Wat zijn de mogelijke complicaties na de operatie?

behandeling van slokdarmkanker

Complicaties

Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op een longontsteking, trombose (een stolsel in het bloedvat) en een wondinfectie. De risico’s op een complicatie worden verhoogd door andere aandoeningen zoals diabetes en hart- en vaatziekten. Ook roken, alcoholgebruik, een slechte conditie, overgewicht, ondervoeding en bestralingen in het verleden vergroten het risico op complicaties.

Door een groot aantal maatregelen rondom de operatie doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd.


Complicaties van het hart en de bloedsomloop

Tijdens en na de operatie kunnen zich hartritmestoornissen voordoen. Met medicijnen is dat te behandelen. Het risico op een hartinfarct hangt af van de hartfunctie voor de operatie. Dit geldt ook voor problemen met de bloedsomloop na de operatie. Plasmedicijnen of juist extra vochttoediening zijn dan nodig voor een goede vochtbalans.

Naadlekkage
De nieuwe verbinding tussen de slokdarm in de hals en de buismaag heeft tijd nodig om te genezen, gemiddeld is deze verbinding na 1 a 2 weken dicht. Daarom krijgt u de eerste tijd na de operatie geen drinken en eten via de mond. Het kan zijn dat er een naadlekkage ontstaat. Wanneer een lekkage optreedt kan dit op verschillende manieren worden behandeld. Bij de meeste patiënten herstelt de lekkage spontaan. Het kan zijn dat er gekozen wordt voor het plaatsen van een stent op de plaats van de nieuwe verbinding om de lekkage af te dichten. Een nieuwe operatie - in verband met een naadlekkage - is zelden nodig.

Slikproblemen en/of heesheid
Na een slokdarmverwijdering kunnen slikklachten en/of heesheid optreden. Deze klachten zijn meestal van tijdelijke aard, het kan wel tot 3 maanden duren tot de stem volledig is hersteld. Zo nodig wordt een logopedist ingeschakeld.

Longontsteking

Kort na een grote operatie kunt u een longontsteking krijgen. Dit risico kan verminderd worden door u na de operatie snel te laten bewegen (zitten, staan, lopen) en u goed te laten ademen en hoesten (met behulp van fysiotherapie). Hierbij is goede pijnbestrijding van groot belang. Daar wordt veel aandacht aan besteed. Bovendien krijgt u vlak voor de operatie preventief antibiotica toegediend.

Wondinfectie

Het komt voor dat er een wondinfectie ontstaat waardoor het nodig is de wond (deels) te openen.

Passageklachten
Het kan zijn dat de nieuwe verbinding op termijn nauwer wordt door verlittekening. Door een endoscopie kan deze vernauwing worden opgerekt (gedilateerd) door de maag-darm-leverarts. Dit gebeurt stapsgewijs en vaak zijn meerdere dilataties nodig. De eerste dilatatie wordt bij voorkeur niet eerder verricht dan zes weken na de operatie. De meeste mensen houden wel het gevoel ‘over een drempeltje te moeten slikken’ door de nieuwe verbinding. Dit gevoel wordt niet minder door de dilataties.

Zeldzame complicaties

  • De kans op een ernstige bloeding tijdens de operatie is klein. Zelden is het nodig om een bloedtransfusie te geven.
  • Bij aanhoudend (te veel) lekkage van lymfevocht na de operatie spreekt men van chyluslekkage. Meestal is een aanpassing van het dieet genoeg om dit te behandelen.
  • Andere complicaties zijn trombose en longembolie. U krijgt ter preventie een anti-trombosemiddel toegediend.
  • Soms is het nodig om tijdelijk over te gaan op sondevoeding via een infuus (TPV).

Waar kunt u last van krijgen na een operatie?

Pijn

Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen en in - en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever. De verpleegkundige vraagt u driemaal per dag om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.

Misselijkheid

Misselijkheid na de operatie komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.

Oprispingen (reflux)

Tijdens de operatie wordt ook de sluitspier tussen slokdarm en maag verwijderd. Hierdoor kan het zijn dat uw eten, drinken en/of gal terugstromen omhoog. U kan dit bijvoorbeeld merken bij bukken of platliggen. Het advies is om niet meer plat te slapen maar uw hoofdeinde een stukje omhoog te zetten (ongeveer 30 graden) of te slapen met een extra kussen. Als u bukt is het belangrijk dat u hierbij door de knieën gaat.

Wond

De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wonden en verbindt deze zo nodig. De hechtingen van de wonden liggen meestal onderhuids en hoeven dan niet verwijderd te worden. Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd. Dit gevoel kan nog lang aanhouden, maar herstelt zich over het algemeen wel. Soms kan het gevoel ook verminderd blijven.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload