Verwijderen van endeldarm (rectum) en anus
met aanleggen van een stoma
In verband met deze operatie wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:
- De operatie
- De periode voor de operatie
- De periode na de operatie
- Het ontslag
- Meer informatie
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de operatie en het ontslag. Wij moedigen u en uw naasten aan om deze informatie goed door te lezen, zodat uw herstel zo min mogelijk belemmerd wordt door onzekerheid en zorgen.
Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven.
Het team van artsen, verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.
1. De operatie
U krijgt deze operatie omdat er bij u een kwaadaardige tumor in de endeldarm of anus is geconstateerd. De endeldarm is het laatste deel van de dikke darm. Dit darmdeel heeft een reservoirfunctie voor de darminhoud, die als ontlasting het lichaam via de anus verlaat.
De operatie wordt ook abdomino perineale rectumextirpatie (APR) genoemd en betreft het verwijderen van endeldarm en anus met aanleggen van een stoma (kunstmatige uitgang voor ontlasting) meestal linksonder in de buik. Voor deze operatie wordt gekozen als de tumor te dicht bij de kringspier ligt. Dit is een uitgebreide operatie die tussen de 4 tot 6 uur kan duren.

Tijdens de operatie worden de anus, de endeldarm en een deel van de dikke darm verwijderd. Aan het einde van de dikke darm wordt een stoma aangebracht. © 2013 KWF Kankerbestrijding
De operatie vindt zowel aan de buikzijde als bij de billen plaats. De chirurg begint de operatie aan de buikzijde. Dit dient ervoor om de endeldarm los te maken en de stoma aan te leggen. Het deel van de operatie via de buik kan op twee manieren plaatsvinden namelijk via een kijkoperatie (laparoscopie) of via een open benadering (laparotomie).
Bij een kijkoperatie maakt de chirurg drie tot zes kleine sneetjes in de buikwand. Hierdoor worden dunne buisjes ingebracht. Door deze buisjes wordt CO2-gas geblazen, waardoor de buikwand van de inwendige organen wordt gescheiden. De chirurg heeft nu voldoende ruimte en zicht om door middel van chirurgische instrumenten, die door de buisjes worden geleid, de operatie uit te voeren. Bij de open benadering wordt een snede in de lengterichting van de buik gemaakt, zodat de darmen te zien zijn.
Dit betekent dat u na de operatie óf een aantal kleine littekens óf een groter litteken in de buik heeft.
Daarna volgt de operatie bij de billen. Het deel van de operatie waarbij via de billen wordt geopereerd vindt altijd via een snede plaats. Hierbij wordt de anus omsneden en via deze opening wordt de endeldarm en de anus verwijderd. Vooraf aan de operatie bespreekt de chirurg met u op de polikliniek of deze snede gehecht kan worden of dat dit met huid- en spierweefsel komende uit de buik moet worden gesloten. Indien dit laatste nodig is, wordt dit deel van de operatie door een plastisch chirurg uitgevoerd. U krijgt dan vooraf aan de operatie op de polikliniek nog een afspraak met de plastisch chirurg.
Bij een operatie voor endeldarm- of anuskanker wordt behalve de tumor ook het omliggende vetweefsel, met daarin lymfeklieren, lymfevaten en bloedvaten verwijderd om zodoende de kans op het terugkeren van de tumor in het operatiegebied zo klein mogelijk te maken. Juist achter dit vetweefsel lopen echter zenuwvezels die zorgdragen voor een aantal urineblaas- en seksuele functies. Tijdens de operatie worden deze zenuwvezels zoveel mogelijk gespaard maar het is mogelijk dat de operatie soms kan leiden tot verminderde urineblaas- en seksuele functies. Hierdoor kunnen plasproblemen, bij mannen erectiestoornissen of problemen ten aanzien van de zaadlozing en bij vrouwen veranderingen in het vochtig worden van de vagina voorkomen.
Mogelijke complicaties
Geen enkele operatie is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in een bloedvat), longontsteking, nabloeding en/of wondinfectie. Daarnaast bestaat bij deze operatie ook kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:
- Open gaan of ontsteken van de wond bij de billen kleiner worden of in huid verzonken raken van de stoma opening waardoor de ontlasting niet goed naar buiten afloopt;
- Beschadiging van de darm waardoor darminhoud in de buik kan vloeien;
- Het niet op gang komen van de darmen;
- Kortademigheid;
- Fistel (abnormale verbinding tussen darm en een ander orgaan of de huid);
- Urineweginfectie;
- Lekkage van urine in de buik;
- Abcesvorming.
Zowel de chirurg als de verpleegkundig specialist zullen bovenstaande complicaties en de risico’s daarop met u bespreken op de polikliniek.
De risico’s op een complicatie zijn ook verhoogd als u lijdt aan andere aandoeningen zoals diabetes, hart- en vaatziekten. Ook roken, alcoholgebruik, ondervoeding en eerdere bestraling vergroten het risico op complicaties.
Door een groot aantal maatregelen rondom de operatie doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.
Het weefselonderzoek
Het weefsel dat tijdens de operatie wordt weggenomen, wordt door de patholoog anatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. De uitslag wordt zo mogelijk tijdens uw opname in het ziekenhuis, met u en uw naasten besproken. Als u ontslagen wordt vóórdat de uitslag van het onderzoek bekend is, dan krijgt u de uitslag op de polikliniek. Hiervoor wordt dan bij uw ontslag een afspraak gemaakt.
2. De periode voor de operatie
Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de operatie zijn een aantal onderzoeken noodzakelijk. De chirurg en de verpleegkundig specialist zullen u hierover informeren.
Poliklinische voorbereiding
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:
- De chirurg is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de operatie kunt u aan hem of haar stellen.
- De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig medische handelingen in het chirurgische behandeltraject uitvoert, waaronder het verrichten van lichamelijk onderzoek, aanvragen van onderzoeken, opzetten van een behandelplan, het geven van voorlichting en de nacontrole.
- U kunt aan de verpleegkundig specialist vragen stellen die u nog heeft na het bezoek aan de chirurg. Hij of zij vraagt naar uw medische geschiedenis en uw huidige gezondheid en verricht een algemeen lichamelijk onderzoek. Tevens zal hij of zij een uitgebreid voorlichtingsgesprek met u voeren voorafgaand aan de operatie. Na dit gesprek is de verpleegkundig specialist uw vaste contactpersoon voor u en uw naasten tot aan de opname in het ziekenhuis. Vervolgens ziet u de verpleegkundig specialist bij een nacontrole op de polikliniek.
- De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder ‘Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie’. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden. Indien u na de operatie ter observatie op de Intensive Care (IC) wordt opgenomen is de anesthesioloog gedurende uw verblijf op de IC de behandelend arts.
- In verband met de aanleg van de stoma krijgt u een gesprek met de stomaverpleegkundige. De stomaverpleegkundige zal u de nodige informatie geven om met de stoma om te gaan.
Voorbereiding thuis
Voor de operatie is het erg belangrijk dat u lichamelijk in een goede conditie bent. In de wachttijd tot de operatie kunt u zichzelf trainen door bijvoorbeeld dagelijks een uur te gaan wandelen.
Daarnaast is het belangrijk dat u in een goede voedingstoestand verkeert wanneer u wordt geopereerd. U kunt hier aan meewerken door gevarieerd en eiwitrijk te blijven eten. Ter voorbereiding op een operatie wordt geadviseerd 5 – 7 keer per dag een portie eiwitrijke voeding te nemen. Producten die veel eiwitten bevatten zijn: vlees, noten, vis, zuivel, eieren en vleesvervangers. Als dit door omstandigheden niet lukt, kunt u dit aangeven bij de verpleegkundig specialist en wordt in overleg met u een consult bij de diëtist aangevraagd.
Om de kans op wondinfecties na de operatie te verkleinen is aan u een antibiotica-mengsel voorgeschreven om de hoeveelheid bacteriën in uw darmkanaal te verminderen. Hier ontvangt u van de verpleegkundig specialist apart informatie over.
In sommige gevallen moeten uw darmen leeg zijn voor de operatie. Als dit het geval is krijgt u dit van de arts of verpleegkundig specialist te horen. Vanaf het moment dat u start met het drankje mag u alleen nog heldere vloeistoffen drinken. U krijgt hier ook apart informatie over mee van de verpleegkundig specialist.
Om uw herstel na de operatie te bespoedigen vragen we u om de dag voor de operatie koolhydraatrijke drank te nemen en dit tot uiterlijk vier uur voor de operatie nog eens te herhalen. Geschikte koolhydraatrijke drankjes zijn heldere alcoholvrije dranken die per 100 ml minimaal 12.4 gram koolhydraten bevat. Voorbeelden zijn:
- appelsap of sinaasappelsap zonder vruchtvlees (4 glazen van 150 ml);
- of druivensap zonder vruchtvlees (2 glazen van 150 ml);
- of zoete limonade siroop (70 ml siroop aangelengd met 330 ml water).
Wanneer u opgenomen bent zullen wij de drankjes verstrekken, de drankjes die u de dag voor de operatie drinkt dient u zelf aan te schaffen.
Uit onderzoek is gebleken dat het op gang komen van de darmen na de operatie wordt bevorderd door het kauwen van kauwgom. Vanaf een aantal uur voor de operatie en in de week na de operatie, adviseren wij u dan ook om zoveel mogelijk kauwgom te kauwen. De kauwgom wordt niet op de afdeling verstrekt dus wij vragen u dit zelf mee te nemen. Het soort kauwgom mag u zelf bepalen (suikervrij, niet suikervrij etc.). Het gaat om het kauwen en niet om de ingrediënten.
De Stoppen met Roken poli
Na een operatie is er altijd sprake van een wondgebied (inwendig en uitwendig). Uit onderzoek is gebleken dat de wondgenezing veel beter verloopt als u niet rookt. Daarnaast is de kans op het krijgen van een longontsteking groter als u rookt. Daarom is het van groot belang om te stoppen met roken voor de operatie om een zo goed mogelijk beloop van de behandeling te bewerkstelligen.
Het verslavende effect van nicotine kan het stoppen moeilijk maken. U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De verpleegkundigen van de Stoppen met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij ondersteunen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie.
Opname
Zodra de opnamedatum en/of operatiedatum bekend is, neemt de afdeling Opname twee weken voor de geplande opname/operatie datum telefonisch of schriftelijk contact met u op.
Opnamedag
Afhankelijk van wat er met u is afgesproken wordt u één dag voor de ingreep óf op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) verwijst u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.
Op de dag van opname spreekt u de volgende medewerkers:
- De verpleegkundige informeert u over de operatie en de periode in het ziekenhuis. Hij of zij neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. Hij of zij kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen. Tijdens uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding. Ook hoort u van de verpleegkundige op welk tijdstip de operatie is gepland; dit is een schatting.
- De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw chirurg.
- De fysiotherapeut geeft u ademhalingsoefeningen om problemen met de longen na de operatie te voorkomen. Ook begeleidt de fysiotherapeut indien nodig u bij het mobiliseren na de operatie.
- De ergotherapeut neemt met u de zithouding door, geeft u uitleg over mogelijke zitproblematiek en maakt indien nodig voor u een zitaanpassing.
- Een van de chirurgen spreekt kort met u om na te gaan of u nog vragen heeft over de operatie.
- De stomaverpleegkundige tekent de plaats af waar de stoma komt en beantwoordt uw laatste vragen.
Ter voorbereiding op de operatie vinden een aantal handelingen plaats:
- U krijgt darmvoorbereiding om de darmen voor de operatie zoveel mogelijk leeg te maken. De verpleegkundige informeert u hierover. Vanaf het moment dat u start met het drankje mag u alleen nog heldere vloeistoffen drinken;
- Om het op gang komen van de darmen na de operatie te bevorderen vragen wij u kauwgom te kauwen vanaf 3 uur voor de operatie of wanneer u wakker bent in de ochtend voor de operatie;
- U neemt de koolhydraatrijke drankjes zoals eerder beschreven;
- U krijgt de gelegenheid om samen met uw naasten de Intensive Care (IC) te bezoeken om een indruk te krijgen van deze afdeling, waar u direct na de operatie verblijft;
- Voor de nacht krijgt u de medicatie, die door de anesthesioloog is afgesproken.
