WIG resectie bij een Gastro-intestinale Stromaceltumor (GIST)
In verband met een maagoperatie wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:
- De periode voor de operatie
- De operatie
- De periode na de operatie
- Het ontslag
- Meer informatie
Bijlagen 1. Voeding en voedingsadviezen voor en na de operatie
2. Fysiotherapie voor en na de operatie
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij verzoeken u deze schriftelijke informatie goed door te lezen voorafgaand aan uw afspraak met de verpleegkundige en uw eventuele vragen te noteren.
Dit document geeft u informatie over de gang van zaken rond een operatie van de maag.
Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten, logopedisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.
Extra informatie over voeding, voedingsadviezen en fysiotherapie kunt in de bijlage lezen aan het einde van dit document.
1. De periode voor de operatie
Diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de operatie is een aantal onderzoeken noodzakelijk.
De chirurg zal u hierover informeren.
Poliklinische voorbereiding
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:
- De chirurg is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
- De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder ´Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie’. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen wanneer gestopt moeten worden. Indien u na de ingreep ter observatie op de Intensive Care wordt opgenomen is de anesthesioloog gedurende uw verblijf op de Intensive Care de behandelend arts.
- De afspraak met de verpleegkundige op de polikliniek dient ter voorbereiding op de opname. De verpleegkundige neemt met u de verpleegkundige anamnese en de lastmeter door. U heeft gelegenheid om vragen te stellen en zo nodig wordt aanvullende informatie gegeven. De verpleegkundige kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen en u vertellen waar u meer informatie kunt vinden over uw ziekte.
- Zo nodig wordt de longarts en/of de cardioloog (hartspecialist) gevraagd om mee te beoordelen of uw operatierisico verhoogd is en of specifieke maatregelen rondom de operatie nodig zijn. Soms zijn extra onderzoeken nodig, zoals een longfunctieonderzoek, of een inspanningstest.
De Stoppen met Roken Poli
Na een operatie is er altijd sprake van een wondgebied (inwendig en uitwendig). Uit onderzoek is gebleken dat de wondgenezing veel beter verloopt als u niet rookt. Daarnaast is de kans op het krijgen van een longontsteking groter als u rookt. Daarom is het van groot belang om voor de operatie te stoppen met roken, om een zo goed mogelijk beloop van de behandeling te bewerkstelligen.
Het verslavende effect van alcohol en nicotine kan het stoppen moeilijk maken. U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De verpleegkundigen van de Stoppen met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij ondersteunen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie. Wilt u hulp of ondersteuning in verband met uw alcoholgebruik, dan kunt u zich het beste wenden tot uw huisarts.
Voeding
Kanker kan veel van uw lichaam vergen. Wanneer u in een goede conditie verkeert, kunt u de behandeling doorgaans goed aan en herstelt u sneller. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Uw behoefte aan energie en eiwitten is verhoogd terwijl de inname van voeding door klachten bemoeilijkt kan zijn. Bijvoorbeeld door de locatie van de tumor en/of ontregeling van de stofwisseling veroorzaakt door de tumor. Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw ziekte dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek. Zie voor meer informatie de folder ‘Voeding bij kanker’ van KWF Kankerbestrijding.
Dag van opname
Afhankelijk van het tijdstip van de ingreep wordt u één dag voor de operatie of óp de dag van de operatie opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) verwijst u naar de verpleegetage.
Daarna wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht. Op de dag van opname wordt nogmaals bloed afgenomen.
U spreekt deze dag de volgende medewerkers:
- De verpleegkundige coördineert tijdens uw verblijf op de afdeling de zorg en biedt ondersteuning en begeleiding. Ook hoort u van de verpleegkundige op welk tijdstip de ingreep is gepland; dit is een schatting.
- De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw chirurg.
- De chirurg spreekt kort met u om na te gaan of u nog vragen heeft over de ingreep.
Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.
Op de dag van de operatie kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.
Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken, krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidings-ruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.
De chirurg komt bij u langs om te informeren of u nog vragen heeft. Dit kan ook nog plaatsvinden op het operatiecomplex vlak voordat u naar de operatiekamer gaat of op de operatiekamer.
Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicijnen voor de narcose worden toegediend. Ook krijgt u een zeer dun ‘slangetje’ (epiduraalkatheter) in de rug aangebracht. Via de epiduraalkatheter krijgt u tijdens en na de ingreep pijnbestrijding toegediend. Afhankelijk van de grootte van de ingreep wordt er een blaaskatheter ingebracht voor de afvloed van urine.
2. De operatie
Operatie vanwege GIST
Een maagoperatie is meestal gericht op genezing (curatief). Een maagoperatie in verband met een Gastro-intestinale Stromaceltumor (GIST) wordt vaak gecombineerd met een behandeling met medicatie. Deze medicatie kan vooraf aan de operatie of aansluitend aan de operatie voor een langere periode gegeven worden. Uw chirurg zal met u bespreken of u voor deze medicatie in aanmerking komt. Tijdens de operatie wordt doorgaans een wig (‘taartpunt’) uit de maag gehaald waarbij de plaats van de wig gesloten kan worden zonder dat een nieuwe verbinding met de dunne darm nodig is. Aan het einde van de operatie wordt een drain in de buik gebracht om overtollig vocht af te voeren.
Mogelijke complicaties
Geen enkele operatie is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Daarnaast bestaat bij deze operatie ook kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd.
Wondinfectie
Wondinfecties zijn goed met antibiotica te behandelen. Het komt voor dat een wondabces ontstaat waarvoor het nodig is de wond (deels) te openen.
Longontsteking
Een veel voorkomende complicatie na een grote operatie is het optreden van een longontsteking. Dit risico kan verminderd worden door u na de operatie snel te mobiliseren (zitten, staan, lopen) en u goed te laten ademen en hoesten. Hierbij is goede pijnbestrijding van groot belang. Daar wordt veel aandacht aan besteed door uw zorgverleners. Ook krijgt u preventief antibiotica toegediend.
Complicaties van het hart en de bloedsomloop
Tijdens en na de operatie kunnen zich hartritmestoornissen voordoen. Met medicijnen is dat te behandelen. Het risico op een hartinfarct hangt af van de hartfunctie voor de operatie. Dit geldt ook voor problemen met de bloedsomloop na de operatie. Plasmedicijnen of juist extra vochttoediening zijn dan nodig voor een goede vochtbalans.
Zeldzame complicaties
- De kans op een ernstige bloeding tijdens de operatie is klein. Zelden is het nodig om een bloedtransfusie te geven.
- Andere complicaties zijn trombose en longembolie. Alle patiënten krijgen bij de operatie een anti trombosemiddel toegediend.
De risico’s op een complicatie zijn ook verhoogd bij andere aandoeningen zoals diabetes, hart- en vaatziekten. Ook het continueren van roken en alcoholgebruik, ondervoeding en bestraling in het verleden vergroten het risico op complicaties. Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.
Het weefselonderzoek
Het weefsel dat tijdens de operatie wordt weggenomen, wordt door de patholoog anatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. De uitslag wordt zo mogelijk tijdens uw opname in het ziekenhuis, met u en uw naasten besproken. Als u ontslagen wordt vóórdat de uitslag van het weefselonderzoek bekend is, dan krijgt u de uitslag op de polikliniek. Bij uw ontslag wordt een poliafspraak gemaakt.
3. De periode na de operatie
Op de verpleegafdeling komt de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met de behandelend specialist over het verloop van uw herstel. De chirurg komt regelmatig bij u langs.
Fraxiparine
Na de ingreep krijgt u dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine (in uw buik, bovenbeen of bovenarm), totdat u met ontslag gaat. Fraxiparine voorkomt een stolsel in een bloedvat (trombose).
Katheters, lijnen en drains
Na de ingreep heeft u mogelijk een aantal ‘slangen’:
- Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Zodra u in staat bent voldoende te drinken en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
- Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof.
- een sonde via de neus in de maag voor de afvloed van maagsappen. Deze wordt in principe de dag na de ingreep verwijderd waarna u weer snel mag gaan beginnen met eten.
- Een epiduraalkatheter. Dit is een dun slangetje in de rug waardoor u pijnmedicatie krijgt toegediend. De medicatie die u via de epiduraalkatheter krijgt wordt afgebouwd en gestopt op geleide van uw pijnklachten en herstel. Zodra deze medicatie is gestopt, wordt de katheter verwijderd. Dit is gemiddeld na drie tot zes dagen.
- Een blaaskatheter voor de afvloed van urine. De blaaskatheter wordt verwijderd zodra de medicatie via de epiduraalkatheter is gestopt.
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen en in - en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever. De verpleegkundige zal u drie maal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10. Naast pijnbestrijding via de epiduraalkatheter krijgt u tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.
Misselijkheid
Misselijkheid na de operatie komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Wond
De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wond en verbindt deze zo nodig. De hechtingen van de wond worden acht tot tien dagen na de ingreep verwijderd. Als u in het verleden in het wondgebied bent bestraald worden de hechtingen na ongeveer 21 dagen verwijderd.
Indien de wond onderhuids is gehecht, hoeven er geen hechtingen te worden verwijderd.
Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd. Dit gevoel kan nog lang aanhouden, maar herstelt zich over het algemeen wel. Soms kan het gevoel ook verminderd blijven.
Mobiele en fysieke activiteit
Vanaf de dag na de operatie mag u uit bed. Dit is van groot belang belang voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.
U zult merken dat de activiteiten die voor de ingreep vanzelfsprekend waren, nu veel inspanning kosten. U zult uw energie moeten verdelen over de dag. Door de wond en de aanwezigheid van een aantal ‘slangen’ wordt u weliswaar beperkt in uw bewegingsvrijheid, maar al vanaf de eerste dag na de operatie mag u proberen te lopen. Onder begeleiding van de verpleegkundige en/of fysiotherapeut zult u in de dagen die volgen toenemend zelfstandig worden.
U zult steeds vaker en langer uit bed komen. Het streven is dat u de eerste dag twee keer vijftien minuten uit bed komt en u zich op de rand van het bed verzorgt. De tweede dag na de operatie komt u ten minste vier keer uit bed, waarbij u een half uur op een stoel zit en ook onder begeleiding een rondje over de gang loopt. De derde dag kunt u zich, eventueel met hulp douchen. U zit deze dag minstens vier keer een uur op de stoel en loopt drie keer op de gang. Vanaf de vierde dag na de operatie verzorgt u zich zoveel mogelijk zelfstandig en komt u zoveel mogelijk uit bed. U loopt minimaal drie keer per dag zelfstandig naar de lift. Dit plan is een gemiddeld plan en kan leiden tot ontslag uit het ziekenhuis binnen één week; afhankelijk van uw situatie kan het plan sneller of langzamer verlopen. De verpleegkundige zal dagelijks met u het plan op grond van uw situatie afspreken.
Ademhaling
Om de functie van de longen zo optimaal mogelijk te houden is de zorg voor de ademhaling van groot belang. Een optimale longfunctie wordt onder andere bereikt door:
- regelmatig uit bed te gaan en te bewegen;
- goede pijnbestrijding;
- ademhalingsoefeningen;
- het ophoesten van slijm;
- een halfzittende houding in bed;
- niet te roken.
Voeding
U mag de eerste dag na de operatie wanneer de neussonde is verwijderd weer eten en drinken. U begint met vloeibaar eten waarna dit snel wordt uitgebreid. Er wordt een maag-beschermer (tablet) voorgeschreven die u tot twee maanden na de ingreep zult gebruiken.
Stoelgang
Na de ingreep functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Dit gaat vaak gepaard met misselijkheid en krampen. Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.
Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.
Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij het CKvL werken deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. Uw verpleegkundige kan u in contact brengen met het CKvL.
4.Het ontslag
Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel en zelfstandigheid. U kunt in het geval van een WIG resectie na ongeveer vijf dagen tot zeven dagen naar huis. U verlaat op de dag van ontslag tussen 10.00-10.30 uur het ziekenhuis. Mogelijk heeft u na ontslag uit het ziekenhuis nog zorg nodig. Bespreek dit tijdig met uw verpleegkundige en behandelend arts.
De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.
Bij het ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de chirurg. Ook wordt een belafspraak met de verpleegkundige gepland. De chirurg zal uw huisarts op de hoogte stellen van de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.
De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.
Wij willen u een aantal adviezen meegeven:
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.
U kunt het volgende schema volgen:
- Blijf Paracetamol drie tot vier maal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u twee maal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.
Wond
Indien de hechtingen tijdens de ziekenhuisopname niet zijn verwijderd, kunt u hiervoor een afspraak maken bij uw huisarts. De verpleegkundige vertelt u wanneer de hechtingen moeten worden verwijderd.
U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. Als de wond gesloten is, kunt u douchen en/of in bad gaan. Dep de wond na afloop droog.
Als de wond nog open is op het moment dat u naar huis gaat, krijgt u voor uw ontslag uitleg en instructie van de verpleegkundige of wondverpleegkundige over de verzorging van de wond. Indien nodig wordt ondersteuning van de wijkverpleegkundige bij de wondzorg geregeld.
Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wond dagelijks bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:
- de huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen;
- u heeft toenemende pijn aan de wond;
- er komt pus uit de wond;
- u heeft temperatuursverhoging (boven 38,5 graden Celsius).
U kunt tijdens kantooruren contact opnemen met de verpleegkundig specialist.
.
Stoelgang
In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren totdat dit weer normaal is.
Uiterlijk en functiebeperking
Het kan moeilijk zijn om met de beperkingen om te gaan. Ook kan het confronterend zijn om andere mensen te ontmoeten. Hoe moeilijk het waarschijnlijk ook is, het is niet goed contacten met anderen te vermijden. U komt dan steeds verder van de mensen om u heen af te staan, waardoor u zich erg alleen kunt gaan voelen. Blijf praten over de beperkingen en uw gevoelens, probeer bezoek te ontvangen en naar buiten te gaan. U kunt hierbij hulp krijgen van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL).
Vermoeidheid
U kunt tijdens en na de behandeling last houden van vermoeidheid. Vermoeidheid wordt veroorzaakt door de behandeling, de ziekte zelf en doordat de conditie afneemt. Het is belangrijk dat u ondanks deze vermoeidheid voldoende blijft bewegen, zodat u in ieder geval uw conditie op peil houdt. Hoeveel beweging goed en gezond is, is afhankelijk van uw startniveau. Na de behandeling kunt u desgewenst meedoen aan een revalidatieprogramma.
Wilt u graag individueel advies of wilt u meer informatie over het volgen van een revalidatieprogramma dan kunt u contact opnemen met de fysiotherapeuten of informatie vragen in het Centrum Patiënteninformatie.
Activiteit
Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. U kunt uw activiteiten opbouwen op geleide van pijn. Zwemmen mag bij een gesloten wond (de hechtingen moeten dan wel verwijderd zijn).
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.
Intimiteit, Seksualiteit en Kanker
De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. In het Antoni van Leeuwenhoek kunt u terecht bij medewerkers die ervaren zijn in het bespreken van problemen op het gebied van intimiteit, seksualiteit en kanker. Bij hen kunt u terecht met al uw vragen en twijfels op dit gebied. Hiervoor kunt u een afspraak maken via het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven. Meer informatie kunt u lezen in de folder Intimiteit, Seksualiteit en Kanker. De folder is te verkrijgen op de verpleegafdeling en het Centrum Patiënteninformatie.
Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.
Verwerking
Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werksters, geestelijk verzorgers, psychiatrisch verpleegkundige, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.
Continuïteitsbezoek
De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen bij de thuiszorg organisatie in uw regio of via Care for Cancer www.careforcancer.nl.
Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding.
Contact met het ziekenhuis
Neem contact op met het ziekenhuis bij onderstaande lichamelijke problemen:
- temperatuursverhoging boven de 38.5 graden Celsius;
- aanhoudende misselijkheid en braken, niet kunnen eten en meer dan twee kilo per week afvallen;
- obstipatie (langer dan drie dagen geen ontlasting);
- aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
- niet kunnen plassen;
- andere aan de behandeling gerelateerde problemen.
Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.
5. Meer informatie
De zorgverleners en afdelingen van het Antoni van Leeuwenhoek zijn telefonisch bereikbaar via het algemene telefoonnummer 020 512 9111. Buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond-, of Nachthoofd. Indien u contact opneemt, houdt u dan uw patiëntengegevens bij de hand.








Informatie op internet: www.avl.nl / www.kanker.nl
maart 2021
Bijlage 1. Voeding en voedingsadviezen voor en na de operatie
Voor de operatie
Energie (calorieën)
Uw gewichtsverloop is een indicatie voor uw conditie. Een stabiel gewicht geeft aan dat u voldoende calorieën binnenkrijgt, en dat uw conditie op peil blijft. Hoe beter uw conditie gedurende de behandeling is, hoe beter u de behandeling doorkomt en hoe sneller u na de behandeling herstelt. Gedurende de behandeling streven we daarom naar een stabiel gewicht.
Eiwitten
Door veranderingen in de stofwisseling, veroorzaakt door de tumor, heeft u een hogere behoefte aan eiwit. Producten die veel eiwit bevatten zijn vlees(vervangers), vis, gevogelte, ei, zuivel, kaas en peulvruchten. Deze producten verdienen in de dagelijkse voeding dan ook speciale aandacht.
Vitamines en mineralen
Wanneer u twijfelt of u voldoende vitaminen en mineralen binnenkrijgt met de dagelijkse voeding mag u een multivitamine gebruiken. Deze multivitamine mag tot 100 procent aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) bevatten. Hogere doseringen raden wij u af.
Vocht
Over het algemeen is 1,5 - 2 liter vocht per dag voldoende. Mocht voor u een afwijkend advies gelden, bijvoorbeeld bij een slechte nierfunctie of bij afwijkingen in het bloed, dan krijgt u van uw arts een aangepast advies.
Klachten gerelateerd aan voeding tijdens de behandeling
Afhankelijk van uw behandeling kunnen zich verschillende klachten voordoen die eten vervelend of pijnlijk maken. Hieronder worden de meest voorkomende klachten genoemd met enkele voedingsadviezen. Uiteraard wordt er tijdens uw consult met de diëtist op uw specifieke klachten ingegaan.
- Pijn bij het slikken
Vermijd scherpe kruiden en specerijen; neem warme dranken en warme maaltijden op
kamertemperatuur; vermijd koolzuur; vermijd scherp (citrus)fruit, overweeg over te gaan
op zachte en vloeibare voeding; vraag uw arts naar pijnstillende medicijnen.
- Misselijkheid en braken
Drink voldoende (1.5-2l per dag); vermijd de aanblik en geur van eten als dat niet nodig
is; probeer of het drinken van koude cola helpt; forceer niets; gebruik meerdere kleine
maaltijden per dag; vraag uw arts naar medicatie tegen de misselijkheid.
- Vermoeidheid
Gebruik kant-en-klare producten als u geen energie heeft om maaltijden te bereiden; verdeel het eten over de dag; neem vaker vloeibare voeding; probeer per dag minimaal 30 minuten te blijven bewegen.
- Geen trek in eten
Zorg dat alles wat u eet en drinkt calorieën en eiwitten bevat; spreid de maaltijden over de dag; neem extra zuivel.
Uitgebreidere informatie vindt u in de folder ‘Voeding bij kanker’ van KWF Kankerbestrijding, verkrijgbaar bij het Centrum Patiënteninformatie.
Bijvoeding tijdens de behandeling
Door klachten van de ziekte of behandeling kan het zijn dat u onvoldoende voedingsstoffen binnenkrijgt via uw dagelijkse voeding. Om in goede conditie te blijven kan geadviseerd worden bijvoeding te gebruiken. Bijvoeding bestaat in de vorm van drinkvoeding.
Drinkvoeding
Drinkvoeding is een geconcentreerde drank die veel calorieën en eiwitten bevat, ook zijn vitaminen en mineralen toegevoegd. Behalve deze drankjes zijn er ook een speciale soep, pudding en fruitmoes in verschillende smaken verkrijgbaar. Drinkvoeding is niet in de winkel verkrijgbaar. Uw diëtist kan deze voeding voor u bestellen waarna de zorgverzekeraar de kosten vergoed.
Bijlage 2. Fysiotherapie voor en na de operatie
Voor de operatie
Voor de opname krijgt u een poliklinische afspraak met de fysiotherapeut. Tijdens dit consult maakt de fysiotherapeut een inschatting of uw spierkracht en conditie nog extra moeten verbeteren.
Het is belangrijk dat u zo goed mogelijk aan uw conditie werkt. Hoe beter uw conditie is voor de operatie, hoe sneller u zal herstellen na de operatie. U kunt aan uw conditie werken door dagelijks minimaal 30 minuten matig intensief te bewegen. Dit betekent 30 minuten fietsen of wandelen met een intensiteit waarbij u het warm krijgt en uw ademhaling versneld. Als 30 minuten achtereen inspannen voor u te zwaar is kunt u ook tweemaal op een dag een kwartier inspannen. Andere lichamelijke activiteiten dan wandelen of fietsen zijn natuurlijk ook geschikt.
Na de operatie
Informatie over opbouw van activiteiten na de operatie
De verpleegkundige zal u begeleiden bij het uit bed komen en het lopen. Voor deze activiteiten bestaat een opbouwschema. Het is belangrijk dat u dit schema zoveel mogelijk volgt omdat de houding in zit of staand en het zo snel mogelijk weer gaan lopen noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de longen. Voor ontslag zal de fysiotherapeut met u een gesprek hebben over de conditieopbouw thuis.
Uitleg ademhalingsoefeningen
De fysiotherapeut komt na de operatie bij u langs om de ademhaling te controleren. Het is de bedoeling dat u zelf elk uur oefent als u wakker bent: Begin een minuut met een rustige buikademhaling en daarna vijf maal een diepe inademing. Na de ademhalingsoefeningen gaat u een paar maal huffen en hoesten (zie onderstaande toelichting).
Rustige buikademhaling
Ga ontspannen zitten of liggen. Leg de handen losjes op de buik en adem rustig in, het liefst door de neus. Voel de buik tijdens de inademing naar de handen toe bewegen. Adem daarna uit door de mond waarbij u de buik voelt terugzakken. Doe dit in uw eigen tempo en ademdiepte.
Diepe inademing
Ga goed rechtop zitten. Houd de handen op de buik en adem langzaam zo diep mogelijk in, liefst door de neus. Als eerste voelt u de buik uitzetten, daarna komt de borstkas naar voren en wordt breder. Houd de adem twee tellen vast, niet persen maar als het ware in blijven ademen. Adem daarna rustig uit door de mond.
Huffen
Adem normaal in. Open de mond en de keel, en adem krachtig uit door de buik snel in te trekken. Let erop dat uw keel goed open is en dat de kracht uit uw buik komt.
Hoesten
Goed hoesten doet u door diep in te ademen en in een keer alle lucht krachtig uit te hoesten.
Algemene opmerkingen t.a.v. fysiotherapie en conditieopbouw
Pijn
Als u (veel) pijn heeft, wordt u gehinderd in uw dagelijkse handelingen zoals wassen, aankleden, diep zuchten en andere activiteiten. Het is dus belangrijk dat de pijn onder controle is. Als dat niet zo is, bespreek het dan met uw arts die goede pijnstilling kan voorschrijven. Daarnaast heeft bewegen ook een gunstige invloed op pijn.
Blijf dus vooral uw dagelijkse activiteiten doen, evenals uw oefeningen zolang u daar baat bij heeft. Probeer ook elke dag een stukje te wandelen.
Conditie
De eerste periode na de operatie zult u merken dat u snel moe bent, misschien kortademig en dat uw conditie sterk verminderd is. Om uw uithoudingsvermogen weer op te bouwen kunt u, als u weer thuis bent, naast uw dagelijkse activiteiten gaan wandelen. Begin met ongeveer vijf minuten en probeer dit uit te breiden totdat u minimaal een half uur per dag kunt wandelen in een normaal tempo. Eventueel kunt u ook verspreid over de dag twee maal een kwartier wandelen. Zorg voor een goede verdeling van uw activiteiten over de dag. Bouw ook rustpunten in.
Als het nodig is zal de fysiotherapeut u bij ontslag uit het ziekenhuis een overdracht voor fysiotherapie meegeven zodat u thuis onder begeleiding verder kunt oefenen. Vaak is dat niet nodig en kunt u met bovenstaande adviezen heel goed zelf aan uw herstel werken.
Ongeveer vier weken na de operatie komt u terug bij de fysiotherapeut in het ziekenhuis om het verloop van uw conditieopbouw te bespreken.
Ongeveer zes weken na de operatie heeft u weer een goede basisconditie opgebouwd. Het proces van de wondgenezing is zo goed als voltooid en het is belangrijk dat u regelmatig blijft bewegen.
Sportief bewegen met een matige intensiteit, dat wil zeggen dat u nog een gesprek kunt voeren tijdens het sporten, verbetert onder andere uw hartfunctie, uw uithoudingsvermogen en uw spierkracht. Het zal u ook meer zelfvertrouwen geven en uw mogelijke angst voor bewegen zal minder worden.
Er zijn verschillende mogelijkheden om door te gaan met sportief bewegen:
- U bent al onder behandeling bij een fysiotherapeut en gaat hier nog mee door of volgt zijn/haar advies over hoe u verder kunt gaan.
- Nog meer informatie over sportief bewegen onder begeleiding kunt u vinden op de volgende websites:
- Er zijn tegenwoordig ook veel fysiotherapeuten die in hun praktijk mensen individueel of in groepsverband kunnen begeleiden op het gebied van conditieverbetering.
- U gaat langzamerhand weer terug naar de activiteiten van voor de operatie, bijvoorbeeld uw werk en sportschool. Houd dan wel rekening met een rustige opbouw. Het is niet goed als u dagen na het sporten nog klachten van moeheid en spierpijn heeft. Als dat wel zo is, kunt u het de volgende keer beter wat rustiger aan doen. Minder geschikt voor de eerste maanden zijn krachtsporten en contactsporten.
- Niet iedereen vindt het prettig om in groepsverband aan sport te doen. U kunt natuurlijk ook zelf uw conditie bijhouden of verbeteren. Probeer dan om volgens de Nederlandse Norm Gezond Bewegen minimaal vijf dagen in de week een half uur per dag matig intensief te bewegen. Wandelen, fietsen, zwemmen of dansen zijn hiervoor zeer geschikt. Neem ook eens vaker de trap in plaats van de lift en de fiets in plaats van de auto.
- Als u tot nu toe geen begeleiding heeft gehad en uw conditie is nog erg matig of u heeft andere klachten, bespreek dit dan met uw arts. Deze kan u dan alsnog doorverwijzen naar een fysiotherapeut bij u in de buurt.
november 2022
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.