Tumoren die ’verslaafd’ zijn aan hormonen

31 jul 2019 09:50

„Elke tumor is uniek”, zegt Wilbert Zwart, „laten we de informatie over die tumor dan ook gebruiken om behandelingen op maat te maken. Er zijn al uitstekende hormonale medicijnen beschikbaar, alleen weten we nog niet wat de beste keuze is voor de individuele patiënt. Dat is wat ik, wat wij hier onderzoeken: te begrijpen waarom bepaalde therapieën wel, en welke therapieën niet werken.”

Foto Wilbert Zwart Fotograaf Erna Faust
"Dit is mijn passie, dit is mijn missie."
Wilbert Zwart Onderzoeker

In de negentiende eeuw ontdekte een Schotse legerofficier en arts, George Beatson, dat er een verband bestond tussen hormonen en borstkanker. Dat toonde hij aan met behulp van koeien: om die hun hele leven melk te laten blijven geven, werden de eierstokken verwijderd. 

Dat ’boerenverstand’ gebruikte hij voor een test met enkele vrouwen met borstkanker. Toen Beatson ook bij enkele vrouwen hun eierstokken weghaalde, verdween de tumor. Het werd de standaardbehandeling in de daaropvolgende jaren voor vrouwen met (vergevorderde) borstkanker. „Daar had hij een Nobelprijs voor moeten krijgen”, vindt Zwart.

Castratie

Een andere arts, de Canadees Charles Huggins, bewees het verband tussen hormonen en prostaatkanker. Wel op een soortgelijke manier: na castratie verdween de tumor. „Hij kreeg daar wél de Nobelprijs voor”, weet Zwart.

Het baanbrekende werk van Beatson en Huggins haalt hij niet zomaar aan. Wilbert Zwart is bioloog en zijn specialisme in het Nederlands Kanker Instituut (NKI) is (dus) het vinden van behandelingen op maat: voor borst- en prostaatkanker. Met ’anti-hormonen’: middelen die de werking of de productie van oestrogeen en testosteron remmen, onderdrukken of zelfs compleet stilleggen. Oestrogeen en testosteron omdat juist deze hormonen doping voor de tumor (kunnen) zijn. 

„Bij borst- en prostaatkanker is de kanker vaak hormoongestuurd”, weet Zwart. Dat is een ingewikkeld technisch verhaal, te technisch om dat hier zo even uiteen te zetten, maar waar het op neer komt: de tumor in de borst gebruikt oestrogeenreceptoren - waarbij je receptoren in cellen moet zien als bagagedragers – om te overleven en te groeien. „Zoals een tumor in de prostaat weer verslaafd is aan testosteron.”

Receptor

In zijn kantoor staat, nogal pontificaal, een gebreide cactus met tandenstokers op tafel. Een cadeautje van een promovendus, die vond dat er op de afdeling beter voor de planten gezorgd moest worden. Relevanter zijn twee stukken plastic, met een klonterige structuur, die hij aanwijst. „De oestrogeenreceptor, bij borstkanker, en de androgeenreceptor, van prostaatkanker. Uit de 3d-printer.” Bronnen van het kwaad, die Zwart met zijn werk, zijn onderzoek, wil bestrijden: „De twee meest voorkomende kankersoorten ter wereld.”

Dat kantoor deelt hij trouwens met internist en oncoloog André Bergman, wiens specialisme (ook) prostaatkanker is. „André heeft directe ervaring met patiënten. Onze samenwerking brengt mij zowel in de kliniek als in de research – en dat stelt mij in staat mijn onderzoek zo relevant mogelijk te maken. Met onze bevindingen en ervaringen kunnen we elkaar versterken.”

Er zijn meer dwarsverbanden die Zwart legt. Sinds een krap jaar is hij bijzonder hoogleraar aan de TU Eindhoven, met als leerstoel de ’Functionele Genetica in Oncologie’. Dat moet hem helpen nieuwe technieken te ontwikkelen voor hormoonbehandelingen. Hij werkt ook samen met een Amerikaanse collega-onderzoeker aan een project waarbij ze borstkankercellen buiten het lichaam alvast kunnen testen op hun gevoeligheid voor medicijnen (zie kader). Verder kreeg het NKI vorige maand ruim twee miljoen toebedeeld van KWF Kankerbestrijding, waarbij ook ruim een half miljoen euro bestemd is voor een ander project dat Zwart coördineert: onderzoek naar een receptor voor longkanker. Samenwerken, kruisbestuiving: het zijn sleutelwoorden. „Je eigen bubbel heeft ook zo zijn beperkingen”, vindt Zwart.

Topsport

„Dit werk is topsport. Je moet knallen. Je moet dit met je volle passie, volle overgave doen. Dat zijn we ook aan de patiënten verplicht. En ook alleen dan kunnen we ons werk echt goed doen.”

„Thuis hebben we nu twee kleine kinderen, van 2 en 4. Toen ze er nog niet waren, kon ik met gemak werkweken van zestig, zeventig uur maken. Nu is dat wel minder – maar als ze naar bed zijn, pak ik de laptop weer. Mijn vrouw, die onderzoek doet in de rechtsgeleerdheid, trouwens ook. Zitten we zo ’s avonds samen op de bank. We hebben elkaar leren kennen tijdens mijn promotieonderzoek. Ze kent mij niet anders. Dit is mijn missie.”

„Ik was 18 en mijn moeder overleed aan kanker. Dat is de basis van mijn roeping. Ik ben opgegroeid in Putten, op de Veluwe. Mijn vader was boswachter. We woonden midden in het bos. Ik had een fascinatie voor alles wat met leven te maken heeft. Ik heb biologie gestudeerd in Utrecht, maar daarna wilde ik graag naar het NKI.”

Zwart meldde zich eerst als stagiair. Toen er een promotieplek vrij kwam, op het vakgebied van borstkanker, zag hij zijn kans om er te blijven. „En ineens zit je waar je graag wilt zijn. Ik vergelijk het hier vaak met één grote bijenkorf. Je komt elkaar continu tegen, wisselt kennis uit, deelt, en bent bezig om elkaar te helpen.”

Dit is het vierde artikel van een serie van acht over het Nederlands Kanker Instituut, het onderzoeksinstituut van het Antoni van Leeuwenhoek. De serie geeft een kijkje achter de schermen van het NKI waar zo’n 700 onderzoekers werken aan de opheldering van het probleem kanker. Samen met de artsen vinden zij steeds meer nieuwe aanknopingspunten voor behandeling.

Bron: Noordhollands Dagblad, katern FIT
Dit artikel verscheen ook in het Haarlems Dagblad, Gooi- en Eemlander en Leidsch Dagblad