Dag van operatie
Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken. In de meeste gevallen mag u vanaf acht uur voor de operatie niets meer eten en tot vier uur voor de operatie heldere vloeistoffen nemen.
Op de dag van de operatie kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een gehoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.
Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de operatie een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen.
De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.
De chirurg en de overige medewerkers van het operatieteam komen bij u langs om nogmaals uw gegevens te controleren. Dit vindt plaats op het operatiecomplex vlak voordat u naar de operatiekamer gaat.
Voor de operatie krijgt u een infuus waardoor de medicijnen voor de narcose worden toegediend. Ook krijgt u een zeer dun ‘slangetje’ (epiduraalkatheter) in de rug aangebracht. Via dit ‘slangetje’ krijgt u tijdens en na de operatie pijnbestrijding.
3. De periode na de operatie
Tijdens het gesprek voor de operatie met de anesthesioloog heeft u vernomen of u na de operatie naar de Intensive Care of naar de uitslaapkamer gaat om uit de narcose wakker te worden. Indien u naar de Intensive Care gaat, blijft u daar minimaal een nacht; de anesthesioloog is daar verantwoordelijk voor de medische behandeling en controles. Hij of zij beoordeelt samen met de chirurg wanneer u terug gaat naar de verpleegafdeling.
Op de verpleegafdeling komt de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met de behandelend specialist over het verloop van uw herstel. De chirurg komt regelmatig bij u langs.
Fraxiparine
Na de ingreep krijgt u dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine (in uw buik, bovenbeen of bovenarm), tot vier weken na de operatie. Fraxiparine voorkomt een stolsel in een bloedvat (trombose).
Katheters, lijnen en drains
Na de operatie heeft u mogelijk een aantal ‘slangen’/lijnen:
- Een infuus voor vocht- en medicatietoediening.
- Dit infuus kan zich in een ader in de arm en/of onder het sleutelbeen en/of in de hals bevinden.
- Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof.
- Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste 24 uur na de operatie.
- Een epiduraalkatheter.
- Dit is een dun slangetje in de rug waardoor u pijnmedicatie krijgt toegediend. De medicatie die u via de epiduraalkatheter krijgt wordt gestopt op geleide van uw pijnklachten en herstel. Zodra deze medicatie is gestopt, wordt de katheter verwijderd. Dit is gemiddeld na vijf dagen.
- Een blaaskatheter voor de afvloed van urine.
- De blaaskatheter wordt verwijderd zodra de medicatie via de epiduraalkatheter is gestopt. Hierna wordt gecontroleerd of u spontaan kunt plassen. Mocht dit niet direct mogelijk zijn dan wordt opnieuw een blaaskatheter geplaatst waarmee u naar huis zult gaan. 1 a 2 weken later wordt u dan gevraagd voor een dagopname te komen waarin dan de blaaskatheter wordt verwijderd. Indien nodig zal de verpleegkundige u op de afdeling informeren en instrueren m.b.t. de verzorging van de blaaskatheter.
- Een of meerdere wonddrains uit het operatiegebied voor de afvloed van wondvocht.
- In principe blijft een wonddrain drie weken zitten. Dit betekent dat u met een drain naar huis gaat. De verpleegkundige zal u op de afdeling informeren en instrueren hoe u de drain moet verzorgen.
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen en in- en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever.
Naast pijnbestrijding via de epiduraalkatheter krijgt u tabletten tegen de pijn
Misselijkheid
Misselijkheid na de operatie komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de operatie zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Wond
De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wond en verbindt deze zo nodig. De buikwond of wondjes kunnen gesloten zijn met draadhechtingen of met metalen hechtingen (ook wel nietjes of agraves genoemd). De wond bij de billen is gesloten met draadhechtingen. De hechtingen van de wonden worden 21 dagen na de operatie verwijderd indien u in het wondgebied bestraald bent. Mocht u niet in dit gebied bestraald zijn dan beoordeeld de chirurg wanneer de hechtingen verwijderd mogen worden.
Stoma
De verpleegkundige geeft u in de dagen na de operatie instructie over de verzorging van de stoma en het gebruik van het opvangmateriaal. De hechtingen van het stoma worden tien dagen na de operatie verwijderd. De stomaverpleegkundige komt bij u langs om samen met u te kijken welk materiaal voor u geschikt is en wat u thuis kunt gebruiken. Zij zal u ook psychosociaal begeleiden en een vervolgafspraak met u maken waarin wordt besproken of het materiaal voldoet en hoe het leven met een stoma is. De stomaverpleegkundige komt na de operatie regelmatig bij u langs.
Mobiele en fysieke activiteit
Vanaf de dag na de operatie moet u zoveel mogelijk uit bed komen. Dit is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang. U zult merken dat de activiteiten die voor de operatie vanzelfsprekend waren, nu veel inspanning kosten. U zult uw energie moeten verdelen over de dag. Door de wond en de aanwezigheid van een aantal ‘slangen’ wordt u weliswaar beperkt in uw bewegingsvrijheid, maar al vanaf de eerste dag na de operatie wordt u gestimuleerd om twee maal daags te lopen. Onder begeleiding van de verpleegkundige en/of fysiotherapeut zult u in de dagen die volgen toenemend zelfstandig worden. U zult steeds vaker en langer uit bed komen. Het streven is om u zo snel mogelijk drie maal per dag op de gang te laten wandelen. Uw familie mag u daarbij ook helpen.
Stoelgang
Na de operatie functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Dit gaat vaak gepaard met misselijkheid en krampen. Zodra u start met voeding krijgt u medicijnen om de ontlasting soepel te houden.
Voeding
Na de operatie wordt u gestimuleerd zo snel mogelijk weer normaal te eten en te drinken. U hoeft geen dieet te houden na de operatie.
Uw eetlust kan de eerste periode na de operatie verminderd zijn. Dit kan gedurende langere tijd zo blijven. Zo lang u nog niet een normaal dieet kan aanhouden krijgt u van de afdeling één tot twee flesjes eiwitrijke drank om uw dieet aan te vullen.
De verpleegkundige kan u indien nodig in contact brengen met de diëtiste.
Ademhaling
Om de functie van de longen zo optimaal mogelijk te houden is de zorg voor de juiste ademhaling van groot belang. Een optimale longfunctie wordt onder andere bereikt door:
- regelmatig uit bed te gaan en te bewegen;
- goede pijnbestrijding;
- ademhalingsoefeningen;
- het ophoesten van slijm;
- (half)zittende houding in bed;
- niet te roken.
Nadere uitleg ademhalingsoefeningen
Het is de bedoeling dat u zelf elk uur ademhalingsoefeningen doet als u wakker bent.
Begin een minuut met een rustige buikademhaling en daarna vijfmaal een diepe inademing. Na de ademhalingsoefeningen gaat u een paar maal ‘huffen’ en hoesten (zie onderstaande toelichting).
Rustige buikademhaling
Ga ontspannen zitten of liggen. Leg de handen losjes op de buik en adem rustig in, het liefst door de neus. Voel de buik tijdens de inademing naar de handen toe bewegen. Adem daarna uit door de mond waarbij u de buik voelt terugzakken. Doe dit in uw eigen tempo en ademdiepte.
Diepe inademing
Ga goed rechtop zitten. Houd de handen op de buik en adem langzaam zo diep mogelijk in, liefst door de neus. Als eerste voelt u de buik uitzetten, daarna komt de borstkas naar voren en wordt breder. Houd de adem twee tellen vast, niet persen maar als het ware in blijven ademen. Adem daarna rustig uit door de mond.
Huffen
Adem normaal in. Open de mond en de keel en adem krachtig uit door de buik snel in te trekken. Let erop dat uw keel goed open is en dat de kracht uit uw buik komt.
Hoesten
Goed hoesten doet u door diep in te ademen en in een keer alle lucht krachtig uit te hoesten.
Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.
Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij het CKvL werken deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. Uw verpleegkundige kan u in contact brengen met het CKvL.
4. Het ontslag
Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel en zelfstandigheid. Over het algemeen kunt u na ongeveer 9 dagen het ziekenhuis verlaten. Mogelijk heeft u na ontslag uit het ziekenhuis nog zorg nodig. Bespreek dit tijdig met uw verpleegkundige en behandelend arts. De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u. Bij voorkeur is hierbij een naaste aanwezig. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.
Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de chirurg en een belafspraak bij de verpleegkundig specialist. Tevens krijgt u een afspraak bij de stomaverpleegkundige. De chirurg zal uw huisarts op de hoogte stellen van de operatie, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.
De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de operatie bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de operatie, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.
Wij willen u een aantal adviezen meegeven:
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Ook als u weinig pijnklachten ervaart, is het verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.
- U kunt het volgende schema gebruiken: verminder en stop eerst de ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van de pantozol (maagbeschermer) zodra u gestopt bent met ibuprofen.
- Blijf paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.
Wond
Indien de hechtingen tijdens de ziekenhuisopname niet zijn verwijderd, kunt u hiervoor een afspraak maken bij uw huisarts. De verpleegkundige vertelt u wanneer de hechtingen moeten worden verwijderd.
U hoeft de wonden geen speciale verzorging te geven. Als de wonden gesloten zijn, kunt u douchen en/of in bad gaan. Dep de wonden na afloop droog.
Als de wonden nog open zijn op het moment dat u naar huis gaat, krijgt u voor uw ontslag uitleg en instructie van de verpleegkundige of wondverpleegkundige over de verzorging van de wond. Indien nodig wordt ondersteuning van de wijkverpleegkundige bij de wondzorg geregeld.
Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wond dagelijks bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:
- De huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen;
- U heeft toenemende pijn aan de wond;
- Er komt pus uit de wond;
- U heeft temperatuurverhoging (boven 38,5 graden Celsius).
U kunt tijdens kantooruren contact opnemen met de wondverpleegkundige (of indien niet bereikbaar met de verpleegkundig specialist van wie u het visitekaartje heeft ontvangen). Buiten kantooruren neemt u contact op met het Wanhoofd (Weekend avond nachthoofd) via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis. Bereikbaarheid staat in hoofdstuk 5 beschreven.
Wonddrain
U zult met een wonddrain in het operatiegebied naar huis gaan aangezien deze in principe tot drie weken na de operatie blijft zitten. De verpleegkundige zal u op de afdeling informeren en instrueren hoe u de drain moet verzorgen.
Stoma
Indien de hechtingen van de stoma tijdens de ziekenhuisopname niet zijn verwijderd, kunt u hiervoor een afspraak maken bij uw huisarts. De verpleegkundige zal u vertellen wanneer de hechtingen moeten worden verwijderd. Het kan voorkomen dat er te weinig ontlasting via de stoma komt. Neem contact op met de stomaverpleegkundige indien er langer dan 24 uur geen ontlasting via de stoma komt.
Plassen
Als op het moment van ontslag de blaas nog niet goed werkt, gaat u met de blaaskatheter naar huis. Met de chirurg wordt afgesproken hoe lang de blaaskatheter dan nog in blijft. Soms wordt ook besloten dat u zelf een aantal keer per dag de blaas leeg maakt door een blaaskatheter in te brengen. Mocht dit nodig zijn dan wordt u deze handeling geleerd door de verpleegkundige of door de wond/stomaverpleegkundige.
Voeding
Behandeling van kanker kan veel van uw lichaam vergen. Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de behandeling doorgaans beter aan en heeft u minder risico op complicaties.
Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Door de ziekte en behandeling is uw behoefte aan energie en eiwitten verhoogd. Het is tevens van belang dat u voldoende drinkt: in ieder geval 1 ½ tot 2 liter per dag.
Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw behandeling, dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek.
Vermoeidheid en activiteit
U kunt tijdens en na de behandeling last houden van vermoeidheid. Vermoeidheid wordt veroorzaakt door de behandeling, de ziekte zelf en doordat de conditie afneemt. Het is belangrijk dat u ondanks deze vermoeidheid voldoende blijft bewegen, zodat u in ieder geval uw conditie op peil houdt. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen. Hoeveel beweging goed en gezond is, is afhankelijk van uw startniveau.
De eerste zes weken mag u niet zwaar tillen. Indien u iets optilt, zorgt u er dan voor dat u dit symmetrisch doet. Deze beperking houdt ook in dat u de eerste zes weken geen zwaar huishoudelijk werk kunt verrichten zoals bijvoorbeeld stofzuigen en ramen lappen.
Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. U kunt de eerste zes weken echter niet intensief sporten (u mag bijvoorbeeld geen buikspieroefeningen doen). Zwemmen mag bij een gesloten wond (de hechtingen moeten dan wel verwijderd zijn).
Revalidatie
Kanker is een ingrijpende ziekte. De gevolgen van deze ziekte en/of behandeling kunnen u in het dagelijks functioneren aanzienlijk beperken. Veel gehoorde klachten zijn vermoeidheid, conditievermindering, angst en onzekerheid. De revalidatiegeneeskunde van het Antoni van Leeuwenhoek heeft oncologische revalidatieprogramma’s ontwikkeld om u te helpen met deze klachten om te gaan. U kunt aan een revalidatieprogramma deelnemen tijdens de behandeling maar ook als uw behandeling is afgerond. Uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige kan u hiervoor verwijzen. U kunt dit ook zelf bespreekbaar maken met uw zorgverlener. Meer informatie vind u in de folder ‘ Oncologische revalidatie’ welke u kunt vinden in het Centrum Patiënteninformatie.
In de meeste gevallen vergoedt de zorgverzekeraar het revalidatietraject. Soms moet u echter een eigen bijdrage betalen. Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met uw zorgverzekeraar.
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.
Intimiteit, seksualiteit en kanker
Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken. De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. In het Antoni van Leeuwenhoek kunt u terecht bij medewerkers die ervaren zijn in het bespreken van problemen op het gebied van intimiteit, seksualiteit en kanker. Bij hen kunt u terecht met al uw vragen en twijfels op dit gebied. Hiervoor kunt u een afspraak maken via het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven. Ook bestaat de mogelijkheid bij seksuele functiestoornissen zoals erectiestoornissen, pijn bij vrijen een afspraak te maken bij de uroloog of gynaecoloog via de Afdeling Planning Polikliniek. Meer informatie kunt u lezen in de folder ‘Intimiteit, seksualiteit en kanker’. De folder is te verkrijgen op de verpleegafdeling, de polikliniek en het Centrum Patiënteninformatie.
Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de operatie kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.
Verwerking
Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werksters, geestelijk verzorgers, psychiatrisch verpleegkundige, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.
Continuïteitsbezoek
De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen bij de thuiszorg organisatie in uw regio of via Care for Cancer. Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding. Een continuïteitsbezoek kunt u aanvragen via de thuiszorgorganisatie in uw woonplaats of via www.careforcancer.nl. U kunt bij uw zorgverzekeraar informeren of de kosten voor Care for Cancer worden vergoed.
Contact met het ziekenhuis
Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:
- Temperatuurverhoging boven de 38,5 graden Celsius;
- Aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
- Vochtverlies via de wond (met name de wond bij de billen)
- Aanhoudende misselijkheid en braken, niet kunnen eten en meer dan twee kilo per week afvallen;
- Diarree (vaker dan vijfmaal per dag waterdunne ontlasting via de stoma)
- Obstipatie (langer dan twee dagen geen ontlasting);
- Benauwdheid en hoesten;
- Andere aan de behandeling gerelateerde problemen.
Neemt u bij voorkeur contact op tijdens kantooruren met uw verpleegkundig specialist via de contactgegevens die u gekregen heeft op de polikliniek. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.
5. Meer informatie
De zorgverleners en afdelingen van het Antoni van Leeuwenhoek zijn telefonisch bereikbaar via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis 020 512 9111.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.