We zijn ons eigen medicijn

18 jul 2019 13:00

Karin de Visser (43) blijft gebiologeerd door de vraag die de essentie van haar werk behelst en misschien wel de essentie van onszelf: „We hebben een immuunsysteem dat ons beschermt tegen indringers en tegen vreemde cellen. Waarom krijgen we dan toch kanker?”

Karin De Visser (1)
„De kracht van het immuunsysteem fascineert me. We leven in een wereld van virussen en bacteriën. Daarin is ons afweersysteem zo’n mooi wapen.”
Karin de Visser Onderzoeker

In wezen is het afweersysteem ’het mooiste wat we hebben’, vindt De Visser. „Zonder kunnen we niet overleven. Ons afweersysteem is erop ingesteld om vreemde dingen te herkennen dus zou zich dat niet tegen onszelf moeten keren”, legt de ze uit. „Maar op de een of andere manier faalt dat systeem soms. Kijk naar auto-immuunziek ten, zoals reuma, psoriasis en diabetes, waarbij het immuunsysteem onze eigen lichaamscellen aanvalt. Terwijl kanker, een voor het lichaam oneigenlijke verzameling cellen waarin het oorspronkelijke DNA is veranderd, juist vaak zonder succes aangevallen wordt door ons afweersysteem.”

„Hoe weet zo’n ziekte ons afweersysteem te omzeilen, lam te leggen of zich ervoor te verstoppen? En hoe kunnen wij daar weer trucs op loslaten?”

Sleutelvragen

Sleutelvragen die het werk van De Visser beheersen. In het Nederlands Kankerinstituut (NKI), deel uitmakend van het Antoni van Leeuwenhoek, leidt de van origine Zeeuwse tegenwoordig woont ze met haar gezin in Hillegom een internationaal onderzoeksteam van 16 wetenschappers dat de interactie tussen het afweersysteem en kanker bestudeert en van daaruit mogelijk werkende immuunthera pieën ontwikkelt. Met als specialisatie: borstkanker. De Visser studeerde biomedische wetenschappen in Leiden en deed in het NKI promotie-onderzoek naar immuuntherapie tegen kanker. Van 2002 tot 2005 was ze met een beurs van KWF Kankerbestrijding verbonden aan het UCSF Cancer Center in San Francisco. Daar verdiepte ze zich in de tumor biologie. Sinds april van dit jaar bekleedt De Visser de leerstoel 'Experimentele Immunobiologie van Kanker’ in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

Droom

„Ik ben uiteindelijk opgeleid tot tumorimmunoloog”, vertelt de onderzoeksleider. „Toen ik er in 1997 mee begon, was dat nog helemaal niet gangbaar. Er is wel gezegd dat wij aan een droom werkten die nooit uit zou komen. De aandacht ging in het begin veel meer uit naar DNA. Kanker werd heel erg gezien als een probleem van het DNA. Maar een tumor bestaat niet alleen uit kankercellen. Net als een orgaan bevat een tumor ook bindweefsel, bloedvaten en allerlei immuuncellen.”

„De kracht van het immuunsysteem fascineert me. We leven in een wereld van virussen en bacteriën. Daarin is ons afweersysteem zo’n mooi wapen.”

Ze legt uit: „Je moet onze af weercellen zien als een leger; iedereen heeft zijn eigen rang en stand, zijn rol en functie. Onze T-cellen zijn de 'killers’. We proberen die dus te stimuleren om zich tegen tumoren te keren. Dat is nodig, omdat tumoren in staat blijken om afweercellen te laten deserteren. „De tumor misbruikt datzelfde mechanisme dat ons moet beschermen.”

Neem neutrofielen (bepaalde witte bloedcellen). Dat zijn normaal de ’good guys’ behalve als je er bij borstkanker ineens heel veel van krijgt. Je hebt dan een slechtere overlevingskans. „Wij hebben met ons onderzoek ontdekt dat borsttumoren neutrofielen mobiliseren en manipuleren, waardoor de T-cellen hun werk niet goed meer kunnen doen. De neutrofielen helpen zo de borsttumoren bij het uitzaaien. En als je uitzaaiingen hebt, kun je een jaar leven, twee jaar, soms tien. Maar je kunt er niet meer van genezen.” De Visser verkreeg eerder dit jaar een prestigieuze VICI-subsidie van 1,5 miljoen euro van NWO, waarmee ze deze vernieuwende onderzoekslijn verder uit kan diepen.

Zetje

Met immuuntherapie geef je het afweersysteem ’een zetje’. „Door het zo te stimuleren dat het jou helpt. Dan heb je het allermooiste medicijn datje kunt bedenken.” Lichaamseigen ook, dus minder schadelijk. „Chemotherapie is vaak nodig, maar geeft ook behoorlijk veel schade door het hele lijf.”

De grote doorbraak in immuuntherapie kwam toen deze behandeling enkele jaren geleden aansloeg bij groepen patiënten met uitgezaaid melanoom en longkanker. „Een deel van de patiënten reageert er goed op. Daarmee was er een heel nieuwe vorm van behandeling van kanker. Dat geeft heel veel hoop voor andere vormen van kanker, maar vormt tegelijk ook een grote uitdaging.”

Er bestaan verschillende vormen van immuuntherapie. Er is nu veel aandacht voor een therapie waarbij een infuus van antistoffen wordt gegeven. Andere vormen zijn gebaseerd op vaccinaties (denk aan tumoren die aan het virus HPV zijn gerelateerd) of door massaal T-cellen uit de tumor op te kweken en die (weer) in te brengen. Als een soort lichaamseigen gemaakte tactische troepen. Die potentiële therapieën ontwikkel je in het laboratorium. In kweekschaaltjes en in muizen.

„Dat ligt soms gevoelig bij mensen”, zegt De Visser, die zelf ook liever spreekt van ‘muismodellen’. Veel mensen beseffen niet hoe essentieel muismodellen zijn voor de ontwikkeling van nieuwe behandelingen tegen kanker. „Een uitzaaiing in een kweekschaaltje maken is niet te doen. Zonder onderzoek in muizen zouden we nu geen levens van kankerpatiënten redden met immuuntherapie.”

De onderzoeksgroep van De Visser probeert een immuuntherapie te ontwikkelen voor borstkanker. „Mijn moeder kreeg het. Zij is niet de reden dat ik in de oncologie terecht ben gekomen. Wel dat ik me in borstkanker ben gaan specialiseren.”

Verschil

Buiten dat: „In Nederland overlijden elk jaar ruim 3100 vrouwen borstkanker. In Europa 130.000. Een op de zeven vrouwen krijgt borstkanker. Wat mij drijft is dat ik iets voor patiënten wil kunnen doen. Met een fantastisch onderzoeksteam het verschil kunnen maken.”

En de voortekenen zijn gunstig. „We onderzoeken hoe we de neutrofielen die bijdragen aan het uitzaaien van borstkanker kunnen remmen. Dat het kan werken hebben we in muismodellen gezien. Maar ik durf niet te zeggen wanneer we weten of het werkt in patiënten en welke patiënten er baat bij zullen hebben. Hoe eerder we dit weten, hoe beter.”

Combinatiebehandeling

„Ook is er een behandeling waarbij borstkankerpatiënten eerst een lage dosis chemotherapie krijgen en daarna immuuntherapie. De eerste klinische studies met een klein aantal patiënten, geleid door internist-oncoloog Marleen Kok, lopen nu en samen met de kliniek onderzoeken wij het bloed van deze patiënten om beter te begrijpen hoe deze combinatiebehandeling het afweersysteem beïnvloedt. Met dit onderzoek hopen we in de toekomst beter te kunnen voorspellen welke patiënten goed op deze behandeling reageren.” „We zien dat sommige mensen met uitgezaaid melanoom, die doorgaans nog maar enkele maanden zouden hebben gehad, nu langdurig blijven leven dankzij immuuntherapie. Dat is spectaculair en echt ongelooflijk. Dat wil ik ook voor borstkanker.”

Afweersysteem als ruimteschild

Het Nederlands Kankerinstituut (NKI) is het onderzoeksinstituut van het Antoni van Leeuwenziekenhuis en hoopt door de ziekte beter te begrijpen betere behandelingen te vinden. Het AVL is een van de top-tien Comprehensive Cancer Centers in Europa: centra met oncologische zorg en onderzoek onder één dak. In het Amsterdamse Antoni van Leeuwenhoek werken ruim 700 wetenschappers. Karin de Visser is tumor-immu noloog en bijzonder hoogleraar bij het Leids Universitair Medisch Centrum en teamleider bij het Oncode Institute. Zij kijkt hoe ons eigen afweersysteem beter ingezet kan worden tegen (borst)kanker. Zeg maar ons eigen ruimteschild, zoals het Amerikaanse SDI.

Immuuntherapie: pionieren

De immunologie of immuni teitsleer onderzoekt het afweersysteem. Hoe het ons beschermt en hoe het zich wapent tegen aanvallen van buiten (virussen, bacteriën), maar ook hoe kwetsbaar het kan zijn door aanvallen van binnen (reuma, kanker). Daaruit vloeit de immuun (of immuno-)therapie voort.

„De bakermat en doorbraak van de immunologie liggen in de jaren rond 1900, met de ontdekking van antisera en vaccins tegen hondsdolheid, pokken en buiktyfus. Emil Adolf Von Beh ring won in 1901 de eerste Nobelprijs voor Geneeskunde voor zijn werk aan een antiserum tegen difterie waarmee alleen al in Berlijn het leven van duizenden kinderen gered werd”, schrijft Nemo Kennislink. „Enkele jaren later volgde een Nobelprijs voor Eli Metchnikoff, voor zijn werk aan de opname door witte bloedcellen van schadelijke bacteriën (’fagocytose’). Cellen die de bacteriën niet alleen verslonden, maar ook vernietigden. Ook na deze eerste pioniers zijn er nog vele Nobelprijzen aan immunologisch onderzoek toegekend.”

„Afweercellen kunnen óók de strijd aangaan met kankercellen”, meldt KWF Kankerbestrijding. „Daar hebben ze wel een beetje hulp bij nodig. Die hulp noemen we immunotherapie. Wereldwijd zetten vele wetenschappers zich in om afweercellen van patiënten te trainen tegen kankercellen. Met succes: er komen steeds meer immuno therapieën voor steeds meer vormen van kanker.”

Dit is het tweede artikel van een serie van acht over het Nederlands Kanker Instituut, het onderzoeksinstituut van het Antoni van Leeuwenhoek. De serie geeft een kijkje achter de schermen van het NKI waar zo’n 700 onderzoekers werken aan de opheldering van het probleem kanker. Samen met de artsen vinden zij steeds meer nieuwe aanknopingspunten voor behandeling.

Bron: Noordhollands Dagblad, katern FIT
Dit artikel verscheen ook in het Haarlems Dagblad, Gooi- en Eemlander en Leidsch Dagblad
© Holland Media Combinatie