Ureterrenoscopie
Inleiding
Bij u is (een verdenking) op een afwijking in de hoge urinewegen vastgesteld. De hoge urinewegen bestaan uit verschillende onderdelen. Het nierbekken wordt ook wel pyelum of verzamelsysteem van de nier genoemd. De urineleider wordt ook wel ureter genoemd. Dit is de buis die loopt van het nierbekken naar de blaas. De uroloog heeft met u besproken dat dit nader onderzocht moet worden via een uretero-renoscopie (URS). Hoe de URS verloopt zal de uroloog of de verpleegkundig specialist met u bespreken. Deze folder dient als aanvulling op de verkregen informatie.
In deze folder komen de volgende onderwerpen aan de orde
- De nieren en urineleiders
- De voorbereiding
3. De operatie
4. De periode na de operatie
5. Het ontslag
1. De nieren en urineleiders
De nier heeft een nierschors en een nierbekken. In de nierschors wordt het bloed gefilterd en het overtollige water wordt samen met de afvalstoffen uit het bloed als urine uitgescheiden in het nierbekken. Vanuit het nierbekken gaat de urine via de urineleider naar de blaas.
|
|
Bron: Isala kliniek folder Bron: De nieren (biologielessen.nl))
2. De voorbereiding
Poliklinische voorbereiding:
Diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de ingreep zijn een aantal onderzoeken noodzakelijk.
In het verwijzend ziekenhuis zullen al een aantal onderzoeken zijn uitgevoerd om de diagnose te stellen. Wij zullen deze onderzoeken, zoals een CT-scan, bekijken. Soms moeten onderzoeken opnieuw worden uitgevoerd of is aanvullend onderzoek nodig. Het gaat om de volgende onderzoeken:
- CT-scan van buik/urinewegen en borst/longen
- FDG-PET scan
- Cystoscopie (dit is een inwendig onderzoek van de blaas en plasbuis)
- Urineonderzoek
- Bloedonderzoek
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:
• De uroloog is eindverantwoordelijk voor de chirurgische behandeling. Hij of zij zal het behandelplan met u bespreken.
Vragen over de ingreep kunt u aan de uroloog stellen.
• De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig geprotocolleerde medische handelingen in het chirurgisch behandeltraject uitvoert. Dit kan zijn het verrichten van lichamelijk onderzoek, aanvragen van onderzoeken, opzetten van een behandelplan, het geven van voorlichting en de nacontrole na operatie. U kunt aan de verpleegkundig specialist vragen stellen die u nog heeft na het bezoek aan de uroloog. Hij of zij vraagt naar uw medische geschiedenis en uw huidige gezondheid en verricht een algemeen lichamelijk onderzoek. Na dit gesprek is de verpleegkundig specialist uw contactpersoon voor u en uw naasten tot aan de opname in het ziekenhuis. Vervolgens ziet u de verpleegkundig specialist bij een eventuele nacontrole op de polikliniek.
• De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder ‘Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie’. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden. Indien u na de ingreep ter observatie op de Intensive Care (IC) wordt opgenomen is de anesthesioloog gedurende uw verblijf op de IC de behandelend arts.
3. De operatie
De URS wordt gezien als een relatief kleine operatie en vindt plaats op de operatiekamer. U gaat hiervoor onder narcose.
Opname
U wordt de dag van de operatie opgenomen in het ziekenhuis. De afdeling opname stelt u van de definitieve opnamedag en tijd op de hoogte. Zij bespreken ook met u vanaf wanneer u nuchter moet zijn. De dag van de operatie kunt u zich gewoon wassen of douchen.
Op de dag van opname kunt u zich melden bij de receptie in de centrale hal. Een gastvrouw of gastheer brengt u naar de afdeling. Daar wordt u door een zorgassistent of verpleegkundige naar uw kamer gebracht.
De opnameduur is in principe 2 dagen, 1 nacht.
Operatie
U krijgt speciale operatiekleding van het ziekenhuis. Als u dit met de anesthesist heeft afgesproken, krijgt u 's ochtends een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de operatiekamer.
De ureterorenoscopie (URS)
Tijdens de ingreep ligt u op uw rug met uw benen opgetrokken in beensteunen. De uroloog brengt een dunne slang met camera (de ureterorenoscoop) via de plasbuis en blaas in de urineleider. Via de ureterorenoscoop wordt voortdurend met heldere vloeistof gespoeld. Dit zorgt voor verwijding van de urineleider en goed zicht. Hierdoor kan de uroloog de ureterorenoscoop opschuiven in de urineleider en urineleider en nierbekken bekijken. Als de uroloog een afwijking ziet in de urineleider of het nierbekken kan hij via het instrument een biopt (hapje weefsel voor onderzoek) afnemen. Tijdens de procedure wordt ook röntgenonderzoek gebruikt om regelmatig de positie van de ureterorenoscoop te controleren. Een kleine afwijking kan soms meteen behandeld worden met een laser. Na het afnemen van het biopt kan de uroloog ervoor kiezen tijdelijk een dun slangetje (ureterkatheter of dubbel-J katheter) achter te laten in de urineleider zodat de nier de urine goed kwijt kan. Dit slangetje zal later weer worden verwijderd. Na afloop van de operatie krijgt u tijdelijk een katheter in de blaas om eventuele bloedstolsels uit de blaas te spoelen. In principe is dit voor 1 nacht. U hoeft dan niet zelf te plassen.
Bron SpringerLink : https;//link.springer.com/chapter/10.1007/978-3-642-23804-8_22

Bron: Urologie - URS Ureterorenoscopie, Treant Zorggroep

Bron: Ureterorenoscopie BovenIJ
De ingreep duurt ongeveer 1,5 uur.
Het verwijderde weefsel wordt voor nader onderzoek naar de patholoog gebracht. Dit onderzoek duurt ongeveer 7-10 werkdagen. Bij ontslag krijgt u een belafspraak bij de uroloog om de uitslag met u te bespreken.
Na de operatie gaat u via de uitslaapkamer terug naar de afdeling.
Mogelijke complicaties van de operatie
Geen enkele operatie is zonder risico's. Specifiek bij deze ingreep geldt dat:
- De urine geruime tijd na de ingreep wat bloederig kan zijn.
- Door het gebruik van medische instrumenten in de urinewegen er bacteriën in de urinewegen kunnen komen. Dit merkt u door het ontstaan van pijnklachten in de nier en koorts. Ter voorkoming hiervan krijgt u tijdens de operatie eenmalig een gift antibiotica via het infuus.
- Het soms technisch niet mogelijk is de ureterorenoscoop in de urineleider te brengen. De urineleider kan bijvoorbeeld gekronkeld of vernauwd zijn. Door het inbrengen van de ureterorenoscoop kan de urineleider eventueel beschadigd of vernauwd raken.
- De urineleider kwetsbaar is en er een perforatie (beschadiging in de wand) kan ontstaan tijdens het gebruik van medische instrumenten. In dat geval wordt de ingreep gestopt, want anders komt de spoelvloeistof vanuit de ureterorenoscoop buiten de urineleider. De beschadiging aan de urineleider herstelt meestal vanzelf na enkele weken met een JJ-katheter (een katheter die urine van de nieren naar de blaas leidt). Deze wordt later poliklinisch met een cystoscopie (inwendig kijkonderzoek van de blaas en plasbuis) verwijderd.
- Heel zelden de urineleider scheurt tijdens de operatie. Er is dan een open operatie nodig om dit te herstellen.
4. De periode na de operatie:
Verloop
Na de operatie bent u verbonden aan een aantal slangen:
- een infuus voor de toediening van vocht en medicijnen;
- een urinekatheter voor de afvoer van urine en eventueel spoelen van de blaas
De verpleegkundige ondersteunt u, indien noodzakelijk, bij de algehele lichamelijke verzorging. U mag meteen vanaf de eerste dag na de operatie uit bed.
Het infuus wordt verwijderd als u voldoende drinkt, meestal de dag na de ingreep. Soms zit er wat bloed in de urine. Het is goed om veel te drinken (± 1,5 L/24 h), zo voorkomt u de vorming van bloedstolsels. De blaaskatheter wordt verwijderd als de urine geen stolsels bevat, de urine kan nog wel rosékleurig zijn. Na het verwijderen van de blaaskatheter observeert de verpleegkundige of u weer goed zelf kunt plassen.
Bij een ongecompliceerd beloop mag u in principe de dag na de operatie naar huis.
5. Het ontslag
Wat kunt u thuis verwachten?
Pijn
Na de ingreep kan kortdurend pijn optreden. Dit is goed te bestrijden met pijnstillers zoals Paracetamol.
Ureterkatheter/dubbel J katheter
Door de ureterkatheter/dubbel J katheter kunnen blaaskrampen ontstaan. Dit is vervelend maar normaal. Indien u hier last van heeft neem dan contact op met het telefonisch spreekuur van de verpleegkundig specialisten urologie; zij kunnen met u afspreken hoe te handelen en eventueel medicatie voorschrijven om de blaaskrampen te verminderen.
Bij het ontslag zijn er afspraken gemaakt wanneer de ureterkatheter/dubbel J katheter wordt verwijderd.
Bloedverlies bij de urine
De urine kan geruime tijd (4-6 weken) na de ingreep nog wat rosékleurig zijn. Soms is het wat donkerder rood na een inspannende activiteit. Dit is niet verontrustend, past bij het herstel en zal geleidelijk minder worden. Drink voldoende (1,5 L/24 uur) zodat u de urine verdunt en er geen stolsels ontstaan.
Klachten bij plassen na het onderzoek
In het begin kunt u een schrijnend gevoel hebben in de plasbuis. Het plassen gaat vaak samen met meer aandrang en u moet waarschijnlijk vaker naar het toilet. Dit komt door irritatie van het gebied waarlangs de kijker is ingebracht. Ook dit wordt in de loop van uw herstelperiode minder.
Antistolling
Hebt u voor uw opname bloedverdunnende medicijnen gebruikt, dan hoort u bij ontslag wanneer u hiermee weer kunt starten.
Voeding
U mag in principe alles eten en drinken.
Activiteiten
U mag na de operatie weer autorijden. Fietsen en zwaar tillen (meer dan 5 kg) raden wij de eerste 2 weken af. Sporten en zwemmen mag weer na 2 weken.
Werkhervatting
Op welk moment u uw werk weer kunt hervatten is afhankelijk van uw conditie en het soort werk wat u doet. Meestal lukt dit na 2 tot 4 weken weer. Als de bedrijfsarts informatie wil opvragen van het ziekenhuis is daarvoor uw toestemming nodig. Dit is om uw privacy te beschermen. De bedrijfsarts zal u hierover verder informeren.
Een moeilijke periode
Het hebben van kanker en het ondergaan van een behandeling als deze zijn ingrijpende gebeurtenissen, die iedereen op zijn eigen manier verwerkt. Het is niet ongewoon dat nog maanden perioden van angst of somberheid optreden. Met vragen over verwerking, relaties of seksualiteit kunt u terecht bij het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL) van het ziekenhuis.
Contact met het ziekenhuis
Neem contact op met het ziekenhuis als u in de eerste weken na het ontslag onderstaande lichamelijke problemen ervaart:
- temperatuursverhoging boven de 38.5 graden Celsius;
- Als het bloedverlies erger wordt of u plast stolsels;
- Als u in de herstelfase aanhoudend kleine beetjes moet plassen en het branderige gevoel in de plasbuis niet afneemt;
- Als u helemaal niet meer kunt plassen;
- Als pijnmedicatie onvoldoende werkt;
- Als u toenemende pijn in de flank heeft;
- Als u de blaaskrampen niet vertrouwt of klachten toenemen;
Nacontroles
De uroloog belt u ongeveer 10 dagen na de operatie op om de uitslag van het weefselonderzoek met u te bespreken. Op basis van deze uitslag zal hij het verdere behandelplan met U bespreken.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

