Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website toont video's van YouTube. Deze partij plaatst cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt, dan kunt u dat hier aangeven. U kunt dan geen video's op deze website zien. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren. Deze gegevens worden niet aan derden verstrekt. Lees meer over het cookiebeleid

Deze website maakt gebruik van cookies om video's te tonen en het gebruikersgemak te verbeteren. Als u deze cookies niet wilt, dan kunt u dat hier aangeven. Lees meer over het cookiebeleid

Ga direct naar de inhoud, het hoofdmenu, het servicemenu of het zoekveld.

Chirurgie bij borstkanker

Behandeling bij borstkankerIcoon afspelen
kYWFfgaFG4k
Sluiten Sluit icoon

Chirurg prof. dr. Emiel Rutgers geeft uitleg over de behandeling bij borstkanker.

Als bij borstkanker een operatie noodzakelijk is, is het streven van onze chirurgen om uw borst zoveel mogelijk te sparen.

Dit is mogelijk als:

  • het medisch verantwoord is.
  • de tumor klein genoeg is.
  • de tumor voldoende verkleind is na chemotherapie.

Na verwijdering van de tumor wordt de gehele borst bestraald (radiotherapie bij borstkanker). Bij sommige vrouwen volgt nog een extra dosis op de plek waar de tumor heeft gezeten.

Borstsparend opereren is niet in alle situaties mogelijk. Uw arts zal dit uitvoerig met u bespreken.

Wat gaat er gebeuren?

Borstsparende operatie

Bij een borstsparende operatie verwijdert uw chirurg de tumor, waarbij de chirurg zoveel mogelijk van het klierweefsel van de borst behoudt. Na deze operatie zal de bestraling van de hele borst moeten volgen, tenzij u deelneemt aan studies waarin de mogelijkheid van beperkte bestraling wordt onderzocht.

Een borstsparende operatie is niet in alle situaties mogelijk. De tumor moet klein genoeg zijn in verhouding tot de grootte van de borst, om een sparende operatie met goed cosmetisch resultaat te verrichten.

Als de tumor relatief groot is, kan het mogelijk zijn om samen met de plastisch chirurg toch borstsparend te opereren. Een deel van het borstklierweefsel wordt dan vervangen door eigen vetweefsel afkomstig van het gebied rondom de borst. Ook kan het mogelijk zijn om de borst te verkleinen middels een borstverkleinende operatie. Hierbij kan ook een grotere tumor sparend worden verwijderd met een goed resultaat; deze operatie is alleen mogelijk indien de borsten groot genoeg zijn. Ook bij deze vormen van sparende behandeling moet er nog bestraling op de borst volgen. Als u eerst behandeld bent met chemotherapie zal uw chirurg na de chemotherapie met u bekijken of er mogelijkheden zijn om borstsparend te opereren

Borstamputatie met eventueel directe reconstructie

Wanneer borstsparende behandeling niet mogelijk is, zal uw chirurg een verwijdering van de gehele borstklier met u bespreken. In veel gevallen (ruim 80%) is het mogelijk om de huid van de borst en vaak ook de tepel te behouden en het weefsel te vervangen door een prothese of tissue expander. Dit laatste gebeurt in één operatie, samen door de chirurg en de plastisch chirurg. Uw chirurg bespreekt met u of het behouden van de huid en van de tepel bij uw borstkanker mogelijk is. De plastisch chirurg bespreekt met u welke mogelijkheden er zijn om een reconstructie bij u te verrichten.

Okselklieren

Er zijn twee diagnostische onderzoeken om na te gaan of er uitzaaiingen zijn in de lymfeklieren: de schildwachtklierprocedure en de MARI-procedure.

Schildwachtklierprocedure

In het Antoni van Leeuwenhoek vindt in veel gevallen tijdens de operatie de schildwachtklierprocedure (sentinel node) plaats om vast te stellen of er sprake is van uitzaaiingen. De schildwachtklier (ook wel poortwachterklier genoemd) is de eerste lymfklier in de oksel die in verbinding met de tumor staat. Tijdens de operatie wordt deze klier verwijderd. De schildwachtklier wordt na de operatie bekeken door de patholoog-anatoom om te controleren of er tumorcellen in de lymfeklieren aanwezig zijn.

De uitslag van dit onderzoek krijgt u van de chirurg te horen na ongeveer acht werkdagen, wanneer ook de uitslag van het verwijderde borstweefsel bekend is. Als in de schildwachtklier tumorcellen zijn gevonden, kan dit betekenen dat er nog verdere behandeling van de okselklieren moet volgen. Deze behandeling bestaat meestal uit bestraling van de okselklieren. Een zogeheten okselkliertoilet, waarbij alle lymfeklieren (10 tot 25) uit de oksel operatief worden verwijderd, is doorgaans niet nodig.

MARI-procedure

Als er in het diagnostisch onderzoek dat vóór de behandeling wordt verricht al uitzaaiingen in de lymfeklier(en) zijn aangetoond, vindt er geen schildwachtklieronderzoek plaats. In het Antoni van Leeuwenhoek wordt dan gebruik gemaakt van de MARI-procedure.

Bij de MARI-procedure wordt de lymfeklier met uitzaaiing erin gemarkeerd door een jodiumbron. Dit is een metalen markering ter grootte van een korrel hagelslag, met een kleine hoeveelheid radioactief jodium erin. Als er meerdere aangedane lymfeklieren zijn gezien, wordt de grootste van de lymfeklieren met de jodiumbron gemarkeerd. Deze klier wordt de MARI-klier genoemd.

Omdat chemotherapie of hormoontherapie vaak al snel leiden tot verkleining van de tumor in de borst en de lymfeklieruitzaaiing(en), kan het na deze voorbehandeling moeilijk zijn om de lymfeklier met tumorcellen terug te vinden met de echo. Om deze reden wordt de markering met het jodiumzaadje voordat deze behandeling begint geplaatst. Doordat de radioactiviteit in het jodiumzaadje gedurende lange tijd (maanden) aanwezig blijft, kan de juiste lymfeklier worden teruggevonden na de voorbehandeling met chemotherapie of hormoontherapie.

Bij de operatie verwijdert de chirurg de gemarkeerde lymfeklier (de MARI-klier) en stuurt deze in voor pathologisch onderzoek. De uitslag van dit onderzoek krijgt u op de polikliniek na ongeveer acht werkdagen, tegelijk met de uitslag van het weefselonderzoek van de borsttumor. Mochten er nog tumorcellen gevonden zijn, dan zal een bestraling op de okselklieren volgen.

Afhankelijk van de uitgebreidheid van de ziekte vóór aanvang van de behandeling, kan het soms nodig zijn de MARI-klier al tijdens de operatie te onderzoeken middels vriescoupe-onderzoek. Hiermee kan snel (binnen 30 minuten) worden gezien of er nog tumorcellen in de lymfeklier aanwezig zijn. Indien dit zo is, zal de chirurg in dezelfde operatie ook de andere lymfeklieren uit de oksel verwijderen (okselkliertoilet).

Preoperatieve screening

Voorafgaand aan uw operatie heeft u een afspraak met de anesthesioloog op de polikliniek voor een gesprek en kort onderzoek naar uw lichamelijk conditie en eventuele bijzonderheden. De spreekuurassistente meet bij u de hartslag en bloeddruk en vraagt naar uw lengte en gewicht; zo nodig worden deze gemeten.

Deze preoperatieve screening duurt ongeveer 20 minuten en vormt de basis voor het anesthesieplan. De anesthesioloog beluistert uw longen en uw hart. Daarnaast wordt uw mond en keel geïnspecteerd voor het beademingsbuisje dat bij de narcose in uw luchtpijp zal worden geplaatst. Ook vraagt de anesthesioloog u naar:

  • Of u eerder onder verdoving bent geweest;
  • Welke aandoeningen u nog meer hebt;
  • Of u al eerder kankermedicijnen heeft gehad;
  • Of u al eerder bestraald bent;
  • Welke allergieën u heeft;
  • Of u rookt;
  • Of u alcohol gebruikt;
  • Welke medicijnen u gebruikt.

Het is daarom van groot belang dat u precies kunt aangeven welke medicijnen u hoe vaak en in welke dosering gebruikt. Als er aanleiding voor is, krijgt u mogelijk nog meer onderzoeken. Dat kunnen zijn: een elektrocardiogram (ECG of hartfilmpje), een röntgenfoto van uw longen, een longfunctieonderzoek of bloedonderzoek.

Narcose en plaatselijke verdoving

Anesthesie bestaat uit narcose, een plaatselijke verdoving of een combinatie van beide. Bij een narcose bent u helemaal buiten bewustzijn. Bij een plaatselijke verdoving wordt een deel van uw lichaam gevoelloos en bewegingsloos gemaakt.

Narcose

Als u onder narcose gaat, is uw hele lichaam verdoofd. U bent tijdelijk buiten bewustzijn. De narcosemiddelen bestaan uit een slaapmiddel, een pijnstiller en soms een spierverslappend middel. U krijgt het toegediend via een infuus en dan valt u binnen een halve minuut in slaap. U wordt tijdens de hele narcose beademd.

Zodra u slaapt, brengen we daarom bij grote operaties via uw mond een beademingsbuis in uw luchtpijp; bij kleinere operaties wordt er doorgaans een kapje achter in uw keel op de ingang van de luchtpijp geplaatst. Bovendien houden we met bewakingsapparatuur uw hartslag, bloeddruk, ademhaling en temperatuur constant in de gaten.

Plaatselijke verdoving

Wordt u plaatselijk verdoofd, dan bent u bij bewustzijn. Meestal gaat dat via een ruggenprik: het gebied onder de plaats van de ruggenprik wordt tijdelijk uitgeschakeld. Soms wordt er een slangetje ingebracht om langere tijd – ook na de operatie – pijnstillers te kunnen toedienen.

Net als bij een narcose houdt de anesthesioloog uw bloeddruk, hartslag, ademhaling en temperatuur in de gaten om zo nodig de verdoving bij te kunnen sturen.

Bij grote, langdurige operaties worden plaatselijke en algehele verdoving vaak in combinatie toegepast.

Fertiliteitspreservatie voor start behandeling

Deze behandeling kan schadelijke effecten voor de vruchtbaarheid geven. Het AVL heeft aandacht voor de kwaliteit van leven van de patiënt na de behandelingen en biedt de mogelijkheid voor fertiliteitspreservatie. Lees hier meer over fertiliteitspreservatie.

Deze behandeling wordt bij de volgende kankersoort toegepast

Daarom Antoni van Leeuwenhoek bij behandeling borstkanker

Bekwaamheid AVL

  • aantal patiënten8338
  • behandelde patiënten7954
  • second opinions384

Patiëntenervaring

8 .6
“Ik kan me nog heel goed herinneren dat de arts zei: 'ik heb er alle vertrouwen in dat wij over tien jaar een kopje thee kunnen drinken samen.'”

Innovatie & ontwikkelingen

  • Grotere genezingskans met hoge dosischemotherapie?
  • Minder verwijdering van positieve okselklieren bij borstkanker door MARI-procedure
  • Immuuntherapie bij borstkanker

Meer informatie

Deel dit onderwerp
 
We helpen u graag verder020 512 9111
 
contact
020 512 9111
We helpen u graag verder