VIP kuur
etoposide- cisplatin- ifosfamide kuur
Uw arts heeft met u besproken dat u een behandeling met chemotherapie krijgt
In dit document vindt u informatie over:
- De behandeling
- Informatie over de bijwerkingen van chemotherapie
- Wanneer moet u direct contact opnemen met het ziekenhuis
- Meer informatie
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de behandeling. Wij moedigen u en uw naasten aan om deze informatie goed door te lezen, zodat u zo min mogelijk belemmerd wordt door onzekerheid en zorgen.
Deze informatie is een aanvulling op de mondelinge informatie die u gekregen heeft. U kunt thuis alles nog eens rustig nalezen.
1. De behandeling
Het behandelschema
Er is met u besproken op welke afdeling en op welk tijdstip u verwacht wordt. U kunt uw afspraak controleren in uw digitale patiëntenportaal MijnAVL.
Opnameduur: 6 dagen
Frequentie van de kuur: iedere 3 weken
Behandelschema cytostatica
Uw behandeling bestaat uit 3 soorten chemotherapie die 5 dagen achter elkaar elke dag zullen worden toegediend via een infuus.
Cytostatica | Toedieningswijze | Dag van toediening | Hoeveelheid vloeistof bij infuus | Inloopsnelheid bij infuus |
Etoposide | iv | 1, 2, 3, 4, 5 | In 500ml -1 liter | 1 – 2 uur |
Cisplatin | iv | 1, 2, 3, 4, 5 | In 1 liter | 4 uur |
Ifosfamide | iv | 1, 2, 3, 4, 5 | In 500 ml | 1 uur |
Spoelschema
Cisplatin en Ifosfamide hebben een negatief effect op de nieren en blaas. Daarom krijgt u vooraf en gedurende de chemokuur ruim 3 liter extra vocht door het infuus per dag. Dit betekent dat u continu aan het infuus bent, gedurende de opname.
Er wordt nauwkeurig op gelet of uw lichaam niet teveel vocht vast gaat houden. Daarom wordt u 3x daags gewogen, en wordt er zo nodig een plasmiddel toegediend.
2. Bijwerkingen en adviezen m.b.t.
chemotherapie
Door de chemotherapie kunnen bijwerkingen optreden. Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, andere mensen weinig. Het optreden van bijwerkingen en de mate waarin, zegt niets over het effect van de chemotherapiekuur op de ziekte. Bespreek altijd alle bijwerkingen of klachten met uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige.
U ontvangt onderstaande informatie, zodat u bij eventuele bijwerkingen weet hoe u er het beste mee om kunt gaan. Deze staan gerangschikt op alfabetische volgorde.
Bijwerkingen aan het bloed/ beenmerg
In het beenmerg worden rode bloedcellen (erytrocyten), witte bloedcellen (leukocyten) en bloedplaatjes (thrombocyten) gemaakt. Cytostatica remmen de aanmaak van deze cellen, waardoor er tijdelijk te weinig bloedcellen aanwezig zijn.
Bloedarmoede
Rode bloedcellen zorgen ervoor dat de ingeademde zuurstof door het hele lichaam wordt vervoerd. Een verminderd aantal rode bloedcellen veroorzaakt bloedarmoede. Hierdoor kunt u extra vermoeid zijn. Bij ernstige klachten kan een bloedtransfusie noodzakelijk zijn.
Extra vitaminen en/of ijzertabletten hebben meestal geen invloed op het herstel van het beenmerg.
Leukopenie
Witte bloedcellen beschermen u tegen infecties. Door een verminderd aantal witte bloedlichaampjes heeft u een verhoogd risico op infectie. Als u koorts krijgt (temperatuur 38,5 graden of hoger), waarschuw dan uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige.
Trombocytopenie
Bloedplaatjes zijn nodig bij de bloedstolling. Een verminderd aantal bloedplaatjes geeft een verhoogd risico op blauwe plekken, bloedneuzen, bloedend tandvlees en een verhevigde menstruatie. Bij het ontstaan van blauwe plekken en/of het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus, waarschuw dan uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige.
Het aantal bloedcellen is bepalend voor het al dan niet doorgaan van de behandeling. Daarom wordt regelmatig uw bloed gecontroleerd. Als de bloedwaarden afwijkend zijn, kan het voorkomen dat de dosering van de kuur wordt aangepast of dat de kuur een aantal dagen wordt uitgesteld.
Blaaswandbeschadiging
Door de Ifosfamide in de VIP kuur kan er beschadiging aan de blaaswand ontstaan. Hierdoor kunnen de volgende klachten optreden:
- pijn bij het plassen;
- pijn in de onderbuik;
- bloed of bloedstolsels bij de urine;
- vaker plassen;
- niet goed kunnen plassen.
Om dit te voorkomen, krijgt u tijdens de kuur veel vocht toegediend via het infuus. Dit wordt gecombineerd met het medicijn Mesna, om de blaaswand te beschermen.
Wanneer u thuis bent, is het belangrijk dat u voldoende drinkt. Minimaal 2 liter vocht per dag. Dit zijn ongeveer 16 kopjes. Uw urine wordt regelmatig gecontroleerd om eventuele beschadigingen tijdig op te sporen. Bij onderstaande klachten dient u contact op te nemen met uw behandelend arts:
- wanneer er bloed bij de urine te zien is;
- wanneer u pijn heeft bij het plassen;
- wanneer u frequent kleine beetjes plast.
Darmen
Cytostatica kunnen het slijmvlies van de darmen irriteren. Daardoor kunt u last krijgen van verstopping ( = obstipatie) of van diarree.
Ook de medicatie die u tegen de misselijkheid krijgt, zoals Granisetron en /of Emend kan obstipatie veroorzaken. Bespreek uw klachten van obstipatie of diarree altijd met uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige tijdens het volgende poli-bezoek. Soms krijgt u preventief medicatie om verstopping tegen te gaan.
Obstipatie
Er is sprake van obstipatie als u minder dan eenmaal in de drie dagen ontlasting heeft of als de ontlasting hard is en de stoelgang pijnlijk is. Bij verstopping kunt u de volgende adviezen opvolgen:
- Zorg dat u voldoende blijft drinken of sondevoeding blijft gebruiken. Streef naar minimaal 2 liter vocht per 24 uur.
- Vraag de diëtiste om advies over vezelrijke voeding.
- Zorg voor voldoende beweging.
- Neem de laxans (meestal movicolon of magnesiumoxide tabletten) in volgens voorschrift van uw internist.
Heeft u langer dan vier dagen geen ontlasting gehad, neem dan contact op met uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige.
Diarree
U heeft last van aanhoudende diarree als u vier tot zes keer per dag waterdunne ontlasting heeft. Bij deze klacht kunt u de volgende adviezen opvolgen:
- Zorg dat u voldoende vocht binnen krijgt. Streef naar minimaal 2 liter vocht per 24 uur.
- Gebruik extra bouillon en/of (tomaten)soep.
- Eet regelmatig kleine maaltijden, en vermijd laxerende en gasvormende producten, zoals kool, prei, ui, specerijen en citrusfruit.
- Heeft u langer dan 24 uur diarree en misselijkheid waardoor u niet kunt eten of drinken, neem dan contact op met uw behandelend arts of huisarts.
Gedragsverandering
Ifosfamide kan soms de functie van de hersenen beïnvloeden. Dit kan zich uiten in gedragsverandering en ander bewustzijn dan voorheen. Als dit optreedt, meld dit dan direct bij uw behandelend arts of verpleegkundig specialist. Er wordt eerst gekeken of dit al dan niet door de ifosfamide wordt veroorzaakt.
Gehoorafwijkingen
Sommige cytostatica kunnen het gehoor aantasten. Dit betekent dat u last kunt krijgen van een verminderd gehoor, vooral voor de hoge tonen en/of van een zoemend geluid in het oor.
Klachten aan het gehoor zijn in eerste instantie tijdelijk, maar kunnen blijvend worden. Om dit inzichtelijk te maken wordt voor en na de kuur een gehoortest afgenomen. Geef deze klachten altijd door aan uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige.
Haaruitval
De chemotherapiekuur die u krijgt, veroorzaakt haaruitval. Dit begint ongeveer drie weken na de start van de chemotherapiekuur. De hoofdhuid kan daarbij gevoelig of zelfs pijnlijk worden. Niet alleen uw hoofdhaar, maar ook overige lichaamsbeharing valt uit. In alle gevallen is de haaruitval tijdelijk. U kunt overwegen een haarwerk te nemen. Een pet, hoed, sjaal of muts kunnen een goed alternatief of een goede afwisseling zijn. Een deel van de kosten voor een haarwerk wordt vergoed door de zorgverzekeraar. U heeft hiervoor een machtiging nodig. Deze machtiging kan de verpleegkundige voor u uitschrijven.
In het Centrum Patiënteninformatie kunt u meer informatie krijgen over haaruitval en hoofdbedekking. Hier vindt u ook informatie over de workshop uiterlijke verzorging van de Stichting Look Good Feel Better. Deze workshop wordt iedere maand in het Antoni van Leeuwenhoek gegeven.
Hoofdpijn
Door de chemotherapiekuur of antimisselijkheidsmedicatie die u krijgt, kunt u last krijgen van hoofdpijn. Dit kan gepaard gaan met een overgevoeligheid voor prikkels zoals licht en geluid.
- Vermijd een prikkelende omgeving, zorg voor een rustige, eventuele verduisterde ruimte.
- Probeer met koude kompressen de hoofdpijn te verlichten.
- Gebruik paracetamol.
- Vermeld het voorkomen van hoofdpijn altijd bij het volgende poli-bezoek.
Huid
Om een droge huid, uitslag of jeuk als gevolg van de chemotherapiekuur zoveel mogelijk te voorkomen, adviseren wij u rekening te houden met de volgende punten:
- Draag geen knellende kleding en liefst kleding gemaakt van natuurlijke stoffen.
- Gebruik liever geen zeep tijdens het baden of douchen en gebruik bij voorkeur lauwwarm water. U kunt in plaats van zeep, bad- of douche-olie gebruiken.
- Smeer de huid dagelijks in met een hydraterende en ongeparfumeerde lotion of crème.
- Probeer felle zon te vermijden. Gebruik altijd een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor (factor 30 of hoger).
- Geef jeukklachten aan bij uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige; u krijgt dan een koelzalf tegen de jeuk.
Huidverkleuring
Klachten bij verkleuring kunnen zijn:
- het ontstaan van donkere vlekjes door extra pigment in de huid;
- donkere verkleuring van de bloedvaten waar het infuus in heeft gezeten;
- donkerder worden van de handlijnen en nagels.
Deze afwijkingen kunnen maanden zichtbaar zijn, maar verdwijnen meestal weer.
Insteekopening van het infuus
Door de chemotherapiekuur kan op de plaats van de insteekopening van het infuus een ongewenste zwelling, roodheid, irritatie van het bloedvat of verkleuring van de huid ontstaan. Dit kan ook een aantal dagen na beëindigen van het infuus ontstaan. Bij aanhoudende irritatie of pijn dient dit gemeld te worden bij de arts.
Interactie met andere medicatie:
- Overleg over het gebruik van medicatie en/of voedingssupplementen met uw behandelend arts.
- In verband met de toediening van cisplatin, dienen visoliesupplementen vermeden te worden vanaf 24 uur voor de toediening van de cisplatin tot 24 uur na de toediening.
- Als u incidenteel een pijnstiller wilt gebruiken, neem dan bij voorkeur paracetamol. Bij regelmatige of langdurige pijnklachten overleggen met uw arts.
Misselijkheid en braken
Na toediening van de chemotherapiekuur kunt u last krijgen van misselijkheid. De ernst en duur van de misselijkheid hangt af van de soort en dosis cytostatica die u krijgt. De gevoeligheid voor deze bijwerking varieert per persoon.
Misselijkheid is moeilijk te behandelen. Daarom is het belangrijk om misselijkheid zo veel mogelijk te voorkomen. U krijgt voorafgaand aan het toedienen van de chemotherapiekuur medicijnen om misselijkheid en braken te voorkomen. Ook thuis dient u nog een aantal dagen medicatie te nemen tegen misselijkheid. Neem deze in zoals uitgelegd is en volgens het bijgevoegde schema, ondanks de eventuele bijwerkingen van deze anti-emetica.
Vraag voor meer informatie naar de folder ‘Medicijnen tegen misselijkheid’ bij uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige.
Mondslijmvliesontsteking
De cytostatica kan het mondslijmvlies beschadigen. Daardoor kunnen er problemen ontstaan bij de tanden, het tandvlees, het zachte en harde gehemelte, het wangslijmvlies, de tong, de lippen en het speeksel.
Een goede mondverzorging tijdens de chemotherapiekuur is daarom belangrijk. U kunt al veel problemen voorkomen door uw mond 6 tot 10 keer per dag te spoelen met zout water.
De zoutoplossing kunt u zelf maken. Los 1 afgestreken eetlepel zout (= 9 gram) op in één liter lauw (evt. gekookt) water. Indien u misselijk wordt van deze zoutoplossing, maakt u dan een oplossing van één liter lauw water waarin u één theelepel zout met één theelepel bakpoeder (natriumbicarbonaat) oplost. Maak iedere dag een verse oplossing. Verwijder indien van toepassing bij het spoelen uw gebitsprothese(n).
