijnen en drains

Na de ingreep heeft u een aantal ‘slangen’:

  • Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus zit in een ader in de arm. Zodra u voldoende drinkt en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
  • Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste uren na de ingreep.
  • Eén of meerdere wonddrains uit het operatiegebied voor de afvloed van wondvocht. De wonddrains dragen bij aan de wondgenezing. Zij zijn bedoeld om vocht uit de wond weg te zuigen en om de huid weer op de onderlaag te laten verkleven. De insteekopening van de drain wordt dagelijks geïnspecteerd door de verpleegkundige. Tevens wordt de drainproductie driemaal per 24 uur gemeten en genoteerd. De drains worden verwijderd als de productie van wondvocht minder dan 15 ml per 8 uur is. Als de tweede dag na de operatie de drain nog niet verwijderd is, gaat u met drain naar huis. U krijgt instructies hoe u thuis de drain kunt verzorgen.

Pijn

Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te bewegen en te mobiliseren. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige zal u twee tot driemaal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.

U krijgt op vaste tijden tabletten en/of zetpillen tegen de pijn. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever.

Misselijkheid

Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.

Wond

De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wond en verbindt deze zo nodig. De hechtingen van de wond worden acht dagen na de ingreep verwijderd. Als u in het verleden in het wondgebied bent bestraald worden de hechtingen na tien dagen verwijderd. Soms wordt de wond onderhuids gehecht. De hechtingen lossen dan vanzelf op en hoeven niet verwijderd te worden.

Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd, het gebied voelt verdoofd aan. Dit gevoel kan nog lang aanhouden, maar herstelt zich over het algemeen wel.

Door de zwelling kunt u minder goed horen. Ook kan er een bloedkorstje in uw oor zitten, uw oor zal door de verpleegkundige of arts schoongemaakt worden.

kaak[1]

De wond met hechtingen na een totale parotidectomie

Aangezichtszenuw

Als de aangezichtszenuw vrij gelegd en geraakt is, zal de hoofd-halschirurg u hierover informeren. De zenuw werkt soms niet goed meer, u merkt dat uw gezicht ‘scheef’ is en de spieren (de wang, oog, wenkbrauw en voorhoofd, mond en lippen) niet goed bewegen.

Als de zenuw tijdens de operatie volledig intact is gebleven, herstelt zich dit in de loop van enkele weken tot maanden. Het sluiten van uw mond geeft problemen met eten en drinken. Als uw oog niet goed sluit, kan het gaan irriteren door uitdroging. U krijgt hiervoor oogdruppels en ’s nachts kunt u uw oog afplakken om het te beschermen tegen uitdrogen. De verpleegkundige zal u hierover informeren.

Mobiliteit en fysieke activiteit

’s Avonds na de ingreep kunt u al uit bed. Dit is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.

Stoelgang

Na de ingreep functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.

Voeding

U kunt weer normaal eten en drinken. Als u moeilijk kunt kauwen of slikken doordat de aangezichtszenuw niet goed werkt, kunt u een paar dagen zachte voeding gebruiken.

Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag.

Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.

Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij het CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. Uw verpleegkundige kan u in contact brengen met het CKvL.

4. Het ontslag

De tweede dag na de operatie mag u met ontslag, mits u voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • uw pijn is onder controle;
  • uw drain is verwijderd of u kunt de nog aanwezige drain zelfstandig verzorgen;
  • uw wond geneest goed.

De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.

Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de hoofd-halschirurg. Hij bespreekt met u de PA uitslag en eventueel de vervolgbehandeling (radiotherapie). U krijgt hiervoor dan vervolgafspraken bij de radiotherapeut.

Uw huisarts zal op de hoogte gesteld worden over de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.

Periode na het ontslag

Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.

Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven.

Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en goed kunt bewegen.

U kunt het volgende schema volgen:

  • Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
  • Blijf Paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.

Wond

Als de wond onderhuids gehecht is lossen de hechtingen op en hoeven niet verwijderd te worden. Soms kan wel een rest ervan verwijderd worden op de polikliniek.

Als er niet-oplosbare hechtingen gebruikt zijn, dan kunnen de hechtingen acht dagen na de ingreep verwijderd worden. Hiervoor krijgt u een afspraak met de HHV-poli, of u kunt het de huisarts laten doen.

U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. Vanaf de eerste dag kunt u weer douchen. Dep de wond voorzichtig droog.

Stoelgang
In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren totdat dit weer normaal is.

Voeding

U hoeft geen dieet te volgen, tenzij anders is afgesproken. Als u moeilijk kunt kauwen doordat de aangezichtszenuw beschadigd is, kunt u een paar dagen zachte voeding gebruiken.

Als u uw mond niet goed kunt sluiten, kan dit moeilijk zijn met eten en drinken. Mogelijk kan de logopediste u tips geven.

Voor uw herstel en wondgenezing is het belangrijk dat u volwaardige voeding gebruikt.
Het is tevens belangrijk dat u voldoende drinkt: in ieder geval 1½ tot 2 liter per dag.

Als u vragen heeft over voeding of u heeft last van ongewenst gewichtsverlies, dan kunt u contact opnemen met de afdeling Diëtetiek.

Uiterlijk en functiebeperking

Het kan moeilijk zijn om met de beperkingen of veranderd uiterlijk om te gaan. Ook is het confronterend andere mensen te ontmoeten. Hoe moeilijk het waarschijnlijk ook is, het is niet goed contacten met anderen te vermijden.

U komt dan steeds verder van de mensen om u heen af te staan, waardoor u zich erg alleen kunt gaan voelen. Blijf praten over de beperkingen en uw gevoelens, probeer bezoek te ontvangen en naar buiten te gaan. U kunt hulp krijgen van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL).

Vermoeidheid
U kunt lange tijd last houden van vermoeidheid. Een verklaring van de vermoeidheid is er niet altijd. Het is een duidelijk signaal van het lichaam dat er een grote rust/slaapbehoefte is. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen.

Activiteit
Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. Zwemmen mag bij een gesloten wond (de hechtingen moeten dan wel verwijderd zijn).

Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.

Seksualiteit en intimiteit
Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken.

De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de medewerkers van de polikliniek Intimiteit, Seksualiteit en kanker. Zij hebben ervaring in het bespreken van problemen op dit gebied. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat Centrum voor Kwaliteit van Leven.

Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.

Verwerking
Bij het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, een psychiatrisch verpleegkundige en creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.

Continuïteitsbezoek

De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen bij de thuiszorgorganisatie in uw regio of via Care for Cancer.

Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding.

Een continuïteitsbezoek kunt u aanvragen via:

Contact met het ziekenhuis

Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:

  • problemen met de wond(en);
  • tekenen van wondinfectie: roodheid, zwelling, pijn, pus;
  • temperatuursverhoging boven de 38.5 graden Celsius;
  • aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
  • andere aan de behandeling gerelateerde problemen.

Neemt u bij voorkeur via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek 020 512 9111, kunt u contact opnemen met de HHV-polikliniek. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.

5. Meer informatie

Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.

Bijlage: Draininstructie na parotidectomie

U bent geopereerd en heeft een drain gekregen. Een drain draagt bij aan de wondgenezing door het wondvocht uit de wond af te zuigen. U gaat met de drain naar huis. In deze bijlage vindt u informatie over de werking en de verzorging van de drain.

De werking van een redonse drainpot

De redonse drainpot is een vacuümpot. De pot bevat geen lucht, waardoor deze wondvocht afzuigt. Wanneer de groene harmonicadop van de pot volledig naar beneden staat (MAX), is de pot vacuüm. Staat de harmonicadop omhoog (MIN), dan is het vacuüm van de pot af en moet de pot vervangen worden.

Dagelijkse controle van drain en drainpot

  • U dient 3x op een dag de productie van de drain te noteren. Zet de pot op een vlakke ondergrond. Teken op ongeveer dezelfde tijd (6 uur, 14 uur en 22 uur), een streepje met de datum en tijdsstip op de inhoudskolom van de pot. Schrijf vervolgens de hoeveelheid wondvocht van de afgelopen 8 uur in de tabel op bladzijde 12.
  • De groene harmonicadop van de pot moet naar beneden blijven. Controleer de dop drie maal per dag, ‘s morgens, ’s middags en ’s avonds.
  • De pleister waarmee de drain aan uw huid is bevestigd, moet goed vastzitten. Als dit niet zo is, vervangt u de pleister.
  • Controleer het wondvocht op kleur (rood, lichtrood, rose of gelig zijn normale kleuren) en op hoeveelheid. Als er meer dan 150 ml wondvocht in twee uur tijd afloopt, neem dan contact op met de hoofd- halsverpleegkundige. Buiten kantooruren en in het weekend belt u het algemene nummer van het Antoni van Leeuwenhoek en vraagt u naar het Weekend-, Avond- en Nachthoofd (WAN-hoofd).

Het verwisselen van de drainpot

Wanneer er meer dan 400 ml. in de pot zit of de pot is van het vacuüm af, wisselt u deze als volgt:

  • Was uw handen.
  • Zet de pot op tafel en sluit de klemmen op de slang en pot.
  • Haal de nieuwe pot uit de verpakking en zet deze naast de oude pot.
  • Draai het aansluitpunt los, raak het aansluitpunt niet aan, anders is het systeem niet meer steriel. Heeft u het aansluitpunt wel aangeraakt, maak het dan schoon met een gaasje met chloorhexidine.
  • Draai vervolgens het aansluitpunt van de slang vast op de nieuwe pot en zet beide klemmen weer open.

Wat te doen als:

1. De groene harmonicadop omhoog staat, (MAX)

  • Als de groene harmonicadop omhoog staat, is het vacuüm van de pot af.
  • Controleer de drainslang: zit deze nog geheel aaneengesloten dan verwisselt u de drainpot. Als de slang is losgeschoten, ga dan naar punt 2.
  • Verwissel de drainpot. Wanneer de dop weer omhoog schiet, neem dan contact op met de hoofd-halsverpleegkundige.

2. De drainslang losschiet bij het dunne gedeelte van de slang

Zowel de drainpot als de drainslang moeten vervangen worden

  • Draai de schone drainslang op de nieuwe pot zonder het aansluitpunt aan te raken.
  • Zet zowel de klem op de slang als op de drainpot dicht.
  • Maak een schaar schoon met een gaasje met chloorhexidine.
  • Knip aan het einde van de slang ‘drie trapjes’ af.
  • Maak de uiteinden van de dunne slang en drainpotslang schoon met een in chloorhexidine gedrenkt gaasje en schuif ze in elkaar.
  • Zet de klemmen van de slang en drainpot weer open.

3. De insteekplaats rond de drain in het lichaam ziet rood of vies

  • Maak deze schoon met een gaasje met chloorhexidine. Wanneer de roodheid rondom de insteekplaats verergerd, kunt u een ontsteking hebben. Neem dan contact op met de hoofd-halsverpleegkundige of de huisarts.

Bij de volgende problemen neemt u contact op met de hoofd-halsverpleegkundige:

  • Bij lekkage van wondvocht uit de insteekplaats van de drain;
  • Een rood, dik en/of gespannen wondgebied;
  • Temperatuur boven de 38,5 graden Celsius.

Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met het Weekend-, Avond- en Nachthoofd (WAN hoofd). Telefoonnummers vindt achterin deze brochure, onder praktische informatie

Wanneer mag de drain verwijderd worden?

De drain wordt verwijderd als de productie minder is dan 15 ml. in de laatste 8 uur. De hoofd-halsverpleegkundige verwijdert de drain. U belt voor het maken van een afspraak.

Beperkingen thuis

In het algemeen geldt dat u met de drain alle bewegingen mag maken die geen pijn doen, ofwel bewegen binnen de ’pijngrens’. Daarnaast moet u er rekening mee houden dat u geen zwaar huishoudelijk werk doet, niet zwaar tilt en niet gaat sporten.

Wat u verder moet weten over de drain

  • U mag met een drain douchen.
  • Bij wisseling van de drainpot, dient u de hoeveelheid wondvocht van die dag te noteren. De volgende ochtend telt u het op bij de productie van de rest van de dag.
  • Volle drainpotten moet u afsluiten met het klemmetje en weggooien bij het huisvuil.
  • Heeft u meerdere drains, houdt dan bij het verwisselen van de potten dezelfde nummering aan.

Tabel om de draininhoud te noteren

Datum

Tijdstip

Drain 1 productie

Drain 2 productie

 6 uur

 

 14 uur

 22 uur

 

 

 6 uur

 

 

 14 uur

 

 

 22 uur

 

 

 6 uur

 

 

 14 uur

 

 

 22 uur

 

 

 6 uur

 

14 uur

22 uur

6 uur

14 uur

22 uur

6 uur

14 uur

22 uur

6 uur

14 uur

22 uur

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload