Vulvectomie
Radicale lokale excisie van de schaamlippen
Inleiding
- De ingreep
- De periode voor de ingreep
- De periode na de ingreep
- Het ontslag
- Meer informatie
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag uit het ziekenhuis. Wij adviseren u en uw naasten om deze informatie goed door te lezen, zodat u zo goed mogelijk bent voorbereid op de ingreep.
Deze schriftelijke brochure geeft u informatie over een vulvectomie: het verwijderen van een deel of de gehele schaamlip(pen) en eventueel de clitoris in verband met huidkanker rondom de ingang van de schede (vulva). Het kan zijn dat uw persoonlijke situatie anders is dan in dit document wordt beschreven. Daar hoeft u zich geen zorgen over te maken want het team dat u begeleidt (zoals onze artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten e.a.) informeert u altijd volledig over uw specifieke situatie. Deze schriftelijke informatie is een aanvulling op de mondelinge informatie en kunt u gebruiken als naslagwerk. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met zorgverleners.
De totale opnameduur voor deze operatie is afhankelijk van de uitgebreidheid van de ingreep (verwijderen van de vulva al dan niet in combinatie met liesklierverwijdering en/ of plastische chirurgie). De verwachting is dat u gemiddeld 4 dagen bent opgenomen; bij een ingreep met liesklierverwijdering en/of reconstructie zal dat 6 tot 7 dagen zijn. Bij een reconstructie is de verwachting dat u bij de operatie naast de narcose ook een ruggenprik krijgt en 3 dagen bedrust; dit zal de plastisch chirurg met u bespreken.
1. De ingreep
Tijdens de operatie wordt een deel of de gehele schaamlip(pen) verwijderd. Indien nodig wordt ook de clitoris verwijderd en soms een klein stukje van de plasbuis. Dit heeft in het algemeen geen invloed op het wel of niet kunnen ophouden van de plas. Afhankelijk van de plaats en de grootte van de tumor wordt het operatiegebied bepaald.
De duur van de gehele operatie kan erg variëren. Dit is afhankelijk van de grootte van de operatie, wel of geen liesklierverwijdering en een operatie met of zonder plastisch chirurg. Als we vóór de operatie denken dat er veel spanning op de wondranden zal ontstaan, wordt samen met de plastisch chirurg een stukje huid uit de lies- of de bilregio verplaatst om het wondgebied te bedekken. Dit wordt dan vooraf met u besproken. De uitmonding van de plasbuis en de opening van de vagina blijven op dezelfde plaats.

Mogelijke complicaties
Geen enkele operatie is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Daarnaast bestaat bij een ingreep ook kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:
De kans op een wondinfectie na deze operatie is groter dan bij andere operaties. Ook is er een kans op het wijken van de wondranden. Er bestaat een hele kleine kans dat er een nabloeding optreedt. In dit laatste geval moet soms de wond opnieuw gehecht worden op de operatiekamer. Een andere complicatie, die wel regelmatig voorkomt, is een blaasontsteking. Dit komt door de blaaskatheter die bij u geplaatst wordt tijdens de operatie. Hierdoor is de kans op een infectie van de urinewegen groter. Indien nodig krijgt u hiervoor antibiotica.
De risico’s op een complicatie zijn groter als u bekend bent met andere aandoeningen zoals diabetes, hart- en vaatziekten. Ook roken, alcoholgebruik, ondervoeding en bestraling in het verleden vergroten het risico op complicaties.
Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.
Het weefselonderzoek
Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. De uitslag wordt zo mogelijk tijdens uw opname in het ziekenhuis, met u en uw naasten besproken. Als u ontslagen wordt vóórdat de uitslag van het onderzoek bekend is, dan krijgt u de uitslag op de polikliniek of telefonisch. Hiervoor wordt dan bij uw ontslag een afspraak gemaakt. Soms is er aanvullende therapie nodig in de vorm van een 2e operatie of bestraling.
2. De periode voor de ingreep
Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de ingreep zijn een aantal onderzoeken noodzakelijk.
De gynaecoloog of verpleegkundig specialist zal u hierover informeren.
Voordat de behandeling plaatsvindt, is het soms nodig een aantal diagnostische onderzoeken te verrichten, zoals een ECG (hartfilmpje), longfunctie en bloed-, urine- of röntgenonderzoek. Meestal wordt een echo van de liezen gemaakt waarbij soms een punctie wordt verricht van de lymfklieren. Het kan zijn dat een CT scan of MRI van het bekken wordt gemaakt.
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:
- De gynaecoloog is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
- De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig een aantal medische handelingen in het chirurgische behandeltraject uitvoert. Waaronder het verrichten van lichamelijk onderzoek, aanvragen van onderzoeken, opzetten van een behandelplan, het geven van voorlichting en de nacontrole. U kunt aan de verpleegkundig specialist vragen stellen die u nog heeft na het bezoek aan de gynaecoloog. Hij of zij kan extra vragen stellen over uw gezondheid. De verpleegkundig specialist is uw contactpersoon voor u en uw naasten tot aan de opname in het ziekenhuis. Vervolgens ziet u de verpleegkundig specialist bij een eventuele nacontrole op de polikliniek.
- De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder ‘Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie’. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en vertelt u welke medicijnen u wanneer moet stoppen.
De Stoppen met Roken poli
Na een operatie is er altijd sprake van een wondgebied (inwendig en uitwendig). Uit onderzoek is gebleken dat de wondgenezing veel beter verloopt als u niet rookt. Daarnaast is de kans op het krijgen van een longontsteking groter als u rookt. Daarom is het van groot belang om te stoppen met roken voor de operatie.
Het verslavende effect van alcohol en nicotine kan het stoppen moeilijk maken. U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De verpleegkundigen van de Stoppen met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij helpen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie. Wilt u hulp hebben in verband met uw alcoholgebruik, dan kunt u het beste naar uw huisarts.
Voeding
Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de behandeling vaak beter aan en herstelt u sneller. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Heeft u vragen over voeding of heeft u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw ziekte dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek. Zie voor meer informatie de folder ‘Voeding bij kanker’ van KWF Kankerbestrijding en de website www.voedingenkankerinfo.nl
Opname
Zodra de opnamedatum en/of operatiedatum bekend is, neemt de afdeling Opname twee weken voor de geplande opname/operatie datum telefonisch of schriftelijk (via de mail) contact met u op.
Dag van opname
Over het algemeen wordt u op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis, tenzij met u is afgesproken dat u de dag voor de ingreep wordt verwacht. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) verwijst u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht. Vanaf de opnamekamer wordt u naar de operatie- of behandelkamer gebracht. Na de operatie komt u terug op een patiëntenkamer elders op de verpleegafdeling. Hier verblijft u in principe gedurende het verblijf op de verpleegafdeling. Bagage/ kleding wordt tijdelijk opgeslagen door de verpleegkundige in een locker en krijgt u terug na de operatie. Wij adviseren u waardevolle spullen thuis te laten of te laten bewaren door een naaste.
Op de dag van opname spreekt u de volgende medewerkers:
- De verpleegkundige informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. Hij of zij neemt met u de verpleegkundige vragenlijst door en bespreekt de lastmeter. Hij of zij kan in overleg met u anderen inschakelen, zoals diëtiste of maatschappelijk werker. De verpleegkundige coördineert de zorg en biedt u ondersteuning tijdens uw verblijf op de afdeling.
- De verpleegkundige vertelt u welke medicijnen de anesthesioloog heeft voorgeschreven. U hoort van de verpleegkundige op welk tijdstip de ingreep is gepland. Let op, dit is een geschat tijdstip!
- De afdelingsarts zal u ook nog wat vragen stellen en zij bij een langere opname iedere dag langskomen om het beleid zo nodig aan te passen. De afdelingsarts heeft hiervoor contact met uw gynaecoloog.
Ter voorbereiding op de operatie vindt een aantal handelingen plaats:
- Als er geen duidelijkheid is over aanwezigheid van tumor in de lymfeklieren van de liezen wordt daar een speciaal onderzoek naar verricht, de sentinel node procedure (de poortwachtersklier procedure). Met behulp van een radioactieve stof, die wordt ingespoten rondom de tumor de dag vóór, of de ochtend van de operatie, wordt gekeken welke poortwachtersklieren aankleuren. Deze worden dan verwijderd tijdens de ingreep en de overige lymfklieren kunnen blijven zitten. De liesklieroperatie is dan kleiner. De patholoog zal deze poortwachtersklier(en) onderzoeken na de operatie. Wanneer er een uitzaaiing wordt ontdekt in (een van) deze poortwachtersklier(en), dan zal worden geadviseerd om alsnog alle lymfklieren uit de lies te laten verwijderen maar dit vindt dan plaats in een tweede operatie.
Voorbereiding op de operatiedag door u
Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. Graag uw huid niet insmeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak moet u verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.
De anesthesioloog heeft u laten weten tot wanneer u mag eten en drinken. Het is belangrijk dat u zich aan deze afspraken houdt omdat de operatie anders niet door kan gaan. Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken, krijgt u vóór de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen.
Naar de operatiekamer of behandelruimte
De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer. Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicijnen voor de narcose worden toegediend. Ook krijgt u soms een zeer dun ‘slangetje’ (epiduraalkatheter) in de rug. Via dit ‘slangetje’ krijgt u tijdens en na de ingreep pijnbestrijding. Dit is vrijwel alleen als er een plastisch chirurg bij de ingreep betrokken is. Afhankelijk van de plaats van de epiduraalkatheter wordt er een blaaskatheter ingebracht voor de afvloed van urine. De gynaecoloog komt bij u langs om te informeren of u nog vragen heeft.
3. De periode na de ingreep
Na de ingreep blijft u korte tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegafdeling gaat. Op de verpleegafdeling komt de afdelingsarts elke dag bij u langs samen met de verpleegkundige om te horen hoe het met u gaat. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met de behandelend specialist over het verloop van uw herstel. De gynaecoloog komt regelmatig bij u langs.
Fraxiparine
Na de ingreep krijgt u dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine (in uw buik, bovenbeen of bovenarm), totdat u met ontslag gaat. Fraxiparine voorkomt een stolsel in een bloedvat (trombose).
Katheters, lijnen en drains
Na de ingreep heeft u mogelijk een aantal ‘slangen’:
- Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus kan zich in een ader in de arm en/of onder het sleutelbeen en/of in de hals bevinden.
- Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste 24 uur na de ingreep.
- Een epiduraalkatheter. Dit is een dun slangetje in de rug waardoor u pijnmedicatie krijgt toegediend. De medicatie die u via de epiduraalkatheter krijgt wordt gestopt op geleide van uw pijnklachten en herstel. Zodra deze medicatie is gestopt, wordt de katheter verwijderd. Dit is gemiddeld na drie tot vier dagen.
- Een blaaskatheter voor de afvloed van urine via uw buik (supra pubis katheter) óf via uw plasbuis om urine uit uw blaas af te voeren.
- Een of meerdere wonddrains uit het operatiegebied voor de afvloed van wondvocht. Afhankelijk van de hoeveelheid wondvocht wordt deze verwijderd. Soms gaat u met zo’n drain naar huis.
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen en in- en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever.
De verpleegkundige zal u driemaal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10. Naast eventuele pijnbestrijding via de epiduraalkatheter krijgt u tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.
Misselijkheid
Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Wond
De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wond en verbindt deze zo nodig. De hechtingen van de wond zijn in principe oplosbaar of worden 10 dagen na de ingreep verwijderd. Indien de wond onderhuids is gehecht, hoeven er geen hechtingen te worden verwijderd.
Vochtophoping (seroom)
Na het verwijderen van de wonddrain ontstaat vaak een vochtophoping in het wondgebied. Als dit hard aanvoelt, pijn geeft of u kunt door het vocht niet meer goed bewegen, neemt u dan contact op met het Antoni van Leeuwenhoek. Soms is een afspraak met een wondverpleegkundige nodig. U krijgt soms een dagboekje mee naar huis waarin u een keer per dag op een vaste tijd de hoeveelheid vocht in de drain van de afgelopen 24 uur noteert.
Lymfoedeem
De lymfe uit het lichaam wordt afgevoerd via de lymfeklieren. Als de lymfeklieren zijn verwijderd, door de operatie en/of beschadigd door bestraling, dan kan dit problemen geven voor de afvoer. Hierdoor kan een opeenhoping van vocht ontstaan, dit wordt lymfoedeem genoemd. Dit kan kort na de behandeling optreden, maar soms ook pas jaren later. Er kan sprake zijn van beginnend lymfoedeem als uw been:
- zwaar gespannen of moe voelt;
- rood is en of warm aanvoelt;
- gezwollen is.
Behandeling is dan soms nodig door een erkende oedeemtherapeut (www.nvfl.nl). De behandeling kan bestaan uit adviezen, oefentherapie, manuele lymfedrainage (massage) en of steunkousen. Lymfoedeem kan verergeren door een infectie als gevolg van een wondje. Wees voorzichtig met extreme warmte en koude, bijvoorbeeld sauna, hete douche, en ijscompressen. Plaatselijke zwelling in de eerste weken na de operatie is meestal tijdelijk. Teveel bewegen kan meer wondvocht opleveren. Voor meer informatie is er een folder ‘Preventie lymfoedeem na verwijderen van de liesklieren’ beschikbaar in het Antoni van Leeuwenhoek.
