Chirurgie

Chirurgie bij basaalcelkanker

In de meeste gevallen worden basaalcelkanker en plaveiselcelkanker onder plaatselijke verdoving operatief verwijderd.

Huidkanker worden in het algemeen door de dermatoloog verwijderd. In bepaalde gevallen wordt u behandeld door de hoofd-hals chirurg, plastisch chirurg of oncologisch chirurg.

Het stukje weefsel dat we verwijderen, wordt altijd opgestuurd voor weefselonderzoek. Als gevolg van de ingreep krijgt u een litteken.

Meer informatie

Hoe gaat de behandeling in zijn werk?

In de meeste gevallen worden het basaalcelcarcinoom en het plaveiselcelcarcinoom onder plaatselijke verdoving verwijderd. Hierbij nemen we ook een aantal millimeters gezonde huid mee vanwege mogelijke groei buiten de zichtbare begrenzing.

Bij grotere tumoren of tumoren met een afwijkend groeipatroon zullen we meer gezonde huid verwijderen. Na de operatie wordt de wond gesloten. Als het niet mogelijk is de wondranden direct te sluiten, gebruiken we een techniek waarbij de omliggende huid wordt losgemaakt en wordt opgeschoven naar de wond.

Effectiviteit

In principe wordt er naar gestreefd de laesie in één behandeling in zijn geheel te verwijderen.

Preoperatieve screening

Voorafgaand aan uw operatie heeft u een afspraak met de anesthesioloog op de polikliniek voor een gesprek en kort onderzoek naar uw lichamelijk conditie en eventuele bijzonderheden. De spreekuurassistente meet bij u de hartslag en bloeddruk en vraagt naar uw lengte en gewicht; zo nodig worden deze gemeten.

Deze preoperatieve screening duurt ongeveer 20 minuten en vormt de basis voor het anesthesieplan. De anesthesioloog beluistert uw longen en uw hart. Daarnaast wordt uw mond en keel geïnspecteerd voor het beademingsbuisje dat bij de narcose in uw luchtpijp zal worden geplaatst. Ook vraagt de anesthesioloog u naar:

  • Of u eerder onder verdoving bent geweest
  • Welke aandoeningen u nog meer hebt
  • Of u al eerder kankermedicijnen heeft gehad
  • Of u al eerder bestraald bent
  • Welke allergieën u heeft
  • Of u rookt
  • Of u alcohol gebruikt
  • Welke medicijnen u gebruikt

Het is daarom van groot belang dat u precies kunt aangeven welke medicijnen u hoe vaak en in welke dosering gebruikt. Als er aanleiding voor is, krijgt u mogelijk nog meer onderzoeken. Dat kunnen zijn: een elektrocardiogram (ECG of hartfilmpje), een röntgenfoto van uw longen, een longfunctieonderzoek of bloedonderzoek.

Narcose en plaatselijke verdoving

Anesthesie bestaat uit narcose, een plaatselijke verdoving of een combinatie van beide. Bij een narcose bent u helemaal buiten bewustzijn. Bij een plaatselijke verdoving wordt een deel van uw lichaam gevoelloos en bewegingsloos gemaakt.

Narcose

Als u onder narcose gaat, is uw hele lichaam verdoofd. U bent tijdelijk buiten bewustzijn. De narcosemiddelen bestaan uit een slaapmiddel, een pijnstiller en soms een spierverslappend middel. U krijgt het toegediend via een infuus en dan valt u binnen een halve minuut in slaap. U wordt tijdens de hele narcose beademd.

Zodra u slaapt, brengen we daarom bij grote operaties via uw mond een beademingsbuis in uw luchtpijp; bij kleinere operaties wordt er doorgaans een kapje achter in uw keel op de ingang van de luchtpijp geplaatst. Bovendien houden we met bewakingsapparatuur uw hartslag, bloeddruk, ademhaling en temperatuur constant in de gaten.

Plaatselijke verdoving

Wordt u plaatselijk verdoofd, dan bent u bij bewustzijn. Meestal gaat dat via een ruggenprik: het gebied onder de plaats van de ruggenprik wordt tijdelijk uitgeschakeld. Soms wordt er een slangetje ingebracht om langere tijd – ook na de operatie – pijnstillers te kunnen toedienen.

Net als bij een narcose houdt de anesthesioloog uw bloeddruk, hartslag, ademhaling en temperatuur in de gaten om zo nodig de verdoving bij te kunnen sturen.

Bij grote, langdurige operaties worden plaatselijke en algehele verdoving vaak in combinatie toegepast.

Bijwerkingen en gevolgen

De verwijdering van het carcinoom is over het algemeen een eenvoudige ingreep die zelden complicaties geeft.

Een enkele keer treedt er een infectie op, ontstaat er een bloeding van de wond of gaat de wond weer open. U kunt dan contact opnemen met de polikliniek of met uw huisarts.

Als gevolg van de ingreep krijgt u wel een litteken.

Na de behandeling

Deze ingreep wordt poliklinisch uitgevoerd, onder plaatselijke verdoving. U kunt dus direct na afloop naar huis.

Na 2 weken wordt u gebeld over de uitslag van het weefselonderzoek. Daarnaast krijgt u in afnemende frequentie controleafspraken.

In enkele gevallen kan het gebeuren dat de tumor terug groeit of uitzaait. Tijdens de controleafspraken houden we dit in de gaten. Ook wordt de rest van uw huid nagekeken op eventuele nieuwe verdachte plekjes.