TAMIS (lokale tumor excisie rectum)

Inleiding

In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:

  1. De ingreep
  2. De periode voor de ingreep
  3. De periode na de ingreep
  4. Het ontslag
  5. Meer informatie

Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over de ingreep en de periode daarna. Wij moedigen u aan deze schriftelijke informatie goed door te lezen voorafgaand aan uw opname, zodat het herstel zo voorspoedig mogelijk verloopt.

 

Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundig specialisten, oncologieverpleegkundigen en andere disciplines die u begeleiden, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.

1. De ingreep

TAMIS is een afkorting welke staat voor transanal minimally invasive surgery oftewel transanale minimaal invasieve chirurgie (ook wel TEM genoemd). Het verschil met een grotere operatie is dat middels TAMIS de tumoren in de endeldarm kunnen worden verwijderd via de anus, zonder dat de chirurg daarbij een incisie/ snede in de buik hoeft te maken. Het verwijderen van de tumor middels TAMIS is mogelijk wanneer de tumor zich niet te hoog in de endeldarm bevindt en wanneer de tumor zich beperkt tot de binnenkant van de endeldarm en niet doorgroeit buiten de endeldarm. Daarnaast mogen er op de scan geen verdachte lymfeklieren lokaal rondom de darm te zien zijn of uitzaaiingen in de lever/longen. De ingreep wordt uitgevoerd door middel van het inbrengen van een buis in de anus, welke de kringspier oprekt, waardoor vervolgens een camera en werkinstrumenten worden opgevoerd. De duur van de ingreep ligt rond de 60-90 minuten.

Mogelijke complicaties

Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een klein risico op algemene complicaties zoals trombose (een stolsel in een bloedvat), longontsteking en een wondinfectie (inwendig). Daarnaast bestaat bij deze ingreep ook kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden deze genoemd:

  • Nabloeding uit de darm;
  • Perforatie van de endeldarm (in dat geval verlengde ziekenhuisopname van ongeveer 5 dagen met antibiotica via het infuus);
  • Vernauwing van de darm door inwendig littekenweefselvorming;
  • Problemen/ veranderingen in het ontlastingspatroon (verderop in de folder meer informatie);
  • Blaasretentie (moeite met uitplassen).

In geval van een bloeding en/of perforatie van de endeldarm kan het nodig zijn om toch een grotere chirurgische ingreep via de buik uit te voeren om het probleem op te lossen. Soms is het in dat geval nodig om een tijdelijk stoma aan te leggen op de dunne darm, als kunstmatige uitgang voor de ontlasting, zodat een eventuele nieuwe verbinding in de endeldarm goed kan genezen.

Het risico op een complicatie is groter wanneer u lijdt aan een aandoening zoals diabetes of hart- en vaatziekten. Ook roken, alcoholgebruik, ondervoeding en bestraling in het verleden vergroten het risico op complicaties en kunnen zorgen voor een slechtere wondgenezing.

2. De periode voor de ingreep

Diagnostisch onderzoek

Vooraf aan de ingreep heeft u onderzoeken ondergaan zoals een colonoscopie, CT-scan en een MRI scan om de grootte van de tumor te bepalen en om te kijken of er geen uitzaaiingen zijn. Deze onderzoeken, indien vrij recent uitgevoerd, zijn voldoende vooraf aan de ingreep.

Poliklinische voorbereiding

Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:

  • De chirurg is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en zal de ingreep met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u onder andere aan hem of haar stellen.
  • De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig geprotocolleerde medische handelingen in het chirurgische behandeltraject uitvoert, waaronder het verrichten van lichamelijk onderzoek, aanvragen van onderzoeken, opzetten van een behandelplan, het geven van voorlichting en de nacontrole. U kunt aan de verpleegkundig specialist vragen stellen die u nog heeft na het bezoek aan de chirurg. Hij of zij vraagt naar uw medische geschiedenis en uw huidige gezondheid en verricht een algemeen lichamelijk onderzoek. De verpleegkundig specialist is contactpersoon voor u en uw naasten gedurende behandelingen en controles in het ziekenhuis.
  • De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder ‘Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie’. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden. Indien u na de ingreep ter observatie op de Intensive Care (IC) wordt opgenomen is de anesthesioloog gedurende uw verblijf op de IC de behandelend arts. De kans hierop bij deze ingreep is echter zeer klein.

Voeding en beweging

Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de ingreep en de periode daarna doorgaans goed aan en herstelt u sneller. Ook het risico op complicaties neemt dan af. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden en opbouwen van de conditie. Er wordt geadviseerd 5-7x per dag eiwitrijke producten te eten in de periode vooraf en na de ingreep. Dit draagt bij aan een goede wondgenezing. Daarnaast is het belangrijk totaal minimaal 30-60 minuten per dag te bewegen. Voorbeelden van eiwitrijke producten zijn: zuivel, vlees, vis, eieren, noten en vleesvervangers. Voor een uitgebreider overzicht van eiwitrijke voeding zie www.voedingscentrum.nl

Operatieplanning

Zodra de operatiedatum bekend is neemt de afdeling Opname telefonisch of per mail contact met u op. Het streven is om de operatiedatum één tot twee weken vooraf aan de ingreep mede te delen. In de meeste gevallen is de opname op de dag dat de ingreep gepland staat.

Op de dag van opname kunt u de volgende medewerkers te spreken krijgen:

  • De verpleegkundige informeert u over de periode in het ziekenhuis. Hij of zij neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. Hij of zij kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen. Tijdens uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding. De verpleegkundige vertelt u welke slaap- en premedicatie de anesthesioloog heeft voorgeschreven en vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.
  • De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw chirurg.
  • De diëtiste adviseert indien nodig over voeding en kan in consult gevraagd worden bij bijvoorbeeld onbedoeld gewichtsverlies.

Ter voorbereiding op de operatie:

  • U krijgt tweemaal een klysma om de darm goed schoon te krijgen voor de ingreep. Indien u vroeg in de ochtend wordt geholpen dan krijgt u de klysma’s kort achter elkaar. Indien de ingreep later op de dag staat gepland dan wordt het eerste klysma 2 uur voor de ingreep gegeven en het tweede klysma 1 uur voor de operatie.

Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.

Indien u dit met de anesthe­sioloog heeft afgesproken krijgt u voor de ingreep medicatie om beter te kunnen ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.

Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicijnen voor de narcose worden toegediend.


3. De periode na de ingreep

Na de ingreep blijft u korte tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de afdeling gaat.

Op de verpleegafdeling komt de afdelingsarts elke ochtend bij u langs samen met de verpleegkundige om de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met de chirurg over het verloop van uw herstel. Vaak komt de chirurg die geopereerd heeft ook langs op de afdeling.

Katheters, lijnen en drains

Na de ingreep heeft u mogelijk een aantal ‘slangen’:

  • Een infuus voor vocht- en medicatietoediening.
  • Indien nodig een slangetje in de neus voor de toediening van zuurstof. Vaak is het toedienen van extra zuurstof alleen kort na de ingreep nodig.
  • Een blaaskatheter om urine op te vangen, deze wordt de eerstvolgende ochtend na de ingreep verwijderd.

Pijn

Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen en in- en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. Door pijnmedicatie op vaste tijden in te nemen, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever. De verpleegkundige op de afdeling kan u vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.

Misselijkheid

Misselijkheid na de ingreep kan voorkomen. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.

Mobiele en fysieke activiteit

U mag meteen na de ingreep weer uit bed. Dit is zeer belangrijk voor het herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en obstipatie (niet goed op gang komen van de darmen/ontlasting).

Fraxiparine

Na de ingreep krijgt u dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine (in uw buik, bovenbeen of bovenarm), totdat u weer voldoende actief bent. Fraxiparine voorkomt een stolsel in een bloedvat (trombose).

Voeding

Als u zich goed voelt na de ingreep mag u meteen weer starten met eten en drinken. Uw eetlust kan de eerste periode na de ingreep wat verminderd zijn.

Stoelgang

Het kan een paar dagen duren voordat de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Dit kan gepaard gaan met misselijkheid en krampen. Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.


4. Het ontslag


Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel. Over het algemeen kunt u na één nacht ter observatie het ziekenhuis verlaten. Het tijdstip van ontslag zal de verpleegkundige met u bespreken.

Bij ontslag krijgt u eventuele recepten en vervolgafspraken mee indien deze nog niet gepland staan. Uw huisarts wordt op de hoogte gebracht van de ingreep, het verloop van de ziekenhuisopname en het vervolgtraject.

De periode na het ontslag

Na ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep en uw conditie vooraf.

Wisselend verloop
U zult merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag, dat is normaal. Dit kan zowel op lichamelijk als mentaal niveau zijn. Bij twijfel overleg met de verpleegkundig specialist.

Pijn
De pijnstillers die u tijdens ziekenhuisopname heeft gekregen kunt u thuis geleidelijk aan afbouwen op basis van uw pijnklachten. Het belangrijkste is dat u goed kunt ophoesten, doorademen en bewegen. U kunt het volgende schema hanteren:

  • Verminder en stop eerst met de pijnstiller Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van de Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met de Ibuprofen.
  • Blijf de Paracetamol drie tot vier maal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door eerst de middaginname over te slaan. Daarna kunt u overgaan op twee maal daags 500mg en vervolgens stoppen.

Voeding en beweging

Voor voeding en beweging in de periode na de ingreep gelden dezelfde adviezen als vooraf aan de ingreep zoals beschreven op pagina 2.


Stoelgang

Na de ingreep is er een reële kans dat uw ontlastingspatroon anders zal zijn dan u voorheen gewend was. Dit komt deels doordat de tumor verwijderd is en een wondgebied is ontstaan maar ook doordat de kringspier langdurig opgerekt is geweest zodat de chirurg de ingreep goed kan uitvoeren.


Wanneer er sprake is geweest van voorbehandeling met bestraling met of zonder chemotherapie kan het zijn dat de klachten in versterkte mate voorkomen. De darmwand en zenuwen in het operatiegebied kunnen beschadigd zijn door de bestraling. Deze beschadiging kan in bepaalde mate blijvend zijn.


Klachten die vaker optreden na een TAMIS ingreep:

  • Vaker naar het toilet moeten voor ontlasting, dit kan oplopen tot 15 keer per dag. Het kan gebeuren dat u ook ’s nachts een aantal keer uit bed moet voor ontlasting.
  • In een (paar) uur tijd meerdere keren achter elkaar naar het toilet voor ontlasting (clustering).
  • Dunnere ontlasting dan voor de ingreep, soms waterdun.
  • Sterke aandrang voor ontlasting die moeilijk of niet uit te stellen is, waardoor een toilet in de buurt noodzakelijk is. Dit kan ook belemmeren om activiteiten buiten de deur te ondernemen.
  • Ongewild verlies van ontlasting en/of slijm (soiling).
  • Ongewild verlies van winden en/of slijm.
  • Onvolledige evacuatie van ontlasting.
  • Bloedverlies rectaal/ bruinig vochtverlies komt in de meeste gevallen tot ongeveer 2 weken na de ingreep voor, maar dit kan ook langer aanhouden. Bij twijfel kunt u overleggen met uw verpleegkundig specialist.
  • Moeite met uitplassen.

Vermoeidheid en activiteit

U kunt tijdens uw behandeltraject te maken krijgen met vermoeidheidsklachten. Deze kunnen worden veroorzaakt door de ingreep, de ziekte zelf en doordat de conditie afneemt. Het is belangrijk dat u ondanks deze vermoeidheid voldoende blijft bewegen, zodat u in ieder geval uw conditie weer opbouwt en op peil houdt. Verdeel energie verspreid over de dag. Beweeg bij voorkeur meerdere keren kortere periodes.

Revalidatie

Kanker is een ingrijpende ziekte. De gevolgen van deze ziekte en/of behandeling kunnen u in het dagelijks functioneren aanzienlijk beperken. Veel gehoorde klachten zijn vermoeidheid, conditievermindering, angst en onzekerheid. De revalidatiegeneeskunde van het Antoni van Leeuwenhoek heeft oncologische revalidatieprogramma’s ontwikkeld om u te helpen met deze klachten om te gaan. Uw behandelend specialist kan u hiervoor doorverwijzen.

Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend specialist en de bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënten informatie in de centrale hal van het ziekenhuis.

Intimiteit, seksualiteit en kanker
U kunt seksuele gewoontes zoals voor de ingreep weer oppakken indien u lichamelijk herstelt bent. Anale seks wordt de eerste 3 maanden na de ingreep afgeraden, tot aan de eerste controle sigmoïdscopie.

Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.


Contact met het ziekenhuis

Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:

  • temperatuursverhoging boven de 38,5 graden Celsius (niet rectaal temperaturen);
  • aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
  • andere aan de behandeling gerelateerde problemen.
  • aanhoudende misselijkheid en braken, niet kunnen eten en meer dan twee kilo per week afvallen;
  • diarree (vaker dan vijfmaal per dag waterdunne ontlasting);
  • obstipatie (op 3e dag na ingreep nog geen ontlasting);
  • benauwdheid en hoesten;
  • bij twijfel over klachten mogelijk gerelateerd aan de ingreep.

U kunt contact opnemen via het telefonisch spreekuur met de verpleegkundig specialist op werkdagen tussen 9:00-11:00 op 020 512 9019. Voor spoedzaken buiten deze tijden kunt u bellen met het algemene nummer van het ziekenhuis 020 512 9111. 5. Meer informatie

De zorgverleners en afdelingen van het Antoni van Leeuwenhoek zijn telefonisch bereikbaar via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis 020 512 9111.
Buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond-, of Nachthoofd.
Indien u contact opneemt met het ziekenhuis houdt u dan uw patiëntengegevens bij de hand.

Informatie op internet:

www.avl.nl

www.kwf.nl

www.kanker.nl

www.voedingenkankerinfo.nl

www.gast-huis.nl

januari 2023

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload