Thyreoïdectomie

Inleiding

In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In deze folder vindt u informatie over:

  • De ingreep
  • De periode voor de ingreep
  • De periode na de ingreep
  • Het ontslag
  • Meer informatie

Het doel van deze folder is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij verzoeken u deze schriftelijke informatie goed door te lezen voorafgaand aan uw afspraak met de verpleegkundige en uw eventuele vragen te noteren.

Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten, logopedisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.

In dit document vindt u informatie over het verwijderen van (een deel van) de schildklier.

1. De ingreep

U wordt opgenomen voor een operatie aan de schildklier.

Bij een totale thyreoidectomie wordt de hele schildklier verwijderd.

Bij een hemithyreoidectomie wordt een deel van de schildklier verwijderd.

Bij beide operaties krijgt u een litteken laag in het midden van uw hals aan de voorzijde. Het litteken ligt ongeveer 2 vingers dik boven het kuiltje dat u kunt voelen in het midden tussen uw beide sleutelbeenderen. Een hemithyreoidectomie duurt ongeveer één tot anderhalf uur. Het litteken is ongeveer 5 cm lang.

Een totale thyreoidectomie duurt twee tot tweëeneenhalf uur. Het litteken zal ongeveer 6 cm lang zijn U krijgt in principe geen wonddrain.

Als er aanwijzingen zijn voor metastasen (uitzaaiingen) in de lymfklieren in de hals, wordt er ook een halsklierdissectie (ook wel ‘nekdissectie’ genoemd) gedaan. Dit betekent dat de lymfeklieren in de hals worden verwijderd. Dit kan een beperkte halsklierdissectie zijn: dan worden alleen de klieren die dicht tegen de schildklier en luchtpijp aanliggen, verwijderd. Het kan soms nodig zijn een uitgebreide halsklierdissectie uit te voeren. Dan wordt dit deel van de operatie door de hoofd-halschirurg uitgevoerd. De lymfeklieren die dan verwijderd worden liggen meer naar de zijkant van uw hals. Het litteken wordt daardoor uitgebreid richting uw oorlel. De operatie duurt hierdoor ook langer: in totaal ongeveer vijf uur. U krijgt indien nodig de patiënteninformatie ‘Halsklierdissectie’ mee en de hoofd-halschirurg legt deze ingreep aan u uit.

Als er bij u een grotere operatie plaatsvindt, bijvoorbeeld als de gehele schildklier en ook aan beide kanten een halsklierdissectie wordt gedaan, kan het in zeldzame gevallen nodig zijn om een opening in de luchtpijp te maken in verband met ademhalings-problemen. Dit wordt ook wel een ‘tracheotomie’ genoemd. Als uw chirurg verwacht dat een tracheotomie mogelijk noodzakelijk is, krijgt u van tevoren de patiënteninformatie ‘Tracheotomie’. De operatie zal dan langer gaan duren, ongeveer vijf uur. Een tracheotomie is zeer zeldzaam, het komt bijna nooit voor dat deze ingreep nodig is.

Informatie over de schildklier

De schildklier bestaat uit een linker- en een rechterkwab, en daartegenaan zitten vier bijschildkliertjes. Achter de schildklier zitten zowel links als rechts de zogenaamde stembandzenuwen. Deze zenuwen verzorgen de functie van de stembanden.

schildklier

De schildklier produceert hormonen:

  • Thyroxine: dit hormoon regelt de stofwisseling in de lichaamscellen. Met stofwisseling wordt bedoeld het opnemen van voedsel en het omzetten naar energie.
  • Calcitonine: dit hormoon regelt samen met andere hormonen het calciumgehalte (het kalkgehalte) in het bloed.

De bijschildkliertjes produceren het parathormoon, dat ook een functie heeft bij het regelen van het calciumgehalte in het bloed.

Mogelijke complicaties

Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd, welke meestal tijdelijk zijn:

  • Nabloeding (waarvoor soms een re-operatie nodig is);
  • verstoorde wondgenezing, een wondinfectie;
  • tijdelijke of blijvende heesheid door stembandverlamming;
  • ademhalingsproblemen, door stembandverlamming;
  • lage calciumspiegel in het bloed, dit kan tintelingen en spierkrampen geven.

De risico’s op een complicatie zijn verhoogd bij aanwezigheid van andere aandoeningen zoals diabetes, hart- en vaatziekten. Ook roken en alcoholgebruik, ondervoeding en bestraling in het verleden vergroten het risico op complicaties.

Met een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.

Het weefselonderzoek

Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog onderzocht. Het weefselonderzoek duurt ongeveer tien werkdagen. De uitslag wordt door de behandelend chirurg na ontslag op de polikliniek met u besproken. U krijgt hiervoor een afspraak mee.

2. De periode voor de ingreep

Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek

Ter voorbereiding op de ingreep is er een aantal onderzoeken noodzakelijk. Uw verpleegkundig specialist, internist en/of chirurg heeft u hierover geïnformeerd.

De volgende diagnostische onderzoeken kunnen worden uitgevoerd:

  • Echografie van de hals: hierbij wordt vaak ook een punctie verricht;
  • Cytologische punctie: hierbij worden met een dunne naald cellen uit de afwijking (in de schildklier of in de lymfeklieren) opgezogen en onderzocht of het om goed- of kwaadaardige cellen gaat;
  • eventueel een MRI-scan, CT-scan of PET-CT scan;
  • bloedonderzoek;
  • eventueel stollingsonderzoek;
  • eventueel ECG;
  • eventueel longfunctie;
  • KNO-onderzoek (keelspiegelen) ter beoordeling van het functioneren van de stembanden.

Poliklinische voorbereiding: medewerkers

Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:

  • De verpleegkundig specialist en /of internist ziet u als u op de sneldiagnose polikliniek wordt gezien ter kennismaking en om aanvullende onderzoeken te bespreken.
  • De oncologisch chirurg is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
  • De hoofd-halschirurg is betrokken als er een halsklierdissectie of -in zeldzame gevallen- ook een tracheotomie gedaan wordt. De hoofd-halschirurg is verantwoordelijk voor dit deel van de operatie.
  • De internist/medisch oncoloog is verantwoordelijk voor de controle op de hormoonhuishouding, calciumgebruik en de vervolgbehandeling als er schildklierkanker is vastgesteld.
  • De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden. Als u na de ingreep ter observatie op de Intensive Care (IC) wordt opgenomen, is de anesthesioloog tijdens uw verblijf op de IC de behandelend arts.

Dag van opname

Afhankelijk van de grootte van de ingreep wordt u meestal op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis. Soms een dag eerder.

Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) verwijst u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.

Op de dag van opname spreekt u de volgende medewerkers:

  • De verpleegkundige heeft met u een opnamegesprek. U heeft in mijnAVL twee formulieren ontvangen en ingevuld: de verpleegkundige anamnese en de lastmeter. Deze formulieren geven behalve gegevens als telefoonnummers van uw contactpersoon en uw sociale situatie ook inzicht in uw behoefte aan verpleegkundige zorg tijdens en na de ingreep. Daarom vragen wij u om deze twee formulieren in te vullen. Als u vragen heeft naar aanleiding van deze formulieren, de ingreep of de informatie die u van uw behandelend arts heeft gekregen, kunt u dat met de verpleegkundige op de afdeling bespreken. Gedurende uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding. Ook hoort u van de verpleegkundige op welk tijdstip de ingreep is gepland; dit is een schatting.
  • De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw chirurg.

Dag van ingreep

Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat vanaf hoe laat u niet meer mag eten en drinken.

Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak moet u verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.

Als u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.

Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicatie voor de narcose wordt toegediend. Op de operatiekamer spreekt u de chirurg en worden er met u een aantal controlevragen doorgenomen. Daarna wordt de narcose toegediend en start de operatie.

3. De periode na de ingreep

Na de ingreep blijft u korte tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegetage gaat. Na een totale thyreoidectomie (met of zonder halsklierdissectie) wordt hier meteen gecontroleerd of het kalkgehalte voldoende is. Mocht dit erg laag zijn, dan blijft u een nacht op de intensive care zodat we het hartritme goed kunnen controleren.

In het geval van een hemithyreoidectomie is dat nooit het geval en gaat u dus altijd terug naar de afdeling.

Op de verpleegetage komt de afdelingsarts bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met de behandelend chirurg over het verloop van uw herstel.

Fraxiparine

Na de ingreep krijgt u dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine in uw buik, bovenbeen of bovenarm, totdat u met ontslag gaat. Fraxiparine voorkomt een stolsel in een bloedvat (trombose).

Katheters, lijnen en drains

Na de ingreep heeft u een aantal ‘slangen’:

  • Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus zit in een ader in uw arm. Zodra u voldoende drinkt en eet en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
  • De chirurg kan tijdens de operatie een of meerdere wonddrains hebben ingebracht. Wonddrains zijn nodig na het verwijderen van de lymfeklieren in de hals, maar bij een hemi- of totale thyreoidectomie hoeft het niet.
  • Wonddrains worden ingebracht om wondvocht of oud bloed af te voeren. Als er weinig vocht uit de drain komt kan de drain worden verwijderd.

Pijn

Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te bewegen en te mobiliseren. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige zal u drie keer per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10. U krijgt op vaste tijden tabletten en/of zetpillen tegen de pijn. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever.

Misselijkheid

Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.

Wond

De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wond en verbindt deze zo nodig. De wond is onderhuids gehecht met oplosbare hechtingen. Deze hechtingen hoeven niet verwijderd te worden.

Er kan in het wondgebied zwelling (oedeem, vochtophoping) of een bloeduitstorting (hematoom) ontstaan. Dit is een normaal verschijnsel en zal zich vanzelf herstellen. Maar dat kan wel enkele weken duren. Als de zwelling heel snel ontstaat (binnen enkele uren), neem dan contact op met het ziekenhuis.

Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd. Het voelt dan verdoofd aan. Dit gevoel kan nog lang aanhouden, maar herstelt zich over het algemeen wel.

(Bij)Schildklierhormonen parathormoon, calcitonine en thyroxine

Een tekort aan het parathormoon en calcitonine kan al snel na de operatie klachten geven. Dit komt doordat de bijschildklieren dan zijn beschadigd bij de operatie waardoor zij minder goed functioneren. Er ontstaat dan een te lage hoeveelheid calcium (kalk) in uw bloed. U kunt dan last krijgen van tintelingen en spierkrampen. Na een totale thyreoidectomie (hele schildklier) controleren we het calciumgehalte. Als het calciumgehalte te laag is krijgt u extra calcium in tabletvorm of via het infuus.

Een tekort aan het schildklierhormoon thyroxine is niet direct waarneembaar, want u heeft hier nog een voorraad van in uw lichaam. Pas na enkele weken is een tekort van dit hormoon aantoonbaar in uw bloed. U kunt gaan merken dat u sluipend last krijgt van minder energie, vermoeidheid, kouwelijkheid, haaruitval, droge huid, gezwollen oogleden en tong. Als u een totale schildklierverwijdering hebt ondergaan, zal de internist u schildklierhormoon in tabletvorm voorschrijven. Wanneer u met dit medicijn kan beginnen is afhankelijk van de vervolgbehandeling, bijvoorbeeld met radioactief jodium. Na een hemithyreoidectomie (halve schildklier) is er meestal geen direct schildklierhormoontekort. Dit kan na een aantal jaren alsnog optreden, als de overgebleven schildklierhelft minder goed gaat werken.

Jodiumgebruik

Als u behandeld bent met een totale thyreoidectomie voor een papillair of folliculaire schildklierkanker zal er na de operatie soms een behandeling volgen met radioactief jodium. Zie hiervoor het kopje “Radioactief jodium behandeling” op pagina 14-15.

Stembanden

Er is een kans dat uw stembanden tijdelijk (vaak) of blijvend (zeer zelden) niet goed functioneren. Dit komt door een kneuzing of beschadiging van de stembandzenuw, die voor het functioneren van de stembanden zorgt. U merkt het aan een hese stem, verslikken of een piepende ademhaling. De hoofd-halschirurg zal bij klachten de functie van de stembanden controleren door middel van een onderzoek ‘keelspiegelen’.

Mobiliteit en fysieke activiteit

’s Avonds na de ingreep kunt u al uit bed. Dit is heel belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.

Stoelgang

Na de ingreep functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Als het nodig is, schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.

Voeding

U kunt weer normaal eten en drinken. Als u moeilijk kunt kauwen of slikken kunt u een paar dagen zachte voeding gebruiken.

Als u in verband met de nabehandeling met radioactief jodium geen jodium mag gebruiken, zal de diëtiste u informeren over een jodiumbeperkt dieet.

Wisselend verloop

Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.

Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij het CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. Uw verpleegkundige kan u in contact brengen met het CKvL.

4. Het ontslag

Na een hemithyreoidectomie wordt u meestal dezelfde dag uit het ziekenhuis ontslagen. Als de operatie laat in de middag plaatsvindt, blijft u één nacht in het ziekenhuis, omdat u de eerste 6 uur na de operatie onder controle moet blijven.

Na een totale thyreoidectomie zult u na twee of drie dagen het ziekenhuis kunnen verlaten. Dit kan ook langer zijn als het calciumgehalte nog niet op orde is met orale medicatie (pillen die u zelf kan innemen) en een infuus met calcium nog nodig is.

De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.

Bij ontslag na een hemithyreoidectomie krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de chirurg. De chirurg bespreekt dan met u de PA-uitslag van het weefsel en eventueel de vervolgbehandeling.

Bij ontslag na een totale thyreoidectomie krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de chirurg en de internist.

De chirurg bespreekt dan met u de PA-uitslag van het weefsel en eventueel de vervolgbehandeling.

De internist bespreekt met u de schildklierhormoon medicatie.

Uw huisarts wordt op de hoogte gesteld van de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.

De periode na het ontslag

Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele nabehandeling.

Wij geven u graag een aantal adviezen mee:

Pijn

De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.

U kunt het volgende schema volgen:

  • Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
  • Blijf paracetamol drie tot vier keer per dag 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door eerst de middaginname over te slaan. Daarna kunt u twee keer per dag 500 mg innemen en vervolgens stoppen.

Medicijnen

Als u calcium, vitamine D en het medicijn Thyrax nodig heeft, krijgt u hiervoor recepten mee. De internist zal regelmatig bij u bloed laten afnemen om het te controleren en informeert u over de dosering van de medicijnen.

Wond

De wond wordt in principe onderhuids gehecht. Deze hechtingen hoeven niet verwijderd te worden. Als er toch niet-oplosbare hechtingen gebruikt zijn bespreekt de arts dat met u na de operatie. De hechtingen kunnen dan acht dagen na de ingreep verwijderd worden. U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. Als de wond gesloten is, kunt u douchen en de wond droogdeppen. Het is niet aan te raden om al een bad te nemen of te zwemmen, daarvoor moet de wond nog twee of drie weken herstellen.

Radioactief jodium behandeling

Deze nabehandeling volgt vier tot zes weken na de operatie.

Het radioactief jodium krijgt u in capsulevorm.

Afhankelijk van de gekozen methode van de nabehandeling met radioactief jodium zijn er twee mogelijkheden om de opname van jodium in het resterende schildklierweefsel te stimuleren:

  • Tijdelijk stoppen met het gebruik van het schildklierhormoon (Thyrax). U krijgt dan tijdelijk een tekort aan dit hormoon. U kunt hierdoor klachten krijgen van kouwelijkheid, moeheid en soms depressieve klachten.
  • Doorgaan met het gebruik van het schildklierhormoon (Thyrax). Voorafgaand aan de behandeling met radioactief jodium zult u behandeld worden met het recombinant TSH (rTSH of Thyrogen).

Uw internist of behandelend arts bespreekt met u voor welke methode gekozen wordt, en het medicijngebruik dat daarbij hoort. Over beide methodes is aparte patiënteninformatie beschikbaar op de afdeling Nucleaire geneeskunde.

U mag geen gebruik maken van een jodiumhoudend desinfectiemiddel of contrastmiddel. Tijdens de zeven dagen voor de behandeling mag u geen jodium in uw voeding gebruiken.

De behandeling wordt op de afdeling Nucleaire geneeskunde gedaan. U krijgt een capsule met radioactief jodium, waarna u zelf radioactief bent. U wordt ter observatie twee of drie dagen opgenomen en verblijft in een isolatiekamer. Elke dag wordt gemeten of de wettelijke stralingsnorm bereikt is. Als deze norm bereikt is, kunt u met ontslag. U krijgt de patiënteninformatie “gedragsregels jodium-131-therapie na ontslag” mee. Het radioactief jodium kan ook opgenomen worden door de speekselklieren waardoor u een droge mond kunt krijgen. Om dit zoveel mogelijk te voorkomen kunt u regelmatig de speekselklieren ‘activeren’ door het eten/zuigen op gomballen en/of zuurtjes. Achtenveertig uur na inname van de jodiumcapsule worden er enkele scans gemaakt. Na zeven dagen wordt er een post-therapiescan gemaakt.

Stoelgang

In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan een tijd duren tot dit weer normaal is.

Voeding

Als u een jodiumbeperkt dieet krijgt voorgeschreven informeert de diëtiste u daarover. Anders hoeft u geen dieet te volgen. Voor uw herstel en wondgenezing is het belangrijk dat u gezond eet.

Vermoeidheid

U kunt lange tijd last houden van vermoeidheid. Een verklaring van de vermoeidheid is er niet altijd. Het is een duidelijk signaal van het lichaam dat er een grote rust- en slaapbehoefte is. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig een rustperiode in te bouwen.

Activiteit

Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. Zwemmen mag bij een gesloten wond (de hechtingen moeten dan wel verwijderd zijn) vanaf 2 weken na de operatie.

Weer aan het werk

Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.

Seksualiteit en intimiteit

Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken. De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de medewerkers van de polikliniek Seksualiteit en kanker. Zij hebben ervaring in het bespreken van problemen op dit gebied. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat Centrum voor Kwaliteit van Leven.

Concentratie

Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.

Verwerking

Bij het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers en een psychiatrisch verpleegkundige. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen.

De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.

Contact met het ziekenhuis

Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:

  • problemen met de wond(en);
  • tekenen van wondinfectie: roodheid, zwelling, pijn, pus;
  • temperatuursverhoging boven de 38,5 oC;
  • aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
  • tintelingen of (spier)krampen (gezicht/handen/voeten)
  • andere aan de behandeling gerelateerde problemen.

Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.

5. Meer informatie

Het AVL is een opleidingsziekenhuis. Dit betekent dat artsen in

opleiding tot chirurg betrokken kunnen zijn bij uw operatie om samen

met de behandelend chirurg (een deel van) de operatie te verrichten

of de chirurg te assisteren bij uw operatie.

Als er een chirurg-in-opleiding bij uw operatie aanwezig is, maakt u hiermee kennis op de operatiekamer voordat de operatie begint

De zorgverleners en afdelingen van het Antoni van Leeuwenhoek zijn telefonisch bereikbaar via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis 020 512 9111.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload