Chirurgie

Chirurgie bij nierkanker / (partiële) nefrectomie

Bij een operatie bij nierkanker moet vaak de gehele nier verwijderd worden (nefrectomie), maar soms is het ook mogelijk om een gedeelte van de nier te besparen. Deze ingreep heet een partiële nefrectomie of wel een nier sparende behandeling.

Partiële nefrectomie

De uroloog bespreekt deze ingreep met u als dit voor u een geschikte behandeling is. Een partiële nefrectomie wordt vooral uitgevoerd bij kleinere niertumoren (grofweg kleiner dan 7 cm) die op een gunstige plaats liggen, bij voorkeur in de buitenkant van de nier.

Een ongunstigere plaats is :
- dichtbij het nierbekken, hierbij is de kans op urinelekkage groot.
- dichtbij de bloedvaten die de bloedsomloop van de nier verzorgen. De bloedsomloop van de nier kan dan in gevaar komen.

Bij een ongunstigere plaats worden de voor- en nadelen afgewogen van de behandeling en de risico’s. Soms kan er een goede reden zijn om toch een partiële nefrectomie te overwegen (zoals een slechte nierfunctie of bij een enkele nier). Dit wordt dan met u besproken.

Nefrectomie

Wanneer de nier geheel verwijderd moet worden, spreken we van een nefrectomie.

Operatie

De operatie kan op 2 verschillende manieren uitgevoerd worden. De gekozen operatiemethode is van een aantal factoren afhankelijk zoals uw medische voorgeschiedenis, eventuele bijkomende ziektes en de plaats van de tumor. Uw uroloog/verpleegkundig specialist bespreekt welke manier het beste is voor uw specifieke situatie. Onderstaande manieren van opereren vinden altijd plaats onder algehele verdoving.

De kijkoperatie (laparoscopie) soms ondersteund door de Da Vinci Robot
Hierbij wordt de operatie uitgevoerd door een aantal, meestal vijf, kleinere incisies (sneetjes) in de buik te maken waarna de buikholte wordt opgeblazen met koolzuurgas Door de incisies worden de operatie-instrumenten ingebracht. Door een wat grotere incisie in de onderbuik wordt de nier, of een gedeelte hiervan, verwijderd. De robot wordt bestuurd door de uroloog.

De open procedure (laparotomie)
Afhankelijk van de grootte van de tumor wordt een horizontale snede (incisie) in de buik en/of aan de zijkant gemaakt om het aangedane gedeelte van de nier te verwijderen.

Meer informatie

Voorafgaande aan de operatie

Pre-operatieve screening

Voorafgaand aan de operatie heeft u een afspraak met de anesthesioloog op de polikliniek voor een gesprek en kort onderzoek naar uw lichamelijk conditie en eventuele bijzonderheden. De spreekuurassistente meet bij u de hartslag en bloeddruk en vraagt naar uw lengte en gewicht; zo nodig worden deze gemeten.

Anesthesieplan

Deze preoperatieve screening duurt ongeveer 20 minuten en vormt de basis voor het anesthesieplan. De anesthesioloog beluistert uw longen en uw hart. Daarnaast wordt uw mond en keel geïnspecteerd voor het beademingsbuisje dat bij de narcose in uw luchtpijp zal worden geplaatst. Ook vraagt de anesthesioloog u naar:

  • Of u eerder onder verdoving bent geweest
  • Welke aandoeningen u nog meer hebt
  • Of u al eerder kankermedicijnen heeft gehad
  • Of u al eerder bestraald bent
  • Welke allergieën u heeft
  • Of u rookt
  • Of u alcohol gebruikt
  • Welke medicijnen u gebruikt

Het is daarom van groot belang dat u precies kunt aangeven welke medicijnen u hoe vaak en in welke dosering gebruikt. Als er aanleiding voor is, krijgt u mogelijk nog meer onderzoeken. Dat kunnen zijn: een elektrocardiogram (ECG of hartfilmpje), een röntgenfoto van uw longen, een longfunctieonderzoek of bloedonderzoek.

Anesthesie tijdens de operatie

Anesthesie bestaat uit narcose, een plaatselijke verdoving of een combinatie van beide. Bij een narcose bent u helemaal buiten bewustzijn. Bij een plaatselijke verdoving wordt een deel van uw lichaam gevoelloos en bewegingsloos gemaakt.

Narcose

Als u onder narcose gaat, is uw hele lichaam verdoofd. U bent tijdelijk buiten bewustzijn. De narcosemiddelen bestaan uit een slaapmiddel, een pijnstiller en soms een spierverslappend middel. U krijgt het toegediend via een infuus en dan valt u binnen een halve minuut in slaap. U wordt tijdens de hele narcose beademd.

Zodra u slaapt, brengen we daarom bij grote operaties via uw mond een beademingsbuis in uw luchtpijp; bij kleinere operaties wordt er doorgaans een kapje achter in uw keel op de ingang van de luchtpijp geplaatst. Bovendien houden we met bewakingsapparatuur uw hartslag, bloeddruk, ademhaling en temperatuur constant in de gaten.

Plaatselijke verdoving

Wordt u plaatselijk verdoofd, dan bent u bij bewustzijn. Meestal gaat dat via een ruggenprik: het gebied onder de plaats van de ruggenprik wordt tijdelijk uitgeschakeld. Soms wordt er een slangetje ingebracht om langere tijd – ook na de operatie – pijnstillers te kunnen toedienen.

Net als bij een narcose houdt de anesthesioloog uw bloeddruk, hartslag, ademhaling en temperatuur in de gaten om zo nodig de verdoving bij te kunnen sturen.

Bij grote, langdurige operaties worden plaatselijke en algehele verdoving vaak in combinatie toegepast.

Bijwerkingen en gevolgen

Geen enkele operatie is zonder risico's. Behalve algemene risico's, zoals wondinfectie, trombose en longontsteking, is er bij deze operatie een kans op nabloeding. Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.

Er is een mogelijkheid dat u nierfunctie verslechterd na een behandeling. Uw behandelend arts probeert dit zo goed mogelijk van te voren in te schatten dat dit geen negatieve consequenties heeft voor u. Soms is er een onvoorziene nierfunctie-achteruitgang die aanvullende behandeling behoeft.

Na het verwijderen van de nier kunt u last hebben van vermoeidheid. Soms houdt dit lang aan. Een verklaring van de vermoeidheid is er niet altijd. Het is een duidelijk signaal van het lichaam dat er een grote rust/slaapbehoefte is om te herstellen. Er is geen bezwaar om daaraan toe te geven.

Controles na de operatie

Na de behandeling komt u in een nacontrole traject. Hoe het nacontrole traject er voor u uit gaat zien is afhankelijk van de uitslag van het weefselonderzoek en zal door uw behandelaar met u worden besproken.

Axel Bex in gesprek (nierkanker)