Lichamelijke activiteit
Vanaf de dag na de ingreep gaat u zoveel mogelijk uit bed. Dit is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.
U zult merken dat de activiteiten die voor de ingreep vanzelfsprekend waren, nu veel inspanning kosten. U zult uw energie moeten verdelen over de dag. Door de wond en de aanwezigheid van een aantal ‘slangen’ wordt u weliswaar beperkt in uw bewegingsvrijheid. Vanaf de eerste dag na de operatie mag u proberen te lopen, tenzij de plastisch chirurg bedrust heeft voorgeschreven. Het is belangrijk dat u uw benen niet te ver spreidt, om te veel spanning op het wondgebied te voorkomen.
Onder begeleiding van de verpleegkundige en/of fysiotherapeut zult u in de dagen die volgen toenemend zelfstandig worden.
U zult steeds vaker en langer uit bed komen. Het streven is om u zo snel mogelijk driemaal per dag op de gang te laten wandelen. Uw familie mag u daarbij ook helpen.
Stoelgang/ontlasting
Na de ingreep functioneren de maag en darmen soms tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het kan dan een paar dagen duren voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Dit kan misselijkheid en krampen geven. Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.
Voeding
Als u zich goed voelt kunt u weer starten met eten en drinken.
Uw eetlust kan de eerste periode na de ingreep verminderd zijn.
Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.
Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij de CKvL werken deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. Uw verpleegkundige kan u in contact brengen met de CKvL.
4. Het ontslag
De verwachting is dat u na 1 tot 5 dagen het ziekenhuis kunt verlaten, afhankelijk van de uitgebreidheid van de ingreep. U verlaat op de dag van ontslag tussen 10.00 en 10.30 uur het ziekenhuis (tenzij u behandeld wordt in dagbehandeling of als er nog zorgactiviteiten moeten plaatsvinden). U moet zelf hiervoor vervoer regelen vanaf het ziekenhuis naar huis of ergens anders.
Als u door de operatie thuiszorg nodig heeft, dan kan dit vaak vanuit het ziekenhuis geregeld worden.
De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u. Liefst met een bekende van u daarbij aanwezig. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.
Bij ontslag krijgt u een belafspraak mee voor de uitslag van het weefselonderzoek. Ook krijgt u 6 weken na de behandeling een afspraak voor een poliklinische en/of telefonische afspraak verpleegkundig specialist. Als u nabehandeld wordt met chemotherapie en/of radiotherapie, dan volgen poliklinische afspraken met de radiotherapeut en internist.
Via een brief zal uw huisarts op de hoogte worden gesteld van de operatie en het verloop van de ziekenhuisopname. Hier kan enige tijd overheen gaan.
De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme met zowel activiteiten als rustmomenten. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.
Wij willen u verder nog een aantal adviezen meegeven.
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Ook als u weinig pijnklachten ervaart, is het verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en met zo min mogelijk pijn kunt hoesten.
U kunt het volgende schema volgen:
- Verminder en stop eerst de Ibuprofen (ook wel Diclofenac genoemd). U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
- Blijf Paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u twee maal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.
Wond
U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. Douchen mag u en als de wond helemaal gesloten is, kunt u in bad gaan of gaan zwemmen. Dep de wond na afloopt van douchen/bad droog.
Als de wond nog open is op het moment dat u naar huis gaat, krijgt u voor uw ontslag instructie van de (wond)verpleegkundige over de verzorging van de wond. Indien nodig wordt ondersteuning van de wijkverpleegkundige bij de wondverzorging geregeld.
Soms gaat een wond ontsteken. Het is daarom goed om de wond dagelijks te bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:
- de huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen;
- u heeft toenemende pijn aan de wond;
- er komt pus uit de wond;
- u heeft temperatuursverhoging (boven 38,5 graden Celsius).
U kunt tijdens kantooruren contact opnemen met de verpleegkundig specialist via het algemene telefoonnummer. Buiten kantooruren neemt u contact op met het Wanhoofd (Weekend avond nachthoofd) via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis. Bereikbaarheid staat in hoofdstuk 5 beschreven.
Infectie
Na de operatie, zeker in geval van een volledige lymfklierverwijdering van de lies, is er een verhoogd risico op een infectie van de huid van het been en het onderlichaam (erysipelas). Dit merkt u aan rood en warm worden van de huid, en eventueel ook koorts en pijnklachten. Het is dan zaak contact op te nemen met het Antoni van Leeuwenhoek of evt uw huisarts.
Plassen
Vanwege de aard van de ingreep kunt u ‘sproeiend’ gaan plassen. Dit kan zijn door het meenemen van een plakje van de plasbuis of door verwijdering van tumor/huid in de buurt van de plasbuis. Ten gevolge van genezing en littekenvorming kan het plassen anders zijn dan voor de ingreep. Dit is vervelend, zeker als u steunkousen moet dragen. Om gerichter te kunnen plassen, kunt u uit een plastic bekertje de bodem halen en dit bekertje bij het plassen gebruiken. Zo kunt u voorkomen dat uw kousen en het toilet nat worden. Door de operatie ziet het gebied van de schaamlippen er anders uit. Voordat u met ontslag gaat kan het verstandig zijn om (eventueel samen met uw partner) onder begeleiding van de verpleegkundige of arts het wondgebied te bekijken. Probeer uw gevoelens en angsten te bespreken, uw verpleegkundige of maatschappelijk werker kunnen u hierbij van dienst zijn.
Intimiteit, seksualiteit en kanker
De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. In het Antoni van Leeuwenhoek kunt u terecht bij medewerkers die ervaren zijn in het bespreken van problemen op het gebied van intimiteit, seksualiteit en kanker. Bij hen kunt u terecht met al uw vragen en twijfels op dit gebied. Hiervoor kunt u een afspraak laten maken via uw hoofdbehandelaar bij het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven.
De gevolgen van de operatie voor de seksualiteit hangen voor een groot deel af van de uitgebreidheid van de ingreep. De schaamlippen en clitoris hebben immers een belangrijke functie bij het vrijen en de zelfbevrediging. Het verwijderen van de schaamlippen of een gedeelte ervan kan leiden tot vermindering van de seksualiteit door verandering (kleiner worden) van de opening van de schede met als gevolg dat het vrijen pijnlijk is of niet meer mogelijk. Verwijdering van de clitoris heeft als gevolg dat klaarkomen moeilijker of zelfs niet meer mogelijk is.
Aanpassing aan de nieuwe situatie kan moeilijk zijn, zowel voor uzelf als voor uw eventuele partner. Aarzelt u niet om dit te bespreken met uw arts of met de verpleegkundige, ook al vindt u het misschien ongepast om dit onderwerp ter sprake te brengen.
Voeding
Behandeling van kanker kan veel van uw lichaam vergen. Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de behandeling vaak beter aan en heeft u minder risico op complicaties. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Door de ziekte en behandeling is uw behoefte aan energie en eiwitten verhoogd. Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw behandeling, dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek.
Vermoeidheid en activiteit
U kunt tijdens en na de behandeling last houden van vermoeidheid. Vermoeidheid wordt veroorzaakt door de behandeling, de ziekte zelf en doordat de conditie afneemt. Het is belangrijk dat u ondanks deze vermoeidheid voldoende blijft bewegen, zodat u in ieder geval uw conditie op peil houdt. Het is goed uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen. Hoeveel beweging goed en gezond is, is afhankelijk van hoe uw conditie was voor de ingreep.
Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. U kunt de eerste zes weken echter niet intensief sporten. Zwemmen mag bij een gesloten wond (de hechtingen moeten dan wel verwijderd zijn). Leefregels:
- geen gemeenschap tot het eerste polibezoek;
- niet fietsen tot de eerste nacontrole;
- overdag kousen dragen indien aangemeten.
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van uw werkzaamheden en van uw eigen situatie. Het is goed met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis
Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.
Verwerking
Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, psychiatrisch verpleegkundigen, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij contact leggen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis. U kunt zo nodig voor een afspraak verwezen worden door uw hoofdbehandelaar.
Continuïteitsbezoek
De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen bij de thuiszorgorganisatie in uw regio of via Care for Cancer. Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding.
U kunt dan bij uw zorgverzekeraar informeren of de kosten voor Care for Cancer worden vergoed.
Een continuïteitsbezoek kunt u aanvragen via de thuiszorgorganisatie in uw woonplaats of via www.allerzorg.nl. U kunt op de website van Allerzorg dan contact leggen met Care for Cancer.
Contact met het ziekenhuis
Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:
- temperatuursverhoging boven de 38,5 graden Celsius;
- aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
- andere aan de behandeling gerelateerde problemen.
Neemt u bij voorkeur contact op tijdens kantooruren met uw verpleegkundig specialist/ behandelend arts via het algemene nummer 020 512 9111. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.
5. Meer informatie
Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.