Vulvakanker
Inleiding
Kanker van de vulva is een zeldzame kwaadaardige aandoening van de huid van de schaamlippen. De eerste klachten kunnen bestaan uit langdurige jeuk en irritatie, en soms bloedverlies.
De behandeling is meestal een operatie: daarbij worden de kanker en zo nodig lymfklieren van één of beide liezen verwijderd. Soms, als er uitzaaiingen in de lymfklieren zijn, moet nog aanvullend bestraling plaatsvinden. De prognose is meestal goed, afhankelijk van de grootte van de kanker en van eventuele uitzaaiingen.
Wat is kanker van de vulva?
De vulva is de huid rond de schede en bestaat uit de kleine en grote schaamlippen en de clitoris (zie onderstaand figuur) (zie NVOG-folders: Aandoeningen van de vulva en Het eerste bezoek aan de gynaecoloog).
Er bestaan verschillende vormen van kanker van de vulva:
- Vulvacarcinoom ontstaat uit de huid van de schaamlippen en is de meest voorkomende kanker van de vulva.
- Vulvamelanoom ontstaat uit de pigmentcellen van de huid van de schaamlippen en komt minder vaak voor.

Bij wie komt kanker van de vulva voor?
Kanker van de vulva is zeldzaam en komt in Nederland bij ongeveer 350 vrouwen per jaar voor. De meesten zijn ouder dan 70 jaar.
Hoe ontstaat kanker van de vulva?
Kanker van de vulva ontstaat zeer langzaam uit afwijkende cellen in de huid van de vulva. De laatste jaren is duidelijk geworden dat er vooral twee vormen van vulvakanker voorkomen, die uit verschillende huidafwijkingen kunnen ontstaan. Vulvaire intra-epitheliale neoplasie (VIN) en Lichen sclerosus (LS). Deze huidafwijkingen blijven bijna altijd goedaardig, maar kunnen in minder dan 10 procent uitgroeien tot kanker.
VIN
Het ontstaan van onrustige cellen in de huid van de schaamlippen door een infectie met Humaan papillomavirus (HPV). Deze afwijkingen worden ook wel HSIL genoemd (High-grade Squamous Intraepithelial Lesion). De kenmerken kunnen zijn: wratten, donkere verkleuringen en verdikkingen in de schaamlippen. HSIL is een voorstadium van schaamlipkanker. Een voorstadium is een goedaardige afwijking die nog geen kanker is, maar dat wel kan worden.
LS
LS (lichen sclerosus) komt het vaakst voor. Lichen betekent wit en sclerosus betekent hard, dus de huid van de vulva wordt hierbij harder en witter (zie NVOG-folder: Aandoeningen van de vulva). LS is een goedaardige huidafwijking waarvan de oorzaak onbekend is en die vaak al jaren bestaat. Bij ongeveer 5% van de vrouwen met LS kan kanker van de vulva ontstaan.
Wat zijn de klachten bij kanker van de vulva?
De belangrijkste klacht van vrouwen met kanker van de vulva is jeuk, branderigheid of irritatie en pijn van de schaamlippen, vooral tijdens en na het plassen. Soms is een zwelling voelbaar en treedt er bloedverlies op. Vaak bestaan de jeuk en irritatie (achteraf gezien) al jaren.
Onderzoek
Bij het vermoeden op kanker van de vulva zal een biopt (een klein stukje weefsel) van de afwijking worden genomen. Dit gebeurt op de polikliniek of in de behandelkamer na verdoven van de huid.
Vaak wordt ook een foto van de afwijking gemaakt.
Daarna doet de gynaecoloog inwendig onderzoek en voelt vaak in beide liezen om eventuele uitzaaiingen in de liesklieren op het spoor te komen. De patholoog beoordeelt in het laboratorium het biopt onder de microscoop. De uitslag zal daarom niet meteen bekend zijn.
Als er sprake is van vulvakanker wordt gekeken of er eventuele uitzaaiingen zijn. Hiervoor wordt dan echo-onderzoek van de liezen verricht, een longfoto gemaakt en soms een scan van de buik en de longen.
