Open Wertheim
Verwijderen van de baarmoeder en baarmoedermond middels een buikoperatie.
Inleiding
- De ingreep
- De periode voor de ingreep
- De periode na de ingreep
- Het ontslag
- Meer informatie
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag uit het ziekenhuis. Wij moedigen u en uw naasten aan om deze informatie goed door te lezen, zodat uw herstel zo min mogelijk belemmerd wordt door onzekerheid en zorgen.
Het kan zijn dat uw persoonlijke situatie anders is dan in dit document wordt beschreven. Daar hoeft u zich geen zorgen over te maken want het team dat u begeleidt (zoals onze artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten e.a.) informeert u altijd volledig over uw specifieke situatie. Deze schriftelijke informatie is een aanvulling op de mondelinge informatie en kunt u gebruiken als naslagwerk.
Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met zorgverleners.
1. De ingreep
Deze schriftelijke brochure geeft u informatie over de Wertheim-operatie. Bij deze operatie worden de baarmoeder met de baarmoederhals, het bovenste deel van de schede, het omringende steunweefsel van de baarmoeder en alle lymfeklieren in het bekken verwijderd.

Bij de operatie maakt de gynaecoloog een snede in de buik vanaf de navel tot aan het schaambeen. De gehele baarmoeder, het bovenste deel van de schede, het omringende steunweefsel en de lymfeklieren uit het bekken worden verwijderd.

Afhankelijk van het feit of u nog menstrueert, uw leeftijd en de bevindingen kunnen de eierstokken behouden blijven. De ruimte die voor de operatie in de buikholte ontstaat (ongeveer zo groot als een vuist) wordt vanzelf opgevuld door uw darmen. De gehele operatie duurt ongeveer vier á vijf uur. Na de operatie gaat u via de uitslaapkamer terug naar de afdeling.
Voor algemene informatie over baarmoederhalskanker verwijzen wij u naar de folders van de KWF Kankerbestrijding. Deze zijn te vinden op de verpleegafdeling, polikliniek en in het Centrum Patiënteninformatie.
Weefselonderzoek
Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog-anatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. De uitslag wordt zo mogelijk tijdens uw opname in het ziekenhuis, met u en uw naasten besproken. Als u ontslagen wordt vóórdat de uitslag van het onderzoek bekend is, dan krijgt u de uitslag op de polikliniek. Hiervoor wordt dan bij uw ontslag een afspraak gemaakt.
2. Periode voor de ingreep
Poliklinische voorbereiding/ diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de ingreep zijn een aantal onderzoeken noodzakelijk.
De gynaecoloog of verpleegkundig specialist zal u hierover informeren.
Voordat de behandeling plaatsvindt, is het soms nodig een aantal onderzoeken te verrichten, zoals ECG (hartfilmpje), longfunctie en bloed-, urine-, nier- of röntgenonderzoek. Meestal is ook een MRI- of CT-scan noodzakelijk.
Poliklinische voorbereiding
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:
- De gynaecoloog is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
- De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig een aantal medische handelingen in het chirurgische behandeltraject uitvoert. Waaronder het verrichten van lichamelijk onderzoek, aanvragen van onderzoeken, opzetten van een behandelplan, het geven van voorlichting en de nacontrole. U kunt aan de verpleegkundig specialist vragen stellen die u nog heeft na het bezoek aan de chirurg. Hij of zij vraagt naar uw medische geschiedenis en uw huidige gezondheid en verricht een algemeen lichamelijk onderzoek. Na dit gesprek is de verpleegkundig specialist uw contactpersoon voor u en uw naasten tot aan de opname in het ziekenhuis. Vervolgens ziet u de verpleegkundig specialist bij een eventuele nacontrole op de polikliniek.
- De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder ‘Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie’. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden.
De Stoppen met Roken poli
Na een operatie is er altijd sprake van een wondgebied (inwendig en uitwendig). Uit onderzoek is gebleken dat de wondgenezing veel beter verloopt als u niet rookt. Daarnaast is de kans op het krijgen van een longontsteking groter als u rookt. Daarom is het van groot belang om te stoppen met roken voor de operatie om een zo goed mogelijk beloop van de behandeling te bewerkstelligen.
Het verslavende effect van alcohol en nicotine kan het stoppen moeilijk maken. U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De verpleegkundigen van de Stoppen met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij ondersteunen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie. Wilt u hulp hebben in verband met uw alcoholgebruik, dan kunt u zich het beste wenden tot uw huisarts.
Voeding
Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de behandeling doorgaans beter goed aan en herstelt u sneller. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Uw behoefte aan energie en eiwitten is verhoogd terwijl de inname van voeding door klachten bemoeilijkt kan zijn, bijvoorbeeld door locatie van de tumor en/of ontregeling van de stofwisseling veroorzaakt door de tumor.
Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw ziekte dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek. Zie voor meer informatie de folder ‘Voeding bij kanker’ van KWF Kankerbestrijding en de website www.voedingenkankerinfo.nl
Opname
Zodra de opnamedatum en/of operatiedatum bekend is, neemt de afdeling Opname twee weken voor de geplande opname/operatie datum telefonisch of schriftelijk via de mail contact met u op.
Dag van opname
Over het algemeen wordt u op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis, tenzij met u is afgesproken dat u de dag voor de ingreep wordt verwacht. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) verwijst u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.
Als u op de dag van de operatie komt, wordt u ontvangen op de opnamekamer. Vanaf de opnamekamer wordt u naar de operatie- of behandelkamer gebracht. Na de operatie komt u terug op een patiëntenkamer elders op de verpleegafdeling. Hier verblijft u in principe gedurende het verblijf op de verpleegafdeling. Bagage/ kleding wordt tijdelijk opgeslagen door de verpleegkundige in een locker en krijgt u terug na de operatie. Wij adviseren u waardevolle spullen te laten bewaren door een naaste.
Op de dag van opname spreekt u de volgende medewerkers:
- De verpleegkundige informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. Hij of zij neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. Hij of zij kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen. De verpleegkundige coördineert de zorg en biedt u ondersteuning tijdens uw verblijf of de afdeling.
- De verpleegkundige vertelt u welke slaap- en premedicatie de anesthesioloog heeft voorgeschreven. U hoort van de verpleegkundige op welk tijdstip de ingreep is gepland; let op dit is een geschat tijdstip.
- De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw gynaecoloog.
- De fysiotherapeut zal u informeren over het functioneren van alle spieren en houding van uw hoofd, arm en schouder na de ingreep. Het is belangrijk dat u voor de ingreep al start met oefeningen met uw ademhaling en spieren. De fysiotherapeut zal u hiervoor de instructies geven. Problemen als longontsteking en bewegen kunnen hierdoor voorkomen worden.
- De fysiotherapeut geeft u ademhalingsoefeningen om problemen met de longen na de ingreep te voorkomen. Ook begeleidt de fysiotherapeut indien nodig u bij het mobiliseren na de ingreep
- De gynaecoloog spreekt kort met u om na te gaan of u nog vragen heeft over de ingreep.
Voorbereiding op de dag van opname door u
Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.
De anesthesioloog heeft u laten weten tot wanneer u mag eten en drinken. Het is belangrijk dat u zich aan deze afspraken houdt omdat de operatie anders niet door kan gaan. Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen.
Naar de operatiekamer of behandelruimte
De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.
Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicijnen voor de narcose worden toegediend. Ook krijgt u een zeer dun ‘slangetje’ (epiduraalkatheter) in de rug aangebracht. Via dit ‘slangetje’ krijgt u tijdens en na de ingreep pijnbestrijding.
Afhankelijk van de plaats van de epiduraa katheter wordt er een blaaskatheter ingebracht voor de afvloed van urine.
De gynaecoloog komt bij u langs om te informeren of u nog vragen heeft.
3. Periode na de ingreep
Na de ingreep blijft u korte tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegafdeling gaat.
Op de verpleegafdeling komt de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met de behandelend specialist over het verloop van uw herstel. De gynaecoloog komt regelmatig bij u langs.
Fraxiparine
Na de ingreep krijgt u dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine (in uw buik, bovenbeen of bovenarm), totdat u met ontslag gaat. Fraxiparine voorkomt een stolsel in een bloedvat (trombose).
Katheters, lijnen en drains
- Na de ingreep heeft u mogelijk een aantal ‘slangen’:
- Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus kan zich in een ader in de arm en/of onder het sleutelbeen en/of in de hals bevinden.
- Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste 24 uur na de ingreep.
- Een epiduraalkatheter. Dit is een dun slangetje in de rug waardoor u pijnmedicatie krijgt toegediend. De medicatie die u via de epiduraalkatheter krijgt wordt gestopt op geleide van uw pijnklachten en herstel. Zodra deze medicatie is gestopt, wordt de katheter verwijderd. Dit is gemiddeld na drie tot vier dagen.
- Een of meerdere wonddrains uit het operatiegebied voor de afvloed van wondvocht. Afhankelijk van de hoeveelheid wondvocht wordt deze verwijderd.
- Een sonde via de neus in de maag voor de afvloed van maagsappen. Deze wordt in principe de dag na de ingreep verwijderd.
- Een slang via de plasbuis naar de blaas (transurethrale katheter) om urine af te voeren
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen en in- en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever.
De verpleegkundige zal u driemaal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10. Naast pijnbestrijding via de epiduraalkatheter krijgt u tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.
Misselijkheid
Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Wond
De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wond en verbindt deze zo nodig. De hechtingen van de wond worden 8 dagen na de ingreep verwijderd. Als u in het verleden in het wondgebied bent bestraald worden de hechtingen na 21 dagen verwijderd.
Indien de wond onderhuids is gehecht, hoeven er geen hechtingen te worden verwijderd.
Na vier of vijf dagen wordt er gecontroleerd of u weer zelf kun plassen, hiertoe wordt de supra-pubische katheter afgedopt of de blaaskatheter verwijderd en kunt u zelf gaan plassen. Soms is enige training noodzakelijk.
Mobiele en fysieke activiteit
Vanaf de dag na de ingreep gaat u zoveel mogelijk uit bed. Dit is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.
U zult merken dat de activiteiten die voor de ingreep vanzelfsprekend waren, nu veel inspanning kosten. U zult uw energie moeten verdelen over de dag. Door de wond en de aanwezigheid van een aantal ‘slangen’ wordt u weliswaar beperkt in uw bewegingsvrijheid, maar al vanaf de eerste dag na de operatie mag u proberen te lopen. Onder begeleiding van de verpleegkundige en/of fysiotherapeut zult u in de dagen die volgen toenemend zelfstandig worden.
U zult steeds vaker en langer uit bed komen. Het streven is om u zo snel mogelijk drie maal per dag op de gang te laten wandelen. Uw familie mag u daarbij ook helpen.
Stoelgang
Na de ingreep functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Dit gaat vaak gepaard met misselijkheid en krampen. Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.
Voeding
Afhankelijk van het herstel van de maag en de darmen, uw klachten en het op gang komen van de stoelgang start u met drinken en eten. De afdelingsarts spreekt af wat u mag drinken en eten en hoe veel sondevoeding u krijgt via de voedingssonde.
Uw eetlust kan de eerste periode na de ingreep verminderd zijn. Dit kan gedurende langere tijd zo blijven. De verpleegkundige kan u indien nodig in contact brengen met de diëtiste.
Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.
Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij de CKvL werken deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. Uw verpleegkundige kan u in contact brengen met de CKvL.
Complicaties
Geen enkele operatie is zonder risico. Bij deze operatie is de kans op complicaties aanwezig zoals:
- een infectie van de wond;
- verstopping van een ader (trombose);
- bloedverlies tijdens de operatie waarvoor bloedtransfusie nodig is;
- letsel aan de blaas, darmen of urinewegen;
- heel zelden ontstaat een onnatuurlijke doorgang (fistel), waardoor urine of ontlasting naar de schede kan gaan lekken.
Hormoonhuishouding
Voor vrouwen die nog niet in de overgang waren, betekent verwijdering van de baarmoeder dat er een einde komt aan de menstruatie. Als de eierstokken bij de operatie gespaard zijn gebleven, kunt u echter wel de gevoelens houden die bij de menstruele cyclus horen, zoals gespannen borsten, stemmingsveranderingen of hoofdpijn.
Als uw eierstokken wel verwijderd zijn, betekent de ingreep dat u plotseling in de overgang komt. Dit is vaak een moeilijk te verwerken situatie in een periode dat al zoveel van uw emotionele en psychische draagkracht wordt gevraagd. Overgangsklachten zijn niet bij iedereen dezelfde en kunnen erg wisselend zijn. Het meest op de voorgrond staan de klachten van opvliegers en (tijdelijke)veranderingen van uw stemming of humeur. Omdat de kans op botontkalking kan toenemen, worden normale lichaamsbeweging en een gevarieerd dieet geadviseerd. Hormoonvervangende medicijnen worden in overleg met uw arts voorgeschreven.
Zwangerschap
Doordat de baarmoeder is verwijderd is het niet meer mogelijk zwanger te worden.
Seksualiteit
Na de operatie kan de beleving van seksualiteit veranderd zijn. Sommige vrouwen doen er langer over om seksueel opgewonden te raken, de prikkeling onder in de buik is afgenomen of verdwenen. Bij sommige vrouwen verandert het klaarkomen (orgasme). Dat geldt vooral voor vrouwen die bij het orgasme altijd hevige samentrekkingen van en rond de baarmoeder voelden. Sommige vrouwen ervaren het wegvallen van dit gevoel alleen vlak na de operatie, voor anderen is het een blijvend gemis. Soms komt het gevoel van samentrekkingen gewoon terug, ondanks de operatie. Voor vrouwen die het orgasme vooral in de buurt van de clitoris en de binnenkant van de schede voelden, zal het klaarkomen niet veel veranderen. Er zijn geen medische bezwaren tegen het voelen van seksuele opwinding en het krijgen van een orgasme.
Geslachtsgemeenschap wordt afgeraden totdat de gynaecoloog heeft bekeken of de top van de schede goed is genezen en of u geen last meer heeft van het litteken van de buik. Dit is meestal tot zes weken na de operatie.
Het kan zijn dat de schede minder vochtig wordt bij seksuele opwinding, waardoor geslachtsgemeenschap stroever verloopt of pijnlijk is. Dit kan worden verholpen door het gebruik van glijmiddel of een hormoonpreparaat.
Aanpassing aan de nieuwe situatie kan moeilijk zijn, zowel voor uzelf als voor uw eventuele partner. Aarzelt u niet om dit te bespreken met uw arts, ook al vindt u het misschien vervelend om dit onderwerp ter sprake te brengen.
Plassen
Tijdens de operatie worden er zenuwen beschadigd die de blaasspier ‘besturen’, waardoor het plassen kan veranderen. Als gevolg van de operatie voelt u niet meer de ‘normale’ aandrang om te plassen. Ook kan het zijn dat u moeite heeft de blaas helemaal leeg te plassen. Soms moet u ‘op de klok’ gaan plassen, dat betekent om de twee uur naar het toilet gaan. Soms helpt het om, vanaf het moment dat de katheter verwijderd wordt, oefeningen te doen met de spieren van uw bekkenbodem. Het kan zijn dat u met een blaaskatheter naar huis mag. U krijgt dan van de verpleegkundige instructie hoe u thuis blaastraining kunt volgen.
Ontlasting
Aanvankelijk zult u in het ziekenhuis minder gemakkelijk ontlasting krijgen. Dit komt doordat tijdens de operatie weefsel rondom het laatste stuk van de darm wordt weggenomen. Hierbij kunnen enkele zenuwen worden beschadigd.
De ervaring leert dat dit, wanneer u eenmaal thuis bent, steeds beter gaat. Voldoende beweging en vezelrijke voedsel kunnen helpen om de darmen actiever te maken.
Lymfoedeem
Soms komt het voor dat door het weghalen van de lymfeklieren dikke benen of vochtophoping bij het schaambeen ontstaan. Steunkousen kunnen dan een oplossing zijn.
De lymfe uit armen en benen wordt afgevoerd via de lymfeklieren in de oksels en in de liezen. Als lymfeklieren zijn verwijderd (bv. door de operatie) en/of beschadigd (bv. door bestraling), dan kan dit problemen geven voor de afvoer van het weefselvocht. Hierdoor kan een opeenstapeling van vocht ontstaan: lymfoedeem. Lymfoedeem kan direct na de behandeling optreden, maar ook pas jaren later. Lymfoedeem kun je proberen te voorkomen door geen knellende kleding zoals kniekousjes, strakke broeken te dragen. Lymfoedeem kan verergeren door een infectie als gevolg van een wondje. Blijf in beweging.
Wees voorzichtig met extreem warmte en koude, bijvoorbeeld sauna, hete douche en ijscompressen. Indien toch lymfoedeem optreedt is het belangrijk om maatregelen te treffen zoals het aanmeten van juiste steunkousen en (lymfoedeem) therapie als behandeling om verergering te voorkomen.

Lymfekliestelsel
4. Het ontslag
De verwachting is dat u na 6 dagen het ziekenhuis kunt verlaten.
U verlaat op de dag van ontslag tussen 10.00 en 10.30 uur het ziekenhuis (tenzij er nog zorgactiviteiten moeten plaatsvinden). Het is aan u om vervoer te regelen vanaf het ziekenhuis naar huis of elders.
Als u ten gevolge van de ingreep thuis zorg nodig heeft, dan zal dit vanuit het ziekenhuis geregeld worden.
De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u. Bij voorkeur is hierbij een naaste aanwezig. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.
Bij ontslag krijgt u een belafspraak mee voor de uitslag van het weefselonderzoek. Ook krijgt u een afspraak voor een poliklinisch bezoek bij de gynaecoloog 6 weken na de behandeling.
Via een brief zal uw huisarts op de hoogte worden gesteld van de operatie en het verloop van de ziekenhuisopname. Hier kan enige tijd overheen gaan.
De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.
Wij willen u een aantal adviezen meegeven.
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Ook als u weinig pijnklachten ervaart, is het verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.
U kunt het volgende schema volgen:
- Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
- Blijf Paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.
- U kunt tijdens kantooruren contact opnemen met de verpleegkundig specialist via het algemene telefoonnummer. Buiten kantooruren neemt u contact op met het Wanhoofd (Weekend avond nachthoofd) via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis. Bereikbaarheid staat in hoofdstuk 5 beschreven.
Leefregels
- de eerste zes weken niet zwaarder tillen (minder dan tien kilo), symmetrisch tillen, dus bijvoorbeeld geen zware tassen in één hand houden;
- geen buikspieroefeningen;
- de eerste zes weken niet intensief sporten;
- zwemmen mag als de wond gesloten is;
- gebruik van eigen bad na twee tot drie weken bij normale afvloed, tot zes weken na de operatie geen gebruik van badzout en zeep. Douchen mag direct na de operatie.
- minimaal twee liter drinken per dag;
- geen geslachtsgemeenschap, geen tampons tot het eerste bezoek aan de polikliniek.U dient er rekening mee te houden dat er iets vaginaal bloedverlies kan optreden door het oplossen van de hechtingen.
Behandeling van kanker kan veel van uw lichaam vergen. Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de behandeling doorgaans beter aan en heeft u minder risico op complicaties. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Door de ziekte en behandeling is uw behoefte aan energie en eiwitten verhoogd. Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw behandeling, dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek.
Vermoeidheid en activiteit
U kunt tijdens en na de behandeling last houden van vermoeidheid. Vermoeidheid wordt veroorzaakt door de behandeling, de ziekte zelf en doordat de conditie afneemt. Het is belangrijk dat u ondanks deze vermoeidheid voldoende blijft bewegen, zodat u in ieder geval uw conditie op peil houdt. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen. Hoeveel beweging goed en gezond is, is afhankelijk van uw startniveau.
Revalidatie
Kanker is een ingrijpende ziekte. De gevolgen van deze ziekte en/of behandeling kunnen u in het dagelijks functioneren aanzienlijk beperken. Veel gehoorde klachten zijn vermoeidheid, conditievermindering, angst en onzekerheid. De revalidatiegeneeskunde van het Antoni van Leeuwenhoek heeft oncologische revalidatieprogramma’s ontwikkeld om u te helpen met deze klachten om te gaan.
U kunt aan een revalidatieprogramma deelnemen tijdens de behandeling maar ook als uw behandeling is afgerond. Uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige kan u hiervoor verwijzen. U kunt dit ook zelf bespreekbaar maken met uw zorgverlener.
Meer informatie vindt u in de folder ‘Oncologische revalidatie’ welke u kunt vinden in het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.
In de meeste gevallen vergoedt de zorgverzekeraar het revalidatietraject. Soms moet u echter een eigen bijdrage betalen. Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met uw zorgverzekeraar.
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.
Intimiteit, seksualiteit en kanker
De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. In het Antoni van Leeuwenhoek kunt u terecht bij medewerkers die ervaren zijn in het bespreken van problemen op het gebied van intimiteit, seksualiteit en kanker. Bij hen kunt u terecht met al uw vragen en twijfels op dit gebied. Hiervoor kunt u een afspraak maken via het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven.
Meer informatie kunt u lezen in de folder ‘Intimiteit, seksualiteit en kanker’. De folder is te verkrijgen op de verpleegafdeling, de polikliniek en het Centrum Patiënteninformatie.
Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.
Verwerking
Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werksters, geestelijk verzorgers, psychiatrisch verpleegkundige, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.
Continuïteitsbezoek
De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen bij de thuiszorgorganisatie in uw regio of via Care for Cancer. Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding.
Een continuïteitsbezoek kunt u aanvragen via de thuiszorgorganisatie in uw woonplaats of via www.careforcancer.nl. U kunt bij uw zorgverzekeraar informeren of de kosten voor Care for Cancer worden vergoed.
Contact met het ziekenhuis
Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:
- temperatuursverhoging boven de 38,5 graden Celsius;
- aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
- andere aan de behandeling gerelateerde problemen.
Neemt u bij voorkeur contact op tijdens kantooruren met uw verpleegkundig specialist/ behandelend arts via het algemene nummer 020 512 9111. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.