Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website toont video’s van YouTube. Deze partij plaatst cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt, dan kunt u dat hier aangeven. U kunt dan geen video’s op deze website zien. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren. Deze gegevens worden niet aan derden verstrekt. Lees meer over het cookiebeleid

Deze website maakt gebruik van cookies om video's te tonen en het gebruikersgemak te verbeteren. Als u deze cookies niet wilt, dan kunt u dat hier aangeven. Lees meer over het cookiebeleid

Ga direct naar de inhoud, het hoofdmenu, het servicemenu of het zoekveld.

Chirurgie bij eierstokkanker

Een operatie is de meest efficiënte behandeling van eierstokkanker.

Een operatie is de meest efficiënte behandeling van eierstokkanker. Met deze operatie worden de beide eierstokken weggenomen, maar ook de baarmoeder en het grote inwendige vetschort dat om de eierstokken heen ligt.

Als er een kinderwens is en de kanker nog in een vroeg stadium is en een minder kwaadaardige vorm heeft, dan is het soms mogelijk de baarmoeder en één van de eierstokken te behouden. Of dit kan, ziet de chirurg pas tijdens de operatie.

 

Verloop van de behandeling

Voor de operatie krijgt een ruggenprik waarbij alleen uw onderlichaam verdoofd wordt of u gaat geheel onder narcose.

Narcose of ruggeprik

Voor de operatie krijgt een ruggenprik waarbij alleen uw onderlichaam verdoofd wordt of u gaat geheel onder narcose.

Sluiten Sluit icoon
Een operatie is de meest efficiënte behandeling van eierstokkanker.

Operatie

Een operatie is de meest efficiënte behandeling van eierstokkanker.

Sluiten Sluit icoon
Na de operatie kan de tumor helemaal zijn verwijderd. Het kan ook zijn dat er een deel is achtergebleven en dat dit verder bestraald kan worden.

Effectiviteit

Na de operatie kan de tumor helemaal zijn verwijderd. Het kan ook zijn dat er een deel is achtergebleven en dat dit verder bestraald kan worden.

Sluiten Sluit icoon
Na de operatie heeft u nog een paar dagen verpleegkundige zorg nodig.

Nazorg

Na de operatie heeft u nog een paar dagen verpleegkundige zorg nodig.

Sluiten Sluit icoon

Wat gaat er gebeuren?

Hoe gaat de operatie van eierstokkanker in zijn werk?

Voorafgaand aan deze operatie krijgt u een preoperatieve screening. Voor de operatie krijgt een ruggenprik waarbij alleen uw onderlichaam verdoofd wordt of u gaat geheel onder narcose.

De operatie van de eierstokken is een open operatie waarbij u een snede in de onderbuik krijgt vanaf uw schaambeen tot de navel of net daarboven. Zo kan de chirurg uw hele onderbuik inspecteren. Hij of zij verwijdert uw baarmoeder, de beide eierstokken en het vetschort dat eromheen ligt.

Er wordt zoveel mogelijk van het tumorweefsel weggenomen. Bij uitzaaiingen kan dit betekenen dat ook delen van bijvoorbeeld uw darmen, milt, lever of blaas verwijderd worden.

In sommige gevallen is het niet verantwoord om verder te opereren. U krijgt dan eerst chemotherapie om de tumor zoveel mogelijk te verkleinen. Daarna wordt de tumor alsnog operatief verwijderd.

Effectiviteit

Na de operatie kan de tumor helemaal zijn verwijderd. Het kan ook zijn dat er een deel is achtergebleven en dat dit verder bestraald kan worden.

Soms komt het voor dat het tumorweefsel zo uitgebreid is dat er te weinig weggehaald kan worden. Dan moet u eerst bestraald worden om als de tumor daarmee kleiner wordt, die later alsnog te verwijderen.

Preoperatieve screening

Voorafgaand aan uw operatie heeft u een afspraak met de anesthesioloog op de polikliniek voor een gesprek en kort onderzoek naar uw lichamelijk conditie en eventuele bijzonderheden. De spreekuurassistente meet bij u de hartslag en bloeddruk en vraagt naar uw lengte en gewicht; zo nodig worden deze gemeten.

Deze preoperatieve screening duurt ongeveer 20 minuten en vormt de basis voor het anesthesieplan. De anesthesioloog beluistert uw longen en uw hart. Daarnaast wordt uw mond en keel geïnspecteerd voor het beademingsbuisje dat bij de narcose in uw luchtpijp zal worden geplaatst. Ook vraagt de anesthesioloog u naar:

  • Of u eerder onder verdoving bent geweest
  • Welke aandoeningen u nog meer hebt
  • Of u al eerder kankermedicijnen heeft gehad
  • Of u al eerder bestraald bent
  • Welke allergieën u heeft
  • Of u rookt
  • Of u alcohol gebruikt
  • Welke medicijnen u gebruikt

Het is daarom van groot belang dat u precies kunt aangeven welke medicijnen u hoe vaak en in welke dosering gebruikt. Als er aanleiding voor is, krijgt u mogelijk nog meer onderzoeken. Dat kunnen zijn: een elektrocardiogram (ECG of hartfilmpje), een röntgenfoto van uw longen, een longfunctieonderzoek of bloedonderzoek.

Narcose en plaatselijke verdoving

Anesthesie bestaat uit narcose, een plaatselijke verdoving of een combinatie van beide. Bij een narcose bent u helemaal buiten bewustzijn. Bij een plaatselijke verdoving wordt een deel van uw lichaam gevoelloos en bewegingsloos gemaakt.

Narcose

Als u onder narcose gaat, is uw hele lichaam verdoofd. U bent tijdelijk buiten bewustzijn. De narcosemiddelen bestaan uit een slaapmiddel, een pijnstiller en soms een spierverslappend middel. U krijgt het toegediend via een infuus en dan valt u binnen een halve minuut in slaap. U wordt tijdens de hele narcose beademd.

Zodra u slaapt, brengen we daarom bij grote operaties via uw mond een beademingsbuis in uw luchtpijp; bij kleinere operaties wordt er doorgaans een kapje achter in uw keel op de ingang van de luchtpijp geplaatst. Bovendien houden we met bewakingsapparatuur uw hartslag, bloeddruk, ademhaling en temperatuur constant in de gaten.

Plaatselijke verdoving

Wordt u plaatselijk verdoofd, dan bent u bij bewustzijn. Meestal gaat dat via een ruggenprik: het gebied onder de plaats van de ruggenprik wordt tijdelijk uitgeschakeld. Soms wordt er een slangetje ingebracht om langere tijd – ook na de operatie – pijnstillers te kunnen toedienen.

Net als bij een narcose houdt de anesthesioloog uw bloeddruk, hartslag, ademhaling en temperatuur in de gaten om zo nodig de verdoving bij te kunnen sturen.

Bij grote, langdurige operaties worden plaatselijke en algehele verdoving vaak in combinatie toegepast.

Bijwerkingen en gevolgen

Door het verwijderen van de baarmoeder en de eierstokken wordt u onvruchtbaar en u komt u vervroegd in de overgang.
Hierdoor kunt u last krijgen van ‘opvliegers’, overmatige transpiratie en u kunt het afwisselend warm en koud hebben.

Nazorg

Na de operatie heeft u nog een paar dagen verpleegkundige zorg nodig. We controleren regelmatig uw pols, bloeddruk en bloedverlies.

Het wondverband kan er vaak na 2 dagen al af. De hechtingen worden 6 tot 10 dagen na de operatie verwijderd.

Het duurt dan nog wel een tijd voordat u weer de gewone dingen kunt doen. Neem daarom veel rust. U blijft sowieso de komende 5 jaar onder controle.

Fertiliteitspreservatie voor start behandeling

Deze behandeling kan schadelijke effecten voor de vruchtbaarheid geven. Het AVL heeft aandacht voor de kwaliteit van leven van de patiënt na de behandelingen en biedt de mogelijkheid voor fertiliteitspreservatie. Lees hier meer over fertiliteitspreservatie.

Deze behandeling wordt bij de volgende kankersoort toegepast

Daarom Antoni van Leeuwenhoek

Onze kwaliteit

Uit ons patiënttevredenheidsonderzoek blijkt dat patiënten ons gemiddeld waarderen met een 8.6!

8 .6

Doe mee

Om onze zorg te verbeteren horen wij graag hoe u het Antoni van Leeuwenhoek heeft ervaren.

Meer informatie

Deel dit onderwerp
 
We helpen u graag verder020 512 9111
 
contact
020 512 9111
We helpen u graag verder