Behandeling
Operatie
Wanneer uit het biopt blijkt dat het gaat om vulvakanker, overlegt de gynaecoloog van het verwijzend ziekenhuis met een ziekenhuis waar veel ervaring bestaat met de behandeling van deze aandoening (een zogenaamd centrumziekenhuis). Het Antoni van Leeuwenhoek is zo’n centrumziekenhuis.
De behandeling bestaat uit een operatie waarbij de kanker wordt weggehaald. De afwijking wordt verwijderd met een rand 'normale' huid eromheen om de kans dat de kanker hier terugkomt zo klein mogelijk te maken.
Het is maar zelden nodig dat hierbij ook de clitoris, een stukje van de plasbuis, de vagina of van de kringspier van de anus wordt verwijderd. Vaak haalt de gynaecoloog ook de lymfklieren in één of beide liezen weg. Dit kan meestal met de schildwachtklier-procedure.
Schildwachtklier-procedure
Voor de lymfklieren in de liezen bestaat er de laatste jaren de schildwachtklier procedure. Bij deze methode kan voorkomen worden dat lymfklieren voor niets worden verwijderd. Bij deze schildwachtklier-procedure wordt er de middag vóór of de ochtend van de operatie een radioactieve vloeistof rond de kanker op de vulva ingespoten. Deze vloeistof wordt door de lymfbanen opgenomen en naar een of meerdere lymfklieren in de lies vervoerd. Lymfklieren die de vloeistof opnemen worden zichtbaar op een röntgenfoto en kunnen door middel van een veel kleinere liesoperatie worden weggenomen.
Volledige klierverwijdering
Als de kanker te groot is voor de schildwachtklier-procedure kan er besloten worden tot verwijdering van alle lymfklieren in die lies. Als er voor de operatie al voelbare lymfklieren in de liezen zijn met een aangetoonde uitzaaiing worden meestal alleen de vergrote en verdachte klieren uit die lies verwijderd. Hiervoor verwijzen we naar de folder Liesklierdissectie Gynaecologie. Afhankelijk van de pathologie uitslag van de schaamlipkanker en verwijderde klieren kan de behandeling worden gevolgd door bestraling.
Behandeling bij uitzaaiingen
Bestraling
Zijn er uitzaaiingen in de lymfklieren, dan is vaak uitwendige bestraling nodig in het gebied van de liezen en soms op het bekken. De bestraling start ongeveer vier tot zes weken na de operatie en duurt veelal vier weken. Bij een grote kanker van de vulva of groei tot aan/in de plasbuis of anus wordt soms als behandeling bestraling in combinatie met chemotherapie gekozen. Dan zal er geen operatie plaatsvinden. Bestraling is soms ook de eerste keuze van behandeling als uw conditie een operatie niet toelaat. Medicijnen voor vulvakanker bestaan er op dit moment nog niet.
Kans op genezing
Vulvakanker is een goed behandelbare ziekte als het in een vroeg stadium wordt ontdekt. Met 'vroeg' bedoelen we het stadium van een kleine tumor zonder uitzaaiingen in de lymfklieren van de lies. Hierbij is genezing mogelijk bij 80 tot 90 procent van de vrouwen met vulvakanker. Zelfs als er (weinig) uitzaaiingen zijn, bijvoorbeeld een kleine uitzaaiing in één of twee lymfklieren, is genezing nog steeds bij 60 tot 70 procent van de vrouwen mogelijk. Bij ongeveer 20 procent van de vrouwen met deze ziekte kan op dezelfde plaats kanker terugkomen of zelfs na lange tijd weer opnieuw ontstaan.
Als dit op tijd wordt ontdekt is opnieuw genezing door een operatie vaak mogelijk.
Mogelijke bijwerkingen en complicaties van de behandelingen
Bij de operatie van de vulva en de lymfklieren
Vroege gevolgen
De belangrijkste bijwerkingen direct na de operatie kunnen zijn: een infectie, een stoornis in de wondgenezing of het ontstaan van lymfcysten (vochtophopingen) in de liezen. Bij al deze bijwerkingen moet u contact opnemen met de gynaecoloog.
Late gevolgen
De meeste late gevolgen treden alleen op als ook de lymfklieren zijn verwijderd. De belangrijkste late bijwerking is lymfoedeem (vochtophoping) aan de benen. Dit is lastig en vaak ook pijnlijk.
U kunt uw gynaecoloog/verpleegkundig specialist vragen of de fysiotherapeut/lymfoedeemtherapeut hier iets aan kan doen. Na de operatie kan de huid rond de littekens en een deel van het bovenbeen gevoelloos zijn. Dit is niet te verhelpen.
Soms zijn er plasklachten na de operatie. Meestal betreft dit een veranderde straal van de plas (sproeien). Er is na de operatie een verhoogd risico op wondroos van het onderlichaam/benen. Dit noemen wel ook wel erysipelas. Bij huidafwijkingen of klachten van de huid moet u daarom contact opnemen met uw huisarts of het Antoni van Leeuwenhoek zodat bekeken kan worden of er antibiotica gestart moet worden.
Vulvakanker en de behandeling daarvan kunnen invloed hebben op de seksualiteit. Niet alleen kunnen hierbij psychische factoren een rol spelen, maar soms is de vaginaopening te nauw en is het vrijen pijnlijk of zelfs onmogelijk. Is ook de clitoris weggenomen, dan kan het moeilijker zijn om klaar te komen. Bespreek dit met uw gynaecoloog/verpleegkundig specialist.
Bij bestraling van vulvakanker met of zonder chemotherapie
Vroege gevolgen
Bij bestraling ontstaat vaak huidverbranding, in lichte mate en van voorbijgaande aard. Een enkele keer kunnen de huidafwijkingen zeer pijnlijk zijn en gepaard gaan met blaarvorming. Afhankelijk van de uitgebreidheid van de bestraling kan diarree optreden.
Late gevolgen
Na bestraling kunnen pigmentveranderingen van de huid blijven en kan de huid stugger worden. Darmklachten zoals diarree en verlies van bloed of slijm kunnen ook nog later na de bestraling voorkomen, maar zijn zeldzaam.
Tot slot
Vulvakanker is een goed behandelbare ziekte. Bij klachten van blijvende jeuk of een huidafwijking van de vulva moet u contact opnemen met een arts. Na een behandeling voor vulvakanker is het belangrijk dat u zelf de vulva blijft controleren en onder controle blijft bij een gynaecoloog Wanneer bij u vulvakanker wordt ontdekt en behandeld, kunt u het emotioneel moeilijk hebben. Praat erover met uw partner, familie, vrienden, arts of lotgenoten, ook bij eventuele seksuologische problemen.
Colofon
© 2005 NVOG
Het copyright en de verantwoordelijkheid voor deze folder berusten bij de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) in Utrecht. Leden van de NVOG mogen deze folder, mits integraal, onverkort en met bronvermelding, zonder toestemming vermenigvuldigen.
Folders en brochures van de NVOG behandelen verschillende verloskundige en gynaecologische klachten, aandoeningen, onderzoeken en behandelingen. Zo krijgt u een beeld van wat u normaliter aan zorg en voorlichting kunt verwachten. Wij hopen dat u met deze informatie weloverwogen beslissingen kunt nemen. Soms geeft de gynaecoloog u andere informatie of adviezen, bijvoorbeeld omdat uw situatie anders is of omdat men in het ziekenhuis andere procedures volgt. Schriftelijke voorlichting is altijd een aanvulling op het gesprek met de gynaecoloog. Daarom is de NVOG niet juridisch aansprakelijk voor eventuele tekortkomingen van deze folder. Wel heeft de Commissie Patiëntenvoorlichting van de NVOG zeer veel aandacht besteed aan de inhoud. Dit betekent dat er geen belangrijke fouten in deze folder staan, en dat de meerderheid van de Nederlandse gynaecologen het eens is met de inhoud. Andere folders en brochures op het gebied van de verloskunde, gynaecologie en voortplantingsgeneeskunde kunt u vinden op de website van de NVOG: www.nvog.nl, rubriek patiëntenvoorlichting.
Auteurs: C. van der Velden
Redacteurs: E.A. Bakkum
Bureauredacteur: Jet Quadekker
Illustraties: S. Blankenvoort
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.