Cytostatica: VIDE
Vincristine, Ifosfamide, Doxorubicine, Etoposide (VIDE)

U gaat starten met een behandeling met cytostatica 

Deze informatie is bedoeld als aanvulling op de informatie die uw arts en verpleegkundige u al gegeven heeft.

In het eerste gedeelte wordt u het verloop van de kuur uitgelegd.

In het tweede gedeelte vindt u informatie over mogelijke bijwerkingen en adviezen en in het derde gedeelte instanties/personen waar u met uw vragen terecht kunt.

1. Het verloop van de kuur

De medicamenten die toegediend worden, zijn:

Medicamenten

Dag

Toedieningswijze

Vincristine

1

via een 10 minuten durend infuus

Ifosfamide

1, 2 ,3

via een 3 uur durend infuus

Doxorubicine

1, 2 ,3

via een 10 minuten durend

Etoposide

1, 2, 3

via een één uur durend infuus

Specifieke maatregelen:

  • Voor elke kuur wordt u opgenomen in ons ziekenhuis.
  • De avond voor de start van de VIDE kuur start u met toediening van extra vocht via een infuus. Ook tijdens en na de kuur krijgt u extra vocht toegediend.
  • Om de blaas te beschermen tegen blaasirritatie door stofwisselingsproducten van de ifosfamide wordt Mesna gegeven, een stof die ook via het infuus wordt toegediend.
  • Als de VIDE normaal gegeven wordt, krijgt u eenmalig een injectie Neulasta (= depotpreparaat G-CSF).
  • Voor het starten van de kuur worden er kweken afgenomen om latente infectie te ondervangen. Deze kweken bestaan uit een neuskweek, keelkweek, urinekweek en ontlastingkweek.
  • Daarnaast start u ter profylaxe met antibiotica om mogelijke ziekteverwerkers te ondervangen. Deze antibiotica worden gestopt wanneer de uitslagen van de kweken bekend zijn en er geen infectiebronnen zijn geconstateerd.
  • Bij de mobilisatiekuur krijgen de patiënten Neupogen, welke korter werkt en dagelijks gespoten moet worden. Deze middelen zorgen ervoor dat het beenmerg de aanmaak van witte bloedlichaampjes zich sneller van de chemotherapie herstelt.
  • In het totaal zult u gedurende 4-5 dagen in ons ziekenhuis opgenomen worden voor deze kuur.
  • Als u zich goed voelt na de kuur, mag u naar huis.
  • Als u veel last ondervindt van de toediening van de kuur kan het voorkomen dat de opname langer duurt totdat u zover hersteld bent dat u op een verantwoorde wijze naar huis kan gaan.

2. Bijwerkingen

De bijwerkingen die het meest bij deze kuur voorkomen zullen nader worden toegelicht en voorzien van adviezen.

Allereerst moet worden benadrukt dat de genoemde bijwerkingen kunnen maar niet hoeven voorkomen. De meeste bijwerkingen zijn van tijdelijke aard.

Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, anderen in mindere mate.

De mate waarin bijwerkingen optreden heeft niets te maken met het resultaat van de behandeling. De genoemde adviezen zijn slechts richtlijnen en geen pasklare oplossingen.

  • Misselijkheid en braken
  • Smaakverandering
  • Invloed op de werking van het beenmerg
  • Vermoeidheid/ verminderde energie
  • Irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies
  • Haaruitval
  • Invloed op de seksualiteit
  • Menstruatiestoornissen
  • Verminderde spermaproductie
  • Roodverkleuring van de urine
  • Blaasirritatie
  • Obstipatie
  • Tintelingen in handen, voeten of een veranderd gevoel in handen, voeten
  • Pijnlijk gevoel bij toediening in de loop van de ader
  • Huiduitslag*, verhoogde gevoeligheid van de huid voor zonlicht
  • Invloed op de werking van de hartspier*
  • Veranderd gedrag
  • Irritatie van de ogen

Bijwerkingen met een * komen zelden voor:

Opmerkingen en adviezen met betrekking tot de bijwerkingen

1. Misselijkheid en braken

Door onder andere irritatie van het maagslijmvlies ontstaat misselijkheid en braken

  • Medicijnen tegen misselijkheid en braken (Granisetron, Metoclopramide). Indien dit niet afdoende helpt, kunnen andere medicijnen geprobeerd worden.
  • Probeer met het eten zelf uit waar u l tegen kunt n. Dit kan voor iedereen anders zijn, en is anders dan ‘normaal’.
  • Gebruik regelmatig lichte kleine maaltijden. Een lege maag kan namelijk ook een misselijk gevoel geven.
  • Eet op tijdstippen dat u minder misselijk bent, zelfs 's nachts als u wakker bent.
  • Forceer uzelf niet tot eten, maar haal de "schade" tussen de kuren in.
  • Bepaalde geuren kunnen misselijkheid verergeren.
  • Zorg voor een frisse kamer en frisse lucht.
  • Probeer in elk geval per dag 1,5 liter vocht te drinken.
  • Vraag zonodig advies van een diëtist.
  • Er bestaat een informatiefolder over medicatie tegen misselijkheid en braken, vraag uw arts of verpleegkundige hierom.

Voedingsadviezen vanuit ervaringen van patiënten.

  • Laat de maag langzaam wennen aan vaster voedsel.
  • Niet met een lege maag opstaan of naar bed gaan.
  • Warme gerechten kunnen tegenstaan. Een alternatief is bijv. een koude maaltijdsalade. Deze smaakt vaak beter en is even "gezond".
  • Gebruik koude koolzuurhoudende dranken, met name Cola of Ginger-ale.
  • Drink koffie en thee liever met melk.

2. Smaakverandering

  • Smaakverandering kan leiden tot verminderde eetlust.
  • Hier is weinig tegen te doen. Probeer veel verschillende producten uit.
  • Als u weinig proeft, is het extra belangrijk dat het eten er aantrekkelijk uitziet.

3. Invloed op de werking van het beenmerg

  • Verminderd aantal witte bloedlichaampjes (leucocyten) geeft verhoogde kans op infecties.
  • Verminderd aantal bloedplaatjes (trombocyten) geeft verhoogde kans op blauwe plekken, een bloedneus en bloedend tandvlees.
  • Verminderd aantal rode bloedlichaampjes (erytrocyten) geeft kans op bloedarmoede.
  • Deze remming van aanmaak van bloedlichaampjes door het beenmerg is van tijdelijke aard.
  • Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken of het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus, bij koorts > 38,5 ° C of snel duizelig worden (sterretjes zien) waarschuwt u, als u dit thuis overkomt, uw arts of dienstdoende arts in het Antoni van Leeuwenhoek.
  • In het algemeen heeft het gebruik van extra vitaminen en/of ijzertabletten geen invloed op het herstel van het beenmerg.
  • Na deze kuur zult u waarschijnlijk een aantal keren een transfusie nodig hebben van bloedplaatjes en rode bloedlichaampjes
  • Als er koorts optreedt in de periode dat u laag aantal witte bloedlichaampjes heeft, krijgt u via een infuus antibiotica toegediend

4. Vermoeidheid / verminderde energie

  • U kunt merken dat u tijdens deze behandeling minder energie heeft, sneller vermoeid raakt en emotioneel kunt zijn.
  • Houd hier rekening mee in uw dagelijks leven, wissel activiteit en rust voldoende af. Blijf met regelmaat bewegen, eventueel onder begeleiding van de fysiotherapeut, om uw conditie op peil te houden en afbraak van spieren te beperken. Uit onderzoek is gebleken dat dit u helpt om beter door de kuren te komen. Probeer in ieder geval iedere dag 20-30 min buiten te bewegen.

5. Irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies

  • U kunt hierdoor een erge droge mond hebben of juist een overmatige speekselproductie.
  • U kunt hierdoor last hebben van taai slijm in uw mond.
  • U kunt hierdoor last krijgen van wondjes in uw mond.
  • Goede mondhygiëne is belangrijk bij het voorkomen en behandelen van irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies.
  • Poets regelmatig uw gebit met een zachte tandenborstel.
  • Spoel uw mond vier tot zes maal per dag met zout water ( 1 theelepel op 250 cc water).
  • Vet regelmatig uw lippen in, dan ontstaan er minder snel kloofjes.
  • Gebruik bij een droge mond een zuurtje of kauwgom.
  • Meld bij een bezoek aan de tandarts dat u met cytostatica wordt behandeld.
  • Overleg bij koortsuitslag op uw lip met uw huisarts. Voorkom uitbreiding.
  • Bij een pijnlijke mond met wit beslag waarschuwt u uw huisarts.
  • Een waterijsje is prettig bij een droge of pijnlijke mond.
  • Er bestaat een informatiefolder over mondverzorging, vraag uw arts of verpleegkundige hierom.

6. Haaruitval

  • Haaruitval begint na ± drie tot zes weken. Dit kan gepaard gaan met een gevoelige hoofdhuid.
  • Behalve het hoofdhaar kan overige lichaamsbeharing ook uitvallen.
  • De haaruitval die optreedt is meestal zodanig dat het dragen van een pruik of een andere hoofdbedekking noodzakelijk is
  • U kunt overwegen een pruik aan te schaffen. Bij de verpleegkundige kunt u dan een machtiging voor vergoeding krijgen en een adressenlijst van kappers die pruiken verzorgen.
  • Het is aan te raden voordat de haaruitval begint naar desbetreffende kapper te gaan zodat hij/ zij uw eigen model ziet.
  • In het boek “Look Good…Feel Better” staan adviezen over uiterlijke verzorging m.b.t. bijvoorbeeld sjaals, pruiken en make-up.

7. Invloed op de seksualiteit

  • Ook tijdens een cytostaticakuur blijft geslachtsgemeenschap mogelijk. Als gevolg van de bijwerkingen kunt u echter minder of geen zin hebben in vrijen of geslachtsgemeenschap.
  • Door de irritatie van het slijmvlies van de vagina kan geslachtsgemeenschap een branderig gevoel geven of pijnlijk zijn.
  • Het gebruik van een glijmiddel kan een oplossing zijn.
  • Tijdens een behandeling met chemotherapie is een goede vorm van anticonceptie noodzakelijk.

8. Menstruatiestoornissen

  • Dit wisselt van “een keer overslaan” tot wegblijven.
  • Kan gepaard gaan met overgangsklachten.
  • Na het einde van de behandeling kan de menstruatie terugkomen.

9. Verminderde spermaproductie

  • Er bestaat een mogelijkheid tot invriezen van sperma.
  • Dit moet gedaan worden voordat de eerste kuur gegeven wordt.
  • Na beëindiging van de kuren kan de spermaproductie zich weer herstellen.

10. Roodverkleuring van de urine door de doxorubicine

Doxorubicine is een rode stof. Na de toediening van de doxorubicine kan de urine een rode kleur hebben t/m/ ongeveer 48 uur na de laatste toediening.

11. Blaasirritatie van de ifosfamide

Ifosfamide kan blaasirritatie veroorzaken. Dit uit zich in klachten die kunnen passen bij een blaasontsteking: pijn bij plassen, soms wat bloed bij de urine (dit ziet er anders uit dan de roodheid door doxorubicine, (die urine heeft een specifieke kleur zonder klachten van de blaas), moeilijk kunnen plassen, zeer vaak moeten plassen met kleine hoeveelheden. Om de kans hierop te verminderen, krijgt u de stof Mesna via het infuus toegediend. Als u desondanks toch last krijgt van blaasklachten, moet u uw arts waarschuwen. Deze kan de urine laten onderzoeken om te bekijken waar de klachten door veroorzaakt worden.

12. Obstipatie door vincristine

Zowel Vincristine als de anti-emetica kunnen obstipatie veroorzaken (het zeer moeilijk krijgen van harde ontlasting, het minder vaak komen van de ontlasting). Hiervoor kunt u laxantia krijgen. Als ondanks de laxantia de ontlasting niet wil komen, moet u uw arts waarschuwen.

13. Tintelingen in handen, voeten, veranderd gevoel in handen en voeten

Vincristine kan de gevoelszenuwen van handen en voeten aantasten. Dit uit zich in een tintelend gevoel in de vingertoppen, tenen of een veranderd gevoel in handen, voeten. Als u dit voelt, moet u uw arts dit vertellen. De dosis vincristine wordt dan aangepast.

14. Pijnlijk gevoel bij toediening in de loop van de ader

Bij toediening van de vincristine of doxorubicine kan u een pijnlijk gevoel in de ader krijgen waarin het infuus zit. Zeg dit tegen de verpleegkundige of de arts die het geeft: bij langzamer geven gaat het meestal beter. U mag geen erge pijn ervaren als de doxorubicine of vincristine toegediend wordt. In dat geval moet u onmiddellijk waarschuwen en er moet gecontroleerd worden of het infuus nog goed in de ader zit. Bij het inlopen van de chemotherapie mag geen onderhuidse bobbel ontstaan.

15. Huiduitslag*, verhoogde gevoeligheid van de huid voor zonlicht

Etoposide kan soms een rode huiduitslag veroorzaken. Als dit optreedt, moet onderzocht worden of dit door de etoposide komt of een andere oorzaak heeft.

De huid is gevoeliger voor zonlicht ten gevolge van de chemotherapie. Dit betekent niet dat u de zon volledig moet mijden, maar wel dat u een goede beschermende zalf moet gebruiken en dat u moet opletten dat uw huid niet rood wordt (niet verbrandt).

16. Invloed op de werking van de hartspier*

Doxorubicine kan boven een bepaalde dosis de pompfunctie van het hart verminderen. Dit kan zich o.a. uiten in kortademigheid, het ontstaan van dikke voeten en/of enkels, het niet meer plat kunnen liggen en hartritmestoornissen. Zonodig wordt de hartfunctie gecontroleerd voor het start van de kuur.

17. Veranderd gedrag*

Ifosfamide kan soms de functie van de hersenen beïnvloeden. Dit kan zich uiten in veranderd gedrag en een veranderd bewustzijn. Als dit optreedt, wordt eerst onderzocht of dit door de ifosfamide wordt veroorzaakt wordt. Als het door ifosfamide wordt veroorzaakt, kan dit bestreden worden met een stof die methyleenblauw heet (het is een blauwe stof) of vitamine C.

18. Irritatie van de ogen

Door de chemotherapie kan de productie van traanvocht verminderen, waardoor de ogen geïrriteerd kunnen zijn. Oogdruppels kunnen verlichting brengen. Het wordt aangeraden tijdens de toediening van doxorubicine geen lenzen te dragen, omdat soms ook het traanvocht iets rood kan zijn, waardoor de lenzen kunnen verkleuren.

Wanneer moet u contact opnemen:

In principe neemt u contact op met uw specialist of dienstdoende arts:

  • Bij aanhoudende misselijkheid en/of braken ondanks het gebruik van medicijnen hiertegen.
  • Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken of rode puntjes (puntbloedinkjes) in de huid.
  • Bij het voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus.
  • Kortademigheid.
  • Huidafwijkingen Koorts boven 38.5 graden Celsius en/of koude rilling.

3. Waar kunt u met uw vragen terecht

Hebt u naar aanleiding van deze informatie nog vragen, blijf daar dan niet mee lopen.

U kunt hiermee terecht bij:

  • uw behandelend arts;
  • de verpleegkundige op de afdeling;
  • het Centrum Patiënteninformatie.

Aanvullende informatie

De KWF-folder over cytostatica is verkrijgbaar op de verpleegafdeling en in het Centrum Patiënteninformatie.

Het boekje ‘107 vragen’ over chemotherapie is verkrijgbaar in het Centrum Patiënteninformatie.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload