Radiofrequente Ablatie (RFA)

Radiofrequente Ablatie (RFA) kan worden toegepast bij verschillende tumorsoorten. Bij RFA worden de kankercellen als het ware weggebrand. Er wordt een naald door de huid heen in de tumor gebracht. De naald wordt beeldgestuurd ingebracht met behulp van echografie of een CT-scan en aangesloten op een generator. Deze generator laat de cellen trillen. Met de warmte die door de trilling ontstaat, worden de kankercellen verbrand.

RFA geschikt tot bepaalde afmeting tumor

Voor een behandeling met Radiofrequente Ablatie (RFA) mag een tumor niet groter zijn dan 3,5 centimeter doorsnede. RFA is vooral geschikt voor patiënten die geen chirurgische behandeling meer kunnen ondergaan door gezondheidsproblemen zoals hart-, vaat- en longziekten. De behandeling wordt onder plaatselijke verdoving uitgevoerd door een interventieradioloog.

Microwave Ablatie

Voor tumoren in de long, lever en nier die groter zijn dan 3,5 centimeter, is er een vergelijkbare behandeling: Microwave Ablatie (MWA).

Meer informatie

Hoe gaat Radiofrequente Ablatie (RFA) in zijn werk?

Op de Polikliniek Beeldgestuurde Oncologische Interventies (PBOI) maakt u kennis met de interventieradioloog. Met hem bespreekt u de behandeling, eventuele complicaties en de nazorg.

Bij een RFA-behandeling worden naalden beeldgestuurd ingebracht, zodat de juiste positie kan worden bereikt. De naald is aangesloten op een generator die door een radiofrequente wisselstroom trillingen in de cellen veroorzaakt. Met de warmte die ontstaat, worden de cellen gedood.

Narcose en/of plaatselijke verdoving

U krijgt een ruggenprik om u plaatselijk te verdoven en kan in slaap worden gebracht met een slaapmiddel. Het voordeel van plaatselijke verdoving is dat de pijnstillers na afloop beter kunnen worden afgestemd. Als u liever onder algehele narcose gaat, kan dat ook.

Bijwerkingen en gevolgen

De meest voorkomende bijwerking (in 32% van de gevallen) noemen we het post-ablatie-syndroom. Het betekent dat u last krijgt van een soort algehele malaise, met pijn, verhoging, misselijkheid, braken en spierpijn, kortom een soort van griep. Deze verschijnselen verdwijnen vanzelf na 1 of 2 weken.

Tijdens RFA behandeling

Problemen die zich kunnen voordoen tijdens de behandeling zijn bloedingen; bloed opgeven bij een long-RFA en bloedplassen bij een nier-RFA. Deze problemen hoeven meestal niet behandeld te worden. Bij een long-RFA kan er een klaplong optreden. Daarbij is soms drainage nodig.

Na de behandeling

Na de RFA-behandeling blijft u een nacht in het ziekenhuis voor observatie. Een maand later maken we een CT-scan om het resultaat te beoordelen. De uitslag daarvan bespreekt u direct met uw interventieradioloog.

Na 3 maanden gaat u opnieuw op controle bij de interventieradioloog. Daarna wordt de zorg weer overgedragen aan uw behandelend arts. Bent u behandeld voor een niertumor, dan blijft u een jaar lang onder controle van de interventieradioloog.