Verwijderen van nier en urineleider
Inleiding.
U heeft van uw uroloog te horen gekregen dat er een kwaadaardige tumor in het nierbekken (pyelum) en/of urineleider (ureter) gevonden is. U zult daarom geopereerd worden door de uroloog, waarbij de aangedane nier, urineleider en inmonding van de urineleider in de blaas (de blaascuff) worden verwijderd. Soms worden ook de lymfeklieren in dit gebied verwijderd. In sommige gevallen hoeft alleen een gedeelte van het aangedane deel van de urineleider te worden verwijderd, de nier kan dan behouden blijven. Hoe de operatie er voor u uit komt te zien zal de uroloog en indien de verpleegkundig specialist bij uw behandelproces betrokken is met u bespreken.
In deze folder informeren wij u verder over de operatie en de periode daarna, en dient als aanvulling op de mondelinge informatie die u van uw arts of verpleegkundig specialist heeft gekregen. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. Voor algemene informatie over kanker van nierbekken en urineleider verwijzen wij naar de website ‘leven met blaas of nierkanker’ (www.blaasofnierkanker.nl/blaas-of-nierkanker)
In deze folder komen de volgende onderwerpen aan de orde
- De nieren en urineleiders
- De voorbereiding
3. De operatie
4. De periode na de operatie
5. Het ontslag
1. De nieren en urineleiders
De nier heeft een nierschors en een nierbekken. In de nierschors wordt het bloed gefilterd en het overtollige water wordt samen met de afvalstoffen uit het bloed als urine uitgescheiden in het nierbekken. Vanuit het nierbekken gaat de urine via de urineleider naar de blaas.
|
|
Bron: Isala kliniek Bron: De nieren (biologielessen.nl)
Tumor in nierbekken of urineleider
Bij u is een kwaadaardige tumor in het nierbekken (pyelum) of urineleider (ureter) vastgesteld. Deze tumor ontstaat uit slijmvlies (‘binnenbekleding’) van het nierbekken en urineleider. Dit slijmvlies wordt urotheel genoemd en bevindt zich in beide nierbekkens, de urineleiders en de blaas.
2. De voorbereiding
Poliklinische voorbereiding:
Diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de ingreep zijn een aantal onderzoeken noodzakelijk.
In het verwijzend ziekenhuis zullen al een aantal onderzoeken zijn uitgevoerd om de diagnose te stellen. Soms kunnen wij deze onderzoeken, zoals CT-scan, herbeoordelen. Soms moeten onderzoeken opnieuw worden uitgevoerd of is aanvullend onderzoek nodig.
- CT-scan van buik/urinewegen en longen
- Cystoscopie (dit is een inwendig onderzoek van de blaas en plasbuis)
- Urineonderzoek
- Bloedonderzoek
- Soms is het noodzakelijk om voorafgaand aan een operatie een kijkoperatie uit te voeren, een ureterorenoscopie (URS). Bij deze operatie wordt onder narcose de binnenkant van het nierbekken en de urineleider bekeken. Zo nodig wordt er weefsel afgenomen voor nader onderzoek.
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:
• De uroloog is eindverantwoordelijk voor de chirurgische behandeling. Hij of zij zal het behandelplan met u bespreken.
Vragen over de ingreep kunt u aan de uroloog stellen.
• De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig geprotocolleerde medische handelingen in het chirurgische behandeltraject uitvoert. Dit kunnen zijn het verrichten van lichamelijk onderzoek, aanvragen van onderzoeken, opzetten van een behandelplan, het geven van voorlichting en de nacontrole. U kunt aan de verpleegkundig specialist vragen stellen die u nog heeft na het bezoek aan de uroloog. Hij of zij vraagt naar uw medische geschiedenis en uw huidige gezondheid en verricht een algemeen lichamelijk onderzoek. Na dit gesprek is de verpleegkundig specialist uw contactpersoon voor u en uw naasten tot aan de opname in het ziekenhuis. Vervolgens ziet u de verpleegkundig specialist bij een eventuele nacontrole op de polikliniek. ± Drie weken na de operatie belt hij of zij u op om met u te bespreken hoe uw herstel verloopt en of aanvullende ondersteuning in uw herstelproces gewenst is. Ook zal tijdens dit gesprek met u worden afgestemd hoe de nacontroles zullen zijn.
• De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder ‘Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie’. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden. Indien u na de ingreep ter observatie op de Intensive Care (IC) wordt opgenomen is de anesthesioloog gedurende uw verblijf op de IC de behandelend arts.
3. De operatie
Opname
Afhankelijk van de operatietijd wordt u de dag van de operatie opgenomen in het ziekenhuis. De afdeling opname stelt u van de definitieve opname dag en tijd op de hoogte. Zij bespreken ook met u vanaf wanneer u nuchter moet zijn. De dag van de operatie kunt u zich gewoon wassen of douchen.
Op de dag van opname kunt u zich melden bij de receptie in de centrale hal. Een gastvrouw brengt u naar de afdeling. Daar wordt u door een zorgassistent of verpleegkundige naar uw kamer gebracht.
De opnameduur varieert tussen 3-7 dagen. De opnameduur hangt mede af van welke operatietechniek mogelijk is. Het kan zijn dat u later een dag terug moet komen voor het verwijderen van een blaaskatheter.
Operatie
U krijgt speciale operatiekleding van het ziekenhuis. Als u dit met de anesthesist heeft afgesproken, krijgt u 's ochtends een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de operatiekamer.
De operatie kan op verschillende manieren uitgevoerd worden, uw uroloog/verpleegkundig specialist heeft met u besproken welke manier voor u van toepassing is. Onderstaande manieren van opereren vinden altijd plaats onder algehele narcose/verdoving.
- De robotoperatie (laparoscopie): ondersteund door de Da Vinci Robot: hierbij wordt de operatie uitgevoerd door ongeveer vijf kleinere sneetjes in de buik te maken, waarna de buikholte wordt opgeblazen met koolzuurgas. Door de sneetjes worden de operatie-instrumenten ingebracht. Door een wat grotere snee in de onderbuik worden de nier en urineleider met blaascuff verwijderd. De operatie zelf speelt zich onderhuids af. De robot voert met extreme precisie de operatiebewegingen van de uroloog uit. Bovendien wordt het operatiegebied op het beeldscherm uit-vergroot.
Niet iedereen kan met een robotoperatie (laparoscopie) geopereerd worden. Dit hangt van verschillende factoren af, waaronder eerdere operaties in de buik of bestraling op de buik. Deze beslissing wordt genomen in onderling overleg tussen uw uroloog en de anesthesist
- De open procedure (laparotomie): hierbij wordt een verticale snede in de buik gemaakt om de nier en urineleider met blaascuff te verwijderen.

De laparotomie
Bron: SpringerLink: https;//link.springer.com/chapter/10.1007/978-3-642-23804-8_22
De operatie duurt ongeveer 4 uur
Het verwijderde weefsel wordt voor onderzoek naar de patholoog gebracht. Dit onderzoek duurt ongeveer 7-10 werkdagen. Bij ontslag krijgt u een belafspraak bij de uroloog om de uitslag met u te bespreken.
Na de operatie gaat u via de uitslaapkamer terug naar de afdeling. Het kan voorkomen dat u een nacht op de Intensive Care (IC) moet verblijven dit is dan van tevoren met u besproken.
4. De Periode na de operatie
Verloop
Na de operatie bent u verbonden aan een aantal slangen:
- een infuus voor de toediening van vocht en medicijnen;
- een urinekatheter voor de afvoer van urine;
- een wonddrain voor de afvloed van overtollig vocht en bloed;
- een zeer dun ‘slangetje’ (epiduraalkatheter) in de rug. Via dit ‘slangetje’ krijgt u tijdens en na de ingreep pijnbestrijding;
- soms een sonde, via de neus en slokdarm, in de maag voor afvloed van maagsappen.
De verpleegkundige ondersteunt u bij de algehele lichamelijke verzorging. Door de operatie zullen de darmen tijdelijk niet helemaal goed functioneren. Afhankelijk van de snelheid waarmee de darmen zich herstellen en de ontlasting op gang komt, kan het eten weer worden uitgebreid. Als u een sonde via de neus heeft wordt deze indien mogelijk na 24 uur verwijderd. Heel soms is het noodzakelijk dat de sonde langer in blijft, hierover zult u dan door de uroloog worden geïnformeerd. Het op gang komen van de darmen kan gepaard gaan met krampen. Stapsgewijs zal het eten worden aangepast, van kleine slokjes water tot aan normale voeding.
U mag meteen vanaf de eerste dag na de operatie uit bed. De wonddrain kan worden verwijderd als er weinig of geen vocht meer uit komt. Het is van belang dat u aangeeft of de pijnmedicatie die u via de epiduraalkatheter krijgt voldoende helpt. Als de pijn dusdanig onder controle is dat de epiduraalkatheter niet meer nodig is, kan deze worden verwijderd, dat zal ongeveer 2-3 dagen zijn. De verwijdering van de nier heeft geen invloed op de productie van urine. De resterende nier neemt de gehele urineproductie over. Dagelijks komt een arts met verpleegkundige bij u langs.
De blaaskatheter blijft ongeveer 7 dagen in de blaas. Voordat deze verwijderd wordt kan een cystogram plaatsvinden; hierbij wordt via de blaaskatheter contrastmiddel in de blaas gespoten om te beoordelen of de blaas waterdicht is en de blaaskatheter veilig verwijderd kan worden. Na het verwijderen van de blaaskatheter observeert de verpleegkundige of u weer goed zelf kunt plassen.
Mogelijke complicaties van de operatie:
Geen enkele operatie is zonder risico's. Er zijn algemene risico’s, zoals:
- wondinfectie
- longontsteking
- trombose
Bij deze operatie is er ook kans op:
- nabloeding
- bij open ingreep kans op wijken van de wond
- bij robot operatie kunt u kort na de ingreep door de ingeblazen lucht schouderpijn hebben.
Ter voorkoming van trombose krijgt u tot aan ontslag 1x daags een injectie (fraxiparine).
5. Het ontslag
Wat kunt u thuis verwachten?
Pijn
Ook thuis kunt u nog wat last hebben van wondpijn, en kunt u hiervoor paracetamol gebruiken.
Douchen/wondverzorging
U kunt thuis rustig onder de douche. In bad gaan raden wij u de eerste weken na de operatie af, omdat de hechtingen te snel oplossen in water. De hechtingen zijn meestal binnen 2 weken opgelost. Heel soms worden er nog uitwendige hechtingen gebruikt. Heeft u uitwendige hechtingen dan zullen deze na 7-10 dagen moeten worden verwijderd, bent u dan reeds met ontslag dan kan in principe de huisarts deze verwijderen. Drooghouden van de wond bevordert een goede wondgenezing. U kunt dus beter ook geen afsluitende pleister op de wond gebruiken, deze maakt de wond vochtig. U kunt de eerste zes weken beter niet baden of zwemmen in openbare gelegenheden.
Voeding
U mag in principe alles eten en drinken.
Moeheid
Na een grote operatie kan het zijn dat u lange tijd last heeft van vermoeidheid. Soms houdt dit zelfs lang aan. Een verklaring van de vermoeidheid is er niet altijd. Het is een duidelijk signaal van het lichaam dat er een grote rust/slaapbehoefte is om te herstellen. Er is geen bezwaar om daaraan toe te geven. Het is daarnaast belangrijk dat u zorgt voor een goede lichamelijke conditie door regelmatig aan lichaamsbeweging te doen. In het volgende item gaan we hier uitgebreider op in. Mocht u toch vermoeid blijven maak dit bespreekbaar met uw verpleegkundig specialist. Zij/hij zal u kunnen adviseren en indien noodzakelijk verwijzen naar onze revalidatiearts.
Activiteiten
Om zo snel mogelijk op uw oude conditieniveau te komen, is het raadzaam om dagelijks een stuk te wandelen. Langdurig op bed liggen of in de stoel zitten, draagt niet bij aan het herstel en kan leiden tot trombose. U mag na een week wel autorijden, maar de eerste 6 weken raden wij u af te fietsen, zwaar te tillen (<5 kg) en zwaar huishoudelijk werk (zoals stofzuigen) uit te voeren. Na deze periode bouwt u dit langzaam weer op.
Werkhervatting
Meestal bent u na ongeveer zes weken weer (gedeeltelijk) aan het werk. De bedrijfsarts kan u begeleiden bij de terugkeer naar uw werk. Als de bedrijfsarts informatie wil opvragen van het ziekenhuis, is daarvoor uw toestemming nodig. Dit is om uw privacy te beschermen. De bedrijfsarts zal u hierover verder informeren.
Een moeilijke periode
Het hebben van kanker en het ondergaan van een behandeling als deze zijn ingrijpende gebeurtenissen, die iedereen op zijn eigen manier verwerkt. Het is niet ongewoon dat nog maanden perioden van angst of somberheid optreden. Met vragen over verwerking, relaties of seksualiteit kunt u terecht bij het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL) van het ziekenhuis.
Contact met het ziekenhuis
Neem contact op met het ziekenhuis als u in de eerste weken na het ontslag onderstaande lichamelijke problemen ervaart:
- temperatuursverhoging boven de 38.5 graden Celsius
- aanhoudende pijn in de buik die niet met de voorgeschreven pijnstillers onder controle te krijgen is;
- aanhoudende misselijkheid en braken, niet kunnen eten en meer dan twee kilo per week afvallen;
- obstipatie (langer dan twee dagen geen ontlasting);
- het niet genezen van de wond;
- andere aan de behandeling gerelateerde problemen.
Nacontroles
- Gaat u naar huis met de blaaskatheter dan zullen er afspraken met u worden gemaakt om via een dagopname te beoordelen of de blaaskatheter verwijderd kan worden.
- Als ontslag plaatsvindt voordat de uitslag van het weefselonderzoek bekend is krijgt u een belafspraak mee voor de uroloog om de uitslag van het weefselonderzoek met u te bespreken.
- 3-4 weken na ontslag zal de verpleegkundig specialist u bellen om met u het herstel te evalueren.
- 6 weken na ontslag zal u op controle komen bij de uroloog. De uroloog evalueert het herstel met u en zal bespreken hoe voor u de verdere nacontroles eruit zullen gaan zien.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