Mondslijmvliesklachten kunnen op verschillende manieren tot uiting komen. Dit verschilt per persoon. U kunt last krijgen van de volgende klachten:
- droge mond;
- smaakverlies;
- gevoelige of pijnlijke mond;
- infecties;
- snel bloedend tandvlees.
U kunt de meeste van deze bijwerkingen zelf zien of voelen. Bekijk en inspecteer daarom dagelijks uw mond, zodat u tijdig uw klachten kunt aangeven.
Als u klachten heeft in de mond kan dit het verloop van uw behandeling met chemotherapie beïnvloeden. Daarom dient u deze klachten altijd te melden bij uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige. U kunt daar of op de afdeling ook vragen naar de folder: ‘Mondverzorging’ .
Nierfunctiestoornis
Door de chemotherapiekuur kan er een beschadiging aan het nierweefsel ontstaan waardoor de functie van de nier achteruit gaat. Om uw nieren zoveel mogelijk te beschermen, krijgt u tijdens de behandeling veel vocht toegediend via het infuus. Het is vooral belangrijk dat u thuis voldoende, minimaal 2 liter vocht, drinkt.
Bij extra vochtverlies door een andere oorzaak, zoals warm weer, diarree of koorts, is het wenselijk dat u nog een liter extra drinkt. Probeer niet alleen water te drinken, maar ook vruchtensap, tomatensap, bouillon of een sportdrank om daarmee de nodige lichaamszouten vast te houden.
Om een verslechtering van de nierfunctie vroegtijdig op te sporen, wordt voorafgaand aan iedere chemotherapiekuur uw bloed onderzocht.
Ogen
Door uitdroging van uw oogslijmvlies kunnen uw ogen gaan irriteren. U merkt dit aan rode, pijnlijke of tranende ogen. Dit gaat vanzelf weer over. Tijdens de behandeling adviseren wij u rekening te houden met de volgende punten:
- Het dragen van contactlenzen wordt afgeraden.
- Lees met voldoende achtergrondverlichting en neem voldoende afstand van de televisie.
- Gun uw ogen rust door ze regelmatig voor korte tijd te sluiten.
- Vraag eventueel aan uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige oogdruppels als u last heeft van droge ogen.
Overgevoeligheid of allergische reactie tijdens toediening
Cytostatica en/of de vloeistof waarin deze worden opgelost, leiden soms tot een allergische reactie. Een allergische reactie begint vaak met:
- roodheid en huiduitslag, soms ook jeuk over het hele lichaam;
- verwijding van de bloedvaten.
Een allergische reactie treedt meestal op tijdens de toediening. Als dit gebeurt, kunnen de volgende verschijnselen optreden:
- bleekheid of juist roodheid;
- gezwollen oogleden en een opgezet gezicht;
- beklemmend gevoel op de borst;
- duizeligheid en bloeddrukdaling;
- rillen;
- misselijkheid en darmkrampen;
- kortademigheid;
- prikkelingen in neus;
- gevoel van onrust;
- rugpijn.
Wanneer u tijdens de toediening last krijgt van één of meer van de bovenstaande verschijnselen, meldt dit dan meteen aan de verpleegkundige. De toediening wordt dan tijdelijk onderbroken of gestopt en u krijgt indien nodig medicijnen toegediend om de verschijnselen te bestrijden. Als u thuis ook last heeft van een van deze klachten meldt dit dan aan de verpleegkundige bij opname voor de volgende kuur.
Seksualiteit
Veel mensen ervaren een grote behoefte aan lichamelijke warmte, tederheid en intimiteit maar hebben tijdens de periode van chemokuren minder zin in seksueel contact. Dit kan mede worden veroorzaakt door een aantal lichamelijke klachten als gevolg van de chemokuur.
Aarzel niet om problemen op het gebied van seksualiteit te bespreken met uw specialist of verpleegkundige. U kunt in het Antoni van Leeuwenhoek terecht bij medewerkers die ervaren zijn in het bespreken van problemen op het gebied van intimiteit, seksualiteit en kanker. Bij hen kunt u terecht met vragen en twijfels op dit gebied. Hiervoor kunt u een afspraak maken via het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven. Meer informatie en het boekje ‘80 vragen over kanker en seksualiteit’ vindt u bij het Centrum Patiënteninformatie.
Smaakverandering
Door de chemotherapiekuur kunt u last krijgen van smaakverandering of smaakvermindering. Smaakverandering of - vermindering kan leiden tot verminderde eetlust.
- Wanneer u voldoende drinkt, minimaal 2 liter per dag, voorkomt u uitdroging en treedt een vieze smaak minder snel op. Bovendien zorgt u er zo ook voor dat de nieren alle afvalstoffen kunnen afvoeren.
- Voeding die u eerst aangenaam vond, smaakt nu misschien niet meer. En voeding die u normaal gesproken niet aangenaam vond, smaakt u nu misschien juist wel. Experimenteer zoveel mogelijk met voeding om uit te vinden welke voeding het beste bij uw veranderde smaak past.
- Als u weinig smaak heeft, is het extra belangrijk dat het eten er aantrekkelijk uitziet.
Vermoeidheid
U zult merken dat u tijdens en na de chemotherapiekuur minder energie heeft, sneller vermoeid raakt en meer moeite heeft met concentreren. De oorzaken van vermoeidheid bij kanker en chemotherapie zijn complex en kunnen ook niet altijd worden achterhaald.
- Houd hier rekening mee in uw dagelijks leven. Zorg voor een goede verdeling van activiteiten over de dag. Bouw rustmomenten in.
- Maak onderscheid tussen belangrijke en minder belangrijke zaken. Stel prioriteiten.
- Als familie of vrienden hulp aanbieden, accepteer deze hulp dan. Zo kunt u zelf meer tijd en energie overhouden voor de dingen die u leuk of belangrijk vindt.
- Probeer uw conditie op peil te houden door in beweging te blijven. Wandelen is bij uitstek een geschikte activiteit. Hoe beter uw lichamelijke conditie, hoe minder snel u moe bent en hoe sneller u herstelt als u moe bent.
- Heeft u last van vermoeidheid, bespreek dit dan met uw behandeld arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige.
Vruchtbaarheid
Chemotherapie kan zorgen voor blijvende onvruchtbaarheid. Vraag uw internist eventueel naar mogelijkheden om uw sperma in te vriezen of uw eicellen te preserveren.
Daarnaast kan cytostatica bij een zwangerschap aangeboren afwijkingen veroorzaken. Het is daarom raadzaam voor vrouwelijke en mannelijke patiënten om, tijdens en een bepaalde tijd na de behandeling met chemotherapie, anticonceptie te gebruiken om een zwangerschap te voorkomen. Bespreek de anticonceptiemaatregelen en de duur waarvoor ze gelden met uw behandelend arts. Over het algemeen is het advies minstens een periode van een half jaar aan te houden. Als u het vermoeden hebt dat u zwanger bent, breng uw arts dan direct op de hoogte.
3. Wanneer moet u direct contact opnemen met het ziekenhuis
Het kan zijn dat er situaties ontstaan waardoor het noodzakelijk is om direct of op korte termijn een zorgverlener in het ziekenhuis te waarschuwen.
Bij de volgende klachten dient u direct uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige te waarschuwen.
- blauwe plekken, zonder dat u bent gevallen of zich heeft gestoten;
- wanneer een bloedneus of het bloeden van een wondje langer dan een half uur aanhoudt;
- koorts boven 38,5 graden, met of zonder koude rillingen;
- verminderd gevoel, verminderde kracht of tinteling in armen of benen.
Wanneer onderstaande klachten langer dan 24 uur aanhouden, dient u direct uw behandeld arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige te waarschuwen.
- bij aanhoudende misselijkheid en/of braken (drie tot vier keer per dag), ondanks het gebruik van medicijnen tegen misselijkheid en/of braken;
- diarree (vier tot zes keer per dag en waterdun) die langer duurt dan 24 uur, gepaard met misselijkheid, waardoor u ook niet kunt eten of drinken;
- langer dan vier dagen geen ontlasting;
- hevige menstruatie;
- bloed in de ontlasting of urine;
- verschijnselen die kunnen duiden op bloedarmoede, zoals vermoeidheid, hartkloppingen en duizeligheid;
- kortademigheid;
- pijnlijke plekjes in uw mond en moeite met slikken, waardoor u niet kunt eten of drinken;
- een pijnlijk, branderig gevoel bij het plassen;
- elk nieuw verschijnsel waarvan u vermoedt dat het in verband staat met uw behandeling.
4. Meer informatie
Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.