Zaadbalkanker in een gevorderd stadium

Indicatie chemotherapie

Inleiding

Deze informatie is bedoeld ter aanvulling op de informatie die uw arts en/of verpleegkundig specialist u al gegeven heeft. In dit document vindt u informatie over de mogelijke behandeling.

Het testiscarcinoom (zaadbalkanker) is de meest voorkomende vorm van kanker bij jonge mannen. Hoe zaadbalkanker ontstaat is niet helemaal duidelijk maar er zijn wel risicofactoren bekend, zoals een niet ingedaalde teelbal in de jonge jaren en wanneer teelbalkanker in de directe familie voorkomt. In Nederland is het aantal gevallen (incidentie) van zaadbalkanker de laatste decennia toegenomen. De incidentie is van 365 in 1990 gestegen naar 764 in 2014.Tweederde van de patiënten met zaadbalkanker presenteert zich in klinisch stadium I. Dat wil zeggen dat na de operatie waarbij de teelbal is verwijderd (orchidectomie) geen verhoogde tumormarkers in het bloed aanwezig zijn of dat de markers na de operatie genormaliseerd zijn. Daarnaast laat de CT-scan geen regionale uitzaaiingen via de lymfklieren zien en ook niet op afstand via de bloedbaan. Bij één derde van de patiënten blijkt de ziekte bij diagnose reeds in gevorderd stadium te zijn.

Stadiumindeling zaadbalkanker

Er worden twee indelingen gebruikt om zaadbalkanker te classificeren.

De eerste is een klinische stadiumindeling, een praktische indeling, die aangeeft waar de ziekte is gelokaliseerd. Deze indeling wordt ook wel de TNM-classificatie naar tumorstadium genoemd volgens de ‘Union for International Cancer Control’ (UICC).

Stadium I: De tumor beperkt zich tot de zaadbal

Stadium II: De tumor beperkt zich tot de zaadbal en de klieren onder het middenrif

Stadium III: De tumor beperkt zich tot de zaadbal en de klieren zowel boven als onder het middenrif

Stadium IV: De tumor is uitgebreid naar andere organen

 

De tweede indeling is naar prognostische groepen, ontwikkeld door de ‘International Germ Cell Cancer Collaboration’ (IGCCC). De prognostische indeling wordt gebruikt om chemotherapeutische behandeling te bepalen. Bij de prognostische indeling wordt gekeken naar:

  • De soort kanker
  • De plaats van het ontstaan van de kanker
  • De aanwezigheid van uitzaaiingen in of buiten de longen
  • De hoogte van tumoreiwitten in het bloed: Lactaatdehydrogenase (LDH), alfa-foetoproteïne (AFP) en bèta-humaan choriongonadotrofine (B-HCG).

Er wordt onderscheid gemaakt in drie prognostische groepen:

  • Goede prognose
  • Intermediaire prognose
  • Slechte prognose

Behandeling zaadbalkanker in gevorderd stadium

De standaard chemotherapeutische behandeling bestaat uit drie zeer actieve middelen tegen zaadbalkanker: bleomycine, etoposide en cisplatin (BEP- kuren). De behandeling met BEP-chemotherapie is intensief en kan gepaard gaan met aanzienlijke bijwerkingen, maar wordt door de meeste patiënten goed doorstaan. Tijdens de behandeling maar ook na afloop van de behandeling worden patiënten intensief gecontroleerd in verband met acute maar ook later optredende bijwerkingen. Het aantal kuren hangt af van het stadium en de prognostische indeling. Patiënten met een goede prognose krijgen drie BEP-kuren en de intermediaire en slechte prognostische groepen krijgen vier BEP-kuren. Voor uitgebreide details wordt verwezen naar de patiëntenfolder ‘BEP-chemotherapie’.

Wanneer er na afloop van de behandeling nog restafwijkingen zichtbaar zijn, volgt zo mogelijk- operatieve verwijdering hiervan.

Na afloop van de volledige behandeling worden patiënten tien jaar poliklinisch gecontroleerd. Voor nadere informatie wordt verwezen naar document ‘follow-up na chemotherapie’.

Er zijn twee hoofdtypes van zaalbalkanker te onderscheiden: seminoom en non-seminoom. Het grote verschil tussen seminomen en non-seminomen is de soort cellen waaruit de tumor is ontstaan. Seminomen ontstaan uit primitieve kiemcellen die zich normaal gesproken ontwikkelen tot geslachtscellen. Non-seminomen ontstaan uit pluripotente embryonale cellen die er voor zorgen dat er een embryo kan gaan groeien. De verdeling seminoom en non-seminoom is ongeveer 50/50.

Meer informatie

Informatie over de bereikbaarheid van de telefonische spreekuren vindt u op: www.avl.nl/spreekuren.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog vragen, aarzel dan niet om contact op te nemen. U kunt hiermee terecht bij:

  • Uw behandelend arts;
  • Uw verpleegkundig specialist;
  • De verpleegkundige op de afdeling (indien van toepassing);
  • De verpleegkundige op de dagverpleging; verpleegkundig spreekuur (indien van toepassing);
  • Het Centrum Patiënteninformatie.

Aanvullende informatie:

De KWF folder over chemotherapie is verkrijgbaar op de verpleegafdeling en in het Centrum Patiënteninformatie.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload