Vinorelbine

Deze informatie is bedoeld als aanvulling op de informatie die uw arts en verpleegkundige u al gegeven heeft.

In het eerste gedeelte wordt u het verloop van de kuur uitgelegd. In het tweede gedeelte vindt u informatie over mogelijke bijwerkingen en adviezen en in het derde gedeelte instanties/personen waar u met uw vragen terecht kunt.

1. Het verloop van de kuur

Het medicament dat toegediend wordt, is:

Medicamenten

Kleur

Dag

Toedieningswijze

Tijdsduur

Vinorelbine

helder

1

infuus

+/- 10minuten

Naspoelen 20 minuten

Vinorelbine wordt in principe iedere week toegediend. Soms kan er frequent een rustweek worden gegeven.

Toediening:

  • Iedere kuur kan in principe op de dagbehandeling gegeven worden.
  • Voor elke kuur van start kan gaan, wordt uw bloed gecontroleerd. Afhankelijk van deze uitslag wordt bepaald of de kuur gegeven kan worden of moet worden uitgesteld.
  • Wanneer u tijdens de toediening pijn een prikkelend gevoel of zwelling waarneemt moet u direct de verpleegkundige waarschuwen.

2. Bijwerkingen

De bijwerkingen die het meest bij deze kuur voorkomen zullen nader worden toegelicht en voorzien van adviezen.

Allereerst moet worden benadrukt dat de genoemde bijwerkingen kunnen maar niet hoeven voor te komen. De meeste bijwerkingen zijn van tijdelijke aard.

Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, anderen vrijwel niet. De mate waarin bijwerkingen optreden heeft niets te maken met het resultaat van de behandeling. De genoemde adviezen zijn slechts richtlijnen en geen pasklare oplossingen.

  1. Misselijkheid en braken
  2. Smaakverandering
  3. Invloed op de werking van het beenmerg
  4. Irritatie en / of ontsteking van het mondslijmvlies*
  5. Haaruitval*
  6. Vermoeidheid / verminderde energie
  7. Invloed op de seksualiteit
  8. Menstruatiestoornissen
  9. Tintelingen en doof gevoel in vingertoppen en tenen
  10. Obstipatie
  11. Pijn in de ader tijdens de toediening van het medicijn

Bijwerkingen vermeld met een * komen zelden voor.

  • Geven de bijwerkingen aan
  • Geven de adviezen aan

1.    Misselijkheid en braken

  • Door o.a. irritatie van het maagslijmvlies ontstaat misselijkheid en braken
  • Medicijnen tegen misselijkheid en braken, vraag uw arts hierom.
  • Probeer zelf uit waar u wel tegen kunt en waar niet. Dit kan voor iedereen anders zijn.
  • Gebruik regelmatig lichte kleine maaltijden. Een lege maag kan namelijk ook een misselijk gevoel geven.
  • Eet op tijdstippen dat u minder misselijk bent, zelfs 's nachts als u wakker bent.
  • Forceer uzelf niet tot eten, maar haal de "schade" tussen de kuren in.
  • Bepaalde geuren kunnen misselijkheid verergeren.
  • Zorg voor een frisse kamer en frisse lucht.
  • Probeer in elk geval per dag 1,5 liter vocht te drinken.
  • Vraag zo nodig advies van een diëtist.
  • Er bestaat een informatiefolder over medicatie tegen misselijkheid en braken, vraag uw arts of verpleegkundige hierom.

Voedingsadviezen vanuit ervaringen van patiënten.

  • Laat de maag langzaam wennen aan vaster voedsel.
  • Niet met een lege maag opstaan of naar bed gaan.
  • Warme gerechten kunnen tegenstaan. Een alternatief is bijv. een koude maaltijdsalade. Deze smaakt vaak beter en is even "gezond".
  • Gebruik koude koolzuurhoudende dranken, met name Cola of Ginger-ale.
  • Drink koffie en thee liever met melk.

2.    Smaakverandering

  • Smaakverandering kan leiden tot verminderde eetlust.
  • Hier is weinig tegen te doen. Probeer veel verschillende producten uit.
  • Als u weinig proeft, is het extra belangrijk dat het eten er aantrekkelijk uitziet.

 

3.    Invloed op de werking van het beenmerg

  • Verminderd aantal witte bloedlichaampjes (leukocyten) geeft verhoogde kans op infecties.
  • Verminderd aantal bloedplaatjes (thrombocyten) geeft verhoogde kans op blauwe plekken, een bloedneus en bloedend tandvlees.
  • Verminderd aantal rode bloedlichaampjes(erytrocyten) geeft kans op bloedarmoede.
  • Deze remming van aanmaak van bloedlichaampjes door het beenmerg is tijdelijk.
  • Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken of het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus, bij koorts > 38,5 o C of snel duizelig worden (sterretjes zien) waarschuwt u uw arts of dienstdoende arts in het Antoni van Leeuwenhoek.
  • In het algemeen heeft het gebruik van extra vitaminen en/of ijzertabletten geen invloed op het herstel van het beenmerg.

4.    Irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies*

  • U kunt hierdoor een erge droge mond hebben of juist een overmatige speekselproductie.
  • U kunt hierdoor last hebben van taai slijm in uw mond.
  • U kunt hierdoor last krijgen van wondjes in uw mond.
  • Goede mondhygiëne is belangrijk bij het voorkomen en behandelen van irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies.
  • Poets regelmatig uw gebit met een zachte tandenborstel. Vet regelmatig uw lippen in, dan ontstaan er minder snel kloofjes.
  • Gebruik bij een droge mond een zuurtje of kauwgom.
  • Meld bij een bezoek aan de tandarts dat u met cytostatica wordt behandeld.
  • Overleg bij koortsuitslag op uw lip met uw huisarts. Voorkom uitbreiding.
  • Bij een pijnlijke mond met wit beslag waarschuwt u uw huisarts.
  • Een waterijsje is prettig bij een droge of pijnlijke mond.
  • Er bestaat een informatiefolder over mondverzorging, vraag uw arts of verpleegkundige hierom.

5.    Haaruitval*

  • Haaruitval komt zelden voor. Wel kan het haar in de loop van de behandeling dunner worden.
  • In het boek ‘Look Good…Feel Better’ staan adviezen over uiterlijke verzorging mbt bijvoorbeeld sjaals, pruiken en make-up.

6.    Vermoeidheid / verminderde energie

  • U kunt merken dat u tijdens deze behandeling minder energie heeft, sneller vermoeid raakt en emotioneel kunt zijn.
  • Houd hier rekening mee in uw dagelijks leven; neem voldoende tijd om te rusten.

7.    Invloed op de seksualiteit

  • Ook tijdens een cytostaticakuur blijft geslachtsgemeenschap mogelijk. Als gevolg van de bijwerkingen kunt u echter minder of geen zin hebben in vrijen of geslachtsgemeenschap.
  • Door de irritatie van het slijmvlies van de vagina kan geslachtsgemeenschap een branderig gevoel geven of pijnlijk zijn.
  • Het gebruik van een glijmiddel kan een oplossing zijn.
  • Tijdens een behandeling met chemotherapie is een goede vorm van anticonceptie noodzakelijk.

8.    Menstruatiestoornissen

  • Dit wisselt van “een keer overslaan” tot wegblijven.
  • Kan gepaard gaan met overgangsklachten.
  • Na het einde van de behandeling kan de menstruatie terugkomen.

9.   Tintelingen en doof gevoel in de vingertoppen en tenen

  • Melden bij een volgend ziekenhuisbezoek.

10.  Obstipatie

  • Overleg met uw arts als u denkt dat uw ontlasting veel minder vaak komt dan u gewend bent.
  • Overleg met uw arts als u meer dan twee dagen geen ontlasting hebt gehad.
  • Vraag uw arts om laxantia.
  • Drink minstens 1,5 liter per dag.
  • Probeer elke dag te bewegen, bijvoorbeeld lopen.

11.   Pijn in de ader tijdens het inlopen van het medicijn

  • Mocht u pijn hebben tijdens het infuus, meld dit bij de verpleegkundige.

Wanneer waarschuwen:

In principe neemt u contact op met uw specialist of dienstdoende arts:

  • Bij aanhoudende misselijkheid en/of braken ondanks het gebruik van medicijnen hiertegen.
  • Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken.
  • Bij het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus.
  • Bij koorts > 38,5 o C.



3. Waar kunt u met uw vragen terecht

Hebt u naar aanleiding van deze informatie nog vragen, blijf daar dan niet mee lopen.

U kunt hiermee terecht bij:

  • uw behandelend arts;
  • de verpleegkundige op de afdeling;
  • de verpleegkundige op de Dagbehandeling;
  • het Centrum Patiënteninformatie.

 

Bij het CKvL (Centrum voor Kwaliteit van Leven) kunnen u of de mensen uit uw omgeving terecht met vragen over:

  • de situatie waarin u zich bevindt;
  • uw ziekte en/of behandeling;
  • hoe het thuis nu moet;
  • de mogelijkheid van inschakeling van een gezinshulp of een wijkverpleegkundige;
  • uw seksualiteit;
  • of als u gewoon eens wilt praten.

Aanvullende informatie

De KWF folder over chemotherapie en het boekje ’107 vragen over cytostatica’ zijn verkrijgbaar in het Centrum Patiënteninformatie.

 

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload