Borstsparende ingreep met schildwachtklier
met uitgestelde reconstructie

Inleiding

In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:

  • De ingreep
  • De periode voor de ingreep
  • De periode na de ingreep
  • Het ontslag
  • Meer informatie

Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag.

Wij verzoeken u deze schriftelijke informatie goed door te lezen voorafgaand aan uw telefonische afspraak met de verpleegkundige en uw eventuele vragen te noteren.

Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen, fysiotherapeuten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener.

In dit document vindt u informatie over een borstsparende ingreep.

1. De ingreep

Bij een borstsparende ingreep wordt de tumor in de borst verwijderd. De tumor wordt ruim weggenomen, dat wil zeggen met een rand van gezond borstweefsel eromheen. De rest van de borst blijft intact. Een borstsparende ingreep is mogelijk als de tumor helemaal verwijderd kan worden én als het resultaat van de ingreep cosmetisch acceptabel is. In uw situatie is hierbij een reconstructie door de plastisch chirurg nodig, middels een borstverkleiningsoperatie of het verplaatsen van weefsel in de borst. Het is belangrijk dat de tumor wordt verwijderd met schone snijranden. Dit kan helaas tijdens de operatie niet betrouwbaar worden onderzocht, maar wordt pas duidelijk na het weefselonderzoek door de patholoog (5-10 werkdagen). Als de snijranden niet schoon zijn, kan het nodig zijn om nogmaals te opereren om extra weefsel te verwijderen.

Als bij de eerste operatie een reconstructie is verricht, is het lastiger om in een tweede operatie extra weefsel te verwijderen.

In uw geval zal de sparende operatie dan ook in twee stappen worden verricht: allereerst zal uw chirurg de tumor verwijderen en de wond sluiten, zonder de reconstructie. Zodra de uitslag van het weefselonderzoek bekend is, kan dan door de plastisch chirurg de reconstructie worden verricht. Mocht het nodig zijn om extra weefsel te verwijderen, dan kan dit in diezelfde operatie worden gedaan. Tussen de twee operaties zit ongeveer twee tot vier weken.

De grootte en de plaats van de tumor hebben veel invloed op het eindresultaat. De borst wordt na de ingreep altijd bestraald om eventueel achtergebleven tumorcellen onschadelijk te maken en de kans op terugkeer van de tumor te verminderen. Bestraling vindt gedurende een bepaalde periode plaats op elke werkdag. Hoeveel bestralingen u krijgt, hoort u van de bestralingsarts. Soms wordt er een extra dosis (boost) toegediend op de plek waar de tumor heeft gezeten. Om de bestraling goed toe te kunnen dienen worden in de borst kleine titanium clips achtergelaten op de plek waar de tumor gezeten heeft. Deze clipjes blijven dus in het lichaam aanwezig en zijn ook zichtbaar op mammografie. Naast het verwijderen van de tumor in de borst kan er ook een schildwachtklierprocedure worden uitgevoerd. Hieronder vindt u een beschrijving van deze procedure.

Schildwachtklierprocedure

De tumor kan zich uitzaaien naar lymfeklieren. De schildwachtklier, ook wel poortwachtklier of sentinel node genoemd, is de lymfeklier die via een lymfebaan een directe verbinding heeft met de tumor. Als de tumor zich uitzaait via de lymfebanen wordt deze lymfeklier als eerste aangedaan. Het kan gaan om één of meerdere lymfeklieren. De schildwachtklier zit in 90 procent van de gevallen in de oksel en in 10 procent ook op andere plaatsen, bijvoorbeeld naast het borstbeen. Als de schildwachtklier geen tumorcellen bevat, is de kans klein dat de overige lymfeklieren tumorcellen bevatten. Bij de schildwachtklierprocedure wordt de schildwachtklier opgespoord en onderzocht op de aanwezigheid van tumorcellen.

De schildwachtklier kan op twee manieren worden opgezocht. Doorgaans wordt de tweede methode alleen toegepast indien de schildwachtklier niet wordt gevonden met de eerste methode. Hieronder worden beide methoden toegelicht.

Eerste methode

De schildwachtklier wordt opgespoord met behulp van een lymfescan. Dit vindt één dag vóór de chirurgische ingreep, of op de dag van de chirurgische ingreep plaats. U wordt op de afgesproken tijd verwacht op de afdeling Nucleaire Geneeskunde.

Een kleine hoeveelheid radioactieve vloeistof wordt geïnjecteerd in de borst. Deze radioactieve vloeistof heeft geen nadelige gevolgen. De vloeistof verspreidt zich via de lymfebanen naar de schildwachtklier(en). Vervolgens worden meerdere opnames (scans) gemaakt. Hierbij worden één of meerdere schildwachtklieren afgebeeld. U leest meer over deze procedure in de folder ‘Schildwachtklierprocedure bij borstkanker’. De schildwachtklier blijft tot de volgende dag radioactief, zodat de chirurg ook tijdens de ingreep de schildwachtklier kan vinden.

Tweede methode

Een tweede methode gebeurt tijdens de ingreep onder narcose. De chirurg spuit dan blauwe inkt in de borst. Deze inkt volgt de lymfebanen naar de schildwachtklier. De blauwe kleur van de inkt markeert vervolgens de klier die de chirurg moet verwijderen. Door de blauwe inkt kan tot twee dagen na de ingreep de urine en soms de huid blauw/groen kleuren.

Als de schildwachtklier met beide methoden niet wordt gevonden, kan er tijdens de operatie besloten worden om meerdere lymfeklieren uit de oksel te verwijderen. Of dit nodig is, hangt af van uw specifieke situatie.

De schildwachtklier wordt na de operatie bekeken door de patholoog anatoom. De uitslag hiervan hoort u tijdens uw afspraak op de polikliniek ongeveer tien dagen na de operatie. Als er tumorcellen zijn gevonden in de schildwachtklier zal de arts met u bespreken welke nabehandeling nodig is. In veel gevallen zal bestraling van de oksel worden voorgesteld, soms kan een tweede operatie nodig zijn waarbij alle lymfklieren uit de oksel worden verwijderd (okselklierdissectie).

Een borstsparende ingreep met schildwachtklierprocedure duurt één tot anderhalf uur.

Mogelijke complicaties

Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Bij deze ingreep bestaat er daarnaast een kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:

Complicaties na het verwijderen van de tumor in de borst:

  • nabloeding;
  • infectie.

Complicaties na het verwijderen van de schildwachtklier:

  • nabloeding;
  • infectie;
  • seroom, lymfevocht ophoping in het wondgebied, wat eventueel kan worden weggehaald kan worden doormiddel van een punctie.

Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.

Het weefselonderzoek

Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog anatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. U krijgt de uitslag van het onderzoek op de polikliniek van de chirurg of verpleegkundig specialist. Bij ontslag krijgt u hiervoor een afspraak mee.

2. De periode voor de ingreep

U wordt twee weken voordat de operatie plaats vindt gebeld door de afdeling Opname. Zij geven u de operatiedatum door. U krijgt tevens meer informatie over hoe laat en waar u zich in het ziekenhuis moet melden en over de verdere procedure.

Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek

Ter voorbereiding op de ingreep zijn een aantal onderzoeken noodzakelijk. De chirurg of verpleegkundig specialist heeft u hierover geïnformeerd.

Voor de ingreep die u ondergaat, kunnen de volgende diagnostische onderzoeken worden uitgevoerd:

  • lichamelijk onderzoek;
  • een mammografie;
  • echografie van borst en oksel eventueel met punctie;
  • eventueel een dikke naald biopt;
  • eventueel een MRI.

Aan de hand van de uitkomsten van deze onderzoeken kan over het algemeen de diagnose worden gesteld.

Poliklinische voorbereiding:

Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:

  • De chirurg is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
  • De plastisch chirurg zorgt voor een optimaal cosmetisch resultaat van de ingreep en bespreekt de verschillende reconstructie mogelijkheden met u
  • De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig geprotocolleerde medische handelingen in het chirurgische behandeltraject uitvoert, waaronder het verrichten van lichamelijk onderzoek, aanvragen van onderzoeken, opzetten van een behandelplan, het geven van voorlichting en de nacontrole.
  • De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden.
  • De verpleegkundige (VPK) informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis en na het ontslag. De VPK neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. De VPK kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen. De VPK zal u tevens vertellen waar u meer informatie kunt vinden over uw ziekte.

Dag van ingreep

Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

U wordt op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. U wordt vervolgens verwezen naar de verpleegetage waar u opgenomen wordt. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.

Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.

Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.

Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de narcose wordt toegediend.

3. De periode na de ingreep

Na de ingreep blijft u enige tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegafdeling gaat.

Katheters, lijnen en drains

Na de ingreep heeft u een aantal ‘slangen’:

  • Een infuus (dun slangetje in het bloedvat) voor vocht- en medicatietoediening. Zodra u in staat bent voldoende te drinken en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
  • Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste uren na de ingreep.
  • Als de plastisch chirurg mee opereert krijgt u soms ook een drain. Het is mogelijk dat u deze drain nog heeft bij ontslag. In dat geval informeert de verpleegkundige u tijdens de opname.

Pijn

Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen in bed en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige zal u twee tot driemaal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.

U krijgt tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.

Misselijkheid

Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.

Wond

De verpleegkundige inspecteert de wond regelmatig. De wond wordt onderhuids gehecht, er hoeven geen hechtingen te worden verwijderd. De wond is niet afgedekt met verband.

Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd. Dit gevoel kan nog lang aanhouden, maar herstelt zich over het algemeen wel.

Wisselend verloop

Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.

Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven. Bij het centrum werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. De verpleegkundige kan u hierin adviseren of u kunt zelf contact opnemen met het centrum.

4. Het ontslag

Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel en zelfstandigheid. Deze ingreep vindt plaats in dagbehandeling. Het is van belang dat u door iemand opgehaald wordt uit het ziekenhuis en dat er de eerste nacht iemand bij u aanwezig is.

Indien ook uw okselklieren worden verwijderd, verblijft u één nacht in het ziekenhuis.

De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.

Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de chirurg of verpleegkundig specialist. Via een brief zal de chirurg uw huisarts op de hoogte stellen van de ingreep, het verloop tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.

Seroomvorming

Na het verwijderen van de borst en/of van de schildwachtklier bestaat de mogelijkheid van seroomvorming. Zolang de vochtophoping soepel aanvoelt en u er geen last van heeft, is er geen reden om het vocht te laten verwijderen. Als er veel spanning op het litteken komt te staan of als u last krijgt van pijn of bewegingsbeperking, kan het nodig zijn dit vocht te laten verwijderen door middel van een punctie. Dit kan worden gedaan door de verpleegkundige op de polikliniek of door uw huisarts.

Doordat het wondgebied vrijwel ongevoelig is, wordt dit over het algemeen niet als pijnlijk ervaren.

De periode na het ontslag

Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.

Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven.

Pijn

De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.

U kunt het volgende schema volgen:

  • Blijf Paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500mg innemen en vervolgens stoppen.
  • Indien u Ibuprofen gebruikt, verminder en stop deze dan als eerste. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.

Wond

De wond is meestal onderhuids gehecht. Deze hechtingen lossen vanzelf op en hoeven dus niet verwijderd te worden. De wond is niet afgedekt met verband.

U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. Als de wond gesloten is, kunt u douchen en/of in bad gaan. Dep de wond na afloop droog.

Als er geen korstjes meer op het litteken zitten, meestal na ongeveer twee weken, is de wond geheel gesloten. U kunt dan eventueel het litteken insmeren en masseren met crème of olie om het litteken wat soepeler te maken. Het gevoel van de huid in het gebied rondom het litteken is na de operatie vaak veranderd door beschadiging van huidzenuwen. Dit kan blijvend zijn.

U moet de wond dagelijks bekijken. Soms kan een wond gaan ontsteken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:

  • De huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen.
  • U heeft toenemende pijn aan de wond.
  • Er komt pus uit de wond.
  • U heeft temperatuurverhoging (boven 38,5 graden Celsius).

U kunt contact opnemen met de verpleegkundige tijdens het telefonisch spreekuur, en daarbuiten, via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis. Telefoonnummer en bereikbaarheid staan in hoofdstuk 5 beschreven.

Vermoeidheid

U kunt lange tijd last houden van vermoeidheid. Een verklaring van de vermoeidheid is er niet altijd. Het is een duidelijk signaal van het lichaam dat er een grote rust/slaapbehoefte is. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen.

Activiteit

Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. Zwemmen mag bij een gesloten wond.

Er bestaan verschillende mogelijkheden met betrekking tot revalidatie. Voor meer informatie over nazorg en revalidatie kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie.

Werkhervatting

Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.

Intimiteit en seksualiteit

Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken.

De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de medewerkers van de polikliniek Intimiteit en borstkanker. Deze medewerkers hebben ervaring in het bespreken van problemen rondom intimiteit en seksualiteit en borstkanker. Bij hen kunt u met al uw vragen en twijfels op dit gebied terecht. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat van het Centrum voor Kwalitiet van Leven.

Concentratie

Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.

Verwerking

Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werkt een scala aan hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijke verzorgers, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.

Drain

De drain kunt u bij uw huisarts laten verwijderen of van maandag t/m vrijdag op de verpleegkundige polikliniek. Belt u in dat geval voor een afspraak. U krijgt bij het ontslag een draininstructie mee van de verpleegkundige.

Contact met het ziekenhuis

Neem contact op met het ziekenhuis als u binnen de eerste 24 uur na de ingreep de onderstaande lichamelijke problemen ervaart:

  • temperatuursverhoging boven de 38.5 graden Celsius;
  • aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
  • als er sprake is van een (snel) toenemende zwelling in het wondgebied met eventueel bloedlekkage via de wond;
  • andere aan de behandeling gerelateerde problemen.

Neemt u bij voorkeur via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek 020 512 9111, kunt u contact opnemen met de verpleegkundige. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.

Bij problemen na de eerste 24 uur kunt u contact opnemen met de verpleegkundige tijdens het telefonisch spreekuur of met uw huisarts.

Om een afspraak te maken voor een seroompunctie kunt u bellen tijdens het telefonisch spreekuur van de VPK. In het weekend en op feestdagen kunt u om 9:00 uur contact opnemen met de afdeling Chirurgie (vijfde etage).

5. Meer informatie

Het AVL is een opleidingsziekenhuis. Dit betekent dat artsen in opleiding tot chirurg betrokken kunnen zijn bij uw operatie om samen met de behandelend chirurg ( een deel van) de operatie te verrichten of de chirurg te assisteren bij uw operatie. Als er een chirurg- in opleiding bij uw operatie aanwezig is, maakt u hiermee kennis op de operatiekamer voordat de operatie begint.

Informatie over de bereikbaarheid van de telefonische spreekuren vindt u op: www.avl.nl/spreekuren.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload