Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website toont video's van YouTube. Deze partij plaatst cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt, dan kunt u dat hier aangeven. U kunt dan geen video's op deze website zien. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren. Deze gegevens worden niet aan derden verstrekt. Lees meer over het cookiebeleid

Deze website maakt gebruik van cookies om video's te tonen en het gebruikersgemak te verbeteren. Als u deze cookies niet wilt, dan kunt u dat hier aangeven. Lees meer over het cookiebeleid

Ga direct naar de inhoud, het hoofdmenu, het servicemenu of het zoekveld.

Chirurgie bij schildklierkanker

Chirurgie schildklierkanker

De meeste vormen van schildklierkanker kunnen we vroegtijdig vaststellen en volledig genezen. Bij de behandeling van schildklierkanker wordt een gedeelte van de schildklier of de gehele schildklier operatief verwijderd. Indien nodig halen we ook de lymfklieren aan de (aangedane) zijkant van de hals weg.

Als we uw gehele schildklier moeten weghalen, moet u de rest van uw leven schildklier vervangende medicatie gebruiken. Dit werkt doorgaans zeer goed. Meestal krijgt u 4 tot 6 weken na een volledige verwijdering een nabehandeling met radioactief jodium. Dit is om eventueel achtergebleven schildklierkankercellen te vernietigen.

 

Verloop van de behandeling

  • Er wordt een longfoto van u gemaakt om longuitzaaiingen uit te sluiten.

    Voor de operatie krijgt u een longfoto

     
  • Bij de behandeling van schildklierkanker wordt een gedeelte van de schildklier of de gehele schildklier operatief verwijderd.

    Chirurgie ingreep bij schildklierkanker

     
  • De patholoog stelt vast of het verwijderde deel van de schildklier met knobbel goed- of kwaadaardig is.

    De patholoog beoordeelt de verwijderde knobbel

     
  • Als uw schildklier volledig is verwijderd, krijgt u 4 tot 6 weken na de operatie een behandeling met radioactief jodium.

    Nabehandeling met radioactief Jodium

     
Er wordt een longfoto van u gemaakt om longuitzaaiingen uit te sluiten.

Voor de operatie krijgt u een longfoto

Er wordt een longfoto van u gemaakt om longuitzaaiingen uit te sluiten.

Sluiten Sluit icoon
Bij de behandeling van schildklierkanker wordt een gedeelte van de schildklier of de gehele schildklier operatief verwijderd.

Chirurgie ingreep bij schildklierkanker

Bij de behandeling van schildklierkanker wordt een gedeelte van de schildklier of de gehele schildklier operatief verwijderd.

Sluiten Sluit icoon
De patholoog stelt vast of het verwijderde deel van de schildklier met knobbel goed- of kwaadaardig is.

De patholoog beoordeelt de verwijderde knobbel

De patholoog stelt vast of het verwijderde deel van de schildklier met knobbel goed- of kwaadaardig is.

Sluiten Sluit icoon
Als uw schildklier volledig is verwijderd, krijgt u 4 tot 6 weken na de operatie een behandeling met radioactief jodium.

Nabehandeling met radioactief Jodium

Als uw schildklier volledig is verwijderd, krijgt u 4 tot 6 weken na de operatie een behandeling met radioactief jodium.

Sluiten Sluit icoon

Wat gaat er gebeuren?

Hoe gaat chirurgie bij schildklierkanker in zijn werk?

Vóór de operatie maken we een echo van de hals om eventuele uitzaaiingen in de lymfklieren uit te sluiten. Als er uitzaaiingen zijn, zullen we ook de lymfklieren aan de kant van de uitzaaiing verwijderen. Daarnaast zal uw chirurg een longfoto laten maken om longuitzaaiingen uit te sluiten.

Wanneer we het onderscheid tussen een goedaardige of kwaadaardige tumor niet kunnen maken, verwijderen we alleen de helft van de schildklier met de knobbel. Stelt de patholoog vervolgens vast dat de knobbel toch kwaadaardig is, dan verwijderen we alsnog de andere helft van de schildklier. Als de knobbel kleiner dan 1 centimeter was, hoeft de andere helft van de schildklier niet verwijderd te worden.

Effectiviteit

De meeste patiënten met schildklierkanker genezen volledig na een adequate behandeling. Ongeveer 95% van de patiënten is 15 jaar later nog in leven. Wel zijn er patiënten met een verhoogd risico op terugkeer van de tumor. De belangrijkste factor hiervoor is de grootte van de tumor.

De behandelingen van schildklierkanker, maar ook de controles daarna zijn erop gericht om een eventueel terugkerende tumor zo snel mogelijk op te sporen, zodat we deze direct kunnen behandelen.

Preoperatieve screening

Voorafgaand aan uw operatie heeft u een afspraak met de anesthesioloog op de polikliniek voor een gesprek en kort onderzoek naar uw lichamelijk conditie en eventuele bijzonderheden. De spreekuurassistente meet bij u de hartslag en bloeddruk en vraagt naar uw lengte en gewicht; zo nodig worden deze gemeten.

Deze preoperatieve screening duurt ongeveer 20 minuten en vormt de basis voor het anesthesieplan. De anesthesioloog beluistert uw longen en uw hart. Daarnaast wordt uw mond en keel geïnspecteerd voor het beademingsbuisje dat bij de narcose in uw luchtpijp zal worden geplaatst. Ook vraagt de anesthesioloog u naar:

  • Of u eerder onder verdoving bent geweest
  • Welke aandoeningen u nog meer hebt
  • Of u al eerder kankermedicijnen heeft gehad
  • Of u al eerder bestraald bent
  • Welke allergieën u heeft
  • Of u rookt
  • Of u alcohol gebruikt
  • Welke medicijnen u gebruikt

Het is daarom van groot belang dat u precies kunt aangeven welke medicijnen u hoe vaak en in welke dosering gebruikt. Als er aanleiding voor is, krijgt u mogelijk nog meer onderzoeken. Dat kunnen zijn: een elektrocardiogram (ECG of hartfilmpje), een röntgenfoto van uw longen, een longfunctieonderzoek of bloedonderzoek.

Narcose en/of plaatselijke verdoving

Narcose en plaatselijke verdoving Anesthesie bestaat uit narcose, een plaatselijke verdoving of een combinatie van beide. Bij een narcose bent u helemaal buiten bewustzijn. Bij een plaatselijke verdoving wordt een deel van uw lichaam gevoelloos en bewegingsloos gemaakt.

Narcose

Als u onder narcose gaat, is uw hele lichaam verdoofd. U bent tijdelijk buiten bewustzijn. De narcosemiddelen bestaan uit een slaapmiddel, een pijnstiller en soms een spierverslappend middel. U krijgt het toegediend via een infuus en dan valt u binnen een halve minuut in slaap. U wordt tijdens de hele narcose beademd.

Zodra u slaapt, brengen we daarom bij grote operaties via uw mond een beademingsbuis in uw luchtpijp; bij kleinere operaties wordt er doorgaans een kapje achter in uw keel op de ingang van de luchtpijp geplaatst. Bovendien houden we met bewakingsapparatuur uw hartslag, bloeddruk, ademhaling en temperatuur constant in de gaten.

Plaatselijke verdoving

Wordt u plaatselijk verdoofd, dan bent u bij bewustzijn. Meestal gaat dat via een ruggenprik: het gebied onder de plaats van de ruggenprik wordt tijdelijk uitgeschakeld. Soms wordt er een slangetje ingebracht om langere tijd – ook na de operatie – pijnstillers te kunnen toedienen.

Net als bij een narcose houdt de anesthesioloog uw bloeddruk, hartslag, ademhaling en temperatuur in de gaten om zo nodig de verdoving bij te kunnen sturen.

Bij grote, langdurige operaties worden plaatselijke en algehele verdoving vaak in combinatie toegepast.

Bijwerkingen en gevolgen

In zeldzame gevallen kunt u direct na de operatie een nabloeding krijgen. Deze bloeding wordt dan direct operatief verholpen. Daarnaast kunt u letsels aan de stembandzenuw of bijschildklier oplopen. Gelukkig zijn deze complicaties zeldzaam en relatief goed te behandelen.

Na een totale verwijdering van de schildklier moet u voor de rest van uw leven schildklier vervangende therapie volgen. Het kan enige tijd duren voordat het lichaam gewend is aan deze behandeling met schildkliertabletten. De meeste mensen die schildklierkanker hebben gehad, functioneren binnen enkele weken tot maanden na de behandeling weer volledig normaal.

Nazorg

Na de operatie heeft u een tijdelijke wonddrain in de hals om het wondvocht af te voeren. Bij een gedeeltelijke verwijdering van de schildklier kunt u meestal de volgende dag weer naar huis. Na een totale schildklierverwijdering wordt u direct na de operatie 1 dag op de afdeling Intensive Care opgenomen ter observatie. Na deze dag wordt u overgeplaatst naar de normale verpleegafdeling. In principe mag u na 3 tot 4 dagen het ziekenhuis weer verlaten.

Nabehandeling met radioactief jodium

Als uw schildklier volledig is verwijderd, krijgt u 4 tot 6 weken na de operatie een behandeling met radioactief jodium. Hiermee vernietigen we eventuele resterende kwaadaardige schildkliercellen. Zo verminderen we het risico dat de ziekte terugkomt. Schildklierkankercellen nemen het jodium op en door dit radioactief te maken, kunnen we deze cellen gericht bestralen. Om de behandeling zo effectief mogelijk te maken, stimuleren we de nog aanwezige schildklierkankercellen zoveel mogelijk radioactief jodium op te nemen. Dit doen we door de concentratie van het eiwit TSH in het bloed zo hoog mogelijk te maken. Na de behandeling met radioactief jodium wordt u een aantal dagen opgenomen om te voorkomen dat u andere mensen met straling besmet. U mag dan geen bezoek ontvangen.

Deze behandeling wordt bij de volgende kankersoort toegepast

Daarom Antoni van Leeuwenhoek

Onze kwaliteit

Uit ons patiënttevredenheidsonderzoek blijkt dat patiënten ons gemiddeld waarderen met een 8.5!

8 .5

Doe mee

Om onze zorg te verbeteren horen wij graag hoe u het Antoni van Leeuwenhoek heeft ervaren.

Meer informatie

Deel dit onderwerp
 
We helpen u graag verder020 512 9111
 
contact
020 512 9111
We helpen u graag verder