Starre bronchoscopie
eventueel met plaatsen, verwisselen of verwijderen van een stent

Inleiding

In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek (AVL). In deze folder vindt u informatie over:

  • De ingreep
  • De periode voor de ingreep
  • De periode na de ingreep
  • Het ontslag

Het doel van deze folder is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij verzoeken u deze informatie goed door te lezen en eventuele vragen te bespreken met uw longarts en/of verpleegkundig specialist.

Het is goed te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen en eventuele andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.

1. De ingreep

Een starre bronchoscopie kan nodig zijn om verschillende redenen:

  • Voor het verkrijgen van een diagnose waarbij een biopt of een punctie wordt genomen uit de luchtpijp;
  • Het verhelpen van een vernauwing van de luchtpijp;
  • Het plaatsen of verwisselen van een stent;
  • Het verwijderen van een stent.

Een starre bronchoscopie vindt plaats met behulp van een starre bronchoscoop, onder algehele narcose. Een starre bronchoscoop is een metalen, holle buis die door de longarts via uw mond wordt ingebracht in de luchtpijp en de bovenste luchtwegen. Tijdens deze ingreep kan eventueel een vernauwing van de luchtpijp worden verholpen. Ook kunnen biopten worden afgenomen. Wanneer de longarts klaar is met de behandeling, wordt de starre bronchoscoop verwijderd voordat u wakker wordt uit de narcose.

Als de ingreep wordt uitgevoerd om een stent te plaatsen, wordt deze door de longarts via de starre bronchoscoop ingebracht. Een stent is bedoeld om de luchtpijp of luchtwegen open te houden om weer makkelijker adem te halen. Via deze methode kan een stent eventueel ook worden verwisseld of verwijderd.

Het weefselonderzoek

Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, gaat naar de patholoog voor weefselonderzoek. Dit duurt 7 tot 10 werkdagen. De uitslag wordt (meestal) telefonisch met u besproken. Hiervoor wordt bij ontslag een afspraak gemaakt. Soms wordt er nog aanvullend moleculaire diagnostiek verricht. Dit zijn analyses waarbij op DNA- niveau afwijkingen worden bekeken. Deze analyses duren langer.

2. De periode voor de ingreep

Voor de ingreep bespreekt de longarts en/of verpleegkundig specialist de ingreep met u door. Ook krijgt u een afspraak met de anesthesist om de narcose te bespreken. De anesthesist heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesist vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden. Nadat u bij de anesthesist bent geweest, ontvangt u bericht wanneer de ingreep gaat plaatsvinden.

Op de dag van de operatie moet u nuchter zijn. Vanaf 8 uur voor de operatie mag u niet eten. U mag wel 1 beker heldere vloeistof drinken zoals water of thee zonder suiker. Als u in de week voorafgaand aan de operatie koorts heeft (gehad) boven 38,5 graden Celsius moet u contact opnemen met het ziekenhuis.

De dag van de ingreep

U wordt meestal op de dag van de ingreep opgenomen. U ontvangt hierover bericht van Bureau Opname. Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak verwijdert u voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.

Als u dit met de anesthesist heeft afgesproken, krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer. Op het operatiecomplex ziet u ook de longarts en de anesthesist. Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicijnen voor de narcose worden toegediend.

3. De periode na de ingreep

Na de ingreep verblijft u enkele uren op de uitslaapkamer om rustig wakker te worden van de narcose. U wordt door de verpleegkundige naar de verpleegafdeling gebracht, waar u één nacht ter observatie blijft. De longarts en/of verpleegkundig specialist lopen na de ingreep bij u langs om te vertellen hoe de ingreep is gegaan. Na de ingreep kunt u weer normaal eten en drinken. De verpleegkundige ondersteunt u om weer uit bed te komen.

Na de ingreep kunt u last hebben van een pijnlijke keel, hoestklachten, een schorre stem en/of spierpijn in de hals. Het slikken kan moelijker gaan. Deze klachten gaan vanzelf over. Soms wordt hiervoor pijnmedicatie gegeven.

4. Het ontslag

Als alles goed gaat kunt u de volgende dag weer naar huis. Afhankelijk van uw situatie worden vervolgafspraken gemaakt bij de longarts en/of verpleegkundig specialist. De longarts en/of verpleegkundig specialist nemen eventuele leefregels na de ingreep met u door.

Leefregels bij het plaatsen van een stent

Na het plaatsen van een stent ontstaat er meer slijm. Het is belangrijk dat de stent goed open blijft en niet verstopt gaat zitten met slijm. Om dit te voorkomen, is het belangrijk dat het slijm goed wordt opgehoest. In de bijlage vindt u ademhalingsoefeningen om het slijm goed op te hoesten. Naast de ademhalingsoefeningen is het belangrijk om dagelijks te vernevelen met een zoutoplossing, soms kan hier medicatie aan worden toegevoegd. De verneveling zorgt ervoor dat het slijm soepel blijft waardoor het makkelijker kan worden opgehoest. Tijdens de opname krijgt u instructies van de verpleegkundige hoe u kunt vernevelen. De verpleegkundige regelt een vernevelapparaat voor thuis. Via de leverancier krijgt u instructies hoe het apparaat werkt en hoe u het apparaat moet onderhouden. Het is belangrijk om het apparaat schoon te houden, om infecties te voorkomen.

De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die volgt na ontslag.

Contact met het ziekenhuis

Neem in ieder geval contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:

  • Toename van kortademigheid;
  • Slijm niet (meer) goed op kunnen hoesten;
  • Koorts;
  • Het ophoesten van bloed.

Neemt u bij voorkeur contact op in de ochtend met de verpleegkundig specialist of met de polikliniek. Buiten kantooruren neemt u contact op met het centrale nummer van het ziekenhuis.

Belangrijke telefoonnummers

Zorgverlener of afdeling

Telefoonnummer

Tijdstip van bereikbaarheid

BIJ SPOED

020 - 512 9111

Binnen kantooruren vragen naar de attending longarts. Buiten kantooruren vragen naar het Weekend-, Avond- en Nachthoofd

Niet-spoedeisend

020 - 512 9111

Binnen kantoortijden (liefst ’s morgens) vragen naar:

- verpleegkundig specialist

- Backoffice Polikliniek

Bijlage: ademhalingsoefeningen (voor als bij u een stent geplaatst is)

I. Rustige buikademhaling 5x

  • Ga ontspannen zitten of liggen.
  • Leg de handen op de buik en adem langzaam zo diep mogelijk in. Voel de buik tijdens de inademing naar de handen toe bewegen (opbollen).
  • Adem daarna uit door de mond waarbij u de buik voelt terugzakken.

II. Diepe inademing met vasthouden 5x

  • Ga ontspannen zitten of liggen.
  • Leg de handen op de buik en adem langzaam zo diep mogelijk in. Voel de buik tijdens de inademing naar de handen toe bewegen (opbollen).
  • Houd uw adem 2 tot 3 seconden vast (niet persen).
  • Adem daarna uit door de mond waarbij u de buik voelt terugzakken.

III. Huffen 3x

  • Huffen is alsof u de glazen van een bril of een spiegel wilt laten beslaan:
  • Adem normaal in.
  • Open de mond en de keel en adem in 1x kort en krachtig uit.
  • Let erop dat uw keel goed open is en dat de kracht uit uw buik komt.

IV. Hoesten

  • Probeer zo krachtig mogelijk te hoesten.
  • Hierbij kunt u zo nodig tegendruk geven met uw handen of een klein (hoest)kussentje.

U doet de oefeningen bij voorkeur zittend op de rand van het bed of in de stoel.

Herhaal deze oefeningen ieder wakker uur met als doel de longen actief te houden en het slijm op te hoesten.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload