Cryo-ablatie

Wat is cryo-ablatie?

Tumoren zijn te behandelen met verhitting of bevriezing, dit wordt ook wel thermale ablatie of warmte ablatie genoemd. Deze verhitting of bevriezing zorgt ervoor dat de tumor afsterft. Bij een cryo-ablatie gaan de tumorcellen dood door bevriezing. Na de ablatie ruimt het lichaam zelf de afvalstoffen op, waarna er een litteken in het behandelde gebied over blijft. Om de behandeling uit te voeren, prikt de interventieradioloog onder echo-, MRI- of CT-begeleiding één of meerdere naalden in de tumor. Dit gaat via een klein prikgaatje in de huid.

Wat levert deze behandeling mij als patiënt op?

Cryo-ablatie kan worden toegepast bij een select aantal kleinere tumoren in de nieren, longen, borst, prostaat, buikholte, weke delen en/of botten. Ook kan een cryo-ablatie worden gebruikt om een grotere tumor kleiner te maken of voor van het verminderen van pijn. Deze techniek wordt gebruikt als minimaal invasief alternatief voor een operatie of bij patiënten die geen operatie meer kunnen ondergaan door gezondheidsproblemen zoals hart-, vaat- en longziekten.

Meer informatie

De periode voor de behandeling

Of een cryo-ablatie een geschikte behandeloptie is, wordt besproken in het multidisciplinair overleg (MDO) met alle betrokken artsen. De uitslag van dit MDO zal de behandelend arts met u bespreken.

Als u in aanmerking komt voor een ablatie, dan wordt u doorverwezen naar de poli interventieradiologie, ook wel beeldgestuurde oncologische behandelingen (BOI) benoemd. Hier ontvang u meer uitleg over de procedure. Vaak heeft u dezelfde dag een afspraak bij de pre-operatieve screening (POS).

De anesthesioloog zal uiteindelijk bepalen of u fit en gezond genoeg bent om deze procedure te ondergaan. Indien dit het geval is, dan wordt u op de wachtlijst geplaatst.

De behandeling op de dag zelf

Bij een cryo-ablatie worden naalden beeldgestuurd ingebracht, zodat de juiste positie kan worden bereikt. De naalden worden aangesloten op een machine die met hoge druk vloeibaar gas door een naald perst waardoor en een ijsbal ontstaat aan de tip van de naald. Door de ijsbal die ontstaat, worden de cellen gedood.

De cryo-ablatie wordt meestal uitgevoerd onder algehele anesthesie (narcose). Soms wordt er gekozen voor epidurale anesthesie (ruggenprik) of een roesje. Dit wordt door de anesthesioloog met u besproken op de poli.

De periode na de behandeling

Na een ablatie ziet u aan de buitenkant slechts kleine sneetjes. Aan de binnenkant van het lichaam is de wond echter groter en het lichaam werkt de eerste weken hard om deze wond te genezen. Hoeveel last u hiervan heeft, is afhankelijk van de grootte en de locatie van de tumor. Indien u goed genoeg bent hersteld, mag u weer naar huis. Dit is in de meeste gevallen de volgende dag. 

Wat zijn de risico’s en bijwerkingen?

Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Bij een ziekenhuisopname bestaat altijd een kleine kans op trombose (stolsel in een bloedvat), of een infectie (bijvoorbeeld long- of blaasontsteking). Bij deze ingreep bestaat er daarnaast een kleine kans op een nabloeding, infectie of schade aan het behandelde orgaan, omliggend structuren of de prikroute. Dit kan bijvoorbeeld een stoornis in de nierfunctie zijn, een urinelekkage bij nierablaties, of een klaplong bij longablaties of ablaties via de longholte.

De eerste weken kunt u de volgende bijwerkingen ervaren:

  • Vermoeidheid
  • Pijnklachten ter hoogte van de behandelde plek
  • Misselijkheid
  • Grieperig gevoel
  • Koorts tot 38.5 graden Celsius.

Daarnaast kunt u ook specifieke klachten hebben van het behandelde orgaan of de prikroute. Hierbij kunt u denken aan:  

  • Hoesten met of zonder bloed (bij ablaties in de long of via de longholte)
  • Bloed plassen (bij nier- of prostaatablaties)
  • Een doof gevoel of juist pijnlijke waarneming van de